Uitvoeringsregeling subsidie Businesscase Zeevang en Groene Uitweggebied Noord-Holland 2015Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; Besluiten vast te stellen: Uitvoeringsregeling subsidie Businesscase Zeevang en Groene Uitweggebied Noord-Holland 2015 §1Algemene bepalingen Artikel1 In deze regeling wordt verstaan onder: kavelruil: vrijwillige kavelruil op grond van een in de openbare registers in te schrijven overeenkomst waarbij drie of meer eigenaren zich verbinden bepaalde, hun toebehorende onroerende zaken samen te voegen, de gegeven massa op bepaalde wijze te verkavelen en onder elkaar bij notariële akte te verdelen; onderneming: onderneming die in de primaire productie van de in Bijlage I van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vermelde landbouwproducten actief is. Artikel2 Subsidie op grond van deze regeling wordt slechts verstrekt voor activiteiten die plaats vinden binnen het grondgebied van de Businesscase Zeevang of binnen het Groene Uitweggebied zoals aangegeven op de bij deze regeling behorende kaarten. Artikel3 Subsidies van minder dan € 5.000,- worden niet verstrekt. Artikel4 Bij subsidies van minder dan € 10.000,- gaat geen subsidieverlening aan de subsidievaststelling vooraf. Artikel5 1.Een aanvraag om subsidie wordt niet behandeld indien met de uitvoering van de activiteit is gestart voordat de aanvraag is ontvangen. 2.Een aanvraag om subsidie bevat tenminste: een begroting van de kosten van de activiteit; een financieringsplan van de kosten van de activiteit; een inhoudelijke beschrijving van de activiteit. Artikel6 Subsidie wordt niet verstrekt aan ondernemingen in moeilijkheden als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Communautaire richtsnoeren inzake reddingen herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (PbEU, 2014/C 249/01). Artikel6a Indien aan een onderneming een terugvorderingsbevel is gegeven omdat eerdere steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard met de interne markt, wordt geen betaling gedaan van een subsidie die op grond van deze uitvoeringsregeling aan de onderneming is verstrekt. Artikel7 Gedeputeerde Staten stellen subsidieplafonds vast. Artikel8 1.Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst. 2.Wanneer een aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de aanvraag is aangevuld. 3.Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie. 4.Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en het subsidieplafond door het totaal aangevraagde bedrag wordt overschreden, wordt voor wat betreft de activiteiten als bedoeld in de artikelen 11 en 20 de aanvraag, waarmee het hoogste rendement voor de landbouwstructuurverbetering wordt bereikt, als eerste in behandeling genomen. Voor wat betreft de activiteit als bedoeld in artikel 28 wordt in dat geval de aanvraag, waarmee de meeste hectares met onderwaterdrainage worden voorzien, als eerste in behandeling genomen. Artikel8a Subsidie voor kosten van uitvoering van de activiteiten wordt uitsluitend verstrekt voor kosten die na ontvangst van de beschikking omtrent subsidieverstrekking gemaakt worden. §2Verbetering verkavelings- en infrastructuur Artikel9 Subsidie als bedoeld in deze paragraaf wordt verstrekt aan: ondernemingen; landbouworganisaties; gemeenten, waterschappen en openbare lichamen die zijn ingesteld op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen; natuur- en landschapsorganisaties. Artikel10 Indien de subsidieontvanger een onderneming is wordt de subsidie op grond van deze paragraaf uitsluitend verstrekt onder toepassing van artikel 14 en 15 van de Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU193/1). Artikel11 Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten: voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van kavelruil; verbetering van de verkavelings- en infrastructuur in samenhang met kavelruil. Artikel12 De activiteiten als bedoeld in artikel 11, onder b, zijn gericht op de verbetering van de ligging van kavels ten opzichte van elkaar eventueel in combinatie met de verbetering van: de toegankelijkheid van de kavels en percelen; het waterbeheer, voor zover dit voor de kavelruil noodzakelijk is; de ligging van landbouwbedrijven uit oogpunt van de verkaveling- en landbouwstructuur en milieu- en natuuroverwegingen; de bewerkbaarheid van landbouwgronden; of de energievoorziening ten behoeve van ondernemingen. Artikel13 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien een activiteit bestaat uit: het vergroten van het percentage huiskavels, of het verkleinen van het aantal of het percentage veldkavels ten opzichte van de totale bedrijfsoppervlakte en het vergroten van de gemiddelde oppervlakte per kavel. Artikel14 Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 12, onder a, wordt uitsluitend verstrekt indien de activiteit resulteert in de ontsluiting aan een openbare weg van alle nieuw gevormde kavels en in de verbetering van de interne ontsluiting. Artikel15 Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten: kosten ruilproces, omvattende de kosten van stimulering van kavelruilmaatregelen, kavelruilmaatregelen, kadaster- en notariskosten en de kosten van een kavelruilcoördinator; proceskosten voor verkaveling- en infrastructurele projecten, omvattende de kosten voor de inzet van onderzoeksinstellingen, het inhuren van experts en ingenieurs; kosten van de volgende technische maatregelen: werkzaamheden om nieuw gevormde kavels na ruiling bewerkbaar te maken, gelijkwaardig aan de ingebrachte kavel; het ontsluiten van kavels op een openbare weg en de kosten van aanleg of aanpassing van andere infrastructuur; investeringen in waterhuishoudingsmaatregelen die de duurzaamheid van de landbouw en het waterbeheer vergroten; inpassingsmaatregelen gericht op het voorkomen van negatieve gevolgen voor de omgeving als gevolg van de verbetering van de functie landbouw. Artikel16 1.De subsidie voor de kosten als bedoeld in artikel 15, onderdelen a en b, bedraagt 90% van de subsidiabele kosten. 2.Indien de eindbegunstigde een overheid of een stichting of landbouworganisatie is, bedraagt de subsidie voor de kosten als bedoeld in artikel 15, onderdeel a, 100% van de subsidiabele kosten. Artikel17 1.De subsidie voor de kosten als bedoeld in artikel 15, onderdeel c, bedraagt 40% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 800,- per hectare geruilde grond, dan wel € 1.500,- per hectare geruilde grond indien deze na de kavelruil gebruikt wordt voor de biologische productiemethode als bedoeld in het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 en nog moet worden gecertificeerd. 2.Indien voor investeringen als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard , reeds door de Commissie van de Europese Unie, het Rijk, een provincie, een gemeente of een waterschap een subsidie is verstrekt, wordt de subsidie zodanig berekend dat het totaal aan subsidies niet hoger is dan € 500.000,-. §3Verplaatsing landbouwbedrijven Artikel18 Subsidies op grond van deze paragraaf worden uitsluitend verstrekt onder toepassing van artikel 16 van de Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU193/1). Artikel19 Subsidie als bedoeld in deze paragraaf wordt verstrekt aan ondernemingen. Artikel20 Subsidie kan worden verstrekt voor de verplaatsing van een landbouwbedrijf ter verbetering van de verkavelingsstructuur. Artikel21 Subsidie wordt geweigerd indien: de activiteit verband houdt met de uitvoer naar andere lidstaten van de Europese Unie; de aanvrager voor de betreffende gronden een volledige schadeloosstelling ontvangt in het kader van onteigening. Artikel22 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor: de kosten van het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande installaties en faciliteiten; de waardestijging van installaties of faciliteiten op de nieuwe locatie indien deze moderner zijn dan de installaties en faciliteiten op de achtergelaten locatie; uitgaven gepaard gaande met verhoging van de productiecapaciteit op de nieuwe locatie, waarbij grondkosten alleen in aanmerking komen voor subsidie voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10 % van de totale voor subsidie in aanmerking komende kosten van de concrete verplaatsing. Artikel23 1.De subsidie bedraagt: 100% van de werkelijk gemaakte kosten als bedoeld in artikel 22, onder a; 40% van de waardestijging als bedoeld in artikel 22, onder b; 40% van de uitgaven als bedoeld in artikel 22, onder c. 2.Met inachtneming van het eerste lid bedraagt de subsidie maximaal € 400.000,- per bedrijfsverplaatsing. Artikel24 Geen subsidie wordt verstrekt voor: de aankoop van agrarische productierechten, dieren, zaai- en pootgoed van jaarlijks gewassen, alsmede het planten daarvan; gewone vervangingsinvesteringen. Artikel25 Indien ter zake van de bedrijfsverplaatsing reeds uit anderen hoofde subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het hoogste steunbedrag of de hoogste steunintensiteit dat op grond van artikel 16 van de Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, is toegestaan (PbEU193/1).. §4Beperken maaivelddaling veengrondBusinesscase Zeevang Artikel26 Subsidie als bedoeld in deze paragraaf wordt verstrekt aan: ondernemingen; natuur- en landschapsorganisaties. Artikel27 Indien de subsidieontvanger een onderneming is wordt de subsidie op grond van deze paragraaf uitsluitend verstrekt onder toepassing van artikel 29 van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU193/1). Artikel28 1.Subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg van onderwaterdrainage teneinde de maaivelddaling van veengronden te beperken. 2.De subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien: de percelen gelegen zijn in het gebied van de Businesscase Zeevang; de onderwaterdrainage wordt aangelegd op blijvend grasland op veengrond; de dikte van de veenlaag minimaal 80 centimeter is. het perceel een minimale omvang heeft van 3 ha. het drainage/infiltratiesysteem minimaal 10 cm beneden het laagste slootpeil wordt aangelegd. Artikel29 1.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: het winterslootpeil is maximaal 0,40 meter onder het gemiddelde maaiveld van het betreffende gebied; het zomerslootpeil is maximaal 0,60 meter onder het gemiddelde maaiveld van het betreffende gebied. Artikel30 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 5, tweede lid, bevat de aanvraag om subsidie een drainageplan. 2.In het drainageplan moeten in elk geval gegevens zijn opgenomen over de diameter van de drains, doorlaatbaarheid van gronden, de drainafstanden, de draindiepte en het slootpeil. Artikel31 Subsidie wordt geweigerd indien de onderwaterdrainage uitsluitend leidt tot productieverhoging. Artikel32 De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 0,50,- per meter drain met een maximum van € 1000,- per hectare. Artikel33 De subsidieontvanger is verplicht de onderwaterdrainage tenminste tien jaar in stand te houden. §5Slotbepalingen Artikel34 De subsidieontvanger is verplicht om: uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverlening met de activiteiten te beginnen tenzij in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn is bepaald; het logo of de naam van de provincie op alle publiciteitsuitingen te plaatsen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteit. Artikel35 1.Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend binnen 13 weken na voltooiing van de activiteit. 2.Indien de subsidieontvanger een gemeente, of een openbaar lichaam dat is ingesteld op grond van hoofdstuk I, II of IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen is, wordt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid, ingediend. 3.Gedeputeerde Staten stellen voor de aanvraag als bedoeld in het tweede lid een formulier vast. 4.Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Artikel36 Deze uitvoeringsregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij is geplaatst. Deze uitvoeringsregeling vervalt op 1 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.