Beleidsregels verhaal Participatiewet 2015Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen Gelet op de artikelen 61, 62 en 62f van de Participatiewet en de artikelen 4.81 en 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); b e s l u i t : vast te stellen de beleidsregels verhaal Participatiewet 2015 gemeente Bergen. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen 1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, het Burgerlijk Wetboek en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen; bijstandsgerechtigde: de persoon die bijstand heeft aangevraagd of aan wie (mede) bijstand is toegekend op grond van de Participatiewet; ex-echtgenoot/ex-echtgenote: de gewezen echtgenoot/echtgenote of de gewezen geregistreerde partner; onderhoudsplichtige: degene die een financiële bijdrage in de kosten van levensonderhoud aan de bijstandsgerechtigde en/of de ten laste komende kinderen dient te voldoen op grond van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of een rechterlijke uitspraak; verhaal: vordering op een derde of de vordering in verband met een nalatenschap of in verband met een schenking; Artikel2.Verhaal van bijstand 1.Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van bijstand: tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt en op het minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend; op degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien; op de nalatenschap van de persoon indien: 1° aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden; 2° bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht. 2.Behoudens in de gevallen als bedoeld in artikel 1 lid e, worden de kosten van bijstand die meer dan vijf jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot verhaal zijn gemaakt, niet verhaald. Artikel3.Nihilbeding Een overeenkomst waarbij echtgenoten of gewezen echtgenoten hebben bepaald dat na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, de een tegenover de ander in het geheel niet of slechts tot een bepaald bedrag tot een uitkering tot diens levensonderhoud zal zijn gehouden, al dan niet met het beding bedoeld in artikel 1:159 van het BW, staat niet in de weg aan verhaal op een van de partijen en laat de vaststelling van het te verhalen bedrag onverlet. Hoofdstuk2.Limitering Artikel4. Beperking van toepassing van verhaal geschiedt op 3 gronden. 1.Op grond van de verhaalsnovelle is aansluiting gevonden bij de Wet limitering die bepaalt dat de onderhoudsverplichting ten behoeve van de ex-echtgenoot, beperkt is tot 12 jaar te rekenen vanaf de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. 2.Indien de duur van het huwelijk niet meer bedraagt dan vijf jaren en uit dit huwelijk geen kinderen zijn geboren, eindigt de verplichting tot levensonderhoud van rechtswege na het verstrijken van een termijn die gelijk is aan de duur van het huwelijk en die aanvangt op de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. 3.De onderhoudsverplichting ten behoeve van de ex-echtgenoot vervalt, indien er geen sprake is van causaal verband tussen de echtscheiding en de bijstandsbehoefte. Hoofdstuk3.Geheel of gedeeltelijk afzien van het nemen van een verhaalsbesluit Artikel5. Afzien van het nemen van een verhaalsbesluit Het college kan afzien van het invorderen van een verhaalsbesluit indien daarvoor gelet op de omstandigheden van degene op wie verhaal wordt gezocht of degene die de bijstand ontvangt of heeft ontvangen, dringende redenen aanwezig zijn. Hoofdstuk4.Schuldenproblematiek Artikel6.Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek In afwijking van artikel 2 kan het college, op verzoek van degene op wie verhaald wordt, besluiten (gedeeltelijk) af te zien van verhaal van kosten van bijstand voor zover het verschuldigde verhaalsbedragen betreft die op het moment van het besluit opeisbaar zijn, indien: a. redelijkerwijs te voorzien is dat degene op wie wordt verhaald niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen. De schuldenregeling moet tot stand worden gebracht door een erkend schuldhulpverleningsbureau. Het verzoek tot kwijtschelding moet namens de onderhoudsplichtige door dit bureau worden gedaan. c.De vordering van de gemeente wegens verhaal van bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. Artikel7.Inwerkingtreding van het besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek. Het besluit tot het (gedeeltelijk) afzien van verhaal treedt niet in werking voordat een schuldregeling als bedoeld in artikel 6 onder b tot stand is gekomen. Artikel8.Intrekking van het besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd indien: a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in de artikel 6 genoemde voorwaarden b; de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Hoofdstuk5.Beoordeling mate van onderhoudsplicht Artikel9.Beoordeling onderhoudsplicht 1.Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder a, b en c en de omvang van het te verhalen bedrag wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of en, zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zou moeten worden toegekend. 2.De bijdrage wordt ambtshalve vastgesteld op de bruto uitkering indien de onderhoudsplichtige verzuimt gegevens te verstrekken betreffende inkomsten en uitgaven. Artikel10.Ingangsdatum verhaal Een onderscheidt wordt gemaakt in een drietal situaties: Aanschrijving van onderhoudsplichtige heeft plaatsgevonden en er wordt geen medewerking verleend. De ingangsdatum van verhaal wordt gesteld op de verzenddatum van het eerste verzoek omtrent informatie. Onderhoudsplichtige verleent alle medewerking. De ingangsdatum wordt gesteld op de eerste dag van de maand wanneer het besluit genomen wordt binnen de eerste 7 dagen van die maand. Indien het besluit tot verhaal wordt genomen na deze eerste 7 dagen geldt als ingangsdatum de eerste van de daarop volgende maand. Indien daar gemotiveerde redenen toe zijn kan er afgeweken worden van bovenstaande regels. Hoofdstuk6.Verhalen van rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud Artikel11.Verhaal op grond van een rechterlijke uitspraak 1.Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak. 2.Het besluit tot verhaal wordt in dat geval bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen. 3.Degene op wie wordt verhaald, kan binnen de termijn waarbinnen betaling moet plaatsvinden tegen het besluit tot verhaal in verzet komen door tijdig een verzoekschrift aan de rechtbank te richten. Het verzet kan niet gegrond zijn op de bewering dat de uitkering tot onderhoud ten onrechte is opgelegd of onjuist is vastgesteld. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt de invordering pas voortgezet zodra het verzet is ingetrokken of ongegrond verklaard. 4.Het verschuldigde bedrag wordt door het college bij dwangbevel ingevorderd (artikel 62b lid 4 Participatiewet). 5.Indien moet worden overgegaan tot beslaglegging als bedoeld in voorgaand lid, dan wordt de vordering verhoogd met incassokosten en de wettelijke rente. Voor de berekening van de hoogte van deze kosten wordt gebruik gemaakt van het Besluit houdende nadere regels inzake buitengerechtelijke kosten bij tenuitvoerlegging van dwangbevelen (Besluit buitengerechtelijke kosten). Artikel12.Wijziging door de rechter vastgestelde onderhoudsbijdrage Het college verzoekt de rechter het verhaalsbedrag in afwijking van een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vast te stellen, indien de rechter: deze uitspraak zou kunnen wijzigen op de gronden genoemd in de artikelen 157 en 401 van dat boek; geen rekening heeft kunnen houden met alle voor de betrokken beslissing in aanmerking komende gegevens en omstandigheden betreffende beide partijen. Hoofdstuk7.Het verhaalsbesluit Artikel13.Het verhaalsbesluit Een besluit tot verhaal op grond van artikel 2 wordt door het college aan degene op wie verhaal wordt gezocht medegedeeld. Het besluit vermeldt de ingangsdatum, het bedrag of de bedragen waarvan, evenals de termijn of termijnen waarbinnen betaling wordt verlangd conform de regels van de Algemene wet bestuursrecht (titel 4.4). Bij verhaal op de nalatenschap kan de mededeling worden gericht tot de langstlevende echtgenoot of een der erfgenamen die geacht kan worden bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken. Hoofdstuk8.Verhaal in rechte Artikel14.Verhaal in rechte 1.Indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde gelden aan de gemeente te betalen dan wel niet of niet tijdig tot betaling daarvan overgaat, besluit het college tot verhaal in rechte. 2.Het college ziet af van verhaal in rechte indien: naar verwachting het in totaal te verhalen bedrag een bedrag van € 600,- niet te boven gaat; naar verwachting het te verhalen bedrag de door de rechtbank te maken kosten ingevolge de procedure die geldt voor personen “verdwenen onbekend waarheen” (VOW) niet te boven gaat. Hoofdstuk9.Heronderzoek Artikel15.Onderzoek naar draagkracht Tenminste één keer per 36 maanden, of indien nodig eerder, verricht het college onderzoek naar de draagkracht voor het voldoen van een verhaalsbijdrage. Indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven wordt als gevolg van dit onderzoek de betalingsverplichting gewijzigd vastgesteld. Er wordt niet overgegaan tot het gewijzigd vaststellen van een betalingsverplichting indien de draagkracht niet meer blijkt te zijn vermeerderd ten opzichte van het vorige onderzoek dan met € 45,00 per maand of blijkt te zijn verminderd dan met een bedrag van minimaal € 5,00 per maand. Hoofdstuk10.Invordering Artikel16.Beslaglegging en invordering 1.Indien degene aan wie de verhaalsbijdrage is opgelegd zijn betalingsverplichting(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.