Financiële verordening Voorschoten 2015De raad van de gemeente Voorschoten; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 maart 2015; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Burger en Bestuur; besluit vast te stellen de Financiële verordening Voorschoten 2015: Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: Werkorganisatie Duivenvoorde:het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, opgericht bij de Gemeenschappelijke Regeling Werkorganisatie Duivenvoorde; inkomsten:totaal van de baten voor onttrekking reserves; netto schuld:bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa; overheidsbedrijfonderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt; thema:onderdeel van een programma bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel product van de productenraming en productenrealisatie. Hoofdstuk2.Begroting en verantwoording Artikel2.Programma-indeling 1.De raad stelt in ieder geval bij aanvang van de nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2.Het college stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op basis van de door het college aan de programma’s toegewezen producten de onderverdeling van de programma’s in thema's vast. 3.De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. 4.De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel3.Inrichting begroting en jaarstukken 1.Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per thema weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per thema weergegeven. 2.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. 3.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen. 4.In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Artikel4.Kaders begroting 1.Het college biedt voor 31 juli aan de raad een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. 2.In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen. Artikel5.Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2.Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten met meer dan € 50.000 dreigen te overschrijden. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 4.Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 5.Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen boven € 25.000 een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. 6.Bij investeringen groter dan € 500.000 informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. Artikel6.Tussentijdse rapportage 1.Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 3 maanden en de eerste 8 maanden van het lopende boekjaar. 2.De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar thema; het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar thema; het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a en b; de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; en het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d, 3.In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten van thema's en investeringskredieten in de begroting groter dan € 50.000 toegelicht. Artikel7.Informatieplicht Het college besluit niet over: het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 75.000; en het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Artikel8.EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Hoofdstuk3.Financieel beleid Artikel9.Waardering en afschrijving vaste activa 1.Activa met een maatschappelijk nut worden in beginsel niet geactiveerd tenzij de raad anders besluit in voorkomende gevallen. 2.Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in bijlage 1 afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 3.Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 4.Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in maximaal 4 jaar afgeschreven. 5.Een saldo voor agio of disagio wordt lineair in maximaal 4 jaar afgeschreven. 6.Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota aan met de kaders voor het waarderen en afschrijven van vaste activa. 7.Lid 2 van dit artikel is niet van toepassing op die activa die thans annuïtair worden afgeschreven, deze blijven tot het einde van de looptijd annuïtair afgeschreven. In bijlage 2 is een opsomming gegeven van deze activa met het bijbehorende (vaste) rentepercentage en de afschrijvingstermijnen. Artikel10.Voorziening voor oninbare vorderingen Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. Voor openstaande vorderingen betreffende: onroerende-zaakbelastingen; precariobelasting; hondenbelasting; rioolheffing; afvalstoffenheffing; en bijstandsvertrekking,wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Artikel11.Reserves en voorzieningen 1. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandeld: de vorming en besteding van reserves; de vorming en besteding van voorzieningen; en de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen. 2. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: het specifieke doel van de reserve; de voeding van de reserve; de maximale hoogte van de reserve; en de maximale looptijd. 3. Indien een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot besteding, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. Artikel12.Kostprijsberekening 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2.Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de kosten van het kwijtscheldingsbeleid en perceptiekosten toegerekend. 3.Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de begroting vastgesteld. Artikel13.Prijzen economische activiteiten Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van: leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; een bevoordeling van sociale werkplaatsen; een bevoordeling van onderwijsinstellingen; een bevoordeling van publieke media-instellingen; en een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is. Artikel14.Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1.Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, begraafplaatsrechten, marktgelden en leges. 2.Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten. 3.Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad. Artikel15.Financieringsfunctie 1.Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2.Het college informeert de raad in de paragraaf financiering bij de begroting als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden. 3.Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 4.Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit treasurystatuut. Het college zendt het besluit treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad. 5.Bij het verstrekken van een garantie wordt het risico dat de gemeente loopt door het verstrekken van deze garantie betrokken bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarrekening. Hoofdstuk4.Paragrafen Artikel16Lokale Heffingen 1.Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: de opbrengsten per lokale heffing; het bedrag aan kwijtschelding per heffing; de mate van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing en rioolheffing. 2.Ten minste eens in de vier jaar wordt de nota lokale heffingen op de agenda gezet om de politieke of bestuurlijke noodzaak tot aanpassing vast te stellen. De raad stelt de nota vast. 3.Deze nota behandelt in ieder geval: de samenstelling van het pakket aan lokale heffingen; de (verdeling van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.