← Nederland

2eWijziging Gemeenschappelijke regeling Bestuursdienst Ommen-Hardenberg (Ommen)

2eWijziging Gemeenschappelijke regeling Bestuursdienst Ommen-HardenbergDe Colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Hardenberg en Ommen, ieder voor zover het hun eig

Artikel17

:Portefeuillehoudersoverleg 1.Individuele leden van Colleges van burgemeester en wethouders en burgemeester(

  1. s)kunnen (als portefeuillehouder) zo vaak als zij dit wensen, overleg voeren met medewerkers van het Openbaar Lichaam. 2.Leden van Colleges van burgemeester en wethouders en burgemeester(
  2. s)met een gelijke portefeuille (van verschillende Deelnemers) bepalen zelf hoe en met welke frequentie zij in gezamenlijkheid overleg voeren met (een) medewerker(
  3. s)van het Openbaar Lichaam. 3.Geschillen over de uitvoering van de leden 1 en 2 worden, na tussenkomst van het Dagelijks Bestuur, ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Artikel18:Verantwoordingsplicht 1.De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, samen en afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. 2.De leden van het Dagelijks Bestuur geven, samen en afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur per half jaar ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het gevoerde en te voeren beleid noodzakelijk is. 3.De leden van het Dagelijks Bestuur geven, samen dan wel afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur, indien dit bestuur dan wel één of meer leden daarvan daarom verzoeken, binnen acht weken alle gevraagde inlichtingen, een en ander voor zover dit niet in strijd is met het algemeen belang. 5.De Voorzitter en de secretaris Artikel19:De voorzitter 1.Het Algemeen Bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 2.De voorzitter is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur. 3.De voorzitter vertegenwoordigt het Openbaar Lichaam in en buiten rechte. Hij kan deze bevoegdheid aan een ander opdragen. Artikel20:De secretaris 1.De Algemeen Directeuren zijn beiden secretaris van het Algemeen Bestuur en secretaris van het Dagelijks Bestuur. 2.Een van hen woont in de hoedanigheid als secretaris de vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur bij en heeft daarin een adviserende stem. 3.De secretarissen bepalen onderling wie bij de vergaderingen aanwezig is. In beginsel zal dit steeds dezelfde zijn. De secretarissen vervangen elkaar onderling. 4.Het Algemeen en/of Dagelijks Bestuur kan bepalen dat de secretaris bij bepaalde (onderdelen van) vergaderingen niet aanwezig is. 6.Organisatie, directie en personeel Artikel21:Organisatieverordening 1.Binnen de uitgangspunten van deze Regeling kan het Algemeen Bestuur een meerjarige Organisatieverordening voor het Openbaar Lichaam vaststellen. 2.In een Organisatieverordening als bedoeld in lid 1 legt het Algemeen Bestuur de Organisatiestructuur van de Bestuursdienst vast. Artikel22:Organisatiestructuur 1.Op de ingangsdatum van deze regeling geldt de organisatiestructuur zoals die is vastgelegd door de stuurgroep ambtelijke samenwerking Ommen-Hardenberg. 2.Vanaf het derde jaar evalueert het Algemeen Bestuur periodiek (tussen 1 en 5 jaar) de doeltreffendheid en doelmatigheid van de organisatiestructuur. Artikel23:Directie 1.Er is een Directie bestaande uit de Algemeen Directeuren. De Algemeen Directeuren worden benoemd en ontslagen door het Algemeen Bestuur. Het Dagelijks Bestuur kan de Algemeen Directeuren schorsen. 2.Als Algemeen Directeuren worden benoemd diegenen die als gemeentesecretaris bij de Deelnemers zijn benoemd. De Algemeen Directeuren krijgen geen ambtelijke aanstelling bij de bestuursdienst. 3.De Directie is voor het Dagelijks Bestuur ambtelijk opdrachtnemer en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van het Openbaar Lichaam. 4.De Directie draagt zorg voor de kwaliteit van personeel en organisatie, beheer en bedrijfsvoering, en voor het zijn van een (aantrekkelijke) werkgever voor de medewerkers van de Bestuursdienst. 5.De taken en bevoegdheden en onderlinge taakverdeling van de Algemeen Directeuren worden vastgelegd in een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen Directiestatuut. 6.De Algemeen Directeuren bepalen onderling wie bij bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) is. In beginsel zal dit steeds dezelfde zijn. De Algemeen Directeuren vervangen elkaar onderling. 7.De Directie verschaft minstens twee maal per jaar de informatie aan het Dagelijks Bestuur om het functioneren en de bedrijfsvoering van het Openbaar Lichaam te kunnen beoordelen. Artikel24:Personeel 1.Het Dagelijks Bestuur beslist met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 22 en 23 van deze Regeling en binnen de kaders van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde formatieplan over de benoeming en het ontslag van het personeel van het Openbaar Lichaam. 2.Het Dagelijks Bestuur regelt de bezoldiging en de overige rechtspositie van het personeel van het Openbaar Lichaam. Het Dagelijks Bestuur draagt er in dat kader zorg voor, dat als grondslag daarvoor de CAR-UWO wordt gehanteerd. 3.Bij overgang van personeel van nieuwe Deelnemers naar het Openbaar Lichaam zullen het Algemeen en Dagelijks Bestuur, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, zorg dragen voor de verdere toepassing en uitvoering van het Sociaal Statuut. Artikel25:Bestuursopdrachten 1.De Colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters kunnen door middel van bestuursopdrachten het Openbaar Lichaam opdracht geven tot het ontwikkelen of aanpassen van het beleid en/of werkwijzen. 2.Bestuursopdrachten bevatten een duidelijk omschreven probleembeschrijving, het doel en de kaders waarbinnen de opdracht moet worden uitgevoerd, inclusief tijd en middelen. 3.Bestuursopdrachten worden formeel vastgesteld door de te onderscheiden Colleges van burgemeester en wethouders en de te onderscheiden burgemeesters. 4.De met een bestuursopdracht gemoeide financiële middelen worden beschikbaar gesteld door middel van een begrotingswijziging van de begroting van de deelnemer. 7.Financiële bepalingen Artikel26:Financiële administratie en controle 1.Op het financieel beleid, het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212 en 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 2.Het Algemeen Bestuur stelt de financiële regels vast die vereist zijn om aan het in lid 1 bepaalde te kunnen voldoen. Artikel27:Dienstjaar Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Artikel28:Begroting en jaarrekening 1.Voor 15 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting van het Openbaar Lichaam zal dienen, zendt het Dagelijks Bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting is gebaseerd op de begrotingen die de Deelnemers voor het lopende Dienstjaar hebben vastgesteld. 3.De raden van de Deelnemers kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 4.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten en de raden van de Deelnemers. 5.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten en de raden van de Deelnemers. 6.Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de Planning- en Control cyclus, de meerjarenbegroting voor het Openbaar Lichaam, alsmede een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven voor het komend dienstjaar, voorzien van de nodige toelichtingen en specificaties, alsmede de jaarrekening, zodanig wordt ingericht dat de data van 1 augustus en 15 juli, worden gehaald. 7.De meerjarenbegroting en de ontwerpbegroting worden door de Deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen ter beschikking gesteld. De ter inzage legging en de verkrijgbaarstelling van de stukken wordt openbaar bekend gemaakt. 8.De gemeenteraden behouden het recht om - na vaststelling van de begroting – met voorstellen voor begrotingswijzigingen te komen. Het Dagelijks Bestuur zal deze voorstellen zo spoedig mogelijk doorrekenen op hun consequenties en voorleggen aan de Deelnemers. 9.Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel – met uitzondering van de genoemde data - van overeenkomstige toepassing. Wijzigingen in de vastgestelde begroting welke geen effect hebben op het begrote financiële resultaat van het Openbaar Lichaam, worden hiervan uitgezonderd. Deze wijzigingen worden door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Artikel29:

Artikel30

:Reserves Jaarlijks, bij het vaststellen van de begroting en de jaarrekening, worden de beschikbare reserves geactualiseerd. 8.Archief Artikel31:Archiefbeheer 1.Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg voor de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het Openbaar Lichaam en zijn bestuursorganen overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur met inachtneming van artikel 41, lid 2 Archiefwet vast te stellen regeling. 2.De Directie is belast met de bewaring van de archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid, overeenkomstig de door het Dagelijks Bestuur vast te stellen nadere regels. 3.Bij opheffing van de Regeling worden de archiefbescheiden in een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats geplaatst. 9.Geschillen Artikel32Geschilbeslechting 1.Mocht er tussen het Openbaar Lichaam en een van de Deelnemers een geschil ontstaan over de uitvoering van de taken, dan treden het Dagelijks Bestuur en het betreffende College van burgemeester en wethouders terstond met elkaar in overleg, teneinde het geschil verder te verkennen en, op te lossen. Per situatie wordt bezien welke oplossingswijze het best bij het probleem past (bijvoorbeeld mediation of juridische/financiële toetsing van de verschillende standpunten). 2.Met betrekking tot geschillen tussen de Deelnemers onderling, dan wel tussen de Deelnemers en het Openbaar Lichaam omtrent de toepassing in de ruimste zin van de Regeling, beslist, conform artikel 28 van de Wet, Gedeputeerde Staten. 10.Toetreding, wijziging, opheffing Artikel33:Toetreding 1.Het College van burgemeester en wethouders en de burgemeester van een gemeente die wenst toe te treden tot het Openbaar Lichaam, richten het verzoek ter zake aan de overeenkomstige bestuursorganen van de Deelnemers en aan het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam. 2.Toetreding vindt plaats indien de Colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de Deelnemers daartoe besluiten en het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam daarmee instemt. 3.Aan de toetreding kan het Algemeen Bestuur voorwaarden verbinden. 4.Het besluit van de Deelnemers als bedoeld in het tweede lid geeft de datum van toetreding aan. 5.Van elk bericht van toetreding van een gemeente wordt Gedeputeerde Staten in kennis gesteld. Artikel34:Uittreding 1.Het college en de burgemeester van elke deelnemende gemeente kunnen, na vooraf verkregen instemming van de raad van die gemeente, besluiten dat de deelneming aan deze regeling wordt opgezegd. De raden van de overige gemeenten worden over de besluiten geïnformeerd. Een dergelijk besluit kan voor de eerste keer worden genomen drie jaar na de inwerkingtreding van deze regeling. 2.Een uittredingsbesluit gaat twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar, waarin het besluit tot opzegging is genomen, in. 3.Alvorens de deelnemende gemeente tot besluitvorming komt, als bedoeld in het 1e lid, wordt eerst over het voornemen overleg met de andere deelnemende gemeenten gevoerd. 4.In het voornemen als bedoeld in het 1e en 3e lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemende gemeente wenst uit te treden. 5.Het besluit als bedoeld in 1e lid wordt terstond ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuur. 6.Het Algemeen Bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding. 7.Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond kennis gegeven aan de overige deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten. Artikel35:Wijziging en opheffing 1.De Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2.Wijziging of opheffing van de Regeling vindt plaats indien de Colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters daar gezamenlijk toe besluiten. 3.Indien het Dagelijks of het Algemeen Bestuur wijziging van de Regeling wenselijk acht, doet het Dagelijks Bestuur het daartoe strekkend voorstel aan de betrokken bestuursorganen van de Deelnemers. 4.In geval van opheffing van de Regeling stelt het Algemeen Bestuur een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de opheffing; de regeling wordt vastgesteld door de betreffende bestuursorganen van de deelnemers. 5.Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6.Zo nodig blijft het Algemeen Bestuur functioneren tot de liquidatie voltooid is. 7.Van elk besluit tot wijziging, dan wel opheffing van deze Regeling wordt terstond bericht gezonden aan de Deelnemers en Gedeputeerde Staten. 11.Overgangs- en slotbepalingen Artikel36:Bestaande samenwerkingen en deelnemingen 1.De op het moment van inwerkingtreding van deze Regeling bestaande privaatrechtelijke, dan wel publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van de Deelnemers afzonderlijk of gezamenlijk met derden, blijven bestaan tot het moment waarop ieder van de Colleges en de burgemeesters van de Deelnemers, na een gezamenlijke inventarisatie daarvan met het Dagelijks Bestuur, besloten heeft welke van de per Deelnemer geïnventariseerde samenwerkingsverbanden door de betreffende gemeente gehandhaafd, dan wel opgezegd dienen te worden. In geval van opzegging kan een College en burgemeester besluiten de betreffende taken te laten uitoefenen door het Openbaar Lichaam. 2.De in het vorige lid vermelde inventarisatie zal uiterlijk binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze Regeling voltooid dienen te zijn. Artikel37:Inwerkingtreding en onvoorzienbaarheden De Regeling treedt in werking met ingang van 15 juni 2012 en kan worden aangehaald onder de titel “Gemeenschappelijke Regeling Bestuursdienst Ommen-Hardenberg”. De Deelnemers dragen zorg voor de bekendmaking van deze Regeling op een voor de Deelnemer gebruikelijke wijze. Het gemeentebestuur van de gemeente Hardenberg is aangewezen als het gemeentebestuur, bedoeld in artikel 26 van de Wet. In alle gevallen waarin deze Regeling niet voorziet, beslist het Algemeen Bestuur, gehoord de Colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de Deelnemers. Ondertekening8december 2015,Burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen,secretaris, L. Dennenberg burgemeester, mr. M. Boumans MPMBurgemeester van de gemeente Ommen,burgemeester, mr. M. Boumans MPMBurgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg,secretaris, J.M.G Waaijer MBA burgemeester, P.H. Snijders.Burgemeester van de gemeente Hardenberg,burgemeester, P.H. Snijders.Toelichting InleidingVoor nadere informatie over de argumenten die hebben geleid tot de samenwerking tussen beide gemeenten, wordt verwezen naar voorstellen van de colleges van burgemeester en wethouders van Hardenberg en Ommen aan de gemeenteraden van beide gemeenten, die hebben geleid tot richtinggevende uitspraken van beide raden van medio april 2011 om te komen tot ambtelijke samenwerking tussen beide gemeenten. De tekst van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is leidend geweest bij hetopstellen van deze regeling. Artikelen waarvan de inhoud direct te herleiden is tot de tekst van de wet, worden niet nader toegelicht. De primaire doelstelling van de Colleges van B&W en de burgemeesters was het opstellen van een regeling die zo goed mogelijk aan hun wensen voldoet. Naar aanleiding van een wijziging in de directie (benoemen van de gemeentesecretarissen als Algemeen Directeur) en van de Wgr zelf is de GR eind 2014 geactualiseerd. Artikel 1: BegripsbepalingenIn het eerste lid is een aantal relevante begrippen beschreven die in de tekst van degemeenschappelijke regeling regelmatig voorkomen. Artikel 2: Openbaar lichaam en bestuurssamenstellingHier wordt het Openbaar Lichaam ingesteld. Het Openbaar Lichaam heeft de naam“Bestuursdienst Ommen-Hardenberg” en heeft bevoegdheden voor het uitvoeren van de taken van de Bestuursdienst. Het Openbaar Lichaam heeft ambtenaren en dienst en beheert de productiemiddelen. Hiertoe is het noodzakelijk dat de Bestuursdienst rechtspersoonlijkheid bezit; de Bestuursdienst is zo’n rechtspersoon. Het Openbaar Lichaam is gevestigd in Hardenberg. De regeling kent, ingevolge de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr), drie bestuursorganen. Naast het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur geldt ook de Voorzitter als een apart bestuursorgaan. Artikel 3: BelangHet belangrijkste doel van de Regeling is dat de door de Deelnemers aan het Openbaar Lichaam opgedragen taken, kwalitatief goed en op een doelmatige wijze worden uitgevoerd. Hoe de opgedragen taken uitgevoerd dienen te worden, wordt nader uitgewerkt. Artikel 4: Taken van de Bestuursdienst van de DeelnemersDe Deelnemers laten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van deze Regeling, degemeentelijke taken door het Openbaar Lichaam uitvoeren. De gemeenten laten alle ambtelijke taken (met uitzondering van de functie(

  1. s)van gemeentesecretaris en raadsgriffier) door het Openbaar Lichaam uitvoeren. Artikel 5: Algemene bevoegdheidstoedelingDe Colleges van B&W en de burgemeesters houden de bevoegdheden die ze voorafgaand aan de nieuwe ambtelijke organisatie hebben. De Colleges van B&W en de burgemeesters hebben en kunnen bepaalde bevoegdheden delegeren of mandateren aan de ambtelijke organisatie. Daartoe is een delegatie-, mandaat- en volmachtsbesluit opgesteld waarin de verleende bevoegdheden worden opgenomen. Dit overzicht wordt periodiek geactualiseerd worden, al dan niet als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving. Bij het opstellen van het delegatie-, mandaat- en volmachtsbesluit zal zo veel mogelijk getracht worden om de bevoegdheden voor de Bestuursdienst op een goed vergelijkbare dan wel (bijna) identieke wijze neer te leggen als de mandaatregelingen van de Colleges van B&W van beide gemeenten. Artikel 6: Planning- en controlcyclusIngevolge de Wgr dient de begroting van het Openbaar Lichaam vastgesteld te worden voordat de gemeentelijke begrotingen vastgesteld worden. Deze begroting is gericht op de kosten voor de bedrijfsvoering. Er is een kostenverrekenmodel opgesteld over de wijze waarop de kosten/uitgaven van het Openbaar Lichaam aan de Deelnemers worden toegerekend. Dit verrekenmodel maakt vervolgens integraal deel uit van deze regeling. De Colleges van B&W van de Deelnemers zullen beide in moeten stemmen met het model dat gehanteerd wordt. Bij het opstellen van het model wordt het oordeel van een onafhankelijke accountant gevraagd. Omdat de zelfstandigheid van de deelnemende gemeenten wordt behouden, betekent dit dat de "financiële huishouding" van de deelnemers zoveel mogelijk gescheiden gehouden moet worden. De planning- & controlcyclus van het Openbaar Lichaam wordt zo opgezet, dat de vastgestelde begrotingen van de deelnemers in afdelingsplannen kunnen worden verwerkt. Daarmee vormen de begrotingen van de deelnemers de inhoudelijke sturing op het uit te voeren takenpakket van het Openbaar Lichaam. Artikel 7: KwaliteitsborgingConform artikel 3 dienen de taken binnen het Openbaar Lichaam op een zorgvuldige en goede wijze uitgevoerd te worden. Indien dit niet het geval is meldt het Openbaar Lichaam dat bij de betreffende deelnemende gemeente(n). De gemeenten blijven aansprakelijk voor de handelingen die namens hen verricht worden. Artikel 8: SamenstellingHet Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam bestaat uit de Colleges van burgemeester en wethouders van de Deelnemers. Het aantal Deelnemers en daarmee het aantal leden binnen het Algemeen Bestuur, kan in de toekomst wijzigen als gevolg van toetreding van nieuwe deelnemers. De zittingsduur van de leden van het Algemeen Bestuur is gelijk aan een raadsperiode. Tot het moment dat een nieuw College van burgemeester en wethouders is geïnstalleerd, blijven de huidige leden hun functie waarnemen. Bij tussentijds vertrek van een lid, zullen die taken worden overgenomen door een ander lid, dat eveneens afkomstig is van de Deelnemer die het vertrekkend lid vertegenwoordigde. Artikel 9: Werkwijze Algemeen BestuurGelet op de aanwezige belangen is het noodzakelijk dat de minimale vergaderfrequentie van het Algemeen Bestuur ten minste tweemaal per jaar is. Indien wenselijk kan de Voorzitter of één College van B&W verzoeken om te vergaderen. Indien één College van B&W daartoe verzoekt, zal zij een schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen richten aan de Voorzitter. Artikel 19 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Het Algemeen Bestuur heeft een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen en werkzaamheden (artikel 22 van de Wgr). Overeenkomstig artikel 23 van de Gemeentewet zijn de vergaderingen van het Openbaar Lichaam in beginsel openbaar. Elk College van burgemeester en wethouders heeft één stem. Besluiten tot vaststelling van de begroting en de rekening, zoals bedoeld in de artikelen 31, lid 8 en 32, lid 4 en 6 van de Regeling, en de besluiten tot benoeming en ontslag van de Algemeen Directeuren, zoals bedoeld in artikel 20, lid 1, dienen unaniem genomen te worden. Bij eventuele staking van de stemmen treden de Colleges van burgemeester en wethouders terstond met elkaar in overleg, om zo mogelijk tot een oplossing te komen. Per situatie wordt bezien welke oplossingswijze het best bij het probleem past (bijvoorbeeld mediation of juridische/financiële toetsing van de verschillende standpunten). Artikel 10: Bevoegdheden Algemeen BestuurVoor de beoordeling welke bevoegdheden aan het Algemeen Bestuur toekomen, dient eerst gekeken te worden welke bevoegdheden aan het Dagelijkse Bestuur (artikel 14) dan wel de Algemeen Directeuren zijn toebedeeld. De bevoegdheden van de Algemeen Directeuren zijn conform artikel 24 opgenomen in het Directiestatuut. Voor de duidelijkheid is hier een verwijzing naar de Wgr opgenomen (lid 2), zodat duidelijk is dat de gemeenteraden invloed hebben op uittreding uit of toetreding tot de GR. Artikel 11: Informatie- en verantwoordingsplichtHet Algemeen Bestuur geeft zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen twee maanden aan de raden van de Deelnemers de door een of meer leden van die raden schriftelijk gevraagde inlichtingen, tenzij dit in strijd is met het algemeen belang. Daarnaast verstrekt het Algemeen Bestuur uit eigen beweging per half jaar alle inlichtingen aan de raden van de Deelnemers die voor een juiste beoordeling van door het Algemeen Bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. Artikel 12: Samenstelling, benoeming, zittingsduur (Dagelijks Bestuur)Het Dagelijks Bestuur wordt benoemd door het Algemeen Bestuur. Op grond van de Wgr zijn de burgemeesters en 1 wethouder lid van het DB. Het Algemeen Bestuur is bevoegd om voor elk lid van het Dagelijks Bestuur een plaatsvervanger aan te wijzen. Deze anderen hebben een adviserende stem. Een en ander volgt uit artikel 57 Gemeentewet, dat van toepassing is (zie artikel 13, vierde lid). In de leden vier, zes en acht zijn de procedureregels opgenomen van respectievelijk de zittingstermijnen van de leden van het dagelijks Bestuur en hoe om te gaan bij (tussentijds) aftreden en ontslag. De zittingsperiode van de voorzitter van het Dagelijks Bestuur, is gelijk aan de raadsperiode. In artikel 19 is bepaald dat het Algemeen Bestuur uit zijn midden een Voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter benoemt. Deze Voorzitter is tevens de voorzitter van het Dagelijks Bestuur. Artikel 13: Werkwijze Dagelijks BestuurHet Dagelijks Bestuur kan zijn werkzaamheden over zijn leden verdelen, tenzij in de Regeling in andere artikelen specifiek is aangegeven wie bepaalde werkzaamheden dient uit te voeren. Verder is er de beginselplicht dat het Dagelijks Bestuur eens per maand vergadert. In de vergadering heeft ieder lid één stem. Bij eventuele staking van de stemmen, zal het betreffende voorstel aan het Algemeen Bestuur voorgelegd worden, wiens stem dan doorslaggevend is. Als ook daar de stemmen staken geldt de ook al in artikel 9 genoemde oplossingswijze. Op de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 54 tot en met 59 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Dat wil onder andere zeggen dat de vergaderingen van Dagelijks Bestuur achter gesloten deuren plaatsvinden. In het Reglement van Orde, vergelijkbaar met artikel 52 Gemeentewet, kunnen bepalingen opgenomen worden met betrekking eventueel openbaarheid van de vergaderingen. In het Reglement is de besluitvormingsprocedure(
  2. s)nader uitgewerkt. Artikel 14: Bevoegdheden Dagelijks BestuurHet Dagelijks Bestuur is opgedragen besluiten van het Algemeen Bestuur voor te bereiden en uit te voeren. In het tweede lid is bepaald dat het Algemeen Bestuur bevoegdheden kan overdragen aan het Dagelijks Bestuur. Met ‘overdragen‘ wordt delegatie bedoeld. In het tweede lid zijn specifieke bevoegdheden opgenomen die niet door het Algemeen Bestuur aan het Dagelijks Bestuur kunnen worden overgedragen. In het derde lid is bepaald dat het Dagelijks Bestuur bevoegdheden kan mandateren aan de Algemeen Directeuren. Dat wil zeggen dat de Algemeen Directeuren in dat geval bevoegd zijn om in naam van het Dagelijks Bestuur besluiten te nemen. Artikel 15: InformatieplichtDe raden van de Deelnemers hebben het recht om informatie te vragen. De individuele Colleges van B&W zijn de organen die een informatie- en verantwoordingsplicht hebben naar de raden. Het Dagelijks Bestuur is het orgaan dat de informatie zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 30 dagen, door tussenkomst van het betreffende college, aan de raden van de Deelnemers verstrekt. Dit artikel geeft tevens de verplichting aan de Colleges van B&W van de Deelnemers om het Dagelijks Bestuur in kennis te stellen van mogelijke plannen, maatregelen of ontwikkelingen, die van invloed zijn op het goed functioneren en uitvoering van de aan de Regeling opgelegde taken. Artikel 16:

Artikel 17: Portefeuillehoudersoverleg

De individuele leden van het Algemeen Bestuur kunnen, zowel in hun hoedanigheid als lid van het Algemeen Bestuur, maar ook in hun hoedanigheid als burgemeester of wethouder van een Deelnemer, zo vaak als men dit wil, overleg voeren met (de vertegenwoordigers van) het Openbaar Lichaam. Het is geheel aan de leden van het Algemeen Bestuur dan wel individuele leden van Colleges van B&W met een gelijke portefeuille (van verschillende Deelnemers), om te bepalen hoe en met welke frequentie zij in gezamenlijkheid overleg voeren met (een) vertegenwoordiger(s) van het Openbaar Lichaam. Artikel 18 VerantwoordingsplichtDit artikel kan in samenhang gelezen worden met artikel 15 van de Regeling. De leden van het Dagelijks Bestuur hebben een verantwoordingsplicht en dienen per half jaar ongevraagd alle informatie te verschaffen die het Algemeen bestuur noodzakelijk acht voor een juiste beoordeling van het gevoerde en te voeren beleid. Door de raden gevraagde informatie dient binnen acht weken te worden verstrekt. Bij het verstrekken van informatie wordt verwezen naar artikel 16, zesde lid Wgr. In dat artikel zijn bepalingen opgenomen over informatie waaromtrent geheimhouding is opgelegd. Artikel 19 De VoorzitterDe periodieke benoeming van de Voorzitter geschiedt door en uit het Algemeen Bestuur in de eerste vergadering van elke zittingsperiode. De in artikel 67 van de Gemeentewet opgenomen onverenigbare nevenfuncties bij het ambt van burgemeester zijn van overeenkomstige toepassing verklaard op de functie van Voorzitter. De Voorzitter vertegenwoordigt het Openbaar Lichaam in en buiten rechte. Met deze zinsnede wordt bedoeld dat de bevoegdheid zowel betrekking heeft op de formele procesvertegenwoordiging (in rechte) als op vertegenwoordiging bij het verrichten van privaatrechtelijke handelingen (buiten rechte) De procesvertegenwoordiging ziet op civiele rechtsgedingen, strafzaken en administratieve geschillen waarin Het Openbaar Lichaam als rechtspersoon partij is. Artikel 20 De secretarisDe Algemeen Directeuren vervullen de rol van secretaris van zowel het Algemeen, als ook van het Dagelijks Bestuur van het Openbaar Lichaam. Bepaald is dat (in ieder geval) één van hen de vergaderingen als secretaris bijwoont. In die hoedanigheid heeft hij in beide vergaderingen een adviserende stem. Ook is de onderlinge vervanging geregeld. Beide besturen kunnen, indien zij dit wensen, bepalen dat de Algemeen Directeur bij bepaalde (onderdelen van) vergaderingen niet aanwezig is. In dergelijke situaties vervult de Algemeen Directeur niet de functie van secretaris. De besturen zullen dit intern oplossen. Artikel 21 en 22 Organisatieverordening en OrganisatiestructuurHet Algemeen Bestuur heeft de mogelijkheid om een Organisatieverordening vast te stellen. De uitgangspunten van deze Regeling zullen daarbij in acht worden genomen. Door middel van de organisatieverordening stelt het Openbaar Lichaam dan ook de Organisatiestructuur van de Bestuursdienst vast. Artikel 23 DirectieDe Algemeen Directeuren worden benoemd en ontslagen door het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam. Schorsing valt niet daar niet onder. Dat is een bevoegdheid van het Dagelijks Bestuur. Dit artikel bepaalt dat de directie de dagelijkse leiding van het Openbaar Lichaam voert. De taken en bevoegdheden van de Algemeen Directeuren worden vastgelegd in een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen Directiestatuut. Een van deze taken betreft de informatieplicht. De directie is verplicht om minimaal twee keer per jaar informatie aan het Dagelijks Bestuur te verstrekken om het functioneren en de bedrijfsvoering van het Openbaar Lichaam te kunnen beoordelen. Deze verplichting sluit aan op artikel 18 van deze Regeling. Daarnaast is de directie verantwoordelijk voor het borgen van de beschikbare vakinhoudelijke expertise in het Openbaar Lichaam. Hij draagt zorg voor de kwaliteit van zowel het personeel als de organisatie. Artikel 24 PersoneelHet Sociaal Statuut van de Deelnemers dient als leidraad bij de overgang van het personeel van de Deelnemers naar het Openbaar Lichaam. Het Dagelijks Bestuur besluit, over de benoeming, de schorsing en het ontslag van het personeel van het Openbaar Lichaam. Zij doet dit binnen de door het Algemeen Bestuur vastgestelde formatieplan en met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van deze Regeling en de CAR-UWO. Ook de regelingen inzake bezoldiging en de overige rechtsposities van het personeel van het Openbaar Lichaam worden door het DB vastgesteld. Artikel 25 BestuursopdrachtenOpdrachten van de Colleges van B&W van de Deelnemers tot het ontwikkelen of aanpassen van beleid en/of werkwijzen, vinden plaats via zogenoemde bestuursopdrachten. Daarin zijn de probleemstelling en het doel van de opdracht duidelijk opgenomen en tevens wordt aangegeven binnen welke kaders de uitvoering plaats dient te vinden. Daarbij worden de elementen tijd en middelen nadrukkelijk betrokken. Dit bovenstaande sluit aan om de opgedragen taken, zoals opgenomen in artikel 4, zorgvuldig binnen de gemaakte afspraken uit te voeren. Zie daartoe de artikelen 4 en

  1. Artikel 26 t/m 30 Financiële bepalingenDe artikelen 212 en 213 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het financieel beleid en beheer en op de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop. Het Algemeen Bestuur zal regels vaststellen om de vereisten zoals opgenomen in het eerste lid en het bepaalde in de artikelen 212 en 213 te kunnen voldoen. De wettelijke bepalingen geven aan, dat de begroting en de jaarrekening van het Openbaar Lichaam resp. vóór 1 augustus en 15 juli aan Gedeputeerde Staten moeten worden gezonden. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de planning- en controlcyclus zodanig wordt ingericht dat die data worden gehaald, met in achtneming van de wettelijke vereisten zoals deze in de Wgr zijn opgenomen, waaronder het tijdig aanbieden aan de gemeenteraden van de Deelnemers en het kunnen indienen van een zienswijze op de begroting. Toesturen van de jaarrekening en begroting heeft met name als doel de betrokkenheid van de raden te vergroten door te bewerkstelligen dat de begrotingscycli van de BOH en de Deelnemers beter op elkaar aansluiten. In lid 9 is bepaald dat op wijzigingen van de begroting de voorafgaande bepalingen van dit artikel - met uitzondering van de genoemde data - van overeenkomstige toepassing zijn. Wijzigingen in de vastgestelde begroting welke geen effect hebben op de het begrote financiële resultaat van het Openbaar Lichaam, worden hiervan uitgezonderd. Dat wil zeggen dat de wijzigingen binnen het vastgesteld budget dienen te blijven. Deze wijzigingen worden door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Voor de jaarrekening geldt een vergelijkbare procedure. Tijdige en actuele informatie is van groot belang. De in de regeling opgenomen procedure moet ertoe leiden dat de jaarrekening jaarlijks rond 1 juli door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. NB.: In artikel 9 lid 7 is opgenomen dat de besluiten tot vaststelling van de begroting en rekening, unaniem genomen dienen te worden. De bestuursdienst kent geen voorzieningen. De aanwezige reserves worden jaarlijks met het vaststellen van de begroting en de jaarrekening geactualiseerd. Artikel 31 ArchiefbeheerDe regels voor het beheer en behoud van archiefbescheiden zoals deze zijn opgenomen in de desbetreffende archiefwetgeving (artikelen 12 en 33 van de Archiefwet), zijn van toepassing op het Openbaar Lichaam. Artikel 32 GeschilbeslechtingGekozen is voor een geschillenregeling waarin het Dagelijks Bestuur en het betreffende College van B&W en/of de burgemeester, terstond in overleg treden teneinde het geschil op te lossen. Artikel 33 ToetredingIndien een andere gemeente wenst toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling en het Openbaar Lichaam, dient het College van B&W en de burgemeester van die gemeente daartoe een verzoek te richten aan de Colleges van B&W en aan de burgemeesters van de Deelnemers en aan het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam. Indien de Colleges van B&W en de burgemeesters van de Deelnemers, positief besluiten en het Algemeen Bestuur instemt met de toetreding, kan, eventueel onder voorwaarden, toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling en het Openbaar Lichaam plaatsvinden. Artikel 34 UittredingBij het inwerkingtreden van deze regeling zijn er twee gemeenten die deelnemen. In plaats van uittreding zal in een dergelijk geval een beroep worden gedaan op artikel
  2. Artikel 35 Wijziging en opheffingIndien het Dagelijks of Algemeen Bestuur het wenselijk acht om tot een wijziging van de Regeling te komen, zal het Dagelijks Bestuur een daartoe strekkend voorstel doen aan de betrokken colleges van B&W van de Deelnemers. De Colleges en burgemeesters van de Deelnemers kunnen besluiten tot wijziging of opheffing van de Regeling. De wet regelt dat de gemeenteraden toestemming moeten verlenen. Die kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Artikel 36 Bestaande samenwerkingen en deelnemingenAlle bestaande samenwerkingsverbanden blijven bestaan bij inwerkingtreding van deze Regeling. Er zal een inventarisatie volgen van welke samenwerkingsverbanden gehandhaafd dan wel opgezegd dienen te worden. In geval van opzegging is het aan het betreffende College om te besluiten of hij eventueel de betreffende taken laat uitvoeren door het Openbaar Lichaam. Artikel 37 Inwerkingtreding en onvoorzienbaarhedenIngevolge artikel 27, eerste lid van de Wgr houden burgemeester en wethouders een register bij van de gemeenschappelijke regelingen waaraan hun gemeente deelneemt. De Deelnemers dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de Regeling (artikel 26, tweede lid Wgr). De Regeling treedt in werking met ingang van 15 juni 2012 en geldt voor onbepaalde tijd, behoudens de mogelijkheden die zijn genoemd in artikelen 34 en
  3. Het gemeentebestuur van de gemeente Hardenberg is het gemeentebestuur dat isaangewezen om conform artikel 26 Wgr de Regeling toe te zenden aan Gedeputeerde Staten. In alle gevallen waarin de Regeling niet voorziet, is het Algemeen Bestuur bevoegd om te beslissen. Het Algemeen Bestuur doet dat niet eerder dan na de Colleges van de Deelnemers te hebben gehoord over het onvoorziene voorval.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.