Beleidsregel jeugdhulpBURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PEEL EN MAAS; Gelet op het bepaalde in artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Gelet op het bepaalde in de Jeugdwet; Gelet op het bepaalde in de Verordening Jeugdhulp Peel en Maas; Overwegende dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor de uitvoering van de Verordening; BESLUITEN: Vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel jeugdhulp HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijving In deze beleidsregel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Beroepsmatige ondersteuning: ondersteuning uitgevoerd door een daartoe opgeleide beroepskracht Budgethouder: de persoon die het persoongebonden budget toegekend heeft gekregen Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren Gesprek: gesprek als bedoeld in artikel 4 Gezinsplan: Plan dat door de gezinscoach wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of ouders waarin de doelen van het gezin zijn uitgewerkt en wie welke rol heeft bij het vervullen van die doelen Hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet Jeugdige: persoon tot 23 jaar Melding: melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze beleidsregels Wet: Jeugdwet Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet 2015 (in het bijzonder artikel 1.1), het Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp en de Verordening Jeugdhulp Peel en Maas. Artikel2.Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag 1.Zowel jeugdige als ouder kunnen een hulpvraag melden bij het college. De hulpvraag kan rechtstreeks bij de gemeente worden aangemeld maar ook via andere hulp- of dienstverleners (waaronder vrijwilligers) worden ingediend. 2.Het college bevestigt de ontvangst van een melding en vraagt daarbij toestemming om informatie te mogen verzamelen in het kader van het vooronderzoek en om hun persoonsgegevens te verwerken. 3.In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. 4.Jeugdige en ouder kunnen zich rechtstreeks wenden tot een overige voorziening. Artikel3.Vooronderzoek 1.Het college maakt zo spoedig mogelijk met de jeugdige en zijn ouders een afspraak voor een gesprek. Ten behoeve van het gesprek verzamelt het college alle voor het onderzoek, zoals edoeld in artikel 4, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 2.Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Artikel4.Gesprek 1.Het college onderzoekt in een gesprek, of eventueel meerdere gesprekken, met de jeugdige en/of zijn ouders en eventueel deskundigen, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: de veiligheid, ontwikkeling, behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet informeert het college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze bijdrage wordt geïnd. 3.Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 4.Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 5.In deze fase vindt indien nodig ook overleg plaats met de (beoogde) zorgaanbieder(s). 6.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek. Artikel5.Verslag: concept-gezinsplan 1.Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het vooronderzoek en het gesprek. Dit verslag is het concept-gezinsplan. In ieder geval moeten hierin de doelen van het gezin en wie welke rol heeft bij het vervullen van die doelen worden opgenomen. 2.Zo spoedig mogelijk na het gesprek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouders het concept-gezinsplan, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen. 3.Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders worden aan het concept-gezinsplan toegevoegd. 4.Het concept wordt door aanvrager ondertekend voor akkoord of voor gezien en daarmee wordt het een definitief gezinsplan. Artikel6.Aanvraag: gezinsplan 1.Jeugdigen en ouders kunnen na het onderzoek een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college. 2.Het college kan een ondertekend gezinsplan aanmerken als aanvraag als de jeugdige of zijn ouders dat op het gezinsplan hebben aangegeven. Artikel7.Beschikking 1.Bij het verstrekken van een individuele voorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: welke individuele voorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is; de ingangsdatum en duur van de verstrekking; of een ouderbijdrage is verschuldigd; Welke aanbieder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.