Obsah (5)
Artikel 11Artikel 13Artikel 20Artikel 23Artikel 26Reglement van bestuur voor het waterschap Hollandse DeltaHoofdstuk 1. Inleidende bepalingen. Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: waterkeringen: zeewering, dijken, kaden en andere kunstma
Hoofdstuk 3
. Zetel en bestuur.
Artikel
- De zetel van vestiging van het waterschap wordt bepaald door Gedeputeerde Staten, gehoord de voorbereidingscommissie, bedoeld in artikel 13 van het Overgangsreglement voor het waterschap Hollandse Delta. Artikel
- Het bestuur van het waterschap bestaat uit een algemeen bestuur, aangeduid onder de benaming verenigde vergadering, een dagelijks bestuur, aangeduid onder de benaming dijkgraaf en heemraden en een voorzitter, aangeduid onder de benaming dijkgraaf. Artikel
- Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden, aangeduid onder de benaming hoofdingelanden. Van deze leden vertegenwoordigen: zesentwintig leden de categorie ingezetenen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, letter a van de Waterschapswet; twee leden de categorie ongebouwd als bedoeld in artikel 12, tweede lid, letter b. van de Waterschapswet; twee leden de categorie natuurterreinen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, letter c van de Waterschapswet.
- De leden bedoeld in het eerste lid, onder b worden benoemd door de Land- en Tuinbouworganisatie Noord. De leden bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden benoemd door de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren. Artikel 10.
Artikel 11. 1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit de dijkgraaf en ten hoogste vijf andere leden, aangeduid onder de benaming heemraden. 2. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 41, tweede lid, van de Waterschapswet. Artikel 12.
Artikel 13. 1.
Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het doet daarvan schriftelijk bericht aan het algemeen bestuur. 2. Schorsing van en tussentijds verlies van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengen terstond schorsing van, onderscheidenlijk verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mee. Artikel 14.
Hoofdstuk 4
. Bevoegdheden en verplichtingen bestuur.
Artikel
- Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Artikel
- Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Het zendt dit reglement aan het algemeen bestuur. Artikel
- Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen commissies instellen die hen van advies dienen over onderwerpen die het belang van het waterschap betreffen.
- Tot lid van een commissie kunnen mede worden benoemd niet tot het bestuur van het waterschap behorende personen.
- In het reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur worden, indien toepassing wordt gegeven aan het gestelde in het eerste lid, regels gesteld omtrent de benoeming, de zittingsduur, de adviestaken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie.
- Indien adviescommissies worden ingesteld ten behoeve van het algemeen bestuur, is op die commissies artikel 35 van de Waterschapswet van toepassing.
- Het algemeen bestuur wijst een plaatsvervangend voorzitter aan die bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter het ambt van voorzitter waarneemt. Artikel
- Artikel 86, vierde lid, van de Waterschapswet blijft ten aanzien van de daarin genoemde beslissingen van het dagelijks bestuur buiten toepassing. Artikel 19.
Artikel 20
.
Hoofdstuk 5
. Kostentoedeling wegentaak.
Artikel
- Ter bestrijding van kosten die zijn verbonden aan het wegenbeheer wordt door het waterschap onder de naam wegenheffing een heffing geheven.
- Het algemeen bestuur kan in de verordening, bedoeld in artikel 122b, eerste lid, van de Waterschapswet, één of meer categorieën belanghebbenden, bedoeld in artikel 122a van de Waterschapswet, vrijstellen van de heffingsplicht.
- De toedeling van het kostendeel voor de categorie ingezetenen, bedoeld in artikel 122a, tweede lid, onderdeel a, van de Waterschapswet, wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde inwonerdichtheid per vierkante kilometer in het taakgebied van het wegenbeheer van het waterschap. Het door het waterschap bij verordening, als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, van de Waterschapswet, te bepalen kostendeel bedraagt: minimaal 20% en maximaal 30% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer niet meer bedraagt dan 500; minimaal 31% en maximaal 40% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer meer bedraagt dan 500, maar niet meer dan 1000; minimaal 41% en maximaal 50% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer meer bedraagt dan
- Het kostendeel voor de categorie ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen, bedoeld in artikel 122a, tweede lid, onderdeel b, van de Waterschapswet, wordt vastgesteld in procenten volgens de formule: 0,000 002*(A2,12) waarbij A staat voor het aantal hectaren ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen, per 1000 inwoners in het taakgebied van het wegenbeheer van het waterschap.
- Het kostendeel voor de categorie natuurterreinen, bedoeld in artikel 122a, tweede lid, onderdeel c, van de Waterschapswet, wordt vastgesteld in procenten volgens de formule: 0,000 006*(B1,91) waarbij B staat voor het aantal hectaren natuurterrein per 1000 inwoners in het taakgebied van het wegenbeheer van het waterschap.
- Het kostendeel voor de categorie gebouwde onroerende zaken, bedoeld in artikel 122a, tweede lid, onderdeel d, van de Waterschapswet, is het kostendeel uitgedrukt in procenten dat resteert na bepaling van de kostendelen van de categorieën, bedoeld in de leden 3 tot en met
- Het algemeen bestuur kan de in het vierde en vijfde lid bedoelde kostendelen aan de hand van de gebiedskenmerken verhogen of verlagen met maximaal 25%.
- De artikelen 118, 119, 120, eerste en achtste lid, en artikel 121, eerste, derde en vierde lid van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk
- Toezicht Artikel 22.
Artikel 23
. Het dagelijks bestuur zendt onverwijld aan gedeputeerde staten: ontwerpbesluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning voor een permanente wateronttrekkingsactiviteit in een grondwaterbeschermingsgebied, inhoudende het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, als bedoeld in artikel 7.93 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; besluiten tot vaststelling van een calamiteitenplan, als bedoeld in artikel 19.14 van de Omgevingswet; besluiten tot oprichting of deelneming in een rechtspersoon. Artikel 24.
Hoofdstuk 7
. Slotbepalingen.
Artikel 25.
Artikel 26
. Nadere voorzieningen ter uitvoering van dit reglement vereist, doch waaromtrent een regeling ontbreekt, worden door Gedeputeerde Staten getroffen. Den Haag, 19 februari 2003Provinciale Staten van Zuid-Holland,J.FRANSSEN, voorzitterM.H.J. VAN WIERINGEN-WAGENAAR, griffier Bijlagen behorende bij het Reglement van bestuur voor het waterschap Hollandse Delta Bijlage1 http://www.zuid-holland.nl/publish/pages/12567/bijlage1kaartalsbedoeldinart-2eerstelidvanhetregelementvanbestuurvoorhetwaterschaphollandsedelta.pdf Bijlage2 http://www.zuid-holland.nl/publish/pages/11742/bijlage2kaartalsbedoeldinart-3derdelidvanhetreglementvanbestuurvoorhetwaterschaphollandsedelta.pdf