← Nederland

Verordening staangeld 2015 gemeente Laarbeek (Laarbeek)

Besluit van de raad d.d. 11 december 2014 tot vaststelling van de Verordening staangeld

  1. De raad van de gemeente Laarbeek; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014; gelet op de artikelen 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en de invordering van staangeld
  2. Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Woningwet (Stb.1991, 439); woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Woningwet; huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats c.a., waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met die standplaats verband houden. Artikel3Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel4Vrijstellingen Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenkomst geldt. Artikel5Tarieven Het staangeld voor het innemen van een standplaats bedraagt per maand € 120,
  3. Artikel6Wijze van heffing Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Het recht is verschuldigd bij de aanvang van de maand dat de belastingplichtige standplaats heeft dan wel, indien de belastingplicht in de loop van de maand aanvangt, bij de aanvang van dat gebruik. 2.Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van de maand, wordt het staangeld over zoveel vierde gedeelten geheven als na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalenderweken in die maand overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van de maand eindigt wordt ontheffing verleend over zoveel vierde gedeelten van het ingevolge artikel 5 berekende bedrag, als na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht nog volle kalenderweken overblijven. Artikel8Betaling 1.Het recht moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, betaald worden binnen 14 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van het recht wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van het staangeld. Artikel11Inwerkingtreding 1.De Verordening staangeld 2014, vastgesteld bij besluit van de raad van de gemeente Laarbeek van 4 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking. 3.De datum van ingang van heffing is 1 januari
  4. Artikel12Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening staangeld 2015'. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Laarbeek van 11 december
  5. De raad voornoemd, De griffier, De voorzitter, M.L.M. van Heijnsbergen. F.H.G.M. Ronnes.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.