Verordening re-integratie, beschut werk en tegenprestatie Participatiewet 2015Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling “Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI)”; Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur, Gelet op artikel 8a van de Participatiewet En gelet op artikel 149 van de Gemeentewet Overwegende dat: de Participatiewet gemeenten verplicht om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het ondersteunen van personen uit de doelgroep en het verrichten van een tegenprestatie; stelt vast de Verordening re-integratie, beschut werk en tegenprestatie Participatiewet 2015 Artikel1.Begripsbepalingen a.de wet: de Participatiewet; termen en begrippen in deze verordening worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet; b.het Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling “Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug”(RDWI); c.uitkeringsgerechtigde: de bijstandgerechtigde die algemene bijstand ontvangt of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz); d.doelgroep: de personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a van de wet; Artikel2.Opdracht Dagelijks Bestuur 1.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een evenwichtig aanbod van voorzieningen aan personen behorende tot de doelgroep, rekening houdend met de afstand tot de arbeidsmarkt van de persoon, diens functionele beperkingen, alsmede met omstandigheden die betrekking hebben op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep voor loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in elk geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar en de noodzaak van het verrichten van mantelzorg. 2.Het Dagelijks Bestuur kan een of meer voorzieningen met betrekking tot personen uit de doelgroep toekennen aan de werkgever of beoogde werkgever van deze persoon. Artikel3.Rechten en plichten personen uit de doelgroep 1.De persoon uit de doelgroep kan aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling ten behoeve van het realiseren van de, naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur, kortste weg naar arbeid naar vermogen. Het Dagelijks Bestuur bepaalt hoe deze aanspraak wordt ingevuld. 2.Onverminderd alle overige verplichtingen, voortvloeiend uit de wet, waaronder de verplichting om mee te werken aan een door het Dagelijks Bestuur geboden voorziening, is de belanghebbende die gebruik maakt van een voorziening op grond van deze verordening verplicht alle inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanspraak op ondersteuning en de noodzaak van voortzetting ervan. 3.Als een belanghebbende de wettelijke verplichtingen niet nakomt, kan het Dagelijks Bestuur beslissen dat zijn aanspraak op iedere voorziening vervalt. Artikel4.Plichten werkgevers De werkgever of beoogd werkgever die met betrekking tot een persoon uit de doelgroep in aanmerking wil komen voor een voorziening is verplicht: opgaven en inlichtingen te verstrekken die hem in verband met een aanspraak op een voorziening door het Dagelijks Bestuur worden gevraagd dan wel waarvan hij redelijkerwijs kan verwachten dat zij voor deze aanspraak van belang kunnen zijn; mee te werken aan onderzoek door of in opdracht van het Dagelijks Bestuur met het oog op het toekennen of voortzetten van een voorziening; in persoon of met inzet van werknemers of derden de benodigde aansturing en begeleiding te bieden aan werknemers voor wie aan hem voorzieningen zijn verleend; zich als een goed werkgever te gedragen. Artikel5.Voorzieningen 1.Rekening houdend met en afgestemd op de mogelijkheden en beperkingen van belanghebbende kan het Dagelijks Bestuur de volgende voorzieningen inzetten: een praktijkomgeving voor het opdoen van arbeidsritme en toepassen van werknemers- en beroepsvaardigheden; training of scholing, als bedoeld in artikel 10 van de wet, gericht op uitstroom naar werk of terugkeer naar school; een proefplaats of werkervaringsplaats met het oog op het tot stand komen van een dienstverband, hieronder begrepen het gedurende maximaal 6 maanden bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden laten verrichten; ondersteuning bij een leer-werktraject voor jongeren als bedoeld in artikel 10f van de wet; persoonlijke ondersteuning of jobcoaching als bedoeld in artikel 10 van de wet, gericht op uitstroom naar werk dan wel behoud van werk: activiteiten in het kader van sociale activering gericht op het op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kunnen verkrijgen. een voorbereidingstraject voor startende ondernemers of begeleiding voor reeds gestarte ondernemers. een persoonlijk re-integratiebudget. 2.Het Dagelijks Bestuur kan in verband met de uitvoering van dit artikel ten behoeve van een persoon behorende tot de doelgroep een detacheringovereenkomst aangaan met derden. 3.Het Dagelijks Bestuur kan een persoon van 27 jaar of ouder overeenkomstig artikel 10a van de wet (participatieplaats) onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten voor een periode van maximaal 6 maanden met de mogelijkheid tot verlenging voor 6 maanden.Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat de te verrichten werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. 4.Met betrekking tot degene die op grond van het vorige lid additionele werkzaamheden verricht, beoordeelt het Dagelijks Bestuur na een periode van 6 maanden na de aanvraag van de werkzaamheden of het voortzetten van de werkzaamheden de kans op uitstroom naar werk vergroot. Als dit het geval is kan het Dagelijks Bestuur door middel van een gemotiveerd besluit, de termijn van 6 maanden verlengen met maximaal 6 maanden. 5.Het Dagelijks Bestuur biedt aan een persoon van 27 jaar of ouder die werkzaamheden verricht zoals bedoeld in het derde lid (participatieplaats) een premie, als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet. De hoogte van de premie bedraagt € 300 per 6 maanden. 6.Het Dagelijks Bestuur kan aan een persoon van 27 jaar en ouder die niet beschikt over een startkwalificatie en die werkzaamheden verricht zoals bedoeld in het derde lid, opleiding of scholing aanbieden als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid van de wet. Artikel6.Participatievoorziening beschut werken 1.Het Dagelijks Bestuur kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een persoon uit de doelgroep die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt. 2.Indien de voorziening wordt aangeboden, maakt het Dagelijks Bestuur uit de personen uit de doelgroep een voorselectie en wint bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) advies in voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. 3.Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het Dagelijks Bestuur de volgende ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 4.Het Dagelijks Bestuur bepaalt jaarlijks de omvang van het aanbod beschut werk en legt jaarlijks in het jaarplan vast hoeveel plekken voor beschut werk de deelnemende gemeenten beschikbaar stellen. In verband hiermee overlegt het Dagelijks Bestuur met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, aan de gemeenten gelieerde bedrijven en andere reguliere werkgevers. 5.Uit budgettaire overwegingen kan het Dagelijks Bestuur besluiten om andere voorzieningen dan beschut werk voor deze doelgroep in te zetten. Artikel7.Loonkostensubsidies-BUIG 1.Het Dagelijks Bestuur kan een subsidie verlenen ter dekking van een deel van de loonkosten aan de werkgever bij wie een persoon behorende tot de doelgroep in dienst treedt of blijft, dan wel een subsidie verstrekken als vergoeding van de aantoonbare extra kosten die een werkgever maakt bij het in dienst nemen van een bijstandsgerechtigde. 2.Na inwerkingtreding van deze verordening kan het Dagelijks Bestuur ten aanzien van de verstrekking van deze subsidies nadere regels vaststellen met betrekking tot: De aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover; De voorwaarden waaronder een subsidie wordt verstrekt; Het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald; De activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt; De weigeringsgronden voor een subsidie; De verplichtingen voor de subsidieontvanger. Artikel8.Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie-BUIG 1.Het Dagelijks Bestuur stelt vast of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. 2.Hierbij neemt het Dagelijks Bestuur de volgende criteria in acht: een persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid onderdeel a, van de Participatiewet; die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen; 3.Het Dagelijks Bestuur kan op schriftelijke aanvraag van een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, vaststellen of die persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 10c, eerste lid, onderdeel b, van de wet kan de vaststelling ook ambtshalve plaatsvinden, behalve voor niet uitkeringsgerechtigden en ANW gerechtigden. 4.Een aanvraag als bedoeld in artikel 8, lid 3 van deze verordening kan slechts eenmaal per twaalf maanden worden ingediend. 5.Het Dagelijks Bestuur stelt in samenwerking met de colleges van b. en w. in de arbeidsmarktregio en het UWV en met inachtneming van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet en de ministeriële regeling loonwaardebepaling Participatiewet vast welke methode wordt gehanteerd voor de vaststelling van de loonwaarde en draagt zorg voor de bekendmaking van een actuele beschrijving van deze methode. Artikel9.Persoonlijke voorzieningen bij werk of scholing Het Dagelijks Bestuur kan aan de persoon, behorend tot de doelgroep, die arbeid in dienstbetrekking verricht of gaat verrichten of arbeid op een proefplaats verricht of gaat verrichten, voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, het volgen van scholing of opleiding. Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstaan: vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat de belanghebbende zijn werkplek of opleidingslocatie kan bereiken; intermediaire activiteiten ten behoeve van personen met een visuele, auditieve of motorische handicap; meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingsplaats of de proefplaats en de bij de arbeid of opleiding te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu van de belanghebbende zijn afgestemd; en noodzakelijke persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan de belanghebbende opgedragen taken, indien die ondersteuning een compensatie vormt voor zijn beperkingen. Het Dagelijks Bestuur kan bij nadere regels bepalen dat voor een voorziening een eigen bijdrage is verschuldigd of dat een voorziening niet wordt verstrekt of wordt beëindigd indien het inkomen of vermogen van de belanghebbende meer bedraagt dan een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen bedrag. Artikel10.Overige vergoedingen Het Dagelijks Bestuur kan, ter stimulering van de arbeidsinschakeling, besluiten diverse kosten te vergoeden voor activiteiten die daaraan bijdragen. Men kan denken aan reiskosten, verhuiskosten en kosten van kinderopvang. Artikel11.Compensatie van ziekteverzuim (no-riskpolis) 1.Het Dagelijks Bestuur kan werkgevers de kosten van een no-riskpolis vergoeden als: a.de werkgever voor ten minste de duur van 6 maanden een arbeidsovereenkomst aangaat met een werknemer; b.de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid behoort tot de doelgroep; c.de werknemer een structurele functionele of andere beperking heeft of de werkgever ten behoeve van de werknemer een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de wet ontvangt; d.artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is; e.de werknemer zijn woonplaats heeft binnen een van de gemeenten 2.Na inwerkingtreding van deze verordening kan het Dagelijks Bestuur nadere regels vaststellen die onder meer betrekking hebben op: a.de duur en de dekking van de verzekeringspolis; b.de periode vanaf de aanvang van het verzuim als gevolg van arbeidsongeschiktheid waarover de loonkosten niet worden vergoed; c.Het bedrag van de aan de werkgever uit te keren vergoeding van loonkosten. Artikel12.Tegenprestatie 1.Het Dagelijks Bestuur wijst de uitkeringsgerechtigden op de mogelijkheden tot en het belang van het verrichten van maatschappelijke activiteiten. Indien nodig kan lokaal ondersteuning worden geboden. Klanten die een activeringstraject naar werk volgen, of een maatschappelijke bijdrage leveren door mantelzorg te bieden of vrijwilligerswerk, dan wel anderszins actief zijn in de samenleving, zijn daarvan uitgezonderd. 2.Het Dagelijks Bestuur kan een uitkeringsgerechtigde een tegenprestatie naar vermogen opdragen. Als hiertoe wordt overgegaan moet het gaan om maatschappelijk nuttige activiteiten, die additioneel van aard zijn en niet tot verdringing van betaalde arbeid leiden. Er wordt rekening gehouden met individuele omstandigheden en de aard, duur en omvang worden in overleg met betrokkene vastgesteld. 3.Het vrijwillig uitvoeren van een maatschappelijke bijdrage door een uitkeringsgerechtigde wordt beschouwd als tegenprestatie. Artikel13.Eigen bijdrage Het Dagelijks Bestuur kan besluiten dat en op welke wijze en onder welke voorwaarden de niet-uitkeringsgerechtigde of de ANW-gerechtigde ouder dan 27 jaar aan wie een voorziening wordt aangeboden, een eigen bijdrage verschuldigd is. Artikel14.Beleidsregels Het Dagelijks Bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud en duur van de aangeboden voorzieningen alsmede met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of een voorziening passend is. Artikel15.Overgangsrecht 1.Op voorzieningen, tegemoetkomingen en premies die zijn ingezet of toegekend op grond van de Re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand 2007 blijven de bepalingen uit deze verordening van toepassing tot het einde van de periode waarvoor ze zijn toegekend, dan wel zoveel eerder tot de datum waarop de voorziening, de tegemoetkoming of de premie op grond van omstandigheden van de belanghebbende dient te worden gewijzigd of beëindigd. 2.Ten aanzien van loonkostensubsidies die zijn verleend over een periode die is ingegaan voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening, maar waarvan de vaststelling op de datum van inwerkingtreding van deze verordening nog niet heeft plaatsgevonden, gelden de bepalingen van de Re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand 2007 inzake de vaststelling van de subsidie. De loonkostensubsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening bij beschikking zijn verleend, maar betrekking hebben op een periode gelegen na de datum van inwerkingtreding, worden vastgesteld in overeenstemming met de regels van deze verordening. Artikel16.Citeerwijze en inwerkingtreding Deze verordening kan worden aangehaald als: Re-integratieverordening Participatiewet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.