Regeling Salaris en vergoedingen medewerkers gemeente Krimpenerwaard 2015Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard; gelet op: de Ambtenarenwet, artikel 160 van de Gemeentewet alsmede artikel 3:1 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (hierna CAR-UWO); de instemming van de Bijzondere Commissie voor Georganiseerd Overleg van 27 november 2014: B E S L U I T : vast te stellen de navolgende: Regeling Salaris en vergoedingen medewerkers gemeente Krimpenerwaard 2015 BegripsbepalingenArtikel1 In de regeling wordt verstaan onder: CAR-UWO: de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeenteKrimpenerwaard; functie: het geheel van werkzaamheden dat door de medewerker is te verrichten; functieschaal: de salarisschaal die bij een functie hoort; maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal; medewerker: de ambtenaar in de zin van artikel 1:1, 1e lid, onder a van de CAR-UWO; overwerk: werkzaamheden die de medewerker, voor wie een bijzonderewerktijdenregeling geldt, in dienstopdracht verricht boven de feitelijke arbeidsduur; periodiek: het maandbedrag in een salarisschaal; salaris: maandbedrag dat binnen de salarisschaal aan de medewerker is toegekend, naar evenredigheid van de formele arbeidsduur; salarisschaal: een reeks maandbedragen zoals opgenomen in bijlage II en IIa vande CAR-UWO; salaristoelagen: dit zijn de coördinatietoelage, functioneringstoelage, de waarnemingstoelage, de toelage onregelmatige dienst, de buitendagvenstertoelage, de toelage beschikbaarheidsdienst, de inconveniëntentoelage, de arbeidsmarkttoelage, de garantietoelage en afbouwtoelage die aan de medewerker zijn toegekend. Functies en functiewaardering Artikel2 1.Het college stelt de functies vast die door de medewerkers binnen de gemeentelijke organisatie kunnen worden bekleed. 2.Elke functie wordt beschreven op basis van een functiewaarderingssysteem. 3.Voor elke functie stelt het college een functieschaal vast op basis van een functiewaarderingssysteem. Coördinatietoelage Artikel3 1.De gemeentesecretaris is bevoegd om een toelage voor de module Coördinatie, zoals bedoeld in het HR-21 functiewaarderingssysteem, aan een medewerker toe te kennen of in te trekken. 2.De maandelijkse toelage bedraagt 2,5% van het salaris. 3.De toelage wordt toegekend voor de periode dat de module Coördinatie van toepassing is. 4.Bij het intrekken van de module Coördinatie wordt geen afbouw toegepast. 5.Jaarlijks ontvangt de Ondernemingsraad een overzicht van de mutaties ten aanzien van de door de gemeentesecretaris genomen beslissingen op grond van het 1e lid. Recht op salaris,vergoedingen , toelagen en uitkeringen Artikel4 1.Zolang de aanstelling duurt heeft de medewerker recht op salaris, vergoedingen , toelagen en uitkeringen overeenkomstig deze regeling. Dit recht bestaat niet over de tijd dat de medewerker in strijd met de verplichtingen opzettelijk nalaat arbeid te verrichten. 2.De uitbetaling van het salaris, de vergoedingen , de toelagen en de uitkeringen vindt plaats per maand, tenzij in deze regeling anders is bepaald. Artikel5 Wanneer het salaris, de vergoedingen , de toelagen en de uitkeringen wordt berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand. SalarisVaststellen salaris Artikel6 1.Het college stelt het salaris van een medewerker vast aan de hand van zijn functieschaal, op grond van zijn ervaring, geschiktheid en bekwaamheid. Het salaris wordt vastgesteld met een aanduiding van een periodiek in de functieschaal. 2.Als een medewerker in een functie wordt benoemd zonder dat hij voldoet aan alle daarvoor geldende eisen ten aanzien van opleiding, ervaring en bekwaamheid, kan het salaris overeenkomstig de eerst lagere salarisschaal dan de functieschaal worden vastgesteld. Verhogen salaris Artikel7 1.Aan een medewerker wordt een salarisverhoging naar de volgende periodiek toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: uit een personeelsbeoordeling blijkt dat de medewerker voldoende functioneert; de medewerker het maximum van de functieschaal nog niet bereikt; er zijn twaalf maanden verstreken sinds zijn aanstelling of zijn laatste periodiek salarisverhoging. 2.Het college kan aan het toekennen van een periodieke verhoging aanvullende voorwaarden stellen. 3.Het college kan een en medewerker een extra periodieke salarisverhoging toekennen. 4.In afwijking van het 1e lid, onderdeel c, kan het college voor de medewerker of voor groepen medewerkers een vaste verhogingsdatum vaststellen. Salarisverhoging bij ziekte Artikel8 Een verhindering wegens ziekte van de medewerker als bedoeld in hoofstuk 7 van de CAR-UWO heeft (dient verplicht nader te worden uitgewerkt op grond van artikel 7:8:2). Verlagen salaris Artikel9 1.Zonder voorafgaand ontslag kan voor de medewerker geen salarisschaal gelden met een lager maximum salaris, tenzij hiervoor in de CAR-UWO, of andere wet- en regelgeving, een grond aanwezig is. 2.In afwijking van het 1e lid kan een medewerker met zijn instemming worden herplaatst in een functie waaraan een lagere schaal is verbonden met een overeenkomstige aanpassing van het salaris. 3.In afwijking van het 1e lid kan een medewerker, door toepassing van artikel 7:16, 2e lid van de CAR-UWO, herplaats worden in een functie met een lager maximum salaris met een overeenkomstige aanpassing van het salaris. 4.In afwijking van het 1e lid kan een medewerker, door toepassing van hoofdstuk 10d van de CAR-UWO herplaatst worden in een functie met een lager maximum salaris met een overeenkomstige aanpassing van het salaris, voor zover geregeld in een Sociaal Plan of Sociaal Statuut. Inpassen in hogere schaal Artikel10 1.De medewerker die door promotie naar een hogere salarisschaal overgaat, heeft vanaf de dag dat de promotie in gaat recht op een hogere salaris. Het hogere salaris wordt vastgesteld op een bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de medewerker in de oude schaal volgens bijlage II of IIa van de CAR-UWO genoot. 2.Met de in 1e lid omschreven promotie wordt gerealiseerd dat het verschil tussen het nieuwe en het oude salaris van de medewerker tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen: het bedrag dat de medewerker laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in de oude schaal, dan wel; het naastlagere bedrag in die oude schaal indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal. 3.Indien de promotie gelijk valt met de jaarlijkse salarisverhoging wordt, alvorens het 1e of 2e lid toe te passen, de volgende periodiek toegekend in de oude salarisschaal. Functioneringstoelage Artikel11 1.Het college kan aan de medewerker die meerdere jaren zeer goed of uitstekend heeft gefunctioneerd en/of bijzondere prestaties heeft geleverd, en die het maximum van de functieschaal heeft bereikt, een functioneringstoelage toekennen. 2.De toelage wordt voor maximaal een jaar toegekend. Bij het voortduren van de gronden waarop de toelage is toegekend, kan deze opnieuw worden toegekend. 3.De toelage bedraagt ten hoogste 10% van het salaris. Arbeidsmarkttoelage Artikel12 1.Het college kan een medewerker een arbeidsmarkttoelage toekennen om hem in dienst te kunnen nemen of te behouden, als schaarste op de arbeidsmarkt daartoe aanleiding geeft en er in het betreffende vakgebied sprake is van een ernstig tekort aan personeel. 2.De toelage wordt toegekend voor een periode die van te voeren is vastgesteld, met een maximum van 3 jaar. 3.De maandelijkse toelage bedraagt ten hoogste 10% van het salaris. Waarnemingstoelage Artikel13 1.Indien de medewerker wordt aangewezen on een functie waar te nemen met een hogere functieschaal, wordt hem voor de periode van waarneming een waarnemingstoelage toegekend. Deze bepaling geldt niet als de waarneming deel uitmaakt van de eigen functie. 2.Bij volledige waarneming van de functie is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de medewerker geniet en het salaris dat hij zou genieten als hij bij de start van de waarneming in de hogere schaal zou zijn ingedeeld. 3.Bij gedeeltelijke waarneming wordt de toelage naar evenredigheid toegekend. Toelage onregelmatige dienst Artikel14 1.De medewerker die valt onder de bijzondere regeling voor werktijden (artikel 4:3 CAR-UWO) heeft recht op een toelage die wordt uitgedrukt in een percentage van het uurloon verbonden aan het maximum van salarisschaal 6 gedurende de volgende tijdvakken van de week en de medewerker: maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 08.00 uur en tussen 18.00 uur en 22.00 uur: 20% maandag tot en met vrijdag tussen 0.00 en 06.00 uur en tussen 22.00 uur en 24.00 uur: 40% zaterdag tussen 0.00 en 24.00 uur: 40% zondag tussen 0.00 en 24.00 uur: 65% 2.De medewerker heeft geen recht op een toelage, als hij in een week slechts op één aaneengesloten periode van ten hoogste 3 uur in een van de in het 1e lid genoemde tijdvakken heeft gewerkt. 3.Over de uren waarover een toelage onregelmatige dienst wordt uitbetaald, kan niet tegelijkertijd een overwerkvergoeding (artikel 3:2 en artikel 3:2:1 CAR-UWO) worden uitbetaald. Buitendagvenstertoelage Artikel15 1.De medewerker die valt onder de standaardregeling voor de werktijden en die door het college is aangewezen om te werken buiten het dagvenster (artikel 4:2, 2e lid CAR-UWO), heeft recht op een buitendagvenstertoelage. 2.De buitendagvenstertoelage bedraagt: 50% van het uurloon van de medewerker over de gewerkte uren buiten het dagvenster tussen maandag 0.00 uur en vrijdag 24.00 uur; 75% van het uurloon van de medewerker over de uren gewerkt op zaterdag; 100% van het uurloon van de medewerker over de uren gewerkt op zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:5, 3e lid van de CAR-UWO. 3.De medewerker die een functie bekleedt met functieschaal 11 of hoger heeft geen rechtop een buitendagvenstertoelage. Toelage beschikbaarheidsdienst Artikel16 1.De medewerker die buiten de voor hem geldende werktijden beschikbaarheidsdienst heeft, ontvangt een toelage. 2.De toelage bedraagt 5% van het uurloon voor de uren op maandag tot en met vrijdag en 10% van het uurloon voor de uren op zaterdag, zondag en de volgende feestdagen: nieuwjaarsdag, tweede Paasdag. Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en Koningsdag. 3.Het uurloon, is voor de toepassing van dit artikel gelijk aan het uurloon dat behoort bij het maximumsalaris van salarisschaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.