VerzuimprotocolVerzuimprotocol Verzuimprotocol InhoudsopgaveInleiding Begripsbepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Medewerker Artikel 2 Ziekmelding Artikel 3 Gedragingen tijdens ziekte Artikel 4 Contact tussen arbodienst en medewerker Artikel 5 Spreekuur bedrijfsarts Artikel 6 Beter melding Artikel 7 Langdurige ziekte Leidinggevende Artikel 8 Registratie ziek- en beter melding Artikel 9 Contact tussen leidinggevende en arbodienst Artikel 10 Frequent ziekteverzuim Artikel 11 Sociaal Medisch Team Bedrijfsarts (arbodienst) Artikel 12 Probleemanalyse Artikel 13 Plan van aanpak Artikel 14 Hulpverlening bij ziekte of preventie Artikel 15 Evalueren en bijstellen plan van aanpak Artikel 16 Verzuimmelding bij het UWV Artikel 17 Eerstejaarsevaluatie Artikel 18 Re-integratieverslag (= verzuimdossier) Artikel 19 Verplichtingen leidinggevende en werknemer bij re-integratie Artikel 20 WIA-aanvraag Beoordeling door UWV Artikel 21 Poortwachtertoets Artikel 22 Beoordeling WIA-aanvraag door het UWV Artikel 23 Sancties Artikel 24 Inwerkingtreding InleidingIn dit verzuimprotocol zijn de regels opgenomen met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van ziekteverzuim, verplichtingen omtrent ziek- en betermeldingen daaronder begrepen, de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures (artikel 7:9 lid 4 van de ARL). De rechten en plichten van zowel werkgever als medewerker worden in dit protocol vastgelegd. Dit protocol is een leidraad voor leidinggevenden, medewerkers en P&O. BegripsbepalingenArtikel 1 BegripsbepalingenVoor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: medewerker: de ambtenaar in tijdelijke dan wel vaste dienst of de ambtenaar die als oproepkracht werkzaam is binnen de gemeente Leeuwarden. leidinggevende: de direct leidinggevende van de medewerker, diens vervanger of de door de direct leidinggevende aangewezen vertegenwoordiger. eerste ziektedag: de eerste ziektedag is de dag dat de werknemer wegens ziekte het werk niet kan verrichten of het werk neerlegt wegens ziekte. bedrijfsarts: de door de gemeente ingeschakelde bedrijfsarts. arbodienst: de arbodienst zoals bedoeld in artikel 7:1, eerste lid, onder f, van de ARL. re-integratie: de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 7:1, eerste lid, onder b, van de ARL. re-integratieverslag: verslag van de vastgelegde afspraken en acties in het kader van de re-integratie MedewerkerArtikel 2 ZiekmeldingLid 1De medewerker die als gevolg van ziekte zijn werk niet of niet geheel kan vervullen, informeert zijn leidinggevende hierover. Dit gebeurt zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval op de eerste verzuimdag vóór 09.00 uur. Deze ziekmelding gebeurt altijd mondeling en niet via SMS of e-mail; Bij deze ziekmelding is de werknemer verplicht de vermoedelijke duur van het verzuim aan te geven aan de leidinggevende; Vastgesteld moet worden bij de ziekmelding of er sprake is van de vangnetbepalingen uit de Ziektewet (ziekte ten gevolge van zwangerschap of orgaandonatie), arbeidsongeval (verplichting melding bedrijfsongevallen) of privé ongeval (verhaalrecht); Lopende afspraken en werkzaamheden worden besproken; Ook wordt gevraagd naar de reden van ziekmelding. Waarbij moet worden opgemerkt dat de medewerker het recht heeft om deze vraag niet te beantwoorden; Tevens wordt gevraagd wat de leidinggevende kan doen om te ondersteunen en wordt gevraagd wat een medewerker eventueel wel aan werk kan doen; Tot slot vindt afstemming plaats t.a.v. de registratie van de melding in het registratiesysteem. Lid 2Beëindigt een medewerker tijdens werktijd zijn werk wegens ziekte dan informeert hij zijn leidinggevende hier zo spoedig mogelijk over. Lid 3Medewerker geeft aan waar hij te bereiken is. Artikel 3 Gedragingen tijdens ziekteLid 1De zieke medewerker is bereikbaar voor de leidinggevende en geeft een eventuele wijziging van zijn verpleegadres door. Lid 2De zieke medewerker maakt afspraken over het vervolgtraject met de leidinggevende. Lid 3Medewerker maakt specifieke afspraken met de leidinggevende indien hij met vakantie wilt gaan of vrije dagen wilt opnemen. Lid 4De leidinggevende vraagt hierover zo nodig advies aan de bedrijfsarts. Lid 5De zieke medewerker doet al het noodzakelijke wat zijn herstel bevordert dan wel laat gedragingen achterwege die het herstel kunnen belemmeren. Lid 6De medewerker is verplicht om zich, indien noodzakelijk, onder behandeling van een arts te stellen, en de adviezen van de arts, dan wel bedrijfsarts, op te volgen. Lid 7Medewerker heeft de verplichting er alles aan te doen zo spoedig mogelijk zijn werkzaamheden te hervatten. Lid 8Wanneer de medewerker het niet eens is met het advies van de bedrijfsarts kan de medewerker een deskundigenoordeel bij het UWV aanvragen. Artikel 4 Contact tussen arbodienst en medewerkerLid 1Tussen de arbodienst en de medewerker moet contact plaatsvinden indien de leidinggevende, de medewerker of de arbodienst kennis dragen van feiten en/of omstandigheden die, ter beperking van de verzuimduur, direct ingrijpen wenselijk of noodzakelijk maken. Lid 2Het bedoelde contact in het eerste lid kan inhouden dat de medewerker op eigen initiatief contact opneemt met de bedrijfsarts, zonder tussenkomst van de leidinggevende. Lid 3Het bedoelde contact in het eerste lid kan een oproep voor een bezoek aan het spreekuur inhouden. Andere contactmogelijkheden zijn telefonisch, een huisbezoek of een spoedcontrole. Lid 4De medewerker is verplicht alle relevante informatie omtrent zijn klachten door te geven aan de arbodienst. Lid 5Wanneer een medewerker langer dan 4 weken nog (gedeeltelijk) ziek is, dan vindt er uiterlijk de 6e week van het verzuim een gesprek met de bedrijfsarts plaats (zie ook artikel 9 van dit protocol). Artikel 5 Spreekuur bedrijfsartsLid 1De medewerker geeft verplicht gevolg aan een oproep om te verschijnen op het spreekuur van de bedrijfsarts. Lid 2Indien medewerker om redenen niet in staat is gevolg te geven aan deze oproep dan dient hij hiervoor toestemming te hebben van leidinggevende. Lid 3Ook nadat de medewerker zijn werkzaamheden heeft hervat is hij verplicht gevolg te geven aan een oproep, als bedoeld in het eerste lid. Artikel 6 Beter meldingDe medewerker meldt zich mondeling, en niet via SMS of e-mail, op de eerste dag dat hij zich weer in staat voelt om geheel of gedeeltelijk te kunnen werken, (gedeeltelijk) beter bij zijn leidinggevende. Artikel 7 Langdurige ziekte Lid 1Blijft de medewerker langer dan 6 maanden ziek dan vindt korting op het salaris plaats van 10% gedurende maand 6 tot maand 12 25% gedurende het tweede jaar 30% gedurende het derde jaar Lid 2Indien een medewerker volledig ziek is bouwt hij pas gedurende de laatste 6 maanden van zijn ziekte verlof op. LeidinggevendeArtikel 8 Registratie ziek- en beter meldingLid 1De leidinggevende vraagt de medewerker de reden van ziekmelding, hoe lang hij verwacht ziek te zijn en waar de medewerker te bereiken is. Indien de medewerker de leidinggevende niet aan de telefoon heeft kunnen krijgen belt de leidinggevende per omgaande de medewerker terug. Medewerker is verplicht antwoord te geven op de gestelde vragen m.u.v. de reden van ziekmelding. Over aard en oorzaak ziekte hoeft medewerker niets te zeggen. Wel moet medewerker aangegeven of er sprake is van vangnetbepaling (ziekte ten gevolge van zwangerschap/orgaandonatie), bedrijfsongeval of privé ongeval (verhaalrecht). Lid 2De leidinggevende is verantwoordelijk voor de ziekteregistratie vóór 11.00 uur, het doorgeven van een verandering in verblijfsplaats van de medewerker, een gedeeltelijke of volledige betermelding of andere informatie die van belang is voor de verzuimbegeleiding in het personeelsinformatiesysteem. Het eventueel registreren van aard en oorzaak in het verzuimsysteem zal in overleg met de medewerker tot stand komt. Lid 3Leidinggevende kan besluiten in de 1e week over te gaan tot inschakeling van de bedrijfsarts. In ieder geval wordt de bedrijfsarts uiterlijk de 6e week, op initiatief van de Arbodienst ingeschakeld. (zie artikel 4.5 en artikel 8.1) Lid 4Indien de leidinggevende kennis draagt van feiten en omstandigheden die, ter beperking van de verzuimduur, direct ingrijpen wenselijk of noodzakelijk maken, meldt hij dit bij de bedrijfsarts en bespreekt de te ondernemen stappen. Lid 5Leidinggevende houdt gedurende de 1e 6 weken op regelmatige basis contact met de medewerker. Vanaf de 6e week wordt een plan van aanpak opgesteld (n.a.v. de probleemanalyse door de bedrijfsarts) en dit wordt 6 wekelijks geëvalueerd, conform artikel 8.3 en artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.