← Nederland

Verordening Participatiefonds 2015 (Landerd)

Verordening Participatiefonds 2015De raad van de gemeente Landerd; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2014; gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet; Overwegende dat het wenselijk is financiële belemmeringen voor deelname aan maatschappelijke activiteiten op het gebied van sportieve, sociaal-culturele en educatieve activiteiten te verminderen of zoveel mogelijk op te heffen, zowel voor volwassenen als voor kinderen die onderwijs of een beroepsopleiding volgen; Overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van een vergoeding participatiefonds aan uitkeringsgerechtigden en jongeren van 21 jaar of ouder bij verordening te regelen; b e s l u i t : Tot het vaststellen van de Verordening Participatiefonds 2015 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepaling 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze verordening wordt verstaan onder: rechthebbende: de inwoner van Landerd van 21 jaar en ouder, niet zijnde een student, die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet de inwoner van Landerd van 21 jaar en ouder, niet zijnde een student, die een inkomen heeft dat gelijk is aan of minder dan 120 % van de voor hem geldende bijstandsnorm; Kinderen tot 18 jaar, voor wie kinderbijslag wordt ontvangen, van ouders/ verzorgers met een inkomen op grond van de Participatiewet, Ioaw en Ioaz en/of dat gelijk is aan of minder dan 120 % van de voor hem geldende bijstandsnorm; Schoolgaande kinderen: kinderen van 12 tot 18 jaar die voltijd dagonderwijs volgen (voortgezet onderwijs); Subsidiejaar: tijdvak van een jaar lopend van 1 januari tot 1 januari van het jaar daarop volgend; Student: studerende van 21 jaar en ouder die recht heeft op studiefinanciering; Bijstand: de bijstandsnorm bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 2 en 3, van de Participatiewet Hoofdstuk2Doel en voorwaarden Artikel2Doel Het doel van het participatiefonds is om inwoners van Landerd met een minimum inkomen of net daarboven in staat te stellen deel te (blijven) nemen aan sportieve en culturele activiteiten. Artikel3Voorwaarden De in artikel 1 genoemde rechthebbenden komen slechts voor een vergoeding in aanmerking indien: Het netto inkomen vanaf datum aanvraag, lager dan of gelijk is dan de voor hen geldende bijstandsnorm; Het vermogen niet meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen zoals vermeld in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet. Niet op een andere wijze subsidies voor de gedeclareerde activiteiten worden ontvangen of verstrekt. Hoofdstuk3Voorzieningen en vergoeding Artikel4De voorzieningen De volgende kosten komen voor vergoeding in aanmerking: Sportieve en culturele activiteiten ; Studiekosten voor schoolgaande kinderen; Abonnementen en seizoenkaarten Voorstellingen schouwburg en bioscoop; Cursusgelden; Eenmalige activiteiten. Pc regeling Artikel5De vergoedingen De bijdrage uit het participatiefonds bedraagt per jaar maximaal Voor de onderdelen a,c, d.e en f € 200,-- per rechthebbende per jaar ·Met dien verstande dat de bijdrage voor thuiswonende tot het gezin behorende kinderen tot 18 jaar, € 275,- bedraagt. Voor het onderdeel b voor alle tot het gezin behorende € 350,-- per schoolgaand kind Voor het onderdeel g wordt voor alle tot het gezin behorende schoolgaande kinderen maximaal 750,- per 5 jaar verstrekt Artikel6Vergoeding kosten 65+-ers Personen ouder dan 65 jaar komen, naast de in artikel 4 genoemde kosten, ook voor volgende kosten in aanmerking: Abonnement voor de telefoon; Abonnement voor krant of tijdschrift; Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel7Aanvraag Het aanvragen van een vergoeding geschiedt bij team Sociale Zaken met behulp van een daartoe bestemd aanvraag- en inlichtingenformulier. Artikel8Voorlichting Team Sociale Zaken geeft schriftelijk voorlichting over de mogelijkheden van het participatiefonds, de wijze van behandeling van een aanvraag, de besluitvorming en de mogelijkheden die aanvrager ten dienste staan ter verwezenlijking van zijn aanspraak. Artikel9Beslistermijn Op de aanvraag wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken beslist. Artikel10Nadere regels De uitvoering van deze verordening berust bij het college. Het college kan nadere regels stellen voor: Het aanvragen van een vergoeding; De beoordeling van de aanvragen; Het nemen van beslissingen naar aanleiding van de aanvragen; De betaling; Wat verder door de toepassing van deze verordening moet worden geregeld. Artikel11Onvoorziene omstandigheden Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel12Verantwoording Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt jaarlijks geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze verordening aangepast. Het college zendt hiertoe jaarlijks na de inwerkingtreding van de verordening aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk Artikel13Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Participatiefonds

  1. Artikel14Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari
  2. De verordening Participatiefonds voor sportieve en culturele activiteiten en schoolgaande kinderen 2012, vastgesteldin de vergadering van 26 januari 2012 wordt ingetrokken op de dag van inwerkingtreding als bedoeld in het eerste lid. Aldus besloten in de openbare vergaderingvan de raad der gemeente Landerdvan 12 februari 2015De raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,J.A.G. Huijs M.C. BakermansToelichting op de Verordening Participatiefonds 2015 AlgemeenMet ingang van 1 januari 2015 treed de Participatiewet in werking. Reden waarom de bestaande verordening is aangepast. Deze verordening regelt diverse voorzieningen welke de gemeente Landerd voor minima kent. De verordening vervangt de eerder vastgestelde verordening. Artikelsgewijze toelichtingArtikel 1, 2,
  3. Begripsbepalingen, doel en voorwaarden Minima met een inkomen tot en met 120 % van de voor hen geldende bijstandsnorm kunnen in aanmerking komen voor een voorziening. Studenten vallen niet onder het begrip belanghebbende. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat de voorziening niet van toepassing op bewoners van campings en recreatieverblijven in de gemeente. Met betrekking tot het vermogen wordt aangesloten bij de vermogensgrenzen zoals gehanteerd in de Participatiewet. Artikel 4,5 en 6 De voorzieningen, de vergoedingenSportieve en culturele activiteitenBurgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor sportieve en culturele activiteiten. Deze activiteiten moeten in georganiseerd verband plaats vinden. De belanghebbende of zijn ten laste komende kinderen dienen lid of contribuant te zijn van een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of stichting. De belanghebbende dient betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten maakt voor deze activiteiten. Deze bijdrage kan voor meerdere activiteiten verstrekt worden. Studiekosten voor schoolgaande kinderenKinderen die voortgezet onderwijs volgen kosten de ouders veel geld. Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage voor een tegemoetkoming in de studiekosten verstrekken. Het gaat om kinderen in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar die voortgezet onderwijs volgen. Wat de studiekosten betreft moet gedacht worden aan de kosten van excursies, verplichte sportkleding, ouderbijdrage, lesgeld, een fiets, schoolfonds en boekengeld. De belanghebbende moet de kosten daadwerkelijk maken. Als de belanghebbende of onderwijsinstelling heeft aangetoond dat de kosten zijn gemaakt verstrekken burgemeester en wethouders een vergoeding. Burgemeester en wethouders verstrekken de vergoeding ter hoogte van de gemaakte kosten met een maximum van € 300,-- per schoolgaand kind per subsidiejaar. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt als op andere wijze in de kosten kan worden voorzien. Abonnementen en seizoenkaartenBurgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor Abonnementen en seizoenkaarten voor deelname aan uiteenlopende activiteiten ( bijvoorbeeld bibliotheek, voetbal en deelname aan een verenging). De belanghebbende dient betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten maakt voor deze activiteiten. Deze bijdrage kan voor meerdere activiteiten verstrekt worden. Voorstellingen schouwburg en bioscoopBurgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor bezoek aan schouwburg en/of bioscoop. De belanghebbende dient betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten maakt voor deze activiteiten. Deze bijdrage kan voor meerdere activiteiten verstrekt worden. CursusgeldenBurgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor deelname aan een cursus met een uiteenlopende doel. De belanghebbende dient betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten maakt voor deze cursus. Deze bijdrage kan voor meerdere cursussen verstrekt worden. Eenmalige activiteitenBurgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor deelname aan een eenmalige sportieve of culturele activiteit. De belanghebbende dient betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten maakt voor deze activiteiten. Deze bijdrage kan voor meerdere activiteiten verstrekt worden Pc regelingOuders met een minimum inkomen of net daarboven kunnen, ongeacht het aantal schoolgaande kinderen, maximaal 1 keer per 5 jaar een beroep doen op deze regeling. Scholen gaan er in de praktijk vanuit dat kinderen/scholieren thuis de beschikking hebben over een computer. Ouders met schoolgaande kinderen (12 tot 18 jaar) in het voortgezet onderwijs zijn niet altijd in staat een computer voor hun schoolgaande kind(eren) aan te schaffen. Om kinderen niet de dupe te laten worden van de financiële omstandigheden van hun ouders, wordt het via deze regeling mogelijk een tegemoetkoming te geven in de aanschafkosten tot een maximum van € 750,--. De aanschaf van een computer met toebehoren moet met bewijsstukken aangetoond. Hoofdstuk 4 SlotbepalingenArtikel 7 AanvraagDit alles met de beperking dat dit in het belang moet zijn van de aanvraag. Burgemeester en wethouders mogen dus geen gegevens opvragen waarin zij uit andere hoofde geïnteresseerd zijn. Belanghebbenden kunnen tot uiterlijk 1 maart van het daaropvolgende jaar nog declaraties indienen voor het daaraan voorafgaande jaar. Artikel 8 VoorlichtingDit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 9 BeslistermijnIn afwijking van de Algemene wet bestuursrecht is, omdat de rechthebbende de kosten zelf voor moet schieten, gekozen voor een zo kort mogelijke beslistermijn. Artikel 10 Nadere regelsDit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 11 Onvoorziene omstandighedenDeze restclausule biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid in alle niet-voorziene situaties te handelen naar bevind van zaken. Omdat ook deze beslissingen onderworpen zijn aan de voorgeschreven bezwaar- en beroepsprocedures, dient ook in deze gevallen de beslissing gemotiveerd genomen te worden Artikel 12 VerantwoordingBurgemeester en wethouders brengen in ieder geval jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad. In ieder geval rapporteert het college aan de gemeenteraad over: Het aantal binnengekomen en afgehandelde aanvragen Een overzicht van de uitgaven in relatie tot begroting Op grond van dit artikel kan het gemeentelijk beleid geëvalueerd worden. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, bijvoorbeeld omdat het voorzieningenniveau te hoog of te laag blijkt te zijn, dient de evaluatie te leiden tot aanpassing van de verordening. Artikel 13 en 14Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.