Verordening rechtspositie wethouders ’s-Hertogenbosch 2010De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch in zijn openbare vergadering van 13 juli 2010; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 juni 2010, regnr. 10.582 ; gelet op de Gemeentewet; Besluit In te trekken de “Verordening rechtspositie wethouders ’s-Hertogenbosch 2007” . Vast de stellen de in de bijlage 1 opgenomen “Verordening rechtspositie wethouders ’s-Hertogenbosch 2010” Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; Regeling rechtspositie wethouders: de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties houdende een aantal rechtspositionele aangelegenheden ten aanzien van wethouders als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders; gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. Hoofdstuk2Voorzieningen voor wethouders Artikel2Onkostenvergoeding Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. Artikel3Reiskosten woon-werkverkeer De wethouder wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling een tegemoetkoming in de kosten van het reizen verleend overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel4Zakelijke reiskosten Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 3 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt. De vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten; bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders; een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte kosten. Artikel5Dienstauto 1.De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder dienstauto wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan een door de gemeente ingehuurde auto. 2.De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouder ook worden gebruikt voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling en voor reizen ten behoeve van nevenfuncties die de wethouder vervult uit hoofde van zijn ambt. 3.Indien de wethouder op grond van artikel 3 een tegemoetkoming ontvangt in de reiskosten tussen de woning en de plaats van tewerkstelling wordt een korting op die tegemoetkoming toegepast ter grootte van 1/20 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor elke dag waarop zowel van de woning naar de plaats van tewerkstelling als omgekeerd van de plaats van tewerkstelling naar de woning gebruik is gemaakt van de dienstauto; 1/40 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor elke dag waarop alleen hetzij van de woning naar de plaats van tewerkstelling hetzij omgekeerd van de plaats van tewerkstelling naar de woning gebruik is gemaakt van de dienstauto. 4.Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het tweede lid bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de gemeentelijke dienstauto en daarvoor van een derde ook een vergoeding van reiskosten ontvangt wordt die vergoeding in de gemeentelijke kas gestort. Artikel6Verblijfkosten Aan de wethouder worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke verblijfkosten ter zake van reizen, bedoeld in artikel 4, volledig vergoed. Artikel7Buitenlandse dienstreis 1.Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. 2.Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. Artikel8Cursus, congres, seminar of symposium 1.De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2.De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. Artikel9Computer en internetverbinding 1.Op aanvraag wordt de wethouder ten laste van de gemeente voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. 2.De in bruikleen ter beschikking gestelde computer dient door de wethouder voor minimaal90% gebruikt te worden voor werkzaamheden verband houdende met zijn ambt. 3.De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 4.Vanwege het college stelt het hoofd van de afdeling Personeelsbeheer het model van de bruikleenovereenkomst vast. 5.Indien geen computer, bijbehorende randapparatuur en software ter beschikking is gesteld, verleent de gemeente een wethouder op aanvraag voor de uitoefening van het wethouderschap een tegemoetkoming voor de aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software of het gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. 6.De in artikel 5 bedoelde tegemoetkoming bedraagt jaarlijks 25% van de nieuwwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software die de gemeente aan wethouders in bruikleen ter beschikking stelt. 7.Op aanvraag vergoedt de gemeente de wethouder de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of vijfde lid genoemde computerapparatuur. De vergoeding bedraagt maximaal € 25 per maand 8.Eventuele belastingheffing voor de in lid 5 en lid 7 genoemde vergoedingen, komt voor rekening van de wethouder. Artikel10Mobiele telefoon 1.Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die mede gebruikt mag worden voor privé doeleinden. Hierbij geldt dat het zakelijk gebruik ten minste 10% moet zijn van het totale gebruik. 2.De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 3.Vanwege het college stelt het hoofd van de afdeling Personeelsbeheer het model van de bruikleenovereenkomst vast. 4.Bij de wethouder die de mobiele telefoon mede gebruikt voor privé doeleinden, wordt uit de bruto onkostenvergoeding de component voor telefoonkosten verminderd tot een bedrag van €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.