← Nederland

Tijdelijke verordening Langdurigheidstoeslag 2009 (Almelo)

Tijdelijke verordening Langdurigheidstoeslag 2009 Gemeenteblad van Almelo Geldende tekst regelingnummer: 2354 Nr. 15 Raadsbesluit van 26 mei 2009 , houdende vaststelling van de Tijdelijke verordening Langdurigheidstoeslag

  1. Tijdelijke Verordening Langdurigheidstoeslag 2009 De raad van de gemeente Almelo, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 mei 2009, Gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d en artikel 36 van de Wet werk en bijstand (WWB); Overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van een langdurigheidstoeslag bij verordening te regelen; B E S L U I T vast te stellen de hierna volgende ‘Verordening Langdurigheidstoeslag 2009’ Artikel 1 Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze verordening wordt verstaan onder: wet: de Wet werk en bijstand WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten WSF 2000: Wet Studiefinanciering bijstandsnorm: de normen als bedoeld in artikel 21 van de wet, vermeerderd met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25 lid 2 van de wet; referteperiode: een onafgebroken periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum; peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op langdurigheidstoeslag ontstaat; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien. Artikel 2 Rechthebbenden Voor een langdurigheidstoeslag komt in aanmerking degene, die gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen per maand, dat niet hoger is dan 101% van de bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet. Geen recht op langdurigheidstoeslag heeft de persoon, die op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF
  2. Artikel 3 Hoogte van de toeslag De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: voor gehuwden € 500,00 voor een alleenstaande ouder € 447,00 en voor een alleenstaande € 350,
  3. Voor de toepassing van het eerste lid is de gezinssituatie op de peildatum bepalend. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Artikel 4 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de rechthebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 5 Beleid Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Artikel 6 Onvoorziene gevallen In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders. Artikel 7 Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als de Verordening langdurigheidstoeslag
  4. Artikel 8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009 en wijzigt op 31 december
  5. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 mei 2009, De griffier, de burgemeester, drs. C.M. Steenbergen drs. M.A. J. Knip

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.