Verordening begrafenisrechten Bennebroek 2010de raad van de gemeente Bloemendaal; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 november 2009; gelet op artikel 229, eerste lid , aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet B e s l u i t : vast te stellen de: Verordening begrafenisrechten Bennebroek 2010 Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de algemene begraafplaats te Bennebroek 2.beheersverordening: de Verordening op het gebruik en beheer van de algemene begraafplaats; 3.eigen graf: een graf, als bedoeld in artikel 18, onder a. van de beheersverordening, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verkregen daarin twee lijken te begraven; 4.een urnengraf: een graf, als bedoeld in artikel 18, onder b van de beheersverordening, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verkregen daarin één urn bij te zetten; 5.algemeen graf: een graf, als bedoeld in artikel 18, onder c van de beheersverordening, bestemd voor het graven van één lijk in een deel van de grafruimte; 6.grafmonument: een gedenkteken, onder voorwerp of beplanting, als bedoeld in hoofdstuk X van de beheersverordening; 7.onderhoud: het onderhoud van een grafruimte en het daarop geplaatste gedenkteken als bedoeld in artikel 40, lid 1, van de beheersverordening; Artikel2Aard van de heffing Op basis van deze verordening en de bijbehorende tarieventabel worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 5.4 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel6Wijze van heffing 1.De onderhoudsrechten, zoals bedoeld onder D in de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2.Andere rechten zoals bedoeld onder A t/m C en E in de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De onderhoudsrechten, als bedoeld onder D in de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld onder D in de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld onder D in de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld onder D in de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 21 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel9aKwijtschelding Bij de invordering van rechten voor het gebruik van de begraafplaats wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel 1.De 'Verordening begrafenisrechten Bennebroek 2009' van 27 november 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.