Sociaal Statuut Gemeente Waalwijk 2015Sociaal Statuut gemeente Waalwijk 2015 Voorwoord De gemeente Waalwijk is volop in ontwikkeling en ook het maatschappelijk speelveldstaat niet stil. De bezuinigingen en decentralisaties vanuit de landelijke overheid zijnvoorbeelden van zaken waarop we ons als organisatie moeten voorbereiden. Dat erverder bezuinigd gaat worden is wel duidelijk. En dat deze bezuinigingen gevolgenhebben voor onze organisatie ook. Meebewegen is niet alleen gewenst, maar ook noodzakelijk. Door natuurlijk verloop en het beperken van de instroom zijn we in staat onze financiënop orde te krijgen en houden. Daarnaast blijven we kritisch kijken of gemeentelijke takenafgestoten of anders ingevuld (efficiency) kunnen worden. We hebben hierbij steeds oog voor werkgelegenheid en willen gedwongen ontslag zoveelals mogelijk voorkomen. Dit succesvol invullen vraagt wat van de werkgever, maar ookvan de medewerkers. Zo verwachten we dat zij (kunnen) worden ingezet waar dat nodigis. De samenleving en de behoeften van de inwoners van de stad veranderen en de gemeentelijke organisatie kan en wil daar in meebewegen. Dit betekent wel dat er een serieuze mobiliteitsopgave ontstaat, waarbij de gemeentemedeverantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van medewerkers van hun huidigewerk naar ander werk, binnen of buiten de organisatie. Dit sociaal statuut bevat spelregels voor organisatiewijzigingen en bevordert daarmee deeenduidigheid en zorgvuldigheid in het proces. Het is erop gericht de belangen van demedewerkers te waarborgen. De afspraken in dit Sociaal Statuut zijn in overleg met hetGeorganiseerd Overleg (GO) tot stand gekomen. Het GO bestaat uit eenvertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een vertegenwoordiging van de werknemersorganisaties, waarvan ook ambtenaren van de gemeente Waalwijk onderdeeluitmaken. Kortom, mobiliteit en flexibiliteit staan centraal, 'verandering' is het sleutelwoord. Degemeente Waalwijk en de medewerkers zullen zich de komende jaren samen inspannen'verandering' op een adequate wijze vorm te geven. Dit Sociaal Statuut bevat afspraken die in deze veranderende situatie van toepassing zijn. Het College van Waalwijk; gelet op: de Wet op de Ondernemingsraden; de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO) als onderdelen van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Waalwijk (AVRW); gezien de bereikte overeenstemming in de Commissie voor Georganiseerd Overleg d.d.11 maart 2015; besluit vast te stellen het 'Sociaal Statuut gemeente Waalwijk 2015'. Artikel1.1Doelstelling Het doel van Sociaal Statuut gemeente Waalwijk 2015 is het vastleggen van afsprakendie zorgen voor een zo goed mogelijk verloop van organisatiewijzigingen. Het Sociaal Statuut regelt met name de mogelijk arbeidsvoorwaardelijke en rechtspositionele consequenties, het proces en de criteria bij mogelijke overplaatsingintern binnen de gemeente. Artikel1.2Definities In dit Sociaal Statuut gemeente Waalwijk 2015 wordt verstaan onder: Afspiegelingsbeginsel: plaatsingsvolgorde die gehanteerd wordt in geval van krimp zie bijlage 1); Ambtenaar: de ambtenaar in de zin van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Waalwijk, alsmede de werknemer met wie de werkgever een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft afgesloten; Anciënniteit: rangorde naar aantal jaar dat een ambtenaar in dienst is bij de gemeente Waalwijk; Arbeidsduur: de arbeidsduur per week volgens de aanstelling; AVRW: Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Waalwijk Bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen, niet zijnde onkostenvergoedingen; Boventalligheid: er is sprake van boventalligheid in geval van opheffing van de functie of door vermindering van het aantal formatieplaatsen in de functie CAR: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten; College: Burgemeester en wethouders van Waalwijk; Diensttijd: de diensttijd van de ambtenaar bij de gemeente Waalwijk, inclusief eventuele rechtsvoorgangers; Functie: verzameling van taken en werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten; Functionele mobiliteit: de bereidheid een passende functie binnen of buiten de eigen organisatie te aanvaarden onder verkrijging van een gelijkwaardig arbeidsvoorwaarden pakket; Georganiseerd Overleg (GO): commissie voor georganiseerd overleg zoals bedoeld in artikel 12:1 van de AVRW; Geschikte functie: een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar bereid is te vervullen en die door de werkgever wordtaangeboden; Herplaatsings- Kandidaat: medewerker die na een organisatieverandering een besluit tot niet plaatsing heeft gekregen; Hoofdstructuur: het geheel van te onderscheiden organisatie-eenheden, rechtstreeksgeplaatst onder de gemeentesecretaris; Krimpfunctie: Functie waarvan het aantal formatieplaatsen na de organisatiewijziging kleiner is dan voor de organisatiewijziging, Mens volgt werk: ambtenaar van wie de functie niet of nauwelijks wijzigt (zie ook ongewijzigde functie). Ongewijzigde Functie: een functie welke in essentie gelijk is aan de functie/feitelijke taken die de ambtenaar vóór de organisatiewijziging vervulde (voor nadere onderbouwing zie bijlage: Criteria voor bepaling ongewijzigde functie); Ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op deOndernemingsraden; Organisatie- wijziging: een inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt, ook wel reorganisatie genoemd; Paritaire Commissie: bestaande uit zowel een werknemers- als een werkgeversgeleding als bedoeld in artikel 3.12 van dit Sociaal Statuut die toeziet op de individuele toepassing gedurende de periode van het Van Werk Naar Werk-traject. Passende functie: een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau die de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook van een niveau hoger of maximaal twee niveaus lager zijn dan de functie die hij laatstelijk vervuld heeft (voor nadere onderbouwing zie bijlage: Criteria voor passende functie); Personele gevolgen: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokkenambtenaren; Persoonsgebonden Toelage: een toelage als bedoel in artikel 1:1 sub s CAR/UWO Plaatsings- commissie: de commissie als bedoeld in artikel 5.1 van dit Sociaal Statuut ingesteld door de werkgever, die het College adviseert over plaatsing van betrokken ambtenaren; Privatisering: organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij; Publiekrechtelijke taakoverheveling: organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van eendeel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan; Rechtspersoon: de juridische entiteit, welke partij is bij deze overeenkomst enwaarmee samenwerking beoogd is; Remplaçant: de geplaatste of potentieel te plaatsen medewerker die op basis vanvrijwilligheid en met instemming van de werkgever, de status van boventallig verklaarde medewerker krijgt, met het doel om een (potentieel) boventallig verklaarde medewerker alsnog te kunnen plaatsen; Salaris: het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Waalwijk; Salarisperspectief: de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste bedragvan de functieschaal (exclusief de uitloopperiodiek) van de ambtenaar en eventueel schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken; Sleutelfunctie: in afstemming met de OR te bepalen of en welke sleutelfunctiesworden benoemd Toelage: het bedrag waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge de Bezoldigingsverordening; Werkgever: de gemeente Waalwijk. Artikel1.3Werkingssfeer Dit Sociaal Statuut is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in de gemeentelijkeorganisatie, niet zijnde een organisatiewijziging als gevolg van een gemeentelijkeherindeling. Het geldt voor alle medewerkers van de gemeente Waalwijk die: in vaste dienst zijn op de datum van de overplaatsing; in tijdelijke dienst zijn, met de intentie tot een vast dienstverband op structureleformatie, mits de medewerker naar behoren functioneert. Artikel1.4Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging 1.Het College is bevoegd tot het nemen van besluiten over organisatiewijzigingen vande ambtelijke organisatie. 2.Het College is bevoegd tot het nemen van besluiten over wijziging van de aanstelling,overplaatsing en ontslag van ambtenaren. Artikel1.5Positie GO Het Sociaal Statuut is een leidraad bij organisatiewijzigingen. Tijdig wordt aan het GO perfeitelijke situatie de verwachte uitwerking van dit Sociaal Statuut voorgelegd. Als hetwenselijk is een specifieke appendix toe te voegen voor een bepaalde situatie, wordt ditmet het GO overeengekomen. Artikel1.6Looptijd Dit Sociaal Statuut treedt in werking op 2015 en geldt voor onbepaalde tijd, maar zaltenminste 1 maal per 3 jaar geëvalueerd en indien nodig bijgesteld worden. Hoofdstuk2.Procedurele bepalingen Artikel2.1Bevoegde medezeggenschapsorganen Om helder te hebben welk medezeggenschapsorgaan bevoegd is is een convenantopgesteld. Hierin staan afspraken over wanneer het GO en wanneer de OR aan zet is. Ditconvenant wordt vastgesteld door werkgever, GO en OR. Artikel2.2Onderzoek naar organisatiewijziging 1 . Als de werkgever voornemens is de mogelijkheid en wenselijkheid van eenorganisatiewijziging te onderzoeken, worden de ondernemingsraad en de betrokkenambtenaren hier in een vroeg stadium van op de hoogte gesteld. 2.Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de ondernemingsraad zijn mening overhet onderzoek kenbaar kan maken. 3.De ambtenaren en de ondernemingsraad worden zoveel mogelijk betrokken bij deuitvoering van het onderzoek. Bovendien worden zij, indien mogelijk, tussentijds opde hoogte gehouden van de vorderingen van het onderzoek. 4.De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming toegezonden aan de ondernemingsraad en het GO. Artikel2.3Extern advies Indien de werkgever voornemens is om over de wenselijkheid van de organisatiewijzigingextern advies te vragen, wordt de ondernemingsraad om advies gevraagd over hetverstrekken en formuleren van de adviesopdracht, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden. Artikel2.4Rol GO over personele gevolgen en maatregelen 1.De werkgever informeert het GO tijdig over voorgenomen organisatieontwikkelingenen geeft daarbij inzicht in de personele gevolgen. 2.Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging,wordt in het GO overleg gevoerd over de personele gevolgen van het besluit. Het GObrengt daarover advies uit. 3.De leden van het GO kunnen tussentijds bijeen worden geroepen of schriftelijkworden geraadpleegd, wanneer de omstandigheden een versnelde procedurevereisen. 4.Het GO kan het initiatief nemen om aanvullend op dit Sociaal Statuut te advisereneen sociaal plan op te stellen. In dat geval dient in het GO overeenstemming over deinhoud van het sociaal plan te worden bereikt. Tot die tijd geldt het Sociaal Statuut. Artikel2.5Advies ondernemingsraad over organisatiewijziging 1.Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging,wordt de ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd, conform artikel 25 vande Wet op de ondernemingsraden. 2.De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het voorgenomen besluit, debeweegredenen van het besluit, de personele en organisatorische gevolgen van hetbesluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen. 3.Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het nog van wezenlijkeinvloed kan zijn op het te nemen besluit. Artikel2.6Taakverdeling tussen ondernemingsraad en GO 1.Onderwerpen die onderhevig zijn aan medezeggenschap worden primair door éénorgaan behandeld. De ondernemingsraad kijkt daarbij meer naar de gevolgen voor demedewerkers en het sociaal beleid en het GO kijkt vooral naar dearbeidsvoorwaarden rechtspositie en hoe deze gevolgen op te vangen zijn. 2.Voor een organisatiewijziging betekent dit dat alles wordt afgestemd met deondernemingsraad en ter informatie naar het GO gaat. Bij de plaatsing neemt het GOhet dan over en wordt de ondernemingsraad geïnformeerd. Artikel2.7Kennisgeving en uitvoering besluit 1.Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de organisatie, wordt ditbesluit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het GO, de OR en de betrokkenmedewerkers. Daarbij wordt tevens ingegaan op de personele gevolgen van hetbesluit. 2.Als dit besluit afwijkt van het advies van de ondernemingsraad, zal deze afwijkingduidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het besluit tot organisatiewijzigingwordt in dit geval uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat deondernemingsraad van het besluit in kennis is gesteld, conform artikel 25, zesde lid,van de Wet op de ondernemingsraden. Van deze termijn kan worden afgeweken,indien de ondernemingsraad dit schriftelijk heeft aangegeven. Hoofdstuk3.Plaatsingsprocedure Artikel3.1Toepassing en inspanning De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om te voorkomen dat de bij deorganisatiewijziging betrokken ambtenaren onvrijwillig werkloos worden. Artikel3.2Verstrekken van inlichtingen 1.De medewerker, wiens functie betrokken is bij een organisatiewijziging, krijgtvoorlichting over het plaatsingsproces en inzicht in het formatieplan en functieboek. Het formatieplan en het functieboek omvatten de volgende informatie: De organieke positie van de functie; Op basis van een matrix tussen de oude en de nieuwe situatie blijkt of er sprake is van een ongewijzigde of een nieuwe functie; Een korte omschrijving van het takenpakket; De functie-eisen, in ieder geval opleidings- en ervaringseisen; De indicatieve functieschaal, dan wel de definitieve functieschaal indien ten tijdevan de vaststelling van het functieboek een definitieve waardering heeftplaatsgevonden; Het aantal formatieplaatsen per functie. Bij de voorlopige plaatsing worden de oude en de nieuwe situatie van de medewerker vermeld; De aard van de aanstelling De omvang van de formatie plaats in de organisatie Functie Functieschaal of FNI Status van de medewerker in de organisatiewijziging (ongewijzigde, gewijzigde,vervallen functie) Mocht een medewerker eerder behoefte hebben aan informatie over zijn huidigestatus ontvangt hij hierover van HRM een overzicht, waarbij de informatie uit lid 2 isweergegeven. Artikel3.3Belangstellingsregistratie Iedere medewerker wordt in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor maximaal driefuncties kenbaar te maken. Artikel3.4Voorkeursvolgorde bij plaatsing Voor ongewijzigde functies geldt het uitgangspunt: mens volgt werk. Voor nieuwe functies geldt het uitgangspunt: sollicitatieprocedure (zie artikel 3.6). Indien het aantal beschikbare formatieplaatsen van de ongewijzigde functie niettoereikend is (krimpfunctie), geldt de volgende plaatsingsvolgorde: a.De uitgesproken voorkeur blijkend uit de belangstellingsregistratie waarbij medewerkers die een krimpfunctie vervullen voorrang hebben bij plaatsing tenopzichte van andere medewerkers die belangstelling tonen voor de betreffende(krimp)functie; b.De leeftijd van de medewerker en de diensttijd van de medewerker op basis vanhet afspiegelingsbeginsel (zie bijlage I: afspiegelingsbeginsel). c.Om te bepalen tot welke leeftijdscategorie een ambtenaar behoort en de anciënniteit te bepalen stelt het bevoegd gezag een peildatum vast. d.Ambtenaren van wie de aanstelling binnen 26 weken na de peildatum eindigtblijven buiten beschouwing bij het vaststellen van boventalligheid. 4.Indien een medewerker niet geplaatst kan worden conform het bepaalde in lid 1, lid 2en lid 3 van dit artikel, dan wordt zo mogelijk een passende functie aangeboden. 5.Bij plaatsing in een passende functie geldt als algemeen uitgangspunt: zo veelmogelijk met het werk mee, waarbij nadrukkelijk gestreefd wordt naar een goedekwalitatieve en kwantitatieve bezetting van de functies. Ter onderbouwing zijn naderecriteria als bijlage opgenomen (zie bijlage III : criteria voor passende functie). 6.Indien het aantal beschikbare formatieplaatsen van de passende functie niettoereikend is, geldt rekening houdend met de criteria van lid 5 de volgendeplaatsingsvolgorde: X= X, met de uitgesproken voorkeur blijkend uit de belangstellingsregistratie; X = X + l , met de uitgesproken voorkeur blijkend uit de belangstellingsregistratie; X = X - l , met de uitgesproken voorkeur blijkend uit de belangstellingsregistratie; X = X-2, met de uitgesproken voorkeur blijkend uit de belangstellingsregistratie; (Noot: onder X wordt verstaan de functionele schaal van de oude functie. 4- of - is deafwijking van de functionele schaal van de nieuwe functie t.o.v. de oudefunctieschaal). Als een herplaatsingskandidaat in het verleden al x - l of x-2 geplaatstis, worden maatwerkafspraken gemaakt om te voorkomen dat het verschil groterwordt dan 2. 7.Indien een medewerker niet geplaatst kan worden op een ongewijzigde of eenpassende functie, kan de medewerker geplaatst worden in een geschikte functie. Bijhet vinden van een geschikte functie is er een wederzijdse inspanningsverplichting,waarbij aanvullende afspraken kunnen worden gemaakt. 8.In zijn algemeenheid geldt voor de toepassing van dit artikel dat een vasteaanstelling/aanstelling voor onbepaalde tijd voor een tijdelijke aanstelling/aanstellingvoor bepaalde tijd gaat. Artikel3.5Sleutelfuncties 1.Sleutelfuncties worden in het kader van de plaatsingsprocedure beschouwd alsnieuwe functies en worden daarom ingevuld door middel van belangstellingsregistratie en selectie. 2.De plaatsing in sleutelfuncties gaat vooraf aan de plaatsingsprocedure voor overigefuncties. Een geschiktheidsassessment kan onderdeel uitmaken van deselectieprocedure. De plaatsingscommissie mag ook als selectiecommissie optredenvoor deze sleutelfuncties. 3.Artikel 3.4 en het principe van 'mens volgt werk' zijn niet van toepassing bijsleutelfuncties. Artikel3.6Vacaturestelling 1.Bij een reorganisatie waarbij alle medewerkers betrokken zijn, worden de nieuwefuncties voor iedereen vacant gesteld. 2.Bij een reorganisatie die slechts betrekking heeft op een deel van de organisatie,worden de nieuwe functies in eerste instantie alleen voor de medewerkers van datdeel van de organisatie vacant gesteld waarop de reorganisatie betrekking heeft. 3.Nieuwe functies die gedurende het plaatsingsproces niet zijn vervuld op basis van deplaatsingsprocedure, worden intern voor iedereen vacant gesteld, waarbij opgeschiktheid geselecteerd wordt en waarbij het wervings- en selectiebeleid van kracht is. Artikel3.7Nieuwe plaatsing 1.De medewerker die is geplaatst en wiens nieuwe functie binnen één jaar buiten zijnschuld of toedoen niet passend blijkt te zijn, krijgt eenmalig een nieuwe herplaatsingaangeboden binnen de kaders van dit Sociaal Statuut. 2.Bij een herplaatsing geldt de functie die de medewerker bekleedde vóór de eersteplaatsing als uitgangspunt, de uitgangspunten zijn dus gelijk aan die bij de eersteplaatsing. Artikel3.8Verplichtingen van de medewerker 1.De medewerker is verplicht om mee te werken aan gesprekken en tests die nodig zijnvoor de artikelen 3.4, 3.5 en 3.7 van dit Sociaal Statuut. De daaraan verbondenkosten komen voor rekening van de werkgever. 2.De werkgever komt in alle redelijkheid tegemoet aan verzoeken van de medewerkerom op vrijwillige basis een test te ondergaan om de artikelen 3.4, 3.5 en 3.7 van ditSociaal Statuut mogelijk te maken. 3.De medewerker is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, eenongewijzigde of een passende functie die hem met inachtneming van deplaatsingsprocedure is toegewezen, te aanvaarden. 4.Wanneer de medewerker na herhaald en zorgvuldig overleg een passende functie nietaanvaardt, of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing conform het bepaaldein artikel 3.7 van dit Sociaal Statuut, kan het college overgaan tot ontslag. Daarbijkan het college melding maken bij de instelling die de werkloosheidswet uitvoert, datde betreffende medewerker weigert een passende functie te aanvaarden of nietmeewerkt aan het vinden van een oplossing conform het bepaalde in artikel 3.7 van dit Sociaal Statuut. Artikel3.9Geen functie 1.Als de werkgever er niet in slaagt om de medewerker een functie aan te biedenconform het bepaalde in artikelen 3.4, 3.5 en 3.6 van dit Sociaal Statuut, volgt destatus van herplaatsingkandidaat en spannen de werkgever en de medewerker zichgezamenlijk in om een structurele oplossing te vinden. 2.Een medewerker kan zich melden als remplaçant en zo de positie van een herplaatsingkandidaat in nemen. De werkgever beslist hierover en neemt hierin deconsequenties voor de bedrijfsvoering mee. Artikel3.10Van Werk Naar Werk-traject (VWNW-traject) 1.Op herplaatsingskandidaten zijn de artikelen in paragraaf 5 van hoofdstuk 10d vande gemeentelijke rechtspositieregeling van toepassing. Vanaf het moment waarop hetbesluit tot boventallig verklaring in werking is getreden, hebbenherplaatsingskandidaten recht op het doorlopen van het daarin geregelde Van werknaar werk'-traject. 2.Het vwnw-traject is gericht op het zo snel mogelijk herplaatsen van herplaatsingkandidaat in een passende of geschikte functie binnen of buiten deorganisatie, of op het realiseren van een andere maatwerkoplossing. Een medewerkerwordt herplaatst op basis van geschiktheid voor de functie. 3.Vanuit het vwnw-traject zijn diverse faciliteiten beschikbaar om herplaatsing te latenslagen. 4.Als tegen het einde van het vwnw-traject blijkt dat het werkgever en werknemer,door externe omstandigheden, ondanks de inzet van beide partijen niet is geluktgepast ander werk te vinden, dan is verlenging van het vwnw-traject tot maximaaldrie jaar bespreekbaar. Het gaat hier zowel om persoonlijke omstandigheden van dewerknemer (zoals langdurige ziekte, of intensieve zorg over een naaste) als om het uitblijven van voldoende inspanning vanuit de kant van de werkgever. 5.De paritaire commissie brengt een advies uit over het al dan niet verlengen van determijn zoals bedoeld onder lid 4. Artikel3.11Onderbreken VWN W-traject Wanneer een herplaatsingkandidaat voor bepaalde tijd kan worden geplaatst in eenpassende of geschikte functie, maar daardoor onvoldoende uitvoering kan geven aan devwnw-overeenkomst, kan in overleg met de medewerker worden besloten om hetresterende deel van het vwnw-traject op te schorten. 3.12 Paritair samengestelde commissie Het college stelt een paritair samengestelde commissie, zoals bedoeld in hoofdstuk 10 dvan de car-uwo, in die desgevraagd toeziet op de individuele toepassing gedurende deperiode van het VWNW-traject. Geschillen over de uitvoering van de afspraken in het VWNW-contract worden voorgelegdaan de paritair samengestelde commissie. Voor de werkwijze van deze commissie is eenreglement opgesteld (artikel 5.5). Hoofdstuk4.Arbeidsvoorwaarden en garanties Artikel4.1Werkgelegenheid 1.De werkgever spant zich tot het uiterste in om ervoor te zorgen dat de werkgelegenheid van de bij een organisatiewijziging betrokken medewerker behouden blijft, onder voorwaarde van functionele mobiliteit van de medewerker. 2.De werkgever doet de bij een organisatiewijziging betrokken medewerker eenfunctieaanbod conform de plaatsingsprocedure zoals bedoeld in hoofdstuk 3. 3.Herplaatsingskandidaten behouden hun salaris, maar niet hun perspectief. Ditbetekent dat hun schaal en periodiek gedurende de periode van herplaatsing gelijkblijven. Dit verandert bij het definitief vervallen van de status vanherplaatsingkandidaat. Als de status van herplaatsingkandidaat met meer dan eenjaar wordt opgeschort kan besloten worden een periodiek toe te kennen. 4.In het geval dat een medewerker voor minder dan de oorspronkelijke aanstellingsuren in een nieuwe functie wordt geplaatst, wordt deze medewerker voorhet verschil bovenformatief. Deze uren kunnen, afhankelijk van het aantal, geheel ofgedeeltelijk ingezet worden voor het vwnw-traject (maatwerkafspraken). Deeltijdontslag is in een dergelijk geval mogelijk na afloop van het vwnw-traject. 5.Na afloop van het VWNW-traject volgt ontslag, met inachtneming van artikel 3.10. Artikel4.2Primaire arbeidsvoorwaarden Voor medewerkers die worden overgeplaatst in het kader van een organisatiewijziginggelden de volgende afspraken: 1.Bruto loongarantie, inclusief perspectiefgebied op basis van de functionele schaal. Uitgegaan wordt van de bruto bezoldiging inclusief alle schriftelijke toezeggingenzoals persoonlijke en bijzondere toelages, behalve als deze betrekking hebben op eenbijzondere situatie die zich bij de nieuwe plaatsing niet meer voordoet (bijvoorbeeldhet wegvallen van inconveniënten); 2.Indien de medewerker op het moment van plaatsing op het maximum van zijn ofhaar functionele schaal is ingeschaald, dan wordt op basis van een recentepersoneelsbeoordeling vóór het moment van plaatsing bij een voldoende beoordelingbepaald op welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.