Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Lingewaard 2015De raad van de gemeente Lingewaard, gelezen het voorstel van het college van 17 maart 2015; gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Lingewaard 2015. HOOFDSTUK1.INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van één stoffelijk overschot per laag; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaatsen: “De Teselaar”, gelegen aan Teselaar in Bemmel; “De Hoeve”, gelegen aan Hoeve in Huissen; “Gendt”, gelegen aan Zandvoortsestraat 1 in Gendt; “Huissen-Stad” (juridisch gesloten), gelegen aan Doelenstraat 39a in Huissen; “Het Zand” (juridisch gesloten), gelegen aan Molenweg in Huissen. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt; belanghebbende: natuurlijk persoon aan wie het bovengronds gebruik van een algemeen graf is verleend; gedenkplaats: een plaats op de begraafplaats om één of meerdere overledenen te gedenken die elders zijn begraven, bijgezet of de as van is verstrooid of dood zijn verklaard na vermissing (bijvoorbeeld na een (natuur)ramp); graf: een zandgraf of een grafkelder; grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een (urnen)graf of op een gedenkplaats; gedenkteken: naamplaat, steen, zerk of ander monument, daaronder begrepen kettingen en hekwerken; op een graf, urnengraf, gedenkplaats of om een nis in een urnenmuur af te sluiten; grafbeplanting: blijvende, winterharde beplanting; grafkelder: een in de vaste grond geplaatste of gebouwde, onder, op of boven maaiveldniveau afgewerkte, betonnen, gemetselde of kunststofconstructie waarin één of meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet in een particuliere grafkelder; grafrustperiode: de periode tussen het moment van begraven en het ruimen van het graf; knekelput: ondergrondse en afgedekte ruimte, in beheer bij de gemeente, waar de stoffelijke resten van een (urnen)graf tijdelijk bijeen zijn of worden gebracht nadat het oorspronkelijke (urnen)graf is geruimd; particulier (kinder)graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van overledenen; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het (ondergronds) doen verstrooien van as; particulier verzamelgraf: ondergrondse en afgedekte ruimte waar de stoffelijke resten uit een of meerdere particuliere graven na ruiming bijeen zijn of worden gebracht in een particulier graf; rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf, een particuliere urnennis, een particulier verzamelgraf of een particuliere gedenkplaats; strooiplaats: een door de beheerder aangelegde en/ of aangewezen plaats voor het verstrooien van as; uitgifte/ uitgeven graf: het moment waarop een graf fysiek in gebruik is genomen of administratief is gereserveerd; urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; urnengraf: een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het (ondergronds) doen verstrooien van as; urnenmuur: een bovengrondse constructie met particuliere nissen, waarin urnen kunnen worden bijgezet; urnennis: een particuliere nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; verzamelgraf: ondergrondse en afgedekte ruimte, in beheer bij de gemeente, waar de stoffelijke resten uit een of meerdere knekelput(ten) of geruimde (urnen)graven definitief bijeen zijn of worden gebracht. zandgraf: een particulier of algemeen graf gegraven in de vaste grond. HOOFDSTUK2.OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS Artikel2.Openstelling begraafplaatsen 1.De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang. Het college maakt deze openstelling openbaar bekend. 2.Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. 3.Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bijzetting van as. Artikel3.Ordemaatregelen 1.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 2.De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. 3.Het is verboden met (motor)rijtuigen op de begraafplaatsen te rijden: anders dan naar de daartoe aangewezen parkeerplaats, niet harder dan 10 km per uur; met uitzondering voor het vervoer van materialen door of namens de beheerder, niet harder dan 10 km/ uur. 4.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld onder a van het derde lid. Artikel4.Plechtigheden 1.Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. 2.De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Artikel5.Opgravingen en ruimen Bij het opgraven van stoffelijke resten en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. HOOFDSTUK3.VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING Artikel6.Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1.Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk drie werkdagen om uiterlijk 12.00 uur voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. Zaterdagen, zondagen en nationale feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2.Het openen van een graf ter begraving, bijzetting of verstrooiing en het daarna sluiten van een graf, mag uitsluitend geschieden door, namens of onder toezicht van de beheerder. Wanneer voorafgaand aan het sluiten van een graf de nabestaanden of bezoekers een deel van de handmatige werkzaamheden een symbolisch karakter willen geven, dan worden deze symbolische handelingen verricht onder toezicht van de medewerker namens de beheerder of, met instemming van de beheerder, onder toezicht van de betrokken begrafenisondernemer. In dit geval dienen de nabestaanden deze wens, eveneens schriftelijk, uiterlijk tijdens de kennisgeving zoals bedoeld in het voorgaande lid, aan de beheerder kenbaar te hebben gemaakt. De nabestaanden en de bezoekers dienen bij de uitvoering van deze handmatige werkzaamheden met een symbolisch karakter de aanwijzingen van de medewerker namens de beheerder of, met instemming van de beheerder, de aanwijzingen van de begrafenisondernemer op te volgen en gebruik te maken van de ter beschikking gestelde hulpmaterialen. Het voorlopen en bedienen van de graflift geschiedt door of namens de beheerder. Artikel7.Muziekinstallatie Tijdens plechtigheden is het gebruik van een geluidsinstallatie, op aanwijzing van de begrafenisondernemer of van de medewerker namens de beheerder, toegestaan. Artikel8.Over te leggen stukken 1.Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven op de begraafplaats is overgelegd aan de beheerder. 2.Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3.Een tweede begraving van een stoffelijk overschot in een particulier graf kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van het verleende recht, dusdanig dat de periode van grafrust voor het stoffelijk overschot van de tweede begraving ten minste gelijk is aan de genoemde termijn in artikel 14, eerste lid. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de andere personen genoemd in artikel 16, tweede lid. 4.De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn. Artikel9.Tijden van begraven en asbezorging 1.De plechtigheden voor het begraven en het bezorgen van as vinden plaats: op werkdagen binnen de tijdsperiode van 10.00 tot 16.00 uur; op zaterdagen binnen de tijdsperiode van 10.00 tot 16.00 uur; zaterdagen, zondagen en nationale feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdagen. 2.Wanneer, na instemming van de beheerder, de plechtigheid op een ander moment plaatsvindt dan de in lid 1.a. genoemde dagen en/ of tijdsperiode, zijn de door het college nader vast te stellen tarieven van toepassing. HOOFDSTUK4.INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN Artikel10.Indeling graven en asbezorging 1.Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: particuliere graven, - grafkelders en - urnengraven; particuliere urnennissen; particuliere kindergraven; particulier verzamelgraf; gedenkplaatsen. 2.Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden begraven en bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er in de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de graven. Artikel11.Aantal overledenen in algemene graven In de algemene graven wordt per laag maximaal één stoffelijk overschot begraven. Artikel12.Volgorde van uitgifte 1.De algemene en particuliere graven, - urnengraven en – urnennissen, worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. 2.Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is. Artikel13.Categorieën Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. Artikel14.Termijnen particuliere graven 1.Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 2.Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens voor de duur van tien jaar. De verlenging sluit direct aan op de voorafgaande termijn. 3.Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. 4.De verantwoordelijkheid voor het tijdig aanvragen van de verlenging bedoeld in lid 2 berust bij de rechthebbende en de verlenging wordt binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn aangevraagd. 5.Behoudens voor de graven op de juridisch gesloten verklaarde begraafplaatsen, zijn verleende rechten voor onbepaalde tijd gewijzigd in een recht voor een bepaalde tijd voor de duur van 20 jaar, ingaande op 31 december 2014. Artikel15.Grafkelder Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden. Artikel16.Overschrijving van verleende rechten 1.Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. 2.Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf waarop het recht van toepassing is, dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf waarop het recht van toepassing is, dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. De overschrijving kan in dit laatste geval kosteloos geschieden op naam van de nieuwe rechthebbende als opdrachtgever van de bijzetting. 3.Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen. 4.Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden, maar binnen de termijn van één jaar, kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd. Artikel17.Afstand doen van graven Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf, mits de wettelijke grafrusttermijn van 10 jaar na de (laatste) begraving is verstreken. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. Artikel18.Sluiting van graven 1.Op aanvraag van de rechthebbende kan het college een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatshebben of asbus worden bijgezet, dan wel as worden verstrooid, dan die van de stoffelijke overschotten van de personen, die de rechthebbende in zijn aanvraag met name heeft genoemd. 2.Het college bepaalt in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt verklaard. HOOFDSTUK5.GRAFBEDEKKINGEN Artikel19.Aanbrengen grafbedekking Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels de aard en de afmetingen van de grafbedekking, de wijze van aanbrengen en de wijze waarop melding wordt gedaan. Artikel20.Onderhoud door de gemeente Het college onderhoudt geen grafbedekkingen. Artikel21.Onderhoud door rechthebbende of belanghebbende 1.Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking inclusief winterharde beplanting geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de belanghebbende. 2.De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 3.Indien de rechthebbende of de belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 4.De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de belanghebbende door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking en de rechthebbende/ belanghebbende maximaal één jaar de gelegenheid hebben geboden de grafbedekking te onderhouden of te herstellen. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college de verklaring gedurende één jaar bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 5.Het college kan de rechthebbende of de belanghebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt. 6.Het college kan indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden of de vandalismegevoeligheid bevordert, direct maatregelen nemen om dit gevaar weg te nemen en de rechthebbende of belanghebbende verplichten de beschadiging aan de grafbedekking te herstellen. Artikel22.Niet-blijvende grafbeplanting Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen kunnen, - wanneer deze zijn verwelkt - inclusief linten, siervazen, potten, manden en dergelijke, door de beheerder worden verwijderd. Artikel23.Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn 1.De grafbedekking zal na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd. 2.Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend. 3.Belanghebbenden en rechthebbenden kunnen binnen de in het tweede lid genoemde termijn bij het college ingediende schriftelijke verklaring aangeven, dat zij de grafbedekking binnen 13 weken verwijderen na de door het college genoemde datum. Indien de belanghebbende of rechthebbende met redenen omkleed om een later tijdstip heeft verzocht, zal het college dit verzoek in overweging nemen. Het college bevestigt schriftelijk de definitieve datum waarop de grafbedekking verwijderd dient te zijn. 4.Wanneer de grafbedekking niet is verwijderd op het in het derde lid genoemde tijdstip, gaat de gemeente over tot verwijdering van de grafbedekking. 5.De grafbedekking vervalt aan de gemeente zonder dat de gemeente tot enige vergoeding is verplicht, indien: geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend; de grafbedekking na de in het derde lid genoemde termijn door de rechthebbende of belanghebbende is verwijderd en in overleg met de beheerder maximaal 13 weken in depot is gezet. HOOFDSTUK6.RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN Artikel24.Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1.Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2.De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke resten worden geconfronteerd. 3.De bij de ruiming van het (urnen)graf nog aanwezige stoffelijke resten en as worden overgebracht naar een daartoe bestemde knekelput of verzamelgraf op de betreffende begraafplaats. 4.De belanghebbende van een algemeen graf kan gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of herbegraving in een particulier graf. 5.De rechthebbende van een particulier graf, of particuliere graven, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om eenmalig en gelijktijdig de stoffelijke resten, indien mogelijk, van het particulier graf, of particuliere graven, waarvan het grafrecht is, of de grafrechten zijn, verlopen en de termijn genoemd in artikel 14, eerste lid, is verstreken, bijeen te doen brengen voor herbegraving in een particulier verzamelgraf. 6.De rechthebbende van een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de stoffelijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw elders te doen herbegraven in een particulier graf, dan wel te laten cremeren en verstrooien of bij te zetten in een particulier (urnen)graf. 7.De rechthebbende van een particulier (urnen)graf kan bij de beheerder een schriftelijke aanvraag indienen om de asbus en de urn aan de rechthebbende te overhandigen. HOOFDSTUK7.GEDEELTEN VOOR KERKGENOOTSCHAPPEN Artikel25.Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven 1.Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 2, eerste lid; 10, tweede lid; 13; 19, derde lid; en 20 van deze verordening. 2.Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht. HOOFDSTUK8.IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING Artikel26.Lijst 1.Begraafplaatsen en grafbedekkingen met een rijks- of gemeentelijke monumentale status worden door het college bijgehouden op de gemeentelijke monumentenlijst. 2.Het college onderzoekt en stelt vast of er begraafplaatsen en graven zijn die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft en in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. 3.Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. HOOFDSTUK9.INRICHTING REGISTER Artikel27.Voorschriften 1.Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven overledenen. 2.Het register wordt bijgehouden door de beheerder. 3.De beheerder houdt bij welke asbestemmingen op de begraafplaats hebben plaatsgevonden. HOOFDSTUK10.SLOTBEPALINGEN Artikel28.Intrekking oude regeling De verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Lingewaard 2012, vastgesteld op 15 december 2011, wordt ingetrokken. Artikel29.Overgangsbepaling 1.Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de oude verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening met uitzondering van artikel 14, lid 5, waarbij de graven met een recht voor onbepaalde tijd zijn omgezet in graven met een recht voor bepaalde tijd van 20 jaar vanaf 31 december 2014. 2.Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de oude verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel30.Strafbepaling 1.Hij die handelt in strijd met de artikelen 2 en 3 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 2.Overtreding van de artikelen 2 en 3 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel31.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van bekendmaking op het elektronisch gemeenteblad. Artikel32.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Lingewaard 2015. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 26 maart 2015.De griffier,De voorzitter,TOELICHTING BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN LINGEWAARD 2015 Deze toelichting op de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Lingewaard 2015 bestaat uit een deel A en een deel B. In deel A is een algemene toelichting gegeven, met de wettelijke en gemeentelijke regelgeving. In deel B is specifiek per artikel een technisch-inhoudelijke toelichting opgenomen. A. ALGEMENE TOELICHTING INLEIDING Voor het opstellen van deze Beheerverordening is de model-beheerverordening begraafplaatsen 2010 van de VNG als richtlijn gebruikt (VNG-model). De model-beheerverordening is gebaseerd op de wijzigingen door de Wet dualisering gemeentebestuur 2002 en de Wet op de lijkbezorging van 12 juni 2009. Daarnaast zijn het taalgebruik en enkele formuleringen in sommige artikelen aangepast aan de huidige tijd. 1. De verordenende bevoegdheid In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke verordeningen door de gemeenteraad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet, of door de gemeenteraad krachtens de wet, aan het college of burgemeester is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de gemeenteraad de verordening die de gemeenteraad in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader hiervan zijn de bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet geconcentreerd bij het college en zijn de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad versterkt. In artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging is opgenomen dat een gemeentelijke verordening is vereist voor het vastleggen van de dagen en uren dat de gemeente gelegenheid geeft tot begraven. 2. Wettelijk en gemeentelijk begraafplaatsenbeleid 2.1 Gesloten begraafplaatsen Op 4 december 2014 heeft de gemeenteraad het Beleidsdocument begraafplaatsen gemeente Lingewaard 2014 – 2024 vastgesteld. Met het vaststellen van het begraafplaatsenbeleid heeft de raad bevestigd dat het instemt met het juridisch sluiten van de oude begraafplaats Huissen-Stad. Bovendien heeft de raad op 4 december 2014 ingestemd met het juridisch sluiten van de oude begraafplaats Het Zand in Huissen. Op 13 januari 2015 heeft het college uitvoering gegeven aan het standpunt van de gemeenteraad door het besluit te nemen de twee oude begraafplaatsen te sluiten. Met het begrip ‘juridisch sluiten’ wordt niet bedoeld dat deze fysiek wordt gesloten, maar dat er geen stoffelijke resten meer kunnen en mogen worden begraven en dat er geen as meer kan en mag worden bijgezet. Op een gesloten begraafplaats blijven bestaande grafrechten gehandhaafd, met inachtneming van artikel 16, lid 2 en lid 3 (tijdig overschrijven rechthebbende) en artikel 21, lid 2 en lid 3 (onderhoud grafbedekking). De oude begraafplaatsen Huissen-Stad en Het Zand in Huissen zijn door burgemeester en wethouders op 13 januari 2015 gesloten verklaard. Op de gesloten begraafplaatsen kan en mag niet meer worden begraven en geen as meer worden bijgezet of verstrooid, niet in nieuw uit te geven graven en niet in bestaande graven. In de gemeente Lingewaard zijn geen algemene of bijzondere begraafplaatsen aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument (meer hierover in deel B van deze toelichting onder artikel 26). De gesloten begraafplaatsen Huissen-Stad en Het Zand nemen echter wel een bijzondere positie in. De oude begraafplaatsen worden al enkele jaren niet meer gebruikt voor begravingen en deze worden met de hulp van vrijwilligers onderhouden. 2.2 ‘Eeuwigdurende’ grafrechten In het verleden was het meer gebruikelijk om grafrechten te verlenen voor onbepaalde tijd. Hierin is niet opgenomen dat het recht ‘eeuwigdurend’ is, maar is er eenvoudigweg niets vermeld over een einddatum. In hedendaagse situaties levert dat om beheerstechnische en financiële redenen veelal onwenselijke situaties op, vooral op het vlak van de gemeentelijke verplichting te voorzien in voldoende begraafcapaciteit. Bijkomend probleem hierbij is dat veelal sprake is van een inmiddels overleden rechthebbende en het voor de beheerder onduidelijk is of de rechten zijn overgenomen. De wetgever erkent dit probleem voor de beheerder en biedt in de Wet op de lijkbezorging de mogelijkheid het recht voor onbepaalde tijd om te zetten in een recht voor bepaalde tijd, met het doel het betreffende graf op termijn te kunnen ruimen. Op 4 december 2014 heeft de raad ingestemd met het per 31 december 2014 omzetten van alle grafrechten zonder einddatum tot grafrechten voor de thans gangbare duur van 20 jaar. De bepaling geldt alleen voor de ‘actuele’ begraafplaatsen De Hoeve, De Teselaar en Gendt. De bepaling geldt dus niet voor de gesloten begraafplaatsen Het Zand en Huissen-Stad. Meer hierover in deel B van deze toelichting onder artikel 14. 2.3 Onderhoud en eigendom grafbedekking De Wet op de lijkbezorging is op 12 juni 2009 gewijzigd en trad in werking op 1 januari 2010. De belangrijkste wijzigingen die aanpassing van de beheerverordening noodzakelijk hebben gemaakt betreffen de wetsartikelen 28, 32a en 84b. Het vierde, vijfde, zesde en zevende lid van artikel 28 van de Wet bevatten bepalingen betreffende kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, waarbij de rechthebbende niet bekend is zoals vaak bij graven met langdurige grafrechten: Lid 4: ‘In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.’ Lid 5: ‘Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt, maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.’ Lid 6: ‘Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, is verstreken.’ Lid 7: ‘Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar is verstreken.’ Deze bepalingen geeft de beheerder van de begraafplaatsen de mogelijkheid de grafrechten van verwaarloosde graven vijf jaar na constatering en bekendmaking te laten vervallen, met dien verstande dat de minimale uitgiftetermijn (tien jaar) wordt gerespecteerd. Vóór de wetswijziging kon het recht pas dertig jaar na de laatste begraving vervallen. In het Wetsartikel 32a is bepaald dat gedurende de periode dat een graf niet geruimd mag worden, artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op hetgeen op het graf is geplaatst. Dit artikel van het Burgerlijk Wetboek betreft de natrekking. In 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat graftekens (van graven met uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de lijkbezorging) middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond. De consequentie van deze uitspraak was dat de begraafplaats als eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk was voor de schade die het grafmonument aan een ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt (risicoaansprakelijkheid). Het nieuwe wetsartikel legt het eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van de graftekens echter bij de rechthebbende. 2.4 Historische familiegraven Op begraafplaats De Teselaar zijn een aantal oude familiegraven aanwezig met drie of meer overleden (oplopend tot, voor zover bekend, acht). Voor deze oude familiegraven houdt de gemeente Lingewaard de praktische beheerbeleidsregel aan dat deze graven vol zijn en er dus geen begravingen of bijzettingen meer in plaatsvinden. Dit geldt ook voor de familiegraven waar nog een recht op rust. Er wordt door de gemeente Lingewaard dus afwijzend gereageerd op het mogelijke verzoek of er nog een familielid bij kan en evenmin gaat de gemeente administratief of fysiek onderzoek verrichten of er nog ruimte beschikbaar is in het betreffende familiegraf. Het argument voor dit uitgangspunt is dat er maximaal 1 stoffelijk overschot per laag wordt begraven. Het feit dat aan een familiegraf eeuwigdurende rechten zijn verleend geweest, wil niet zeggen dat er oneindig vaak mag worden bijbegraven of dat een lichaam wordt geruimd en daarvoor in de plaats een ander lichaam mag worden begraven. Wat wel mogelijk is, is om het graf op te laten heffen en te ruimen en de plaats vervolgens weer opnieuw uit te geven aan de familie. Dit punt speelt geen rol bij familiegraven op een gesloten begraafplaats, omdat op een gesloten begraafplaats om wettelijke reden geen begraving of bijzetting meer plaatsvindt. 2.5 Vermindering administratieve lasten Veel zaken zijn in de Beheerverordening geregeld door middel van een meldingsplicht, zoals het houden van plechtigheden (art. 4), het doen begraven en het doen bijzetten of doen verstrooien van as (art. 6), het door de nabestaanden zelf sluiten van een graf (art. 6) en het aanbrengen van grafbedekking (art. 19). Een melding genereert weinig administratieve lasten. Over de aard en afmeting van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen zijn ‘nadere regels’ vastgesteld en vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit voor de Grafbedekkingen. De reden dat hiertoe eerst een melding dient te worden gedaan, is dat controle en eventueel correctie ongewenst is. Het ontwerpen, de aanschaf en de plaatsing van een grafbedekking gaan doorgaans namelijk met emoties en hoge kosten gepaard. Slechts in één geval dient een vergunning te worden aangevraagd, dat is voor het aanbrengen van een grafkelder (art. 15). B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1. In dit artikel zijn de gebruikte begrippen gedefinieerd. De algemene begraafplaatsen van de gemeente Lingewaard hebben de volgende adresgegevens en kadastrale kenmerken: “De Teselaar” in Bemmel is gelegen tussen Teselaar 27 (rioolgemaal) en 31 (woning). Het perceel is kadastraal bekend Bemmel, sectie H, nummer 2936. “De Hoeve” in Huissen is gelegen tussen Hoeve 13 en 17. Het perceel is kadastraal bekend Huissen, sectie M, nummer 94. De achteringang van de begraafplaats is bereikbaar naast Molenweg 2. “Gendt” in Gendt is gelegen aan Zandvoortsestraat 1. Het perceel is kadastraal bekend Gendt, sectie E, nummer 205. “Huissen-Stad” in Huissen is een gesloten begraafplaats en is gelegen aan Doelenstraat 39a. Het perceel is kadastraal bekend Huissen, sectie I, nummers 425, 427, 818 en 820. “Het Zand” in Huissen is een gesloten begraafplaats en is gelegen achter/ naast Molenweg 2. Het perceel is kadastraal bekend Huissen, sectie M, nummer 94. Het recht op een particulier graf kan aan een natuurlijk persoon of aan een rechtspersoon worden verleend. Grafrechten worden alleen overgeschreven op een rechtspersoon als die rechtspersoon in de statuten heeft vastgelegd dat het doel het behouden van het graf is om redenen van historisch belang (zie ook de toelichting op artikel 16). De mogelijkheden tot een algemene voorziening beperken zich tot een algemeen graf voor een stoffelijk overschot en de strooiplaats. In juridische zin staat een strooiplaats gelijk aan een algemeen graf zonder gedenkteken. Een grafkelder kan zowel op maaiveldniveau zijn afgewerkt als daarboven. In dit laatste geval wordt elders ook wel de term ‘graftombe’ gebruikt. Gezien de bovengrondse afmetingen is een bovengrondse grafkelder niet overal mogelijk. De termen ‘bijzetten’ is bedoeld voor het plaatsen van een asbus, al dan niet in een urn. De term ‘begraven’ is bedoeld voor het plaatsen van een kist. Dit is geen juridisch of ander rechtsgeldig onderscheid, er is hier slechts sprake van een taalkundig onderscheid. De mogelijkheid wordt geboden om ondergronds as te verstrooien in de particuliere graven - ónder de al dan niet verharde grafbedekking - waarna de steen of de grafbeplanting weer wordt aangebracht. Het is onwenselijk - en daarom niet toegestaan - dat op de grafbedekking as wordt verstrooid, omdat andere nabestaanden (bezoekers) zich onbedoeld, onwenselijk en onverwacht geconfronteerd zien met het aanblik van as. Voor algemene graven is een strooiveld beschikbaar. “De beheerder” is een algemene term voor de ambtelijke bevoegdheden op de algemene begraafplaatsen. In de Wet op de lijkbezorging wordt hiervoor de term “de houder” van de begraafplaats gebruikt. Onder het beheer van de algemene begraafplaatsen worden mede verstaan het beleid, het onderhoud, de financiën en de administratie. De nabestaande van een particulier graf die het grafrecht beheert, wordt ‘rechthebbende’ genoemd. Om ook de nabestaande van een overledene in een algemeen graf te kunnen benaderen en inlichten over de status van het graf is de term ‘belanghebbende’ ingevoerd. De modelverordening spreekt hierbij zowel van belanghebbende als van ‘gebruiker’. Artikel 2. Dit artikel maakt het de beheerder mogelijk de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk fysiek te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven noodzakelijk is. Daarnaast is dit artikel de grondslag voor (wet)handhavers om ongewenste/ verdachte bezoekers te sommeren de begraafplaats te verlaten. Daarom zal de openstelling (ook) op de informatieborden op of bij de gemeentelijke begraafplaatsen bekend worden gemaakt. Artikel 3. Dit artikel bevat in het belang van orde, rust en netheid de gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaatsen gebruik maken. Een overtreding kan worden bestraft. De politie kan tegen ordeverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal opmaken. Overigens zijn algemene gedragsregels in de openbare buitenruimte - en dus ook voor de gemeentelijke begraafplaatsen - vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lingewaard (APV 2013). Dit geldt bijvoorbeeld voor het verbod op het gebruik van een metaaldetector (art. 2:19.b), zich hinderlijk te gedragen of overlast te veroorzaken (art. 2:47), alcoholhoudende drank te gebruiken (art. 2:48), te overnachten (art. 2:50.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.