Algemene subsidieverordening Enkhuizen 2016: De juridische procedure van subsidieverstrekking in aanvulling op de AwbDe raad van de gemeente Enkhuizen; Overwegende dat het noodzakelijk is om een nieuwe Algemene subsidieverordening vast te stellen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders [BW 15.0575, 17 februari 2015]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijving Eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van activiteiten van de aanvrager waarvoor burgemeester en wethouders slechts voor een bepaalde tijd subsidie willen verstrekken. Periodieke subsidie: subsidie die per boekjaar aan een aanvrager wordt verstrekt of voor een aantal boekjaren met een maximum van vier jaar. Boekjaar: periode waarover een financieel verslag loopt. Het jaarverslag en de jaarrekening worden opgemaakt over een boekjaar. Artikel2.Reikwijdte 1.Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2.Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. Artikel3.Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Artikel4.Europees steunkader 1.Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader. 3.Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. 5.Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Hoofdstuk2Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Artikel5.Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.De raad stelt de subsidieplafonds vast. 2.Burgemeester en wethouders bepalen bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3.De raad kan een subsidieplafond wijzigen: als het subsidieplafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd of; als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4.Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden gewijzigd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van wijziging. 5.Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Hoofdstuk3Aanvraag van de subsidie Artikel6.Aanvraag 1.Een aanvraag tot subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier. 2.Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; als de aanvrager een onderneming is: een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening; als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. Hiervoor dient een balans aangeleverd te worden. 3.Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag. 4.Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel7.Aanvraagtermijn periodieke subsidie Een subsidieaanvraag voor een periodieke subsidie wordt voor 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar of de boekjaren waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ingediend bij burgemeester en wethouders, tenzij in een subsidieregeling anders is bepaald. Artikel8.Aanvraagtermijn eenmalige subsidie Een subsidieaanvraag voor een eenmalige subsidie wordt minimaal 8 weken voor aanvang van de activiteiten ingediend bij burgemeester en wethouders, tenzij in een subsidieregeling anders is bepaald. Artikel9.Volgorde behandeling aanvragen 1.Subsidieaanvragen worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan. Als tijdstip geldt daarbij het moment waarop de aanvraag compleet is. 2.Van deze volgorde wordt afgeweken als in een subsidieregeling is aangegeven op welke wijze het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld. Artikel10.Beslistermijn 1.Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een periodieke subsidie, vóór 1 januari van het boekjaar waarvoor de aanvraag is ingediend. 2.Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een eenmalige subsidie in ieder geval binnen 6 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3.Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een aanvraag voor een eenmalige subsidie voor ten hoogste twee weken verdagen. Zij doen hiervan tijdig mededeling aan de aanvrager. 4.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 5.Bij aanvragen voor een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Hoofdstuk4Weigering, intrekking en terugvordering van de subsidie Artikel11.Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1.Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 2.Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: als de te subsidiëren activiteiten niet gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen, hetgeen blijkt uit het ontbreken van een verband met het door burgemeester en wethouders vastgestelde beleid; als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd partijpolitiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk van aard zijn en/of die een partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming of een verspreiding ter zake tot doel hebben; als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd gericht zijn op sponsoring en alle andere vormen van sponsoring; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 3.Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Hoofdstuk5Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel12.Algemene verplichtingen 1.Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethouders. 2.Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat verplichtingen, die aan de subsidie verbonden zijn, niet of niet geheel kunnen worden nagekomen; wijziging van de statuten voor zover het de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon betreft, de persoon van de bestuurder of bestuurders en/of het doel van de rechtspersoon. Artikel13.Bijzondere verplichtingen 1.Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht. 2.Bij subsidies hoger dan € 50.000 verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 3.De subsidieontvanger dient een begroting aan te leveren, die op dezelfde wijze is ingericht als de jaarrekening. Hoofdstuk6Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel14.Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel15.Verantwoording subsidies tot en met € 5.000 1.Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders: direct vastgesteld of; verleend en binnen 16weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2.Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 6 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 3.In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. Artikel16.Verantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 1.Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 16 weken c.q. uiterlijk op 1 april na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2.De aanvraag bevat: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en waarin wordt aangegeven in hoeverre de beoogde doelstellingen en resultaten zijn gerealiseerd; een jaarrekening. 3.Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht. Artikel17.Verantwoording subsidies van meer dan € 50.000 1.Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders: in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 16 weken na afloop van het betrokken boekjaar; in andere gevallen uiterlijk 16 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2.De aanvraag bevat: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en waarin wordt aangegeven in hoeverre de beoogde doelstellingen en resultaten zijn gerealiseerd; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop en; een accountantsverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. Artikel18.Subsidievaststelling 1.Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 8 weken na de ontvangst van een volledige aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2.Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd. 3.Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4.Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, als bedoeld in de artikelen 15 lid 1b, 16 lid 1 en 17 lid 1a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel19.Algemene reserve 1.De hoogte van de algemene reserve van een aanvrager mag niet meer bedragen dan 10% van de totale exploitatielasten van de aanvrager in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan. 2.Indien de algemene reserve het in lid 1 genoemde percentage overschrijdt, wordt het meerdere in mindering gebracht op de te verlenen subsidie. 3.Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op een daartoe strekkend verzoek, afwijken van het genoemde percentage in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.