Beleidsregels bijzondere bijstand Neder-Betuwe 2015Het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, gelet op artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7 lid 1 onder b en artikel 35 van de Participatiewet, Besluit tot vaststelling van de volgende beleidsregels: Beleidsregels bijzondere bijstand Neder-Betuwe 2015 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepaling In deze beleidsregels worden verstaan onder: De wet: de Participatiewet; Het college: het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe. De bijstandsnorm: de bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 5 onder c van de wet; Hoofdstuk2.Vorm en voorwaarden Artikel2.Bijzondere bijstand 1.Bijzondere bijstand is een uitkering voor extra of hoge kosten. Er bestaat alleen recht op bijzondere bijstand als de kosten voor de aanvrager bijzonder en noodzakelijk zijn en de kosten niet (geheel) zelf kunnen worden betaald uit een andere uitkering of regeling of uit het inkomen en vermogen. 2.Op de verstrekking van de bijzondere noodzakelijk kosten, worden kosten die voor een ieder algemeen noodzakelijk zijn, in mindering gebracht. Artikel3.Hoogte bijstand 1.De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald aan de hand van de Nibud-prijzengids, tenzij anders is bepaald in deze beleidsregels. 2.Wanneer meerkosten ten opzichte van de richtprijzen aantoonbaar noodzakelijk zijn, kunnen deze alsnog vergoed worden. 3.In gevallen waarin de prijzengids niet voorziet, wordt uitgegaan van de goedkoopste, adequate voorziening. Artikel4.Vorm van de bijstand 1.De bijzondere bijstand wordt verstrekt als een uitkering om niet (zonder terugbetalingsverplichting), tenzij deze beleidsregels anders bepalen. 2.De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt in de gevallen die genoemd worden in artikel 48, tweede lid van de wet en indien het bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen betreft als bedoeld in artikel 51 van de wet. 3.In geval van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid kan bijstand verleend worden in de vorm van een geldlening. 4.Indien er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wat te wijten is aan het onverantwoord interen van vermogen, dan zullen de kosten uit het eventueel resterende vermogen voldaan moeten worden. Artikel5.Bestedingsverplichting 1.De bijzondere bijstand dient besteed te worden aan het doel waarvoor zij wordt verstrekt. 2.De besteding van alle verstrekte bijzondere bijstand kan steekproefsgewijs worden gecontroleerd. 3.Bewijzen van de besteding van de bijzondere bijstand dienen minimaal 1 jaar bewaard te worden. Artikel6.Voorliggende voorziening 1.Bijzondere bijstand wordt niet toegekend wanneer er sprake is van een voorliggende voorziening. 2.Tot een voorliggende voorziening worden in ieder geval beschouwd: De kredietbank voor de kosten van (duurzame) gebruiksgoederen, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. De Wet langdurige zorg (Wlz). De Zorgverzekeringswet (Zvw). De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015). De Participatiewet voor de kosten van re-integratie. 3.Een aanvullende zorgverzekering en tandartsverzekering naast de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) is een verplichte voorliggende voorziening voor een bijdrage in medische kosten. Waarbij de kosten voor de premie van een aanvullende verzekering worden aangemerkt als algemene bestaansmiddelen en uit eigen middelen voldaan dienen te worden Waarbij het eigen risico niet wordt aangemerkt als bijzondere omstandigheden en dus geen bijzondere bijstand wordt verstrekt. 4.In afwijking van het eerste lid kan, wanneer een voorliggende voorziening niet de gehele kosten dekt, wel aanvullend bijzondere bijstand worden toegekend. Artikel7.Aflossing bijstand in de vorm van een renteloze geldlening 1.Bijstand in de vorm van een renteloze geldlening dient binnen maximaal 36 maanden terugbetaald te worden. 2.Terugbetaling dient met ingang van de eerste maand na toekenning van de bijstand plaats te gaan vinden. 3.Terugbetaling dient maandelijks maximaal 5% van de relevante bijstandsnorm te bedragen. 4.Als de terugbetaling met 5% binnen de 36 maanden niet gerealiseerd is en gedurende de 36 maanden volledige en regelmatige betalingen hebben plaatsgevonden, wordt het resterende bedrag in de vorm van een geldlening omgezet in bijstand om niet. 5.Als bijstand in de vorm van een renteloze geldlening verleend wordt als gevolg van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, geldt de maximale betalingstermijn van 36 maanden niet. 6.In de situatie zoals gesteld in lid 5, wordt het bedrag van de terugbetaling gesteld op 10% van de relevante bijstandsnorm met inachtneming van de beslagvrije voet. De volledige bijstand dient dan terugbetaald te worden. Hoofdstuk3.Aanvraag Artikel8.Te verstrekken informatie Bij de aanvraag worden die gegevens overgelegd die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om de aanspraak op bijzondere bijstand te kunnen beoordelen. Artikel9.Moment indiening aanvraag 1.De aanvraag moet worden ingediend vóór de kosten zijn gemaakt. Kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend, komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. 2.Van het eerste lid kan worden afgeweken indien: De aanvrager redelijkerwijs de aanvraag niet vooraf heeft kunnen indienen. De noodzakelijkheid van de te maken kosten nog kan worden vastgesteld. Er andere bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om voor de reeds gemaakte kosten bijstand te verlenen. 3.Bij de uitzonderingen zoals genoemd in het tweede lid, kan een aanvraag worden ingediend tot 12 maanden nadat de kosten zijn gemaakt. Artikel10.In aanmerking te nemen inkomen 1.Bij de vaststelling van het inkomen worden inkomensbestanddelen die bij de verlening van algemene bijstand niet tot de middelen worden gerekend, ook niet tot het inkomen gerekend bij de bijzondere bijstand. 2.Het in aanmerking te nemen inkomen wordt verlaagd met zogenaamde buitengewone uitgaven die ten laste van de belanghebbende komen, zoals: Blijvende noodzakelijke extra uitgaven in verband met de uitoefening van bedrijf of beroep. De inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wlz. Het huurtoeslagnadeel, zijnde het verschil tussen de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag en de huurtoeslag die zou zijn ontvangen bij een inkomen op bijstandsniveau. Het zorgtoeslagnadeel, zijnde het verschil tussen de daadwerkelijk ontvangen zorgtoeslag en de zorgtoeslag die zou zij ontvangen bij een inkomen op bijstandsniveau. Kosten voor alimentatie of onderhoudsverplichtingen, welke werkelijk zijn voldaan. Kosten in verband met studie of opleiding. Overige buitengewone uitgaven. 3.Personen die niet feitelijk de beschikking hebben over hun inkomen door beslag of doordat ze onder bewind staan, worden in beginsel geacht géén draagkracht te hebben. Artikel11.In aanmerking te nemen vermogen 1.Het volgens artikel 34 van de wet in aanmerking te nemen vermogen wordt geheel als draagkracht beschouwd. 2.Bij het bepalen van het in aanmerking te nemen vermogen wordt niet meegenomen: Saldo op lopende betaalrekening ter hoogte van eenmaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm in verband met lopende uitgaven. Het vermogen in de vorm van een eigen woning, mits de woning door belanghebbende zelf bewoond wordt en in aanmerking te nemen tegoeden op bank- of girorekeningen ontbreken, voor zover de te verstrekken bijzondere bijstand over de draagkrachtperiode niet meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Een gereserveerd bedrag voor uitvaartkosten wanneer; belanghebbende aantoonbaar niet of niet voldoende verzekerd is voor deze kosten; het bedrag (alsnog) aantoonbaar wordt gestort in een depositofonds van een uitvaartvereniging of het op een bankrekening staat waarvan aantoonbaar is dat het vermogen alleen beschikbaar komt voor betaling van uitvaartkosten; uit gegevens van de bestaande uitvaarverzekering blijkt dat er sprake is van onderverzekering en het verschil tussen de bestaande verzekering en het bedrag in een depositofonds of bankrekening zoals genoemd in voorgaand lid wordt gestort. 3.Bij het bepalen van het in aanmerking te nemen vermogen wordt wel specifiek meegenomen: Een negatieve schuld op de lopende rekening. Saldi op spaarrekeningen. De waarde van een auto, motor of caravan conform de koerslijsten van de ANWB (inkoopprijs) wanneer: Het voertuig niet ouder is dan 7 jaar of; Er sprake is van een voertuig uit een duurdere prijsklasse of; Er sprake is van een oldtimer. Artikel12.Draagkracht 1.0% van het in aanmerking te nemen inkomen tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. 2.50% van het in aanmerking te nemen inkomen voor zover dat meer is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3.100% van het in aanmerking te nemen inkomen indien bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor de algemene kosten van levensonderhoud. 4.100% van het in aanmerking te nemen vermogen dat de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de wet overschrijdt, indien en zover er sprake is van vermogen dat direct ter beschikking is. 5.100% van het in aanmerking te nemen vermogen, indien bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de algemene kosten van levensonderhoud. 6.100% van het in aanmerking te nemen vermogen indien aannemelijk is dat de te verlenen bijzondere bijstand over de periode gelijk aan het draagkrachtjaar naar verwachting meer bedraagt dan het bedrag gelijk aan de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Artikel13.Toepassing kostendelersnorm 1.De kostendelersnorm wordt buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van het recht op bijzondere bijstand. 2.Bij het vaststellen van betalingen wordt rekening gehouden met de werkelijke bijstandsnorm inclusief de kostendelersnorm. Artikel14.Draagkrachtperiode 1.De draagkracht wordt vastgesteld voor een periode van 12 maanden, beginnend op de eerste dag van de maand waarin de bijstandsaanvraag wordt ingediend. 2.Van het eerste lid wordt afgeweken indien: De kosten zijn gemaakt tot 12 maanden vóór de bijstandsaanvraag. In dat geval wordt de draagkrachtperiode vastgesteld op de periode van één jaar, aanvangend op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt waarop de bijstandsverlening betrekking heeft. De draagkracht voor kosten van levensonderhoud en verwervingskosten worden vastgesteld over de maand waarop de bijzondere bijstand betrekking heeft. Artikel15.Wijzigingen draagkracht tijden draagkrachtperiode De draagkracht wordt vastgesteld op het moment van de aanvraag overeenkomstig de daarvoor geldende regels. Wijzigingen die zich daarna voordoen worden in beginsel niet meegenomen. De vastgestelde draagkracht wordt slechts gewijzigd indien een wijziging van de persoonlijke of financiële situatie van de belanghebbende daartoe aanleiding geeft. Artikel16.Drempelbedrag Er wordt geen drempelbedrag gehanteerd. Artikel17.Advies inwinnen Het college kan advies inwinnen bij derden om de noodzaak van de bijzondere bijstand te bepalen. Hieronder valt ook het opvragen van een medisch advies. Hoofdstuk4.Toeslagen Artikel18.Zelfstandig of in een instelling wonende jongeren 18 tot 21 jaar 1.Een persoon van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op bijzondere bijstand voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de belanghebbende uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep gedaan kan worden op de ouders omdat: De middelen van de ouders niet toereikend zijn of; Ouders van belanghebbende bevinden zich in het (verre) buitenland en zijn daar onbereikbaar of; De ouders van belanghebbende zijn overleden of; De belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet ten gelde kan maken. 2.Van noodzakelijke bestaanskosten, die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, kan uitsluitend sprake zijn als: De belanghebbende zelfstandige huisvesting heeft en deze huisvesting noodzakelijk is, of; De belanghebbende in een instelling verblijft en niet wordt voorzien door de instelling zelf. 3.De bijzondere bijstand wordt vastgesteld, rekening houdend met de individuele omstandigheden, maar bedraagt maximaal een aanvulling tot de geldende norm voor een alleenstaande ingevolge artikel 21 van de Participatiewet. 4.In deze gevallen wordt geen verhaal van de bijstand op de onderhoudsplichtige ouders gezocht. Artikel19.Woonkostentoeslag 1.Bijzondere bijstand in woonkosten verlenen indien sprake is van een niet verwachte aantoonbaar noodzakelijke kosten voor huur of relevante kosten eigen huis. 2.Verhuisplicht beoordelen en indien van toepassing, expliciet vermelden in de toekenningsbeschikking. 3.Bijzondere bijstand om niet verlenen gedurende maximaal 12 maanden. 4.Als belanghebbende naar vermogen heeft getracht een goedkopere woonruimte te vinden, maar dit niet gelukt is, dan wordt de woonkostentoeslag met maximaal één jaar verlengd. 5.In afwijking van artikel 13 dient de aanwezige draagkracht vanaf de relevante bijstandsnorm volledig ingezet te worden. Hoofdstuk5.Individuele verstrekking Artikel20.Medische kosten 1.Voor bijzondere bijstandverlening komen in ieder geval de volgende (para)medische noodzakelijke kosten in aanmerking: Brillen of contactlenzen Tandartskosten Hoortoestellen en batterijen voor hoortoestellen Alarmeringsapparatuur, aanschaf en abonnementskosten Meerkosten dieet en voedingssupplementen Meerkosten voor warme maaltijdvoorziening indien de aanvrager over een indicatie beschikt Orthopedisch schoeisel/steunzolen Bewassing/kledingslijtage Medische behandelingen/ingrepen Eigen bijdragen voor Wlz-voorzieningen, WMO-voorzieningen, woonvoorzieningen of vervoersvoorzieningen Meerkosten bij stookkosten 2.Alternatieve geneeswijze komen in aanmerking mits: De behandeling via de reguliere geneeswijze geen genezing biedt. De behandeling plaatsvindt door een geregistreerde arts. 3.Een ooglaserbehandeling is in principe uitgesloten van bijzondere bijstand. Artikel21.Woonkosten Voor bijzondere bijstandverlening komen in ieder geval de volgende woonkosten in aanmerking: Eerste maand huur en administratiekosten wanneer sprake is van een noodzakelijk geachte verhuizing. Verhuiskosten in uitzonderlijke situaties. Bijstand is alleen mogelijk als: Het een niet voorzienbare verhuizing op grond van medische of sociale noodzaak betreft of; De verhuizing het gevolg is van een verhuisverplichting vanwege het bewonen van een woning met woonkosten die meer bedragen dan de maximale subsidiabele huur naar een woning met lagere lasten of; Het een vrijwillige verhuizing betreft van een woning met woonkosten die meer bedragen dan de toepasselijke aftoppingsgrens (WHT) naar een woning waarvoor de woonkosten niet meer bedragen van de kortingsgrens. De hoogte van de bijstand voor verhuiskosten is gelijk aan: De noodzakelijk te maken transportkosten (niet voor transportkosten vanuit een andere gemeente) De woonkosten van de nieuwe woning gedurende maximaal 3 weken indien sprake is van dubbele lasten (niet voor woonkosten bij verhuizing naar andere gemeente toe) De te betalen waarborgsom De bijstand wordt in principe in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt. Dubbele huur, maximaal 3 weken voor de huur van de nieuwe woning in de periode dat voor 2 woningen huur moet worden betaald, waarbij rekening wordt gehouden met eventueel recht op huurtoeslag. Vaste lasten bij opname alleenstaande in een inrichting, mits de opname langer duurt dan de lopende en 2 opvolgende maanden, doch (naar verwachting) korter dan een jaar, voor huur, vastrecht energie, abonnement kabeltelevisie en telefoon en inboedelverzekering. Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten Bijzondere bijstand alleen toe te kennen als er geen lening bij een voorliggende voorziening verkregen kan worden, waarbij de navolgende volgorde wordt aangehouden: Lening bij kredietverlenende instantie. Borgstelling voor lening bij kredietverlenende instantie. Bijzondere bijstand als geldlening In geval van individueel zeer bijzondere omstandigheden bijzondere bijstand verstrekken om niet. Bijstand voor overige inrichtingskosten om niet te verstrekken. Voor het in redelijkheid bepalen van de hoogte van de noodzakelijke kosten bij complete woninginrichting uitgaan van maximaal 75% van de in de Nibud-prijzengids genoemde bedragen. Eerste inrichting nieuwkomers. De bijstand wordt verstrekt in de vorm van een renteloze geldlening. Voor het in redelijkheid bepalen van de hoogte van de noodzakelijke kosten bij complete woninginrichting uitgaan van maximaal 75% van de in de Nibud-prijzengids genoemde bedragen. De aflossing dient zoveel mogelijk plaats te vinden door middel van inhouding op de uitkering Participatiewet (machtiging). Uitbetaling vindt plaats in 2 termijnen: € 2.000,- zo snel mogelijk, het resterende bedrag nadat een verantwoording over de eerste betaling heeft plaatsgevonden. Over de resterende betaling wordt een steekproefsgewijze controle gehouden, waarbij nota’s tot 1 jaar voor inzage bewaard moeten worden. Artikel22.Reiskosten 1.In beginsel zijn reiskosten algemene kosten van bestaan en komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. 2.Reiskosten kunnen bij bijzondere omstandigheden worden vergoed voor: Bezoek aan uit huis geplaatst kind maximaal tweemaal per maand bij verblijf buiten de woongemeente. Bezoek aan ziek gezinslid behorende tot het gezin van belanghebbende, voor maximaal twee gezinsleden per bezoekdag. Bezoek aan gedetineerde behorende tot het gezin in een gesloten inrichting voor maximaal 2 keer per maand voor maximaal 2 gezinsleden per bezoekdag. Les aan onderwijsinstelling voor inburgeringsplichtigen. 3.De vergoeding betreft: De kosten voor reizen binnen Nederland, maar buiten de gemeente. De kosten van de goedkoopste vorm van openbaar vervoer. Als gebruik van openbaar vervoer niet mogelijk is een kilometervergoeding, conform de belastingvrije kilometervergoeding, voor eigen vervoer. Als het reizen met eigen vervoer in individuele geval goedkoper blijkt dan reizen met openbaar vervoer, kan de vergoeding op het reizen met eigen vervoer worden afgestemd. 4.Hogere reiskosten in verband met scholing (voortgezet onderwijs) mits aangetoond kan worden dat het noodzakelijk is een school op grotere afstand te bezoeken. a.Waarbij kosten binnen een straal van 15 kilometer of 5 OV-zones uit eigen middelen dienen te worden betaald. Artikel23.Kosten ivm kinderen 1.Kosten voor een babyuitzet zijn algemene bestaanskosten, slechts in heel bijzondere omstandigheden kan bijzondere bijstand verleend worden in de vorm van een renteloze geldlening. 2.LBIO- ouderbijdrage voor het vooraf voldoen van de in het betreffende kwartaal te betalen onderhoudskosten, om aanspraak te kunnen maken op kinderbijslag. Artikel24.Kosten voor bewindvoering en rechtsbijstand 1.Kosten van door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde eigen bijdrage voor rechtshulp voor de laagste eigen bijdrage en kosten griffierecht. 2.Kosten voor vrijwillig budgetbeheer of schuldhulpverlening, mits aannemelijk is dat belanghebbende zijn budget niet zelfstandig kan beheren of zijn schulden zelfstandig kan saneren. 3.De kosten van beschermingsbewind of curatele, indien door de kantonrechter een beschikking is afgegeven. Artikel25.Overige kostensoorten Voor bijzondere bijstandverlening komen in ieder geval de volgende overige kosten in aanmerking: Overbruggingsuitkering wanneer sprake is van liquiditeitsproblemen voor het voldoen aan noodzakelijke kosten. Voor kosten kinderopvang als sprake is van een sociaal-medische indicatie. Uitvaartkosten aan erfgenamen en bloed- of aanverwanten die krachtens de artikel 392-396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledenen verplicht zouden zijn geweest, voor zover de uitvaartkosten niet uit de nalatenschap voldaan kunnen worden en de erfgenaam of bloed-aanverwant niet over toereikende middelen beschikt om (een deel van) de uitvaartkosten te voldoen. Leges voor de verlenging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en verblijfsvergunning eerste aanvraag voor een in Nederland geboren kind, mits sprake is van een rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling conform de Vreemdelingenwet. Bijzondere bijstand kan verder worden toegekend in alle gevallen waarin sprake is van: Aantoonbare noodzakelijke kosten van bestaan. Er niet op een andere wijze in de kosten kan worden voorzien. Er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval. Kosten niet kunnen worden voldaan uit aanwezige middelen. Artikel26.Kosten in principe uitgesloten van bijzondere bijstand Uitgesloten van bijzondere bijstand zijn: Een overbrugging bij scherpe terugval in inkomen Scholing en opleiding Reiskosten woon-werkverkeer Doorbetaling vaste lasten bij detentie Kosten van naturalisatie Hoofdstuk6.Groepskenmerken en categoriale verstrekkingen Artikel27.Computerregeling 1.Alle ouders met een inkomen tot maximaal 110% van de relevante bijstandsnorm met minderjarige, schoolgaande kinderen kunnen aanspraak maken op deze regeling. 2.Het recht op de vergoeding ontstaat op het moment dat het eerste kind uit het gezin/ huishouden groep 8 van de basisschool bezoekt. 3.Naast bijzondere bijstand voor de aanschafkosten van de computer, wordt ook een vergoeding verstrekt voor de noodzakelijke kosten van de basiscursus voor computergebruik van ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.