Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2015Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Breda, gelet op artikel 16 van de Verordening Jeugdhulp Breda 2015, besluit vast te stellen het volgende: Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2015 Artikel1Begripsbepalingen De begripsbepalingen die in dit besluit worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, Besluit Jeugdwet en de Verordening. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Begeleiding: hulp in het dagelijks leven om zo zelfstandig mogelijk te (leren) leven. Behandeling: behandeling door een jeugdhulpaanbieder, al dan niet met verblijf. CJG: Centrum voor jeugd en gezin, gemandateerd door het college van de gemeente Breda voor de uitvoering van de (toegang tot) jeugdhulp. College: College van burgemeester en wethouders. Het college heeft de uitvoering van de gemeentelijke jeugdhulp toegangstaken gemandateerd aan het CJG. Gebruikelijke zorg: bij gebruikelijke zorg gaat het om de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden. De basis van deze zorgplicht voor elkaar berust op het feit dat er sprake is van een leefeenheid met een gezamenlijk huishouden en de bijbehorende gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van dat huishouden. Gemeente: Gemeente Breda. De gemeente heeft de uitvoering van de gemeentelijke jeugdhulp toegangstaken gemandateerd aan het CJG. Individuele voorziening: de gemeente biedt individuele (niet vrij-toegankelijke) jeugdhulpvoorzieningen, namelijk op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorzieningen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, waarvoor een beschikking van het college nodig is; Kortdurend verblijf: Kortdurend verblijf is logeren in een zorginstelling, maximaal drie etmalen per week. Persoonlijke verzorging: persoonlijke verzorging is bijvoorbeeld hulp bij het opstaan, wassen, aankleden en naar het toilet gaan. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; Verordening: Verordening Jeugdhulp Gemeente Breda 2015 Wet: Jeugdwet ZIN: zorg in natura Artikel2Voorwaarden voor een pgb 1.In de Jeugdwet 1 Jeugdwet, art. 8.1.1 lid 2 worden drie voorwaarden gesteld waar personen aan moeten voldoen, willen zij aanspraak kunnen maken op een pgb. Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien (zie ook bijlage I): Bekwaamheid van de aanvrager. De aanvrager is naar het oordeel van de gemeente op eigen kracht voldoende in staat te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, door hem niet passend wordt geacht; naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, die tot de individuele voorziening behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit (veilig, doeltreffend en cliëntgericht) zijn. 2.Het besluit om wel of geen pgb af te geven wordt genomen door de gemeente. Ook voor de jeugdhulp, waarnaar door een niet-gemeentelijke verwijzer2 Naast de gemeente zijn ook huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten en gecertificeerde instellingen (GI’s) op grond van de Jeugdwet bevoegd om een individuele voorziening voor jeugdhulp in te zetten is verwezen, kan gekozen worden voor inzet in de vorm van een pgb. De niet-gemeentelijk verwijzer neemt alleen niet zélf een besluit over de toekenning van een pgb, dat doet de gemeente. De aanvraag voor een pgb wordt dan door de niet- gemeentelijke verwijzers overgedragen aan het CJG, voorzien van reeds ingewonnen informatie en een advies inzake de aan-of afwezigheid van overwegende bezwaren. 3.Als de gemeente weigert ondersteuning in de vorm van een pgb te verstrekken, dan is dat een besluit waartegen een pgb aanvrager in bezwaar kan gaan. 4.Volgens de Jeugdwet mag het college een pgb alleen weigeren voor dat deel dat het budget hoger is dan zorg in natura voor een vergelijkbare hulpvraag (artikel 8.1.1, lid 4, sub b van de Jeugdwet). 5.Een pgb kan voorts niet worden verstrekt voor de volgende zorg- en ondersteuningsvormen: spoedeisende jeugdzorg de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering de uitvoering van jeugdhulp in een gesloten accommodatie met een machtiging. Pleegzorg. Voor Pleegzorg is in de Jeugdwet opgenomen dat pleegzorg uitsluitend via een pleegzorgaanbieder loopt. Voor pleegzorg geldt dat voor de pleegouders een pleegzorgvergoeding van toepassing is. 6.Ingevolge artikel 8.1.4 van de Jeugdwet en artikel 11 van de Verordening, kan het college een pgb herzien, dan wel intrekken indien het college vast stelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen, de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten, de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb, of de jeugdige of zijn ouders het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is Artikel3Voorwaarden pgb sociaal netwerk 1.Een pgb voor jeugdhulp uit het sociaal netwerk kan alleen betrekking hebben op begeleiding en persoonlijke verzorging 2.De pgb aanvrager moet een gemotiveerd plan maken waarin de wens wordt uitgesproken om het sociale netwerk of mantelzorgers in te willen zetten. 3.De beloning van het sociale netwerk blijft in elk geval beperkt tot die gevallen waarin het de gebruikelijke zorg overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan zorg in natura. 4.Bij de beoordeling van inzet vanuit het sociale netwerk moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: De inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter; De geboden hulp is passend, adequaat en veilig; Het gaat niet om gebruikelijke zorg; Er moet sprake zijn van inkomstenderving van de hulpverlener. Iemand moet bijvoorbeeld (deels) zijn baan opzeggen om de ondersteuning te kunnen bieden; Er is sprake van zorg en ondersteuning gericht op participatie en zelfredzaamheid; De persoon die behoort tot het sociale netwerk heeft aangegeven dat het bieden van de ondersteuning voor hem niet tot overbelasting leidt. 5.In aanvulling op het derde en vierde lid onder a, wordt inzet van het sociaal netwerk met een pgb in ieder geval aantoonbaar beter geacht, indien één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: de hulp is vooraf niet goed in te plannen; de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft. 6.De jeugdige en/of ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren. Artikel4Beschikking pgb 1.Indien een individuele voorziening in de vorm van pgb wordt toegekend, dan wordt hiervoor een beschikking afgegeven. In de beschikking is opgenomen: wat de te verstrekken individuele voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; welke andere of overige voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen (omvang van de voorziening); wat de duur van de voorziening is waarvoor het pgb is bedoeld; de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 2.Een beschikking voor een pgb wordt voor de duur van maximaal 2 jaar afgegeven. Bij twijfel rondom de bekwaamheid van de pgb-houder om zelf zorg in te kopen of indien er sprake is van een niet-stabiel ziektebeeld, kan door het gebruik van een korte looptijd van de beschikking worden bekeken of de pgb-houder over de vaardigheden beschikt om een budget te houden of dat het pgb nog voorziet om een toereikende voorziening in te kopen. Artikel5De zorgovereenkomst 1.De pgb aanbieder aan wie een pgb is verleend komt met de aanbieder een pgb zorgovereenkomst overeen. In de zorgovereenkomst zijn ten minste afspraken opgenomen over de kwaliteit en het resultaat van de jeugdhulp, de inschakeling van het type hulpverlener (medewerker van cao zorgorganisatie, zzp’er/andere zorgorganisatie of sociaal netwerk) en de wijze van declareren. 2.De toetsing van de zorgovereenkomst op arbeidsrechtelijke zaken wordt uitgevoerd door SVB. De gemeente is verantwoordelijk voor de goedkeuring van de zorgovereenkomst3 Voor een PGB op grond van de Jeugdwet wordt de beoordeling van de zorgovereenkomst door het CJG uitgevoerd. Daarbij worden zowel de inhoud als de financiën beoordeeld. De tarieven in de zorgovereenkomst worden getoetst aan de hoogte van de tariefstelling voor pgb diensten (zie artikel 8). 3.Uitgangspunt is dat de vertegenwoordiger van een budgethouder niet zelf ook ondersteuning aan de budgethouder verleent. In bepaalde situaties kunnen deze rollen toch door één en dezelfde persoon vervuld worden, namelijk in geval ouders of partner deze rol vervullen. Op basis van de individuele situatie wordt beoordeeld of er sprake is van onwenselijke vermenging van rollen. Artikel6Voorwaarden voor besteding pgb 1.De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de besteding van een pgb: Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. Voor pgb budgethouders met meerdere pgb’s: schuiven tussen verschillende pgb budgetten is niet toegestaan, tenzij hierover afspraken zijn gemaakt met de gemeente. 2.pgb budgethouders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen: Vervoerskosten van en naar de plek waar begeleiding en/of behandeling geboden wordt, maar alleen als er ook een beschikking is voor de begeleiding en/of behandeling zelf en indien er een beschikking is voor het vervoer. Een beschikking voor vervoer wordt alleen afgegeven indien het naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid 4 In artikel 2.3, tweede lid, van de Jeugdwet is expliciet geregeld wanneer vervoer onder jeugdhulp valt: “Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp omvatten voor zover naar het oordeel van het college noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. Het staat de gemeente vrij om dit naar eigen inzicht te organiseren, naar het oordeel van het college.”. Het pgb mag worden besteed bij een aanbieder buiten de regio West Brabant Oost. Eventuele meerkosten als gevolg van deze keuze mogen niet betaald worden uit het pgb. Een pgb mag alleen na toestemming van het college besteed worden in het buitenland. 3.pgb budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: Kosten voor bemiddeling; Kosten voor het voeren van een pgb-administratie; Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; Contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; Eigen bijdragen van de budgethouder; Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet valt. Alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) buiten EU-landen. Controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk. Artikel7Beëindiging pgb De toekenning van een pgb wordt beëindigd wanneer: uit de gegevens van de SVB blijkt dat binnen een half jaar geen besteding van het pgb heeft plaatsgevonden. In overleg met de pgb aanvrager vindt beëindiging of omzetting naar hulp in natura plaats; de pgb aanvrager verhuist naar een andere gemeente; de pgb aanvrager overlijdt; als de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken; als de pgb aanvrager aangeeft dat zijn situatie is veranderd en de gemeente vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet; de pgb aanvrager geen verantwoording aflegt; de pgb aanvrager zijn pgb laat omzetten in ZIN. Artikel8Hoogte van het pgb en tarieven 1.De hoogte van het pgb is afgeleid van de tarieven waarvoor de gemeente deze diensten heeft gecontracteerd bij verstrekking van zorg in natura (ZIN). Daarbij geldt dat een pgb maximaal de kosten van ZIN mag bedragen (voor tarieven 2015 zie bijlage II). De pgb tarieven voor jeugdhulp worden als volgt bepaald: Bij jeugdhulp door een professionele aanbieder is het maximum het laagste tarief van ZIN. Bij jeugdhulp door iemand uit het sociaal netwerk is het maximum 60% van het laagste tarief van ZIN, met een maximum uurtarief van €20,- per uur. 2.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf in een zorginstelling bedraagt als uitgangspunt € 101,- per etmaal. Artikel9uitbetaling, verantwoording en controle pgb 1.De financieel-administratieve afhandeling van het pgb gebeurt per 2015 verplicht voor alle pgb-houders door de SVB in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op rekening van het servicecentrum pgb van de SVB. De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. De niet bestede pgb bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. 2.Het geld kan alleen besteed kan worden aan wat is afgesproken en beschreven staat in de zorgovereenkomst (toets SVB bij betalen facturen). De gemeente heeft inzage in de bestedingen. Naast de verantwoording over het bestede bedrag aan de SVB, wordt ook aan de pgb aanvragers gevraagd om in een (tussen)evaluatie van het ondersteuningsplan ook aan te geven wat de behaalde resultaten zijn van de met het persoonsgebonden budget ingekochte begeleiding of behandeling en of deze voldoet aan de daaraan verbonden voorwaarden, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet 5 Voor PGB’s op grond van de Jeugdwet wordt deze tussentijdse evaluatie behandeld door het CJG. 3.Het periodiek heroverwegen van het pgb is een middel om fraude en oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Zo kan het zijn dat ouders/jeugdige bewust of onbewust het budget heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het pgb is afgegeven. Deze vorm van heroverweging kan in de praktijk vormgegeven worden door bijvoorbeeld steekproefsgewijze controles uit te voeren of signalen te hanteren die op oneigenlijk gebruik of fraude zouden kunnen wijzen. De gemeente controleert de besteding van persoonsgebonden budgetten per kalenderjaar. Bij onderbesteding van meer dan 25% volgt een onderzoek naar de oorzaak van de onderbesteding. Artikel10Inwerkingtreding en citeertitel 1.Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.