Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010 2009, nr. XII-12 sub g. De raad van de gemeente Winterswijk; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; gelezen het voorstel van van 7 december 2009, nr. XII-12 sub g; b e s l u i t : vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN 2010 I. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt onder perceel verstaan: een gebouwde onroerende zaak- of een gedeelte ervan- dat als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding wordt gebruikt. II. AFVALSTOFFENHEFFING Artikel3Aard van de heffing en belastbaar feit 1.Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolgde artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel indien gebruik door meerdere leden van een huishouden, het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan, degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan; degene die het deel ten gebruike heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat gedeelte ten gebruike is afgestaan; ingeval een perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking wordt gesteld, degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld; degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. Artikel5Vrijstellingen Vrijstelling van de afvalstoffenheffing als bedoeld bij hoofdstuk I “Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing”, artikel 1.7 en 1.8 van de tarieventabel, kan worden verleend voor het afval dat respectievelijk wordt aangeboden als gevolg van ziekte of handicap, wanneer dit blijkt uit een medische indicatie, en/of wanneer een strook groen van de gemeente wordt beheerd, zoals blijkt uit de gemeentelijke administratie. Artikel6Maatstaven van heffing en tarieven 1.De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel onder hoofdstuk I “maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing”. 2.Bepalend is daarbij het containerpakket, zoals dat op 1 januari van het belastingjaar bij het perceel aanwezig is. 3.Vangt de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aan, dan is bepalend het containerpakket dat op de eerste dag van de maand volgend op de maand van aanvang van de belastingplicht bij dit perceel aanwezig is.. 4.Wijzigt het containerpakket in de loop van het belastingjaar, dan is bepalend het containerpakket, zoals dat na wijziging bij het perceel aanwezig is op de eerste van de maand volgend op de dag dat de wijziging is doorgegeven aan de gemeente. Artikel7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt en op het nieuwe adres het containerpakket behoudt met dezelfde volumes. Artikel10Termijnen van betaling De belasting als bedoeld in artikel 3 moet in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt, één maand na de dagtekening die op de aanslag is vermeld. En elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. REINIGINGSREC Artikel11Belastbaar feit Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel12Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel13Maatstaven van heffing en tarieven 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in hoofdstuk II “Maatstaven en tarieven reinigingsrechten”, van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Bepalend is daarbij het containerpakket, zoals dat op 1 januari van het belastingjaar bij het perceel aanwezig is. 3.Vangt de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aan, dan is bepalend het containerpakket dat de eerste dag van de maand volgend op de maand van aanvang van de belastingplicht bij dit perceel aanwezig is. 4.Wijzigt het containerpakket in de loop van het belastingjaar, dan is bepalend het containerpakket, zoals dat na wijziging bij het perceel aanwezig is op de eerste van de maand volgend op de dag dat de wijziging is doorgegeven aan de gemeente. Artikel14Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel15Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel worden bij wege van aanslag geheven. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel17Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moeten de gevorderde bedragen worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt, één maand na de dagtekening die op de aanslag is vermeld. En elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. IV. AANVULLENDE BEPALINGEN Artikel 18 Nadere regels door Burgemeester en Wethouders Het college van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van reinigingsheffingen. Artikel19Inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Verordening reinigingsheffingen 2009” vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2008 nr. XII-6 sub i, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.