Registratienummer: 2013-000879/r/E De raad van de gemeente Weststellingwerf; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; b e s l u i t vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2014”. Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de begraafplaats Wolvega, Steenwijkerweg te Wolvega; particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; kindergraf: een particulier graf met een maximale afmeting van 1.50 x 0.80 meter waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van een lijk van een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; particulier urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; urnennis: een nis, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: het lichten van lijken of asbus op rechterlijk gezag; het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in een kist worden begraven. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in onderdeel 6.2 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel7Wijze van heffing 1.De onderhoudsrechten, bedoeld in onderdeel 6.1 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2.Andere rechten als die bedoeld in onderdeel 6.1 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten De onderhoudsrechten, als bedoeld in onderdeel 6.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten als die bedoeld in onderdeel 6.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten. Artikel12Kwijtschelding van belasting Bij de invordering en heffing van lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2012” van 5 november 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening lijkbezorgingsrechten 2014”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2013, de griffier, de voorzitter,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.