Verordening Burgerparticipatie 2015 + toelichtingArtikel1.Begrippen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning; doelgroep: de personen/groepen, die vallen onder de werkingssfeer van de Wmo en Participatiewet; belangenorganisaties: organisaties die de belangen behartigen van de doelgroepen behorende bij de prestatievelden zoals beschreven in artikel 1 lid 1, onder g, van de Wmo; burgerparticipatieraad: participatieorgaan, zoals bedoeld in deze verordening; kamer: zelfstandige advieseenheid binnen de burgerparticipatieraad; coördinatiegroep: aanspreekpunt voor gemeente namens de burgerparticipatieraad en ondersteuning voor de afzonderlijke kamers binnen deze raad teneinde een integrale advisering te waarborgen. overlegvergadering: het overleg met de voor de Wmo verantwoordelijke wethouder. 2.Voor zover niet anders is bepaald worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wmo. Artikel2.Doelstelling 1.Het doel van de burgerparticipatieraad is, gelet op artikel 150 van de Gemeentewet en gelet op de artikelen 11 en 12 van de Wmo en artikel 47 van de Participatiewet, om de algemene belangen, in het kader van de Wmo en de Participatiewet, van de inwoners van de gemeente Boxmeer te behartigen. 2.Door middel van de inbreng van en het overleg met de burgerparticipatieraad wordt beoogd meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van de uitvoering van de Wmo en de Participatiewet. Artikel3.Taken en bevoegdheden De burgerparticipatieraad heeft als gemeentelijk adviesorgaan het recht om initiatief te nemen, te beschikken over informatie en te adviseren. De burgerparticipatieraad heeft tot taak het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over onderwerpen die de vorming van nieuw en de uitvoering van vastgesteld gemeentelijk beleid ten aanzien van de Wmo en de Participatiewet betreffen. De burgerparticipatieraad polst, informeert en oriënteert zich actief op ontwikkelingen en knelpunten die ervaren worden in de samenleving waar het de uitvoering van de Wmo en de Participatiewet betreft. De burgerparticipatieraad geeft de signalen door aan de gemeente. De burgerparticipatieraad informeert de doelgroepen en organisaties als bedoeld in artikel 4, adequaat over de adviezen van de burgerparticipatieraad betreffende de ontwikkeling en praktische uitvoering van beleid en regelingen van de gemeente op het gebied van de Wmo en de Participatiewet. Op verzoek van de burgerparticipatieraad kunnen deskundigen worden uitgenodigd om deel te nemen in een werkgroep met het oog op de behandeling van een bepaald onderwerp. Artikel4.Samenstelling burgerparticipatieraad 1.De burgerparticipatieraad bestaat uit minimaal 5 leden, exclusief voorzitter. Zowel vertegenwoordigers van burgers als vertegenwoordigers van zorgvragers/cliënten. 2.In de burgerparticipatieraad hebben burgers en cliënten zitting die affiniteit hebben met individuele maatschappelijke ondersteuning, collectieve maatschappelijke ondersteuning, de WMO en de Participatiewet. 3.Een evenwichtige en representatieve afspiegeling van de bevolking van de gemeente Boxmeer (samenstelling, leeftijdsopbouw) dient te worden nagestreefd. 4.Medewerkers en bestuurders van de gemeente Boxmeer kunnen geen deel uit maken van de Burgerparticipatieraad. 5.Bestuurders en medewerkenden van de gemeente en medewerkers ten behoeve van de in de gemeente werkzaam zijnde instellingen kunnen geen deel uit maken van de burgerparticipatieraad. Artikel5.Benoeming en zittingsduur 1.Teneinde leden van de doelgroepen en andere burgers de gelegenheid te geven zich kandidaat te stellen voor de burgerparticipatieraad wordt door deze raad een oproep geplaatst in de plaatselijke media. 2.De burgerparticipatieraad verzorgt de selectie en doet een voordracht aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxmeer. 3.De zittingsduur van de leden van de burgerparticipatieraad is vier jaar, welke periode maximaal eenmaal verlengd kan worden. 4.Een lid van de burgerparticipatieraad kan zijn lidmaatschap tussentijds middels een schriftelijke kennisgeving beëindigen. Artikel6.Overleg 1.Het college betrekt de burgerparticipatieraad in een zo vroeg stadium bij de beleidsontwikkeling van beleid en regelingen betreffende de uitvoering van de Wmo en Participatiewet. 2.Ten minste driemaal per jaar vindt een overlegvergadering plaats met de verantwoordelijk wethouder. Verder is de verantwoordelijk wethouder op afroep beschikbaar. 3.Het Dagelijks bestuur van de burgerparticipatieraadraad stelt, in overleg met de verantwoordelijk wethouder, de agenda vast van de overlegvergaderingen met de verantwoordelijk wethouder. 4.De coördinerende ambtenaar kan op afroep als toehoorder aanwezig bij vergaderingen van de burgerparticipatieraad en ontvangt daartoe alle stukken. Artikel7.Advisering 1.Het college legt onderwerpen als bedoeld in artikel 3 lid 1 middels een schriftelijke adviesaanvraag voor aan de burgerparticipatieraad. In de aanvraag wordt expliciet vermeld over welke punten advies wordt gevraagd. 2.De burgerparticipatieraad brengt binnen zes weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk advies uit aan het college. Het besluit omtrent de advisering wordt bij meerderheid van stemmen genomen. Minderheidsstandpunten worden apart vermeld. 3.Indien het college een gevraagd of ongevraagd advies van de burgerparticipatieraad niet overneemt, deelt het dat met redenen omkleed, uiterlijk binnen 6 weken, schriftelijk mee aan de burgerparticipatieraad. Artikel8.Budget en faciliteiten 1.Op verzoek van de burgerparticipatieraad kan het college faciliteiten beschikbaar stellen die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de adviesraad. 2.De leden van de burgerparticipatieraad hebben recht op een onkostenvergoeding. 3.Het college faciliteert de burgerparticipatieraad op grond van een tijdig ingediend werkprogramma en een begroting. Artikel9.Overige bepalingen 1.De burgerparticipatieraad behandelt geen zaken die op individuen betrekking hebben. 2.De vergaderingen zijn in principe openbaar. De burgerparticipatieraad kan bepalen dat een vergadering geheel of gedeeltelijk besloten is. 3.Burgers en belanghebbenden hebben spreekrecht tijdens de vergaderingen van de burgerparticipatieraad. Voor de beschrijving van het spreekrecht, zie huishoudelijk reglement. Artikel10.Inwerkingtreding en Citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.