3.20.9). Voor heel de gemeente geldt bovendien, dat op Kerstavond en Oudjaarsavond geen vergunning wordt verleend voor evenementen in de openbare ruimte. Voor de overige deelgebieden geldt voortaan het volgende: Een evenement mag niet langer dan 3 achtereenvolgende dagen duren, uitgezonderd de regels die gelden bij langdurige evenementen, carnaval, kermis, kindervakantieweek en speciale evenementen als EK- of WK-arena. Meerweekse evenementen mogen niet langer duren dan 31 achtereenvolgende dagen met daarin maximaal 4 weekenden met in totaal maximaal 8 dagen geluidsintensief. Tussen twee belastende (b.v. muziek) evenementen dienen minimaal 14 dagen, waarvan twee weekenden evenementenvrij te zijn. Voor de locatie Markt geldt aanvullend: Tijdens evenementen moet rekening worden gehouden met eucharistievieringen, die in de kerk worden gehouden. Dat kan met name b.v. bij uitvaarten en reguliere vieringen op zaterdag en zondag van toepassing zijn. De entree van de kerk dient onvoorwaardelijk toegankelijk te blijven. Daarnaast mag geen sprake zijn van enige visuele hinder, hoe ook genaamd, voor kerkbezoekers veroorzaakt door een evenement. (Muziek)geluid dient tijdens vieringen ten genoegen van het kerkbestuur te worden aangepast. Ook het feitelijk ruimtegebruik op de Markt kan onderwerp vormen voor overleg met het kerkbestuur. Ook de weekmarkt mag niet in het gedrang komen ten gevolge van een evenement. 3.4.2.Oude Molenheide – manege De Heikampen Voor het gebied in de omgeving van de Oude Molenheide is in het bestaande beleid opgenomen, dat 2 dagen zijn gereserveerd voor de zeskamp van Avanti op het terrein van deze voetbalclub aan de Avantilaan. In manege de Molenheide mogen op basis van het bestaande beleid 5 paardensportvreemde evenementen worden gehouden. Hierbij moet de aantekening worden gemaakt, dat het beleid slechts melding maakt van het begrip evenement en niet evenementendagen, zodat lange tijd onduidelijk bleef hoeveel dagen daadwerkelijk onder één evenement kunnen vallen. Naast die 5 evenementen zijn 2 dagen Paaspop buiten de manege vastgelegd. Inmiddels is in het bestemmingsplan Landelijk Gebied vastgelegd, dat Paaspop voortaan 3 dagen mag duren. Op grond van dit bestemmingsplan zijn daarnaast voor de manege 10 evenementen per jaar toegestaan. De duur van deze evenementen bedraagt per evenement maximaal 5 dagen (inclusief op- en afbouw) en het bezoekersaantal bedraagt per evenement minder dan 5.
B(C) norm aan banden wordt gelegd zullen de monotone bastonen ruimtelijk minder ver reiken dan tot nu toe het geval is geweest. Belangrijk is dan wel, dat toezicht wordt gehouden op de naleving en zo nodig gehandhaafd. De verruiming van de eindtijden met één uur kan onder deze voorwaarden worden doorgevoerd. Het een en ander leidt tot de volgende eindtijden Eindtijd muziek Eindtijd evenement zondag tot en met donderdag 24:00 uur 01:00 uur vrijdag, zaterdag én dagen vóór een officiële feestdag 01:00 uur 02:00 uur Uitzonderingen Op bovenstaande algemene regeling gelden de volgende uitzonderingen: Voor Paaspop zullen de bestaande eindtijden worden gecontinueerd, te weten 1e dag 24:00 uur, 2e dag 02:00 uur en 3e dag 01:00 uur. Voor carnavals- en kermisactiviteiten, die door horeca-ondernemers buiten de horeca-inrichting worden georganiseerd gelden voor zondag tot en met dinsdag respectievelijk woensdag afwijkende eindtijden (
.17 en 3.18) Voor langdurige, meerweekse evenementen gelden andere eindtijden (
.11) 3.6.Geluid Bij de organisatie van een evenement in de open lucht (inclusief in tenten) zal een zekere mate van geluidshinder als zijnde onvermijdelijk moeten worden aanvaard. Het uitgangspunt ten aanzien van geluid is dan ook niet dat niemand meer geluidshinder mag ondervinden. Het gaat erom dat de geluidshinder rond evenementen beheersbaar blijft, dat onevenredige geluidsoverlast kan worden voorkomen en dat duidelijk is wanneer er sprake is van onevenredige geluidsoverlast. Van omwonenden wordt verwacht, dat er gedurende een bepaald aantal evenementen geluidhinder wordt geaccepteerd. Voor de organisator betekent dit dat hij de verantwoordelijkheid neemt voor het naleven van de geluidsvoorschriften en andere voorschriften uit de evenementenvergunning, die daarin opgenomen zijn om hinder, hoe ook genaamd te voorkomen en/of te beperken. Geluidsoverlast tijdens evenementen wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door muziekgeluid. Dit muziekgeluid valt grofweg onder te verdelen in drie soorten: niet versterkte muziek: muziek gezongen of gespeeld zonder elektrische versterking (bijvoorbeeld fanfare, blaasorkest, zangkoren e.d.); versterkte elektrische muziek: bijvoorbeeld drive-in shows, radio’s, cd/dvd-muziek versterkt d.m.v. geluidsinstallaties e.d.; versterkte live muziek: live optreden van een band e.d. Ter voorkoming van onevenredige geluidshinder door muziekgeluid is een aantal zaken van belang: duidelijkheid omtrent de tijdsduur van het muziekgeluid (de begin- en eindtijden),
.6.1; duidelijkheid omtrent de exacte plaats waar het muziekgeluid ten gehore wordt gebracht (bijvoorbeeld de plaats van de tent en de opstelling van de geluidsboxen),
.6.2; duidelijkheid omtrent het maximaal toegestane geluidsniveau;
.6.3; duidelijkheid omtrent de toezicht en handhaving;
3.6.1.Tijdsduur van het muziekgeluid Duidelijkheid over de tijdsduur van het muziekgeluid – en handhaving – is van groot belang voor de acceptatie. Wanneer een omwonende niet weet wanneer de muziek is afgelopen zal de ergernis alleen maar toenemen. De tijdsduur voor het ten gehore brengen van muziekgeluid dient derhalve nauwkeurig in de vergunning te worden opgenomen (voor iedere plaats waar de muziek ten gehore wordt gebracht). Bij alle evenementen dient muziekgeluid slechts te worden toegestaan tussen bepaalde tijdstippen. Om te voorkomen, dat omwonenden voor te lange tijd worden blootgesteld aan overlast gevende gevolgen dient de tijdsduur van een evenement enigszins te worden beperkt. Voor geluidintensieve evenementen kan vergunning verleend voor ten hoogste 9 achtereenvolgende uren per dag. Voor Paaspop gelden afwijkende tijdsperioden. 3.6.2.Plaats waar muziek ten gehore wordt gebracht Om vooraf een inschatting te kunnen maken op welke plaatsen (woningen) geluidoverlast kan ontstaan dient op de tekening, die bij de aanvraag om een evenementenvergunning wordt gevoegd, duidelijk te worden aangegeven waar muziekgeluid ten gehore wordt gebracht. Voor de organisatie van versterkte elektrische muziek en versterkte live muziek geldt hierbij dat de voorgenomen opstelling van de geluidsinstallatie vooraf op tekening moet worden aangegeven. Een goede opstelling van de geluidsboxen (bijvoorbeeld meerdere kleine boxen in plaats van een paar hele grote boxen) kan immers veel potentiële geluidsoverlast wegnemen. Mocht uit de aanvraag blijken dat hier reden toe is dan kunnen in de vergunning regels worden opgenomen ten aanzien van de plaatsing van de muziekinstallatie. 3.6.3.Geluidsniveaus Het uitgangspunt voor geluidsnormen bij evenementen komt voort uit het rapport “Evenementen met een luidruchtig karakter” van de Inspectie Milieuhygiëne. Dit rapport stelt dat er bij een binnenniveau van 50 dB(A), tijdens het evenement, binnen de woning nog goed een gesprek tussen personen kan plaatsvinden. Met een gevelisolatie van 20 à 25 dB(A) resulteert dat in een gevelbelasting van 70 à 75 dB(A). In een bebouwde omgeving met woningen op korte afstand zou dit betekenen dat dan nauwelijks evenementen met een wat hoger geluidniveau kunnen plaatsvinden. Dit is geen gewenste situatie. Evenementen zorgen juist voor grotere sociale cohesie en levendigheid en dienen culturele en economische belangen. Het is wel zo dat deze belangen enigszins in balans moeten zijn met de leefbaarheid in de directe omgeving. Het uitgangspunt ten aanzien van geluid is daarbij niet, dat niemand in de omgeving meer geluidshinder ervaart. Een bepaalde mate van hinder wordt als onvermijdbaar beschouwd. Het is wel onze doelstelling om de geluidshinder beheersbaar te maken, zodat onevenredige hinder wordt voorkomen. Het primaire uitgangspunt bij het te formuleren beleidskader is verkrijgen van een goede balans, tussen het voorkomen van onevenredige hinder en een levendige gemeente waarin evenementen een plaats hebben. Dit kan worden bereikt door het vaststellen van een maximaal geluidsniveau, een maximum aantal evenementen per locatie, eindtijden. Één evenement op een bepaalde locatie zal op minder weerstand stuiten dan wanneer op diezelfde locatie tientallen evenementen plaatsvinden. Zo zal in zijn algemeenheid ook een vroege eindtijd beter worden geaccepteerd dan een heel late eindtijd. Maximale geluidniveaus in dB(A) en dB(C) De maximale ontheffingswaarde is 80 dB(A) op de dichtstbijzijnde gevel van een geluidsgevoelig object.Het bronvermogen kan dus veel hoger zijn dan 80 dB(A). Ten opzichte van de in 2008 vastgesteldebeleidsregel is de ontheffingswaarde met 5 dB(A) opgehoogd. Het lager stellen van de norm bij muziekevenementen is niet realistisch omdat het achtergrondniveau van het aanwezige publiek vaak al dusdanig hoog is dat 80 dB(A) muziekgeluid nodig is om boven het geluidniveau van het publiek uit te komen. De 80 dB(A) norm kan niet voorkomen dat lage tonen (Laag frequent geluid) overmatig aanwezig kunnenzijn. Hiervoor is de dB(C) norm. Tot een verschil van ca 13 dB tussen dB(A) en dB(C) wordt het gros vande muziekevenementen niet (verder) ingeperkt. Indien een verschil lager dan 13 dB wordt gehanteerd,wordt ook een doorsnee popband door de dB(C) norm ingeperkt. Bij een verschil groter dan 13 dBwordt de bijdrage lage tonen als zeer hinderlijk ervaren. Dit levert in een grotere omgeving rondom het evenement geluidsoverlast op. Deze normen komen overeen met die van onze fusiepartners. De op te leggen geluidsnormen gelden ter plaatse van de gevel van woningen. Hierdoor wordt gegarandeerd dat de norm bij elke woning rondom het evenement gehandhaafd kan worden. Om, bij afwezigheid van woningen rondom een evenement (in één of meerdere richtingen), ongelimiteerde geluidemissie te voorkomen, worden in een vergunning referentiepunten vastgelegd waar de norm geldt. Hierbij wordt maatwerk toegepast. Het is de verantwoordelijkheid van een organisator voorafgaand aan het evenement het geluidniveau zodanig af te stellen, dat aan opgelegde norm kan worden voldaan. Afwijkende geluidnormen Paaspop Op basis van het huidige evenementenbeleid is voor Paaspop steeds een afwijkende norm gehanteerd, die 5 dB hoger ligt dan de norm bij reguliere muziekevenementen. Ook onder het nieuwe beleid hanteren we deze hogere norm, resulterend in 85 dB(A). Voor wat betreft de inperking van lagere tonen is gekozen voor een verschil van 13 dB boven de reguliere dB(A) norm. In de meeste gevallen is die toeslag voldoende om ook de lagere tonen te beheersen. In gevallen waar meerdere podia tegelijkertijd en naast elkaar in werking zijn, resulteert dat in grotere verschillen in dB(A) en dB(C) dan wanneer sprake is van slechts één podium. Specifiek voor dit type evenementen is het te verdedigen om iets meer ruimte te bieden in de dB(C) normering. Een toeslag van 15 dB is in die gevallen aanvaardbaar. Dit resulteert dan voor Paaspop in een absolute norm van 100 dB(C). Om hieraan te voldoen dienen door Paaspop geluidmaatregelen te worden getroffen. Uit te sluiten woningen Het is denkbaar dat rondom het terrein van een evenement woningen liggen die een directe relatie hebben met het evenement. Dit kan zijn doordat men de grond waar het evenement gehouden wordt ter beschikking stelt en/of dat de bewoner zelf betrokken is bij de organisatie van het evenement. In de milieuregelgeving gelden geluidvoorschriften van een inrichting niet voor woningen die tot die inrichting behoren. Het is reëel om in het geval van zo’n evenement op een zelfde manier met deze woningen om te gaan. In de aanvraag dient duidelijk te worden aangegeven welke woningen een binding hebben met het festival. Vanwege deze binding, kunnen die woningen dan worden aangemerkt als ‘niet te beschermen objecten’. Één norm gedurende evenement Normaliter worden voorschriften opgenomen voor verschillende periodes (dagperiode 07:00-19:00 uur, avondperiode 19:00-23:00 uur en nachtperiode 23:00-07:00 uur). Omdat gebleken is, dat het om redenen van handhaafbaarheid niet realistisch is om verschil in geluidnormen te maken tussen een dag- en avondperiode wordt in het nieuwe beleid gekozen voor één norm gedurende het hele evenement. Omdat voorkomen moet worden dat al om 07:00 uur muziekgeluid wordt geproduceerd, geldt de dagperiode vanaf 9:00 uur en op zon- en feestdagen vanaf 13:00 uur. Mocht uit de aanvraag voor een evenement blijken dat hier reden toe is dan kunnen in de vergunning regels worden opgenomen ten aanzien van de afstelling van de muziekinstallatie. Hierbij moet b.v. gedacht worden aan het verplicht installeren van een limiter. Wijze van geluidmetingen Het opleggen van goed handhaafbare geluidsnormen bij evenementen is geen eenvoudige zaak. In de Wet Milieubeheer worden geluidmetingen uitgevoerd overeenkomstig de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’ (hierna genoemd Handleiding). Ingevolge deze Handleiding is het geluidsniveau dat beoordeeld moet worden een gemiddeld geluidsniveau (LAr,LT = Langtijdgemiddeld boordelingsniveau). Aangezien het vaststellen van een LAr,LT tijdens een evenement moeilijk is vanwege de verschillende correcties en aspecten die moeten worden meegenomen (correcties i.v.m. weersomstandigheden, stoorgeluid, pauzes, gevelreflectie etc.) is het omwille van de handhaving gewenst om uit te gaan van het invallend equivalente geluidsniveau (LAeq), gemeten tijdens muziekgeluid. Door uit te gaan van een invallend geluidsniveau gemeten tijdens muziekgeluid worden discussies over de te hanteren correcties voorkomen en kan er ook veel eenvoudiger handhavend worden opgetreden. Meetlocatie Wat betreft hoger gelegen woningen (zoals bijvoorbeeld rondom de Markt) geeft voornoemde handleiding aan dat er gemeten zou moeten worden op de hoogte waarop de woning zich bevindt. Dit is praktisch echter niet altijd mogelijk. De controle op de in dit beleid geformuleerde geluidsnormen vindt derhalve plaats op een beoordelingshoogte van 1,5 meter. Ook dient de meting altijd 1,5 meter uit de gevel worden uitgevoerd, zodat de invloed van de reflectie te verwaarlozen is en er geen gevelcorrectie hoeft te worden toegepast. Daarnaast is het van belang om voor een representatieve meting een dusdanig lange meettijd te hanteren dat de gemeten waarde stabiel is. Tenslotte wordt er voor de bepaling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. Dit om te voorkomen dat er nog hogere geluidsniveaus zouden kunnen ontstaan dan de toegestane normstelling. Uitvoeren van metingen Metingen worden als volgt uitgevoerd: Per evenement wordt een normstelling voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, op de gevel van geluidsgevoelige objecten (beoordelingshoogte=1,5 meter en 1,5 meter voor de gevel), geformuleerd in dB(A) en dB(C): Paaspop Overige evenementen Normstelling dB(A) 85 dB(A) 80 dB(A) Normstelling dB(C) 100 dB(C) 93 dB(C) De meettijd dient dusdanig lang te zijn, dat er een stabiele waarde is gemeten. Bij de bepaling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau wordt de bedrijfsduurcorrectie niet toegepast. De straffactor van 10 dB(A) voor muziekgeluid wordt niet toegepast. Daarnaast wordt ook geen gevelcorrectie van 3 dB(A) toegepast. De organisatie regelt zelf het zendniveau voorafgaande aan het evenement in, zodat bij degeluidsgevoelige objecten de geldende normstelling wordt gerespecteerd. 3.6.4.Toezicht en handhaving geluidvoorschriften Met name bij muziekevenementen is vooraf niet altijd duidelijk, of de geluidnormen worden nageleefd. Die onduidelijkheid wordt mede veroorzaakt door een gebrek aan concreet inzicht in de daadwerkelijke geluid-belasting. Uit o.a. politiecontroles en klachten van omwonenden van evenementen kan wel worden afgeleid, dat geluidnormen niet altijd (kunnen) worden nageleefd. Ondanks het beleid om de verantwoordelijkheid voor het naleven van regels zo veel mogelijk te leggen bij de organisator van het evenement, wordt meer geïnvesteerd in het doen van geluidmetingen wanneer daar aanleiding toe is, omdat het verleden heeft uitgewezen, dat juist ten aanzien van het naleven van geluidsvoorschriften organisatoren niet altijd de last van die verantwoordelijkheid kunnen dragen. Intensiever toezicht en consequente handhaving is temeer wenselijk vanwege het voornemen om het aantal dagen, waarop evenementen kunnen worden gehouden, uit te breiden, alsmede vanwege het voornemen om de geluidnormen te verhogen, waardoor de geluidbelasting en daarmee het risico van geluidsoverlast evenredig toeneemt. Daarnaast rust bij het gemeentebestuur een beginselplicht tot handhaven. Vervolgactie afhankelijk van resultaten geluidmetingen Naar aanleiding van de meetresultaten tijdens een evenement wordt gehandhaafd volgens het hierna volgend handhavingtraject. overschrijding van 1 of 2 dB(A) of dB(C) Bij metingen hebben we altijd te maken met een nauwkeurigheidsmarge. Deze marge wordt gevormd door de onnauwkeurigheid van de geluidmeter, eventuele stoorbronnen en de plaats van meting. Het is niet exact aan te geven wat de onnauwkeurigheid van een meting is. In de ‘Handleiding meten en rekenen Industrielawaai’ wordt aangegeven dat bij afstanden tot 150 m de onnauwkeurigheid van meten en rekenen ± 2 dB bedraagt. Dat is van belang voor toezicht en handhaving. Pas wanneer bij metingen meer dan 2 dB hogere waarden worden geconstateerd, bestaat er aanleiding om in te grijpen. overschrijding van 3 tot 6 dB(A) of dB(C) Bij een overschrijding van 3 dB(A) of dB(C) worden de organisator en de geluidstechnicus gewaarschuwd zodat direct maatregelen genomen kunnen worden om het geluidsniveau te herstellen. Hiermee wordt de organisator in de gelegenheid gesteld weer te voldoen aan de geluidsnormen uit de evenementen vergunning. Mocht er tijdens een (meerdaagse) evenement meer dan twee keer een dergelijke overschrijding plaats vinden dan zal de organisator een aanschrijving ontvangen van de geconstateerde overtreding. Hierin wordt aangegeven dat bij het volgende evenement en eenzelfde soort overtreding bestuursrechtelijk kan worden opgetreden, door middel van het opleggen van een dwangsom. overschrijding van 6 dB(A) of dB(C) of meer Bij een overschrijding van 6dB(A) of dB(C) of meer wordt de organisator en de geluidstechnicus gewaarschuwd. Als de geluidsnormen tijdens en evenement meer dan twee keer met meer dan 6 dB(A) of dB(C) overschreden worden dan zal een
nswijze brief gestuurd worden en zal direct een dwangsom opgesteld worden. Tegelijkertijd zal dan ook een proces-verbaal door de politie opgemaakt worden. Door het aanwijzen van de buitengewone opsporingsambtenaren van de ODBN als zijnde hiervoor bevoegd, kan dit ook door de ODBN worden afgehandeld. 3.7.Voorrangspositie bestaande evenementen Het kan gebeuren dat verschillende organisatoren gelijktijdig evenementen willen organiseren. Soms zelfs op dezelfde locatie. Als organisatoren hetzelfde tijdstip en dezelfde locatie op het oog hebben, geldt niet op voorhand ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. Bij de beoordeling van de toewijzing van de locatie wordt de ‘historie’ van een evenement meegewogen. Een bestaand evenement dat bijvoorbeeld al sinds jaar en dag op de tweede zondag in mei in het centrum wordt georganiseerd gaat voor een nieuwkomer. In overleg met deze nieuwkomer wordt een alternatief gezocht. Van een bestaand evenement is sprake, als het evenement in minimaal twee opeenvolgende jaren op nagenoeg dezelfde datum is gehouden op dezelfde locatie. Het principe geldt alleen, als de evenementen op exact dezelfde locatie zijn gepland. In het geval, dat er plannen bestaan voor evenementen op twee verschillende locaties, al dan niet binnen hetzelfde deelgebied, wordt van geval tot geval beoordeeld in hoeverre er sprake is van onevenredige overlast of hinder. Ook de handhavingscapaciteit van de politie kan een criterium zijn bij de beoordeling van de vraag of vergunningverlening mogelijk is. De afweging kan vaak al in een vroegtijdig stadium plaatsvinden door gebruik te maken van een jaarplanning voor evenementen, zodat knelpunten direct aan het licht komen, waardoor daarop gestuurd kan worden. 3.8.Checklist/risicoscan evenementenveiligheid Veiligheidsregio Brabant-Noord Evenementen zijn van groot maatschappelijk nut, maar brengen ook veiligheidsvraagstukken met zich mee. De aanwezigheid van grote mensenmassa’s binnen een beperkt gebied leidt bijvoorbeeld tot risico’s voor openbare orde en veiligheid en volksgezondheid. Het betreft hier dan met name grootschalige evenementen. Om het proces van advisering ten aanzien van de organisatie van de veiligheid bij evenementen regionaal eenduidig en transparant te organiseren, is door de Veiligheidsregio Brabant-Noord een regionale checklist evenementenveiligheid vastgesteld. De risicoscan evenementenveiligheid is een onderdeel hiervan. Op basis hiervan kan de gemeente een risicoclassificatie aan een evenement toekennen. Hiermee kan een integraal evenementenadvies worden voorbereid. De focus van de checklist ligt dus op risico-evenementen. Indien van toepassing maakt de gemeente Schijndel hiervan gebruik. Hierbij is ook aandacht voor een calamiteitenplan. 3.9.Brandveiligheid Om de brandveiligheid bij evenementen te verhogen is het opnemen van specifieke voorschriften gewenst. Door Brandweer Brabant-Noord zijn voor alle evenementen standaardvoorschriften ontwikkeld. Voor meldingsplichtige en daarvoor in aanmerking komende categorie-A evenementen zijn dat de ‘Themavoorschriften voor kleinschalige evenementen’. Voor de vergunningplichtige evenementen uit de categorie B en C gelden de ‘Brandveiligheidsvoorschriften bij evenementen 2014’. Deze laatste categorie voorschriften schept de mogelijkheid, dat de brandweer bij een verzoek om advies van de vergunningverlenende instantie voor een specifiek evenement een set met maatwerkvoorschriften levert. Voor het gebruiken van gebouwen met een omgevingsvergunning of gebruiksmelding voor brandveilig gebruik is geen gebruiksvergunning op basis van de Brandbeveiligingsverordening nodig. 3.10.Gezondheid en hygiëne De GHOR Brabant-Noord adviseert gemeenten over medische voorzieningen en hygiënische maatregelen bij publieksevenementen. Bij evenementen met weinig of geen gezondheidsrisico’s hanteert de GHOR standaardvoorwaarden. Deze voorwaarden kunnen in zijn geheel, of alleen de onderwerpen die van toepassing zijn, door de gemeente worden toegevoegd aan de vergunning. De standaardvoorwaarden bestaan uit de volgende onderdelen: Bereikbaarheid voor hulpdiensten Medische voorzieningen Technische Hygiënezorg Is er sprake van evenementen met een verhoogd risico dan is een advies op maat wenselijk. GHOR Brabant Noord hanteert hiervoor de volgende criteria: Evenementen waarbij meer dan 2.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers en/of deelnemers verwacht worden; Evenementen met de volgende bijzonderheden of risico’s: Zeer beperkte bereikbaarheid van het evenement of de omgeving; Een specifieke of kwetsbare doelgroep (ouderen, kinderen, mindervaliden of mensen met anderszins een fysieke beperking); Zware fysieke inspanning voor deelnemers. Bovenmatig gebruik van alcohol en/of drugs Aanwezigheid van levende have. 3.11.Langdurige en meerweekse evenementen Met name in de afgelopen jaren is een trend merkbaar, dat organisatoren van evenementen uit kostenoverwegingen (huur tent) het verzoek doen om uitbreiding van het aantal evenementendagen om het evenement rendabel te maken. Ook neemt de behoefte toe aan langdurige, meerweekse evenementen. Te denken valt b.v. aan Winterpark, waarbij op de locatie Markt voor de duur van 4 weken een schaatsbaan annex horecafaciliteiten wordt geëxploiteerd. In het nieuwe beleid komt hier ruimte voor. Er dient echter wel een grens te worden gesteld aan de duur van meerweekse evenementen om het woon- en leefklimaat in de (directe) omgeving voldoende te beschermen. Op basis van opgedane ervaringen met evenementen als Winterpark en Schijndel aan Zee wordt die grens als volgt gelegd: een meerweeks evenement omvat een periode van maximaal 31 achtereenvolgende dagen met daarin maximaal 4 weekenden. Alleen op de vrijdag, zaterdag en zondag en op algemeen erkende feestdagen kunnen geluidsintensieve activiteiten worden vergund. In de periode, waarvoor de vergunning geldt worden per week niet meer dan 2 geluidsintensieve dagen vergund en op maximaal 1 dag per week kan de eindtijd van de muziek op 1:00 uur worden gesteld. Van een langdurig evenement is sprake, als dat minimaal 4 achtereenvolgende dagen duurt. 3.12.Speciale evenementen Bij speciale evenementen kan b.v. gedacht worden aan een WK- of EK-voetbalarena, kampioensfeest Schijndelse vereniging, jubileum, maar ook gewoon aan een innovatief initiatief. Het beleid is zo ingericht, dat uitzonderingen mogelijk blijven. Aangezien leefbaarheid en deregulering uitgangspunten van het beleid zijn, worden aanvragen voor speciale evenementen per geval beoordeeld. Hierbij wordt een positieve grondhouding aangenomen. Voor deze speciale evenementen wordt aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven voor het maken van uitzonderingen. De belangrijkste toetsingscriteria hierbij zijn openbare orde, veiligheid en gezondheid. Dit zijn bevoegdheden van de burgemeester. Daarnaast wordt door het college beoordeeld of het evenement passend is binnen het imago en de visie van de gemeente Schijndel. Initiatieven zullen steeds aan deze kernkwaliteiten worden getoetst. Het kader is sturend maar tegelijkertijd laat het ruimte voor creativiteit en initiatief vanuit de Schijndelse samenleving. 3.13.Meerjarenvergunningen In het kader van deregulering verdient het aanbeveling voor jaarlijks terugkerende evenementen een meerjarenvergunning (3 jaar) in te voeren. Afhankelijk van de ervaringen met het verloop van het evenement in het eerste jaar kan in de daarop volgende jaren, mits de aard, de locatie en de omvang van het evenement niet noemenswaardig wijzigen, worden volstaan met een melding. Bij deze melding moeten eventuele kleine wijzigingen worden aangegeven en een actuele situatieschets worden overlegd. Wanneer het evenement tussentijds qua omvang of anderszins wijzigt of het beleid wijzigt behoudt het college van burgemeester en wethouders het recht om de vergunning in te trekken. Wanneer een evenement, waarvoor een meerjarenvergunning is verleend door omstandigheden anders dan overmacht, niet doorgaat vervalt de vergunning en dient deze in het daaropvolgende jaar opnieuw te worden aangevraagd als nieuw evenement. Een meerjarenvergunning geeft geen recht op een bepaalde datum maar betreft een toestemming om het evenement te houden. Per jaar wordt in overleg met de organisator gekeken hoe en of het evenement op de voorgestelde locatie en in de evenementenkalender past. Voor de categorie B- en C-evenementen is een meerjarige vergunning niet mogelijk vanwege het feit, dat voor dit soort evenementen in zijn algemeenheid jaarlijks veel behandelingstijd en overleg met b.v. hulpdiensten nodig is. Een melding voor een meerjarenvergunning voor een categorie-A evenement kan pas worden ingediend, als de aanvraag voor de beoordeling van een verkeersplan positief is afgehandeld. Voor een meerjarenvergunning wordt éénmalig leges geheven, er wordt immers één maal een aanvraag om een vergunning in behandeling genomen. De heffingen o.g.v. de Verordening retributies worden jaarlijks doorberekend. Paragraaf3.14.Privéfeesten Deze evenementennotitie is niet van toepassing op het organiseren van feesten in de privé sfeer (op eigen terrein met de bestemming ‘wonen’). Van een privéfeest is sprake als: dat alleen toegankelijk is voor genodigden, de kring van personen staat daarbij in een verband met elkaar dat min of meer duurzaam is en berust niet op een toevallige gemeenschappelijkheid; dat niet commercieel is, maar een privékarakter heeft; daarvoor niet publiekelijk kaarten worden verkocht; daarvoor niet publiekelijk reclame wordt gemaakt; Een dergelijk feest valt niet onder de definitie van een evenement en is vergunningsvrij. Wel is toestemming nodig van de eigenaar van de plaats waar het feest gehouden wordt. Evenementen in paracommerciële horecagelegenheden zijn ook vergunningsvrij, mits het evenement gericht is op de doelstelling van de beherende stichting of vereniging. Het organiseren van privéfeesten kan de nodige verantwoordelijkheden en verplichtingen voor de organisatoren met zich mee brengen. Uitgangspunt is dat de organisator zelf verantwoordelijk en aansprakelijk is voor het veroorzaken van geluidsoverlast. Wanneer naar de beoordeling van de handhavende instantie op grond van artikel 4:6 Apv sprake is van geluidsoverlast kan verbaliserend worden opgetreden of het feest worden stilgelegd. Privéfeesten in de openbare ruimte zijn niet toegestaan. Strikt gezien kunnen buurtfeesten e.d., die veelal georganiseerd worden in de openbare ruimte ook worden aangemerkt als privé feesten. Deze feesten zijn in principe ook vergunningplichtig. Het verschil met privéfeesten is dat bij buurtfeesten sprake is van een stimulerende werking op de sociale cohesie in de straat, buurt of wijk en deze dus het algemeen belang dienen. Om die reden kunnen die wel worden toegestaan. De (kleinschalige) buurtfeesten vallen op dit moment al onder het aanwijzingsbesluit, waarbij de burgemeester categorieën van evenementen heeft aangewezen, waarvoor geen vergunnings-, maar slechts een meldingsplicht geldt. Als privéfeesten worden ook aangemerkt bedrijfsfeesten op een bedrijventerrein op het eigen perceel of in een bouwwerk op dat perceel ter gelegenheid van de viering van een jubileum o.d. van dat bedrijf. 3.15.Tent- en schuurfeesten Naast privé-feesten worden er in Schijndel ook feesten georganiseerd, waarbij getwijfeld kan worden aan het besloten karakter. Dergelijke feesten hebben bijvoorbeeld geen vaste gastenlijst. In principe kan eenieder toegang krijgen tegen betaling van een verplichte financiële bijdrage, vergelijkbaar met een entreeheffing. Dit past niet bij een feest in de privé-sfeer. Deze feesten worden daarom aangemerkt als een evenement. De bepalingen van deze evenementennotitie zijn ook van toepassing op dit soort feesten. Dergelijke feesten/evenementen worden door initiatiefnemers veelal georganiseerd in het buitengebied. Het gemeentebestuur streeft naar een bruisend centrum van Schijndel en heeft daar dan ook beleidsmatig en planologisch ruimte gereserveerd voor het organiseren van evenementen. In dat streven past het niet dat dergelijke feesten/evenementen plaatsvinden in het buitengebied. Bovendien passen de hier bedoelde feesten/evenementen planologisch niet in het buitengebied, niet binnen grenzen van de bestemming ‘Wonen’, noch binnen de grenzen van de gebiedsbestemmingen (‘Agrarisch met waarden’). In het licht van het beleid over evenementen, zoals vastgelegd in deze notitie en ter voorkoming van het scheppen van precedenten wordt het beleid gevoerd, dat verzoeken om voor dit soort evenementen incidenteel af te wijken van de voorschriften van het vigerende bestemmingsplan niet worden gehonoreerd. 3.16.Tenten en terrassen bij horecabedrijven Evenementen in reguliere horecagelegenheden zijn vergunningsvrij, mits het evenement geheel in de horecagelegenheid plaatsvindt en behoort tot de normale bedrijfsvoering. Als op en/of direct aansluitend aan een terras van een horeca-inrichting muziek ten gehore wordt gebracht moet een evenementenvergunning worden aangevraagd. Voor een dergelijk evenement kan per horecabedrijf maximaal tweemaal per jaar medewerking worden verleend voor de duur van in totaal maximaal 3 dagen per keer, afhankelijk van de voor het betreffende horecabedrijf beschikbare aantal vrijstellingen van geluidvoorschriften voor incidentele festiviteiten. Voor de horeca-ondernemer(s), die een meerweeks evenement organiseert/organiseren geldt deze mogelijkheid niet. Naast de hiergenoemde mogelijkheden kan aan horeca-ondernemers tijdens carnaval en de kermis vergunning worden verleend voor maximaal 5 achtereenvolgende dagen. In dat geval zal geen vrijstelling van geluidsvoorschriften voor incidentele festiviteiten behoeven te worden aangewend omdat carnaval en kermis vallen onder de collectieve festiviteiten, waarvoor voor de gehele gemeente een vrijstelling geldt. Aan de evenementenvergunning worden de gebruikelijke geluidsvoorschriften toegevoegd. 3.17.Carnaval Voor carnavalsevenementen kan vergunning worden verleend op vrijdag van 19:00 tot 01:00 uur, zaterdag en zondag van 14:00 tot uiterlijk 01:00 uur, op maandag van 11:00 tot uiterlijk 01:00 uur en op dinsdag van 11:00 tot uiterlijk 24:00 uur. Aan de vergunning kunnen zo nodig aanvullende geluidsvoorschriften worden verbonden. 3.18.Kermis Jaarlijks vindt vanaf de zaterdag vóór de tweede zondag van juli de kermis plaats in Schijndel. Traditioneel gaat de kermis gepaard met veel geluid en worden er ook allerlei nevenactiviteiten georganiseerd. Teneinde overmatige overlast te voorkomen en ter bescherming van het woon- en leefklimaat mogen gedurende drie weken vóór en ná de kermis géén grootschalige geluidsintensieve evenementen op en bij het evenemententerrein aan de Steeg worden georganiseerd. Wanneer tijdens de kermisdagen door een horeca-ondernemer of een samenwerkingsverband van horeca-ondernemers een terras met muziek op of buiten het reguliere terras wordt geëxploiteerd, kan daarvoor vergunning worden verleend. Aan de vergunning worden maatwerkvoorschriften verbonden. De openingstijden van dergelijke evenementen worden afgestemd op de eindtijden van de kermis, zijnde dagelijks 24:00 uur. 3.19Circus Vanwege de behoefte aan ruimte voor het materieel en vanwege haar gunstige ligging is het parkeerterrein aan de Steeg de aangewezen locatie voor het organiseren van een circus. Jaarlijks wordt er één vergunning afgegeven voor maximaal 4 aaneengesloten dagen. 3.20.Verkeer 3.20.1.Wedstrijden Deze notitie richt zich in hoofdzaak op evenementen. Hoewel sommige evenementen een element van competitie hebben zijn dit niet per definitie wedstrijden. Het gebruik van de openbare weg voor wedstrijden vereist bijzondere aandacht. Daarom heeft de wetgever in de Wegenverkeerswet specifieke eisen opgesteld rond wedstrijden. Voor het organiseren van een wedstrijd met voertuigen (fietsen, bromfietsen, motorvoertuigen, enz.) op de openbare weg, is een ontheffing nodig op grond van artikel 148 van de Wegenverkeerswet. Liggen de wegen waarop de wedstrijd plaats vindt allemaal binnen één gemeente, dan is het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag om een ontheffing verlenen. In alle overige gevallen zijn de provincie (Gedeputeerde Staten) of het rijk (Minister van Verkeer en Waterstaat) verantwoordelijk voor het afgeven van de ontheffing. Burgemeester en wethouders dienen hierbij een verklaring van geen bezwaar af te geven. 3.20.2.Verkeersmaatregelen bij evenementen Indien het noodzakelijk is om wegen en/of wegvakken af te sluiten voor het verkeer is een verkeersbesluit nodig. Gaat het alleen om het plaatsen van verkeersborden, en niet het veranderen van de weginrichting, gebeurt dat op grond van lid 1 van artikel 15 van de Wegenverkeerswet. Gaat het om het veranderen van de inrichting van een weg is lid 2 van toepassing. Het onderscheid tussen lid 1 en lid 2 zit in de wijze waarop de mogelijkheid van bezwaar en beroep is vormgegeven. Voor maatregelen op grond van lid 1 kunnen de verkeersborden en/of voorzieningen, na publicatie ervan, direct worden geplaatst. Er geldt geen wachtperiode om eventuele belanghebbenden de mogelijkheid te bieden van bezwaar- en/of beroep. Voor maatregelen op grond van lid 2 geldt dat, vanaf publicatie, een termijn van 6 weken moet worden betracht waarbinnen bezwaar- en/of beroep mogelijk is. Aanleiding voor dit verschil is de aard van de maatregelen. Het plaatsen van borden en/of mobiele voorzieningen is minder belastend/permanent dan het veranderen van de inrichting van een weg. 3.20.3.Besluitvorming verkeersmaatregelen Besluitvorming over verkeersmaatregelen bij een evenement, vindt plaats op grond van lid 1 van artikel 15 van de wegenverkeerswet. Door verkeersmaatregelen direct na het publiceren van het verkeersbesluit mogelijk te maken, heeft de wetgever de mogelijkheid voor bezwaar en/of beroep nagenoeg geheel weggenomen. Bij verkeersmaatregelen van korte duur, zoals het geval is in het merendeel van de evenementen, is alleen de schorsende werking van een positief besluit op een voorlopige voorziening van de rechtbank blijven bestaan. Besluitvorming over een vergunning voor een evenement, vindt plaats op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Net als bij andere vergunningen en besluiten van bestuursorganen is de Awb van toepassing op de behandeling van een aanvraag voor een evenementenvergunning en de eventuele juridische vervolgstappen. Hierbij is rekening gehouden met: Het gelegenheid geven tot het indienen van
nswijzen tegen voorgenomen vergunningverlening; Bekendmaking en publicatie; Bezwaar en beroep: Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zorgvuldigheid, evenredigheid etc.). De rechtsbescherming van derde belanghebbenden is hiermee voldoende gewaarborgd. Gesteld kan worden, dat de procedure voor een vergunning voor een evenement betere condities bevat om de belangen te borgen van belanghebbenden dan die van een verkeersbesluit. Op grond van dit gegeven zal voor evenementen geen separaat verkeersbesluit worden genomen onder voorwaarde dat: wordt voldaan aan de Wet- en regelgeving voor verkeersmaatregelen; voor ieder evenement, een verkeersplan wordt overlegd waarin wordt beschreven, in schrift en beeld, hoe aan de randvoorwaarden, criteria en richtlijnen van Wet- en regelgeving wordt voldaan. Onder voorwaarde dat de gemeente instemt met het verkeersplan van het evenement, worden de voorgestelde verkeersmaatregelen toegestaan. Indien het verkeersplan niet voldoet, wordt geen toestemming verleend voor het gebruik van de openbare weg omdat de (verkeers)veiligheid dan niet kan worden gewaarborgd. Feitelijk is er op dat moment sprake van een weigeringsgrond voor de evenementenvergunning, omdat het niet voldoen aan de (verkeers)veiligheidseisen moet leiden tot weigering van de evenementenvergunning. Besluitvorming over meldingen van evenementen, vindt niet plaats op grond van de Awb. Daarom is een verkeersbesluit c.q. een publicatie van een verkeersmaatregel hiervoor nog steeds verplicht. Hetzelfde geldt voor activiteiten waarvoor geen evenementenvergunning nodig is. In dergelijke gevallen wordt een risicoanalyse gemaakt en pragmatisch invulling gegeven aan de procedure voor de verkeersmaatregel. Voorbeeld: -voor het organiseren van een straat- of buurtfeest wordt verzocht om een deel van ene straat af te sluiten. De gehele straat is uitgenodigd. Het betreft een woonstraat. In dat geval wordt geacht dat alle belanghebbenden bekend zijn en in kunnen stemmen met het afsluiten van de straat. Ook een publicatie van een verkeersmaatregel wordt dan niet nodig geacht. Zolang de aanvrager/melder van de activiteit de juiste materialen gebruikt voor het afsluiten, is er geen zwaarwegende reden om het afsluiten van de straat niet toe te staan. 3.20.4.Verkeersplan Op grond van Wet- en regelgeving dient er voor ieder evenement waarbij verkeersmaatregelen nodig zijn, een verkeersplan te zijn. Hierin dient te zijn vastgelegd hoe wordt omgegaan met de volgende zaken: Verkeersveiligheid. Welke verkeersmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat het overige verkeer gevaar oplevert voor de bezoekers en organisatoren op de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; Het borgen van de afwikkeling van het verkeer. Welke maatregelen worden genomen om de doorgang te borgen c.q. te voorkomen dat het overige verkeer hinder/onnodig oponthoud ondervindt op de wegen rond de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; Het in standhouden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan c.q. het voorkomen van schade. Welke maatregelen worden genomen om schade aan de openbare weg te voorkomen c.q. te herstellen. Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu. Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden. Bovenstaande maatregelen kunnen bestaan uit het nemen van fysieke maatregelen tot het inzetten van personeel en/of het beschikbaar stellen van financiële middelen. 3.20.5.Borging verkeersveiligheid/inzet verkeersregelaars Bij maatregelen om de verkeersveiligheid te borgen, wordt gedacht aan verkeersborden (type C01, afgesloten voor alle verkeer uitgezonderd voetgangers), afzetmaterialen als afzet- en/of dranghekken en de inzet van verkeersregelaars. Het plaatsen van verkeersborden en verkeersmaterialen gebeurt op basis van een bordenplan. Dit plan beschrijft, per wegvak, welke verkeersmaatregelen worden ingesteld en welke verkeersborden hiervoor worden gebruikt. Het bordenplan bevat ook een tekening van de verkeersmaatregelen, die tijdens het evenement van kracht zijn; Het inzetten van verkeersregelaars is bij wet geregeld in de Regeling Verkeersregelaars 2009. Indien mogelijk, moet worden voorkomen dat verkeersregelaars nodig zijn. Alleen als is aangetoond dat verkeersmaatregelen niet mogelijk of niet afdoende zijn, wordt overwogen of verkeersregelaars worden ingezet. Deze afweging vindt plaats met de politie. Het regelen van het verkeer is doorgaans een politietaak. Alleen als de politie het zelf niet kan, worden verkeersregelaars ingezet. Als de politie nog wel ondersteuning kan leveren aan verkeersregelaars, kunnen dat evenementenverkeersregelaars zijn. Is die ondersteuning er niet, dienen beroepsverkeersregelaars te worden ingezet. Het verschil tussen beide is het opleidingsniveau en de inzetbaarheid bij evenementen. Aan de inzet van verkeersregelaars ligt altijd een advies van de politie ten grondslag. Verkeersregelaars vervangen deels politietaken. Alleen als de politie positief geadviseerd heeft zal de burgemeester tot aanstelling overgaan. Bij een negatief advies kunnen geen evenementenverkeers-regelaars aangesteld worden. Voor activiteiten waarvoor geen evenementenvergunning wordt afgegeven c.q. nodig is, kunnen géén evenementenverkeersregelaars ingezet worden. In een dergelijk geval kan de gemeente als wegbeheerder de inzet van beroepsverkeersregelaars eisen. 3.20.6.Afwikkeling verkeer Bij maatregelen die de afwikkeling van het verkeer moeten borgen, wordt gedacht aan verkeersborden die ertoe bijdragen dat het verkeer op een vlotte en veilige manier de overige wegen kan gebruiken c.q. wordt doorverwezen naar bestemmingen. 3.20.7.Bewegwijzering Bij evenementen waar veel bezoekers van buiten Schijndel worden verwacht, is het wenselijk bewegwijzeringsborden te plaatsen. Naast de voorwaarden die zijn opgelegd in Wet-, regelgeving en richtlijnen, zijn voor Schijndel enkele aanvullende voorwaarden gesteld. Deze zijn dat: Handelsreclame niet is toegestaan; Borden niet eerder dan één dag voor de aanvang van het evenement worden geplaatst; Borden binnen 24 uur na afloop van het evenement worden verwijderd; Borden in geen geval aan bomen worden bevestigd; Bij bevestiging van de borden aan of op straatmeubilair geen gebruik wordt gemaakt van spijkers, ijzerdraad of andere middelen, die beschadiging van het straatmeubilair kunnen veroorzaken 3.20.8.Omleidingen Indien voor een evenement wegen- en/of wegvakken worden gesloten voor het verkeer, kan dat gevolgen hebben voor de afwikkeling van het (overige) verkeer. Liggen wegen- en/of wegvakken in een woonwijk (in de 30 km-gebieden), dan beperken de gevolgen voor het verkeer zich tot de woonstraten en is het aantal verkeersbewegingen dat hierdoor wordt beïnvloed beperkt. Dan is een omleiding niet nodig. Liggen wegen en/of wegvakken op- en/of aan wijkontsluitende wegen (de 30+ wegen en de inprikkers), waarop grotere hoeveelheden voertuigen rijden, dan kan het afsluiten ervan grote gevolgen hebben voor het verkeer. In dergelijke gevallen wordt het noodzakelijk geacht om het gemotoriseerde verkeer om te leiden. Voor een omleiding zal dan overwegend gebruik moeten worden gemaakt van wegen van een gelijke orde als die van het af te sluiten wegvak. Indien een hoofdweg (de Structuurweg of een provinciale weg) moet worden afgesloten, is een omleiding noodzakelijk. In overleg met de gemeente, provincie en Rijkswaterstaat zal dan moeten worden bepaald welke wegen beschikbaar zijn voor een omleiding van het verkeer. Vuistregel omleidingen: Hoofdwegen zoals de Structuurweg en de provinciale wegen zijn niet beschikbaar voor evenementen c.q. mogen hiervoor niet worden afgesloten. Voor de overige wegen geldt dat deze mogen worden afgesloten. Voor alle wegen op onderstaande afbeelding geldt bovendien dat, bij afsluiting, rekening wordt gehouden met een omleiding. In overleg met de gemeente wordt bepaald welke wegen beschikbaar zijn voor een omleiding. In rood alle wegen waarvoor rekening dient te worden gehouden met een omleiding 3.20.9.Openbaar vervoer Het openbaar vervoer door Schijndel maakt gebruik van een aantal routes door Schijndel. Indien deze wegen- en/of wegvakken een evenement plaatsvindt, betekent dit tijd- en comfortverlies voor reizigers en de vervoerder. Daarbij komt dat, als een groot aantal aantrekkelijke halteplaatsen niet langer kan worden bediend, ook de route voor de vervoerder niet langer aantrekkelijk is en op termijn wel eens zou kunnen komen te vervallen omdat de route niet langer kostendekkend kan worden geëxploiteerd. Om te garanderen, dat het openbaar vervoer voor Schijndel behouden blijft, is het noodzakelijk om het aantal ingrijpende verkeersmaatregelen te beperken. In overleg met de vervoerder en de provincie is overeengekomen hoeveel en op welke wijze rekening gehouden wordt met evenementen. Rood-groene cirkel: tijdelijke halteplaats bij het parkeerterrein aan de Steeg en Floralaan Rood-gele cirkel : tijdens omleiding vervallen vaste halteplaats Over omleidingen voor het openbaar vervoer zijn afspraken gemaakt met de concessieverlener (provincie Noord-Brabant) en de concessiehouder (vervoerder Arriva) de omleidingen groen, blauw en bruin mogen elkaar nooit overlappen c.q. nooit gelijktijdig van kracht zijn; omleiding groen, voor evenementen aan de Boschweg, mag maximaal 5x per jaar plaatsvinden omleiding blauw, voor evenementen die het gehele centrumgebied omvatten, mag maximaal 1x per jaar plaatsvinden; omleiding bruin, voor evenementen ten noorden van het centrumgebied, mag meerdere keren per jaar plaatsvinden; het totale aantal omleidingen voor evenementen in de kom van Schijndel bedraagt maximaal 8; naast het bovenstaande wordt de bus ook tijdens de carnavalsoptocht omgeleid; 3.20.10.Instandhouden weg/waarborgen bruikbaarheid Bij maatregelen voor het in standhouden c.q. het waarborgen van de bruikbaarheid van een weg dient te worden gedacht aan constructies, die voorkomen dat er schade ontstaat aan wegen en/of wegvakken. Voorbeelden hiervan zijn tijdelijke verhardingen, rijmatten en/of rijplaten. Voorafgaande aan een evenement vindt een opname plaats van de toestand van de wegen en/of wegvakken die onderdeel zijn van het verkeersplan van een evenement. Na afloop van een evenement wordt de situatie opnieuw opgenomen. Indien er schade is geconstateerd, waarvan mag worden verondersteld, dat deze een gevolg is van het gewijzigde gebruik tijdens het evenement, wordt deze hersteld op kosten van de organisator. 3.20.11.Parkeervoorzieningen bij evenementen Bij maatregelen om te voorkomen, dat voor het verkeer tijdens een evenement overlast, hinder of schade ontstaat en/of wordt veroorzaakt, wordt gedacht aan voldoende parkeerruimte voor voertuigen van bezoekers en/of de organisatie. De aanwezigheid van auto’s in de omgeving van een evenement of achtergelaten (brom-)fietsen kan als overlast worden ervaren. Daarom moet een verkeersplan voorzien in maatregelen waarmee kan worden voorzien in de behoefte om opstelruimte voor voertuigen van bezoekers. Bij maatregelen die moeten voorkomen dat het verkeer het karakter of de functie van objecten of gebieden aantast moet worden gedacht aan voorzieningen, die voorkomen, dat de locatie van een evenement na het evenement is aangetast. Door het reserveren of inrichten van voorzieningen en/of het verzorgen van voor- en natransport tussen deze voorzieningen en de locatie waar een evenement plaatsvindt, kan ervoor worden gezorgd dat de locatie van het evenement zijn karakter behoudt. Voorbeelden van dergelijke voorzieningen zijn: parkeerterreinen; park&ride plaatsen; taxistandplaatsen; stallingruimten voor (brom-)fietsen. 3.20.12.Calamiteitenplan Het calamiteitenplan van de gemeente voorziet in maatregelen om verkeer van nood- en/of hulpdiensten en voor evacuatie, tijdens of als gevolg van een calamiteit een vrije doorgang te bieden. In geval van een calamiteit, worden verkeersplannen voor andere activiteiten als evenementen aangepast om het calamiteitenverkeer een vrije doorgang te borgen. 3.21.Kerstboomverbrandingen, kampvuren e.d. Enkele jaren geleden is er discussie gevoerd over het bestaansrecht van kerstboomverbrandingen. Met name het milieuaspect was toen aanleiding om vraagtekens te zetten bij het door laten gaan van de verbrandingen. Omdat het verbranden van kerstbomen al een lange traditie heeft, is toen besloten te kiezen voor een beperking middels een uitsterfconstructie (geen nieuwe verzoeken honoreren). In het huidige stookbeleid worden de rechten voor de bestaande evenementen gerespecteerd, met dien verstande, dat op deze evenementen een uitsterfconstructie van toepassing wordt verklaard. Als in enig jaar door omstandigheden anders dan door overmacht het evenement niet doorgaat, kan geen medewerking meer worden verleend. Op dit moment wordt er nog een kerstboomverbranding georganiseerd door dorpsraad Wijbosch en wijkraad Plein. 3.22.Zondagswet Bij de vergunningverlening voor evenementen op zondag wordt door de burgemeester rekening gehouden met de bepalingen van de Zondagswet. De door hem op grond van artikel 2:25 van de APV te verlenen vergunning is tevens (voor zover van toepassing) de vereiste ontheffing(en) ingevolge de Zondagswet. Hiervoor wordt geen aparte ontheffing verleend. 3.23.Flora- en Faunawet De gemeente heeft een positief beleid ten aanzien van het behoud van natuurwaarden, vastgelegd in het Groenbeleidsplan. De organisatie van een evenement dient rekening te houden met de Flora en Faunawet (FFW,
par 2.10). Hoewel de gemeente in het kader van de FFW geen bevoegdheden heeft, kan bij de vergunningaanvraag getoetst worden in hoeverre de aanvragende organisatie rekening houdt met de bepalingen van de FFW, bijvoorbeeld door in voorkomende gevallen een natuurbeschermingsplan te verlangen. Er mag niet automatisch van uitgegaan worden dat een ontheffing van de FFW ook verleend wordt. Het verdient daarom aanbeveling om als gemeente te gaan werken volgens de Gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting. De gemeente moet daarvoor nog wel aan enkele voorwaarden voldoen zoals het laten opleiden van enkele medewerkers op het gebied van de FFW en het formeel van toepassing verklaren van deze Gedragscode. De gemeente kan het Natuur- en Milieu Centrum Schijndel (NMC) inzetten voor het adviseren in geval van een vergunningaanvraag. Voor deze dienstverlening kan aan deze organisatie een vrijwilligersvergoeding per aanvraag worden toegekend. 4VERGUNNINGAANVRAAG 4.1.Aanvraagformulier Voordat een goede beslissing genomen kan worden op een aanvraag, dient voldoende informatie bekend te zijn. Een goed aanvraagformulier is daarom van wezenlijk belang. Een nieuw aanvraagformulier is daarom samengesteld. 4.2.Termijn Een aanvraag voor een evenementenvergunning moet minimaal twaalf weken voordat het evenement plaatsvindt, zijn ingediend. De termijn van 8 weken is nodig om een goed voorbereide en afgewogen beslissing te kunnen nemen. Bovendien moet in veel gevallen advies worden gevraagd aan bijvoorbeeld de politie en/of de brandweer. In geval van een geheel nieuw evenement, dient de aanvraag minimaal drie maanden van tevoren te worden ingediend. Dit in verband met de tijd die nodig is voor het volgen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (
paragraaf 4.4). Wordt een verzoek niet tijdig ingediend, dan kan de burgemeester besluiten dit niet te behandelen. Het bevoegd gezag (de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders) beslist op een aanvraag voor een vergunning binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Deze beslissing kan eenmalig worden verdaagd, eveneens met 8 weken. 4.3.Beoordeling en advies De burgemeester beoordeelt of alle benodigde informatie op het aanvraagformulier is aangegeven. Eventueel wordt de aanvrager verzocht aanvullende gegevens te verstrekken. De burgemeester vraagt indien nodig advies over de aanvraag aan de verschillende diensten (politie, brandweer, GGD e.a.) en gemeentelijke afdelingen (afdeling Weg- en Waterbouw e.a.). Wie er om advies wordt gevraagd is mede afhankelijk van de aard en de locatie van het evenement. Bij de beoordeling van de aanvraag houdt de burgemeester rekening met belangen ter bescherming van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of goederen en de zedelijkheid en gezondheid. Verder wordt gelet op ervaringen uit het verleden met het evenement en met de organisator. Het kan voorkomen, dat een aanvraag voor een evenement ook moet worden getoetst aan de Flora- en Faunawet (FFW). Met het aanvragen van een ontheffing op grond van de Flora- en Faunawet is normaliter een tijd gemoeid van ca. 13 weken. Tijdig aanvragen is daarom vereist. 4.4.Uniforme Openbare voorbereidingsprocedure Indien een aanvraag betrekking heeft op een nieuw evenement wordt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure conform de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Gedurende zes weken wordt een ontwerpvergunning ter inzage gelegd. In deze periode kunnen belanghebbenden hun
nswijzen over het evenement naar voren brengen. Worden
nswijzen ingediend, dan neemt de burgemeester deze mee in de definitieve afweging wel of geen vergunning te verlenen. Ook de definitieve vergunningverlening wordt gepubliceerd, zodat belanghebbenden een bezwaar- en beroepsmogelijkheid hebben. 4.5.Publicatie Bij de vergunningverlening voor jaarlijks terugkerende evenementen wordt volstaan met het publiceren van het feit dat de vergunning is verleend. In deze publicatie wordt een korte omschrijving van het evenement gegeven, de locatie waar het plaatsvindt en de datum en tijdstippen waarop. Tevens wordt er op gewezen dat de vergunning voor iedereen ter inzage ligt. Ook hier geldt dat belanghebbenden een bezwaar- en beroepsmogelijkheid hebben. 5TOEZICHT EN HANDHAVING 5.1.Toezicht Het naleven van de voorschriften van een evenementenvergunning wordt in eerste aanleg aan de verantwoordelijkheid van de organisator overgelaten. Als er signalen of vermoedens zijn, dat voorschriften en met name geluidsvoorschriften en voorschriften met betrekking tot eindtijden niet of onvoldoende (kunnen) worden nageleefd is dat reden tot actie over te gaan in de vorm van toezicht, b.v. door het doen van geluidmetingen. Het preventief toezicht wordt uitgevoerd door ambtenaren die hiervoor door burgemeester en wethouders zijn aangewezen. Het repressief toezicht geschiedt door ambtenaren die hiervoor door burgemeester en wethouders zijn aangewezen, alsmede door ambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering (o.a. de politie). Ten aanzien van de Flora- en Faunawet is de RVO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (ministerie) bevoegd. De RVO kan proces verbaal opmaken of een evenement niet door laten gaan of zelfs stopzetten, indien natuurwaarden in het geding zijn. 5.2.Handhaving De handhaving rondom evenementen was voor de realisatie van deze evenementennotitie beperkt tot een aantal grotere evenementen. In principe geldt er een handhavingsplicht. Als er regels worden vastgesteld dient de naleving daarvan ook te worden gehandhaafd. Nu de mogelijkheden voor het houden van evenementen worden uitgebreid en regels o.a. met betrekking tot geluidnormen worden versoepeld, stijgt de behoefte aan de handhaving van de voorschriften uit de vergunning. In het handhavingsuitvoeringsprogramma, dat jaarlijks wordt opgesteld kan zo nodig ruimte worden gereserveerd voor evenementen. Indien geconstateerd wordt dat een evenement wordt gehouden zonder de vereiste vergunning of ontheffing, wordt proces-verbaal opgemaakt. De bevoegde ambtenaar van politie of de gemeentelijke handhaver kan afhankelijk van de omstandigheden en na overleg met de burgemeester het evenement onmiddellijk laten beëindigen. Indien geconstateerd wordt dat een organisator de opgelegde vergunningvoorschriften niet in acht neemt, kan dit leiden tot een proces-verbaal, stoplegging van het evenement en/of consequenties hebben voor een volgende vergunningaanvraag. 5.3.Klachtenregistratie en procedure Het is uiteraard mogelijk dat bij evenementen klachten ontstaan. Voor klachten tijdens het evenement dient men in eerste instantie contact op te nemen met de organisator van het evenement of de activiteit. Indien de klacht niet naar tevredenheid wordt afgehandeld, kan men contact opnemen met de politie. De politie informeert de gemeente over deze meldingen. Klachten kunnen ook digitaal worden gemeld op de website van de gemeente. Deze klachten worden doorgelinkt naar de politie, die vervolgens beoordeelt of (direct) optreden noodzakelijk is. 6FINANCIËN Bij het aanvragen van een evenementenvergunning kan de aanvrager te maken krijgen met de volgende gemeentelijke belastingen, retributies en leges. De betreffende belastingverordeningen worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. 6.1.Precariobelasting Voor de volledigheid wordt ook ingegaan op de precariobelasting. Op grond van de Verordening precariobelasting wordt er een belasting geheven voor het hebben van voorwerpen op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. In de Verordening precariobelasting is een objectgebonden vrijstelling opgenomen voor voorwerpen die zijn geplaatst ten behoeve van een kleinschalig evenement, waarvoor op grond van de APV enkel een meldingsplicht geldt. Op grond van de Verordening precariobelasting worden geen aanslagen opgelegd voor evenementen, omdat meldingsplichtige evenementen zijn vrijgesteld. Indien een evenementenvergunning wordt verleend, is er sprake van een evenemententerrein, waardoor het terrein aan de openbare bestemming is onttrokken. Wel kan er voor vergunningsplichtige evenementen bedragen worden geheven op basis van de retributieverordening. 6.2.Retributies Op grond van de Verordening retributies worden bedragen geheven voor het gebruik van een evenemententerrein en de voorzieningen op het evenemententerrein. Voor het gebruik van een evenemententerrein is een bedrag per dag of gedeelte daarvan, verschuldigd (tarief 2015: € 83,81). Wordt het evenement niet op gemeentegrond georganiseerd, dan blijft deze heffing achterwege. Tevens zijn er in deze verordening tarieven opgenomen voor het treffen van voorzieningen ten behoeve van energie- en watervoorziening en het gebruik daarvan. 6.3.Leges Op grond van de Legesverordening worden er rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. In de APV is geregeld dat voor kleinschalige evenementen geen vergunning aangevraagd hoeft te worden, maar dat een meldingsplicht geldt. Op deze wijze hoeft geen vergunning te worden aangevraagd, worden er geen kosten gemaakt voor de behandeling en zijn er geen leges verschuldigd. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een evenementenvergunning worden wel leges geheven. In de door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders is aangegeven dat de kosten van de individuele dienstverlening voor 100% verhaald moeten worden op degene ten behoeve van wie de dienst verleend wordt. In de tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2015 is een tarief van € 52,21 opgenomen. Dit tarief is niet kostendekkend. In deze notitie wordt voorgesteld om evenementenvergunning in te delen in categorieën. De werkzaamheden bij de behandeling van een aanvraag om een evenementenvergunning zijn afhankelijk van de soort categorie. Op basis van de werkzaamheden per categorie kunnen de kosten worden berekend. Door middel van een wijzigingsverordening kan het huidige legestarief worden gewijzigd. Het is mogelijk dat er naast een evenementenvergunning, nog andere vergunningen of ontheffingen noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld: een kampeerontheffing of gebruiksvergunning brandveilig gebruik. Voor het in behandeling nemen van deze ontheffingen c.q. vergunningen worden er ook op grond van de tarieventabel behorende bij de Legesverordening leges geheven. 7DIENSTVERLENING GEMEENTE 7.1.Ambtelijke ondersteuning Binnen de gemeente zijn verschillende medewerkers betrokken bij de behandeling van een vergunningaanvraag en de daaruit voorkomende werkzaamheden. Een vergunningaanvraag wordt gecoördineerd door het cluster Algemeen Juridische Zaken. Dit cluster is tevens adviseur van de burgemeester met betrekking tot relevante en bestuurlijke toetsing van evenementen. De uitvoerende werkzaamheden worden vanuit de afdeling Weg- en Waterbouw (o.a. gemeentewerf) gecoördineerd. Uitzonderingen hierop zijn het gebruik van het gemeentehuis en de stroomvoorzieningen op de Markt en het parkeerterrein aan de Steeg. Deze zijn in handen van de gemeentebode. 7.2.Gebruik materialen gemeente(werf) De gemeente(werf) beschikt over een beperkte hoeveelheid materialen voor evenementen (verkeersborden, afzethekken, dranghekken, vlaggenmasten, enz.). Die worden bij beschikbaarheid uitgeleend. Als een organisatie hiervan gebruik wil maken, dient hiervan melding te worden gemaakt in het verkeersplan dat voor ieder evenement moet worden aangeleverd. Het goedgekeurde verkeersplan dient, door de organisator, minimaal 4 weken voor het evenement te zijn aangeleverd bij de werfbeheerder. De gemeente(werf) leent materialen uit bij beschikbaarheid. De werfbeheerder bepaalt of materialen beschikbaar zijn. Is dit niet het geval, dient de aanvrager zelf voor de benodigde materialen te (laten) zorgen. Voor wat de gemeente(werf) uitleent worden geen kosten in rekening gebracht. Indien personeel van de gemeente ingeschakeld wordt (bijvoorbeeld voor het leveren- en/of ophalen van materiaal, het plaatsen van vlaggenmasten e.d.), wordt hiervoor het geldende uurtarief van het personeel/materieel in rekening gebracht bij de organisator. Het ophalen en terugbrengen van de materialen door de organisatie kan tijdens openingstijden van de gemeentewerf (de actuele openingstijden van de gemeentewerf zijn vermeld op de website van de gemeente). De materialen dienen op de eerste werkdag na het evenement terug te worden gebracht. 7.3.Gebruik gemeentehuis en overige gemeentelijke gebouwen In het verleden werd er bij een klein aantal evenementen gebruik gemaakt van het gemeentehuis (bv. Intocht Sinterklaas. Deze dienst wordt binnen het nieuwe evenementenbeleid alleen gecontinueerd voor culturele/maatschappelijke, niet commerciële evenementen. Hiervoor worden geen kosten in rekening gebracht. Elk verzoek hiervoor wordt echter zorgvuldig afgewogen. Voor de overige gemeentelijke gebouwen gelden de voorwaarden uit de gebruiksvergunningen en geldende tarieven van deze gebouwen. 7.4.Energie Indien een organisatie gebruik wenst te maken van de stroomvoorziening van de gemeente, dient vooraf contact opgenomen te worden met de gemeentebode. De organisatie dient zelf zorg te dragen voor zwerfkasten. Levering, plaatsing en aansluiting van deze kasten op de centrale stroomkast mogen uitsluitend gebeuren door een erkend elektrotechnisch installatiebedrijf. De kosten hiervan en de daadwerkelijke stroomverbruikskosten zijn voor rekening van de organisatie. 7.5.Collectieve vrijwilligersverzekering De gemeente Schijndel heeft een collectieve vrijwilligersverzekering afgesloten bij Vrijwilligersnet Nederland in Waalre (telefoon:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.