← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten 2006 (Schagen)

Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten 2006De raad van de gemeente Schagen; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Schagen van 27 september 2005; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; - BESLUIT - vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN BEGRAFENISRECHTEN 2006 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: Begraafplaats: de Algemene Begraafplaats. Eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen. Algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken. Eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen. Urnennis: een nis, waarvoor voor bepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen. Een asbus: een bus ter berging van as van een overledene. Urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 3.3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel6Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De rechten, als bedoeld in hoofdstuk 3.2 en 3.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 3.2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 3.2 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 3.2 en 3.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet vermeld is. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van begrafenisrechten wordt alleen kwijtschelding verleend van de rechten als bedoeld in hoofdstuk 3.2 van de tarieventabel. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de begrafenisrechten. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Verordening begrafenisrechten 2005” van 21 december 2004 wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt. 4.De datum van ingang van de heffing is 1 januari

  1. 5.De verordening kan worden aangehaald als de “Verordening begrafenisrechten 2006”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7, 8 en 10 november 2005., voorzitter, griffierKosten en batenoverzicht begrafenisrechten 2006
  2. Overzicht van de kosten en baten en de verdeling van de kosten UITGAVEN INKOMSTEN Volgnr. Omschrijving Bedrag Volgnr. Omschrijving Bedrag 470810 Water € 154 570810 Opbrengst € 119.406 470820 Beplantingsmateriaal € 258 470830 Machinaal grafdelven € 5.000 470840 Afvoer afvalstoffen € 1.030 470850 Algemene kosten € 516 470851 Stenenlichter grafzerken € 4.202 470870 Verzekeringen € 209 470880 Belastingen € 400 470890 Kapitaallasten € 2.671 470900 Kostenverdeelstaat € 104.666 460650 Kwijtscheldingen € 300 Totaal € 119.406 Totaal € 119.406 Verdeling van de kosten Volgnr Omschrijving Graven Onderhoud 470810 Water € 154 € 154 470820 Beplantingsmateriaal € 258 € 258 470830 Machinaal grafdelven € 5.000 € 5.000 470840 Afvoer afvalstoffen € 1.030 € 1.030 470850 Algemene kosten € 516 € 516 470851 Stenenlichter grafzerken € 4.202 € 4.202 470870 Verzekeringen € 209 € 209 470880 Belastingen € 400 € 400 470890 Kapitaallasten € 2.671 € 2.671 470900 Kostenverdeelstaat € 104.666 € 57.530 € 47.136 460650 Kwijtscheldingen € 300 € 300 Totaal € 119.406 € 70.012 € 49.394 Het totale kostenbedrag wordt met ingang van 2006 doorberekend in de tarieven € 119.406 Het dekkingspercentage is 100%. Kostenverdeelstaat Kosten binnen en buitendienst 35,00% van € 104,666 € 36.632 Tractie 7,00% van € 104,666 € 7.327 Bedrijfsgebouw 7,00% van € 104,666 € 7.327 Personeel begraafplaats 51,00% van € 104,666 € 53.380 100,00% € 104.666 Graven Onderhoud Kosten binnen en buitendienst € 36.632 Tractie € 7.327 33,33% € 2.442 67,67% € 4.885 Bedrijfsgebouw € 7.327 33,33% € 2.442 67,67% € 4.885 Personeel € 53.380 30,00% € 16.014 70,00% € 37.366 Totaal € 57.530 € 47.136
  3. Berekening van de tarieven voor 2006 Aantal uitgegeven graven: Jaarlijks ORB 349 Afkoop ORB 310 Totaal 659 Kosten graven/begraven 2006 € 70.012 geheel doorberekenen in de tarieven Onderhoudskosten 2006 € 49.394 geheel doorberekenen in de tarieven Onderhoudsrecht per graf bedraagt € 49.394 : 659 € 74,95 Afgerond tarief voor 2006 € 75,00 Volledige kostendekkendheid zorgt voor algehele tariefsverhoging van 25% Opbrengst onderhoudsrecht 2006 659 x €75 € 49.425,00 Opbrengst graf- en begraafrechten 2006 € 70.000,00 Totale opbrengst 2006 € 119.425,00 Deze berekening hoort bij het raadsbesluit van 7, 8 en 10 november 2005 tot vaststelling van de tarieven genoemd in de Verordening begrafenisrechten 2006 De griffier van Schagen, BijlageTabel 2006 behorende bij de " Verordening begrafenisrechten 2006" Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten 1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf wordt voor een periode van 20 jaar geheven € 1.440 1.2 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnengraf wordt voor een periode van 20 jaar geheven € 360 1.3 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnennis wordt voor een periode van 20 jaar geheven € 1.440 1.4 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een kindergraf wordt voor een periode van 20 jaar geheven € 480 1.5 Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld in 1.1 met 10 jaar wordt een recht geheven gelijk aan de helft van het bedrag dat wordt geheven voor het verlenen van het uitsluitend recht € 720 1.6 Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld in 1.2 met 10 jaar wordt een recht geheven gelijk aan de helft van het bedrag dat wordt geheven voor het verlenen van het uitsluitend recht € 180 1.7 Voor het verlengen van het recht als bedoeld in 1.3 met 10 jaar wordt een recht geheven gelijk aan de helft van het bedrag dat wordt geheven voor het velenen van dit recht € 720 1.8 Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld in 1.4 met 10 jaar wordt een recht geheven gelijk aan de helft van het dat wordt geheven voor het uitsluitend recht € 240 Hoofdstuk 2 Begraven 2.1 Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven € 860 2.2 Voor het begraven van een lijk van een kind beneden één jaar wordt geheven € 215 2.3 Voor het begraven van een lijk van een kind beneden 12 jaar wordt geheven € 515 Hoofdstuk 3 Grafbedekking en onderhoud 3.1 Voor het afgeven van een vergunning ter zake van het plaatsen of vernieuwen van de voorwerpen wordt geheven: 3.1.1 Voor de aanleg van een grafkelder € 490 3.1.2 voor het plaatsen van gedenktekenen, zerken en kruisen, per graf € 180 3.2 Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats wordt geheven per jaar: 3.2.1 Voor een eigen graf € 75 3.2.2 Voor een urnengraf € 75 3.2.3 Voor een urnennis € 75 3.3 De rechten als bedoeld in 3.2 kunnen worden afgekocht voor bepaalde tijd door voldoening van een bedrag bepaald volgens onderstaande tabel: voor 1 jaar 1 maal het jaarlijks recht voor 2 jaar 2 maal het jaarlijks recht voor 3 jaar 3 maal het jaarlijks recht voor 4 jaar 4 maal het jaarlijks recht voor 5 jaar 5 maal het jaarlijks recht voor 6 jaar 5,5 maal het jaarlijks recht voor 7 jaar 6 maal het jaarlijks recht voor 8 jaar 7 maal het jaarlijks recht voor 9 jaar 8 maal het jaarlijks recht voor 10 jaar 9 maal het jaarlijks recht voor 11 jaar 9,5 maal het jaarlijks recht voor 12 jaar 10 maal het jaarlijks recht voor 13 jaar 11 maal het jaarlijks recht voor 14 jaar 11 maal het jaarlijks recht voor 15 jaar 12 maal het jaarlijks recht voor 16 jaar 13 maal het jaarlijks recht voor 17 jaar 13 maal het jaarlijks recht voor 18 jaar 14 maal het jaarlijks recht voor 19 jaar 14,5 maal het jaarlijks recht voor 20 jaar 15 maal het jaarlijks recht Hoofdstuk 4 Inschrijven en overboeken van eigen graven en urnennissen 4.1 Voor het inschrijven en overboeken van eigen gravn in een daartoe bestemd register wordt geheven € 1,36 4.1.1 Voor het inschrijven en overboeken van eigen urnengraven in een daartoe bestemd register wordt geheven € 1,36 4.1.2 Voor het inschrijven en overboeken van urnennissen in een daartoe bestemd register wordt geheven € 1,36 Hoofdstuk 5 Opgraven 5.1 Voor het opgraven van een lijk wordt geheven € 860 5.2 Voor het na opgraven weer begraven in hetzelfde graf wordt geheven € 420 5.3 Voor het na opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven € 700 Hoofdstuk 6 Overige heffingen 6.1 Voor het luiden van de klok wordt geheven per kwartier € 22 Behorende bij raadsbesluit van 7, 8 en 10 november 2005 tot vaststelling van de "Verordening begrafenisrechten 2006" . De griffier van Schagen,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.