Verordening geldelijke voorzieningen (burger)raadsleden, commissieleden en leden van de Rekenkamer gemeente Leiderdorp 2015De raad van de gemeente Leiderdorp; gelezen het voorstel, nr. Z/14/005746/19654; gezien het advies van het presidium van 9 februari 2015; gelet op het bepaalde in artikel 81k, 95 en 96 van de Gemeentewet en gelet op de artikelen 4, 7a vierde lid, 13 tweede lid, 14 eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; b e s l u i t: vast te stellen de Verordening geldelijke voorzieningen (burger)raadsleden, commissieleden en leden van de Rekenkamer gemeente Leiderdorp 2015 Artikel1Algemene bepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: de Gemeentewet; Raad: de gemeenteraad van Leiderdorp; Commissie: commissie ingesteld door de raad op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; Politiek Forum: commissie ingesteld door de raad op grond van de artikel 82 ter voorbereiding van de raadsvergadering; Commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1 lid c; Burgerraadslid: lid van een politieke partij die de raadsleden van die partij ondersteunt bij hun werkzaamheden onder andere door deelname aan het Politiek Forum. De raad benoemt een burgerraadslid op voordracht van een fractie; Fractie: het geheel van leden van een raadsfractie alsmede de burgerraadsleden van die politieke partij; Raadsfractie; leden van de raad die door het Centraal Stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij aanvang van de zitting als een fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts een lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd; Rekenkamer: de Rekenkamer van de gemeente Leiderdorp ingesteld door de raad op grond van artikel 81a; Waar in deze verordening ‘hij’ staat kan ook ‘zij’ worden gelezen. Artikel2Vergoeding voor raadsleden voor de werkzaamheden en onkostenvergoeding 1.De leden van de raad ontvangen per kalenderjaar een vergoeding voor hun werkzaamheden en een onkostenvergoeding. Deze vergoeding en onkostenvergoeding zijn gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum als vermeld in de jaarlijkse circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2.Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid van de raad is geweest, ontvangt de vergoeding en onkostenvergoeding, als bedoeld in lid 1, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij het lidmaatschap van de raad heeft bekleed; 3.De betaling van de vergoeding en onkostenvergoeding, als bedoeld in lid 1, geschiedt in maandelijkse termijnen; 4.Naast de vergoeding en onkostenvergoeding ontvangen fractievoorzitters voor de duur van hun fractievoorzitterschap per jaar een toelage op grond van artikel 8b Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel3Vergoeding voor burgerraadsleden, commissieleden en de Rekenkamer 1.Burgerraadsleden ontvangen een vergoeding als zij deelnemen aan en het woord voeren in een vergadering van het Politiek Forum. Deze vergoeding is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum als vermeld in tabel IV in de jaarlijkse circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; 2.Het deelnemen van burgerraadsleden aan een vergadering, als bedoelt in lid 1, blijkt uit het tekenen van een presentielijst en uit het beeld- en geluidverslag in het raadsinformatiesysteem; 3.Commissieleden ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie. Deze vergoeding is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum als vermeld in tabel IV in de jaarlijkse circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; 4.In afwijking van lid 3 van dit artikel ontvangen leden van de Rekenkamer als vergoeding voor het deelnemen aan een vergadering van de Rekenkamer twee maal het bedrag als bedoeld in lid 3 van dit artikel; 5.In afwijking van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel ontvangt de voorzitter van de Rekenkamer voor het deelnemen aan een vergadering van de Rekenkamer drie maal het bedrag als bedoeld in lid 3 van dit artikel; 6.De vergoeding wordt na afloop van elk kalenderkwartaal, op basis van zijn uit de presentielijst blijkende aanwezigheid, aan de rechthebbende uitbetaald; 7.In afwijking van het derde lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. Artikel4Reis- en verblijfkosten raadsleden, commissieleden en de Rekenkamer 1.Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden vergoed; 2.Aan commissieleden en leden van de Rekenkamer worden de reis- en verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie en Rekenkamer vergoed; 3.De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is: voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde; voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde. 4.De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed. 5.In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 6.De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel5Scholing raads- en burgerraadsleden 1.Raads- en burgerraadsleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden willen deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2.De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3.Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. 4.De gemeenteraad kan bij aparte verordening nadere regels stellen met betrekking tot de maximale vergoeding. 5.Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking. 6.In voorkomende gevallen beslist de vergadering van fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Artikel6Congres, seminar of symposium raads- en burgerraadsleden 1.De kosten van deelname aan een cursus, congres, seminar of symposium aangeboden of verzorgd door of namens de gemeente Leiderdorp komen voor rekening van de gemeente; 2.Het (burger)raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet aangeboden wordt door of namens de gemeente Leiderdorp, dient een gemotiveerde aanvraag in bij het presidium. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als het presidium van mening is dat deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het (burger)raadslidmaatschap. Artikel7Werkkostenregeling Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel8Declaratie van kosten 1.Betaling van kosten als bedoeld in artikel 5 en 6 vindt plaats door rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente: 2.Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan wordt aan de bepalingen in deze verordening. 3.De declaratie van kosten die uit eigen middelen vooruit zijn betaald vindt plaats door het indienen van de bewijsstukken aan de griffier. Artikel9Toepassing In die gevallen waarin deze verordening niet voorziet of wanneer een artikel voor verschillende uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist de raad. Artikel10Citeertitel en inwerkingtreding 1.Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening geldelijke voorzieningen (burger)raadsleden, commissieleden en leden van de Rekenkamer gemeente Leiderdorp 2015”; 2.Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking in de rubriek Gemeente-aan-huis van een in de gemeente verschijnend huis-aan-huisblad d.d. 11 maart 2015; 3.Met ingang van de in het tweede lid genoemde datum wordt de “Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2011” ingetrokken. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Leiderdorp op 2 maart 2015,de griffier, de voorzitter,mevrouw J.C. Zantingh mevrouw L.M. Driessen-JansenToelichting ALGEMEENWettelijke regelingenDe regeling van de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke commissies vindt op verschillende niveaus plaats, te weten bij wet, algemene maatregel van bestuur (AMvB) en gemeentelijke verordening. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB). Daartoe zijn tot stand gekomen het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. In een ministeriële regeling, de Regeling rechtspositie wethouders, zijn sommige vergoedingen nader uitgewerkt. In deze wetten en nadere regelgeving zijn alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende onkostenvergoedingen, is in de rechtspositiebesluiten overwegend geregeld in dwingendrechtelijke bepalingen. De vergoedingen en regelingen voor raads- en commissieleden die bij of krachtens de wet (lees Gemeentewet, rechtspositiebesluit of regeling) dwingendrechtelijk geregeld zijn, zijn niet opgenomen in deze verordening. Dit betreft de vergoedingen voor: De onkostenvergoedingen voor raadsleden en wethouders De toelage voor fractievoorzitters, leden van de vertrouwenscommissie, leden van de rekenkamerfunctie bedoeld in artikel 81oa Gemeentewet, dan wel van onderzoekscommissie zoals bedoeld in artikel 115a, derde lid Gemeentewet De compensatiemaatregelen voor raads- en commissieleden als zij een WW, BOO of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben De verstrekking van een computer De voorziening bij ziekte en dienstongeval De vergoeding voor de waarneming van het voorzitterschap van de gemeenteraad De voorziening bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte De tegemoetkoming in de ziektekosten Voorzieningen voor raads- en commissieleden met fysieke beperking De arbeidsverhouding van het raadslidRaadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap nietvallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet, Ziektewet en WIA. Omdat er geen dienstbetrekking met de gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten getoetst aan de Wet inkomstenbelasting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.