Regeling subsidie landschapselementen 2014-2017 Subsidieregeling landschapselementen 2014– 2017 Burgemeester en wethouders van Berkelland; Overwegende dat: er een provinciale regeling is “Regels subsidieverstrekking Landschap Gelderland”; er op basis van die regeling door de provincie onder voorwaarden subsidie wordt verstrekt aan gemeenten en bos- en landgoedeigenaren; het college van burgemeesters en wethouders het in het kader van de aanleg van nieuwe en herstel van bestaande landschapselementen dergelijk wenselijk vindt dat grondeigenaren in het buitengebied die voldoen aan de door de provincie gestelde criteria subsidiabele activiteiten ondernemen zoals verwoord in de hiervoor genoemde provinciale regeling. het college van burgemeesters en wethouders die activiteiten op de volgende wijze wil stimuleren: Voor het wegwerken van achterstallig onderhoud van bestaande landschapselementen (vallend binnen de hiervoor genoemde criteria) wordt een subsidie verleend van 60% van de subsidiabele kosten. De eigenaar moet dan 40% van de subsidiabele kosten zelf dragen. Voor nieuwe landschapselementen en herstel van bestaande landschapselementen (vallend binnen de hiervoor genoemde criteria) wordt een subsidie verleend van 90% van de subsidiabele kosten. De eigenaar moet dan 10% van de subsidiabele kosten zelf dragen. gelet op de artikelen 2 lid 1 onder e, f, h en i en 3 van de Algemene subsidieverordening Berkelland 2013; Besluit vast te stellen: Regeling subsidie landschapselementen 2014 - 2017 Artikel1Begripsomschrijving In de regeling wordt volstaan: landschapselementen: groene, opgaande elementen bestaande uit inheemse loofhoutsoorten; cultuurhistorische landschapselementen: elementen die kenmerkend zijn voor de lokale ontstaansgeschiedenis van het landschap; GNN: Gelders Natuurnetwerk, zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie 2014, vastgesteld door Provinciale Staten op 9 juli 2014; GO: Groene Ontwikkelzone, zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie 2014, vastgesteld door Provinciale Staten op 9 juli 2014; poel: waterelement gelegen in de GO met als doeltype "kamsalamander" of waterelement dat bijdraagt aan instandhouding van de boomkikker, heikikker en kamsalamander; klein historisch water: wielen en kolken; hagen en heggen: opgaande lijnvormige elementen bestaande uit loofhoutsoorten, niet zijnde vlecht-, knip- of scheerheggen; erfbeplanting: beplanting binnen het agrarisch bouwblok; rijksbeschermde buitenplaatsen: buitenplaatsen aangewezen als rijksmonument; Artikel2Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Subsidie op grond van deze regeling kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten: 1 aanleg van nieuwe en herstel van bestaande landschapselementen en cultuurhistorische landschapselementen; 2 aanleg van poelen; 3 wegwerken van achterstallig onderhoud aan de volgende elementen: a Poelen. b Hagen en heggen en klein historisch water voor zover deze als identiteitsbepalend element zijn aangemerkt in het gemeentelijke landschapsontwikkelingsplan dat bestaat uit de ruimtelijke visie buitengebied en de markewerkboeken; c Lanen ouder dan 60 jaar gelegen op landgoederen 4 aanleg van eenvoudige openbaar toegankelijke onverharde paden; 5 aanleg van kleinschalige recreatieve voorzieningen en aanleg van eenvoudige houten loopbruggetjes in openbaar toegankelijke routes wanneer de oorspronkelijke brug verdwenen is. 6 Educatieve voorlichting gericht op onderwijs, burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap. Artikel3Nadere voorwaarden subsidieverlening De subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de activiteiten als genoemd in artikel 2 passen binnen het gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan dat bestaat uit de ruimtelijke visie buitengebied en de markewerkboeken. Bij activiteiten op een bos- of landgoed geldt dat het bos- of landgoed in particulier eigendom dient te zijn, ten minste 50 jaren dient te bestaan en gedurende ten minste 50 jaren duurzaam dient te opereren als een economische eenheid. Bij activiteiten op een bos- of landgoed geldt dat deze dienen te passen binnen een opgesteld toekomstplan voor het bos- of landgoed en aantoonbaar en duurzaam dienen bij te dragen aan behoud en versterking van de in dat plan opgenomen landschappelijke kernkwaliteiten. Voor nieuw aan te leggen landschapselementen, niet zijnde heggen en hagen, geldt dat: a houtopstanden in principe ten minste 10 are moeten omvatten. Kleinere houtopstanden zijn in bijzondere gevallen mogelijk; b rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen, ten minste 20 bomen omvatten; c hoogstamfruitgaarden ten minste 15 en maximaal 50 bomen omvatten. 5 Voor aanleg en achterstallig onderhoud van poelen geldt een minimale omvang van 3 are en ligging op een plek met grondwatertrap 3 of lager. 6 Voor heggen en hagen geldt dat deze gelegen zijn buiten het Gelders Natuur Netwerk (GNN). Artikel4Weigeringsgronden Geen subsidie wordt verstrekt voor: a kosten die worden gemaakt voor natuurontwikkeling zoals bedoeld in het Natuurbeheerplan Gelderland, met uitzondering van kosten die worden gemaakt voor de aanleg en voor het wegwerken van achterstallig onderhoud aan poelen; b activiteiten binnen de begrenzing van rijksbeschermde buitenplaatsen; c erfbeplanting en beplanting van tuinen; d kosten die gepaard gaan met aankoop of verkoop van onroerende goederen; e activiteiten op terreinen in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon; f Verplichte landschappelijke inpassingen, vereveningen of herplant opgelegd door burgemeester en wethouders op basis van een bestemmingsplanwijziging of een omgevingsvergunning. Artikel5Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaren van percelen grond in het buitengebied niet zijnde een bos- of landgoedeigenaar met een opengesteld terrein als bedoeld in de Natuurschoonwet. Artikel6Procedurebepalingen Een aanvraag om subsidie op grond van deze regeling dient door ons te zijn ontvangen uiterlijk vier weken voor het begin van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Een aanvraag dient vergezeld te gaan van een offerte en een kadastrale kaart met daarop de werkzaamheden aangegeven. Artikel7Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Voor de bepaling van de subsidiabele kosten geldt voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, als maatstaf het (dan geldende) Normenboek Alterra. Artikel8Berekening van de subsidie 1 De subsidie bedraagt maximaal 60 % van de subsidiabele kosten voor activiteiten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud, met een minimum subsidiabel bedrag van € 500,-- en een maximum subsidiebedrag van € 7.500,--- per drie jaar. De subsidie bedraagt maximaal 90 % van de subsidiabele kosten voor activiteiten voor nieuwe landschapselementen of voor herstel van bestaande landschapselementen, met een minimum subsidiabel bedrag van € 500,-- en met een maximum subsidiebedrag van € 7.500,--- per drie jaar. De subsidie voor educatieve voorlichting gericht op onderwijs, burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 54.000 voor de gehele subsidieperiode. Artikel9Subsidieplafond 1.Het subsidieplafond voor de periode met 31 maart 2017 bedraagt € 306.000,-- voor activiteiten genoemd onder artikel 2 onder lid 1 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.