← Nederland

Werktijdenregeling (Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant)

WerktijdenregelingParagraaf1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepaling Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: Feitelijke arbeidsduur: De arbeidsduur zoals die voor de medewerker in een bepaalde periode is vastgesteld. Formele arbeidsduur: De volgens de aanstelling vastgestelde arbeidsduur per week van de medewerker. Medewerker: De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, sub a van de CAR-UWO, alsmede uitzendkrachten, detacheringskrachten, stagiaires en personen die anderszins werkzaam zijn van bij de werkgever. Openingstijd: De openingstijden van de diverse kantoren waarbinnen medewerkers gebruik kunnen maken van een fysieke werkplek c.q. werkzaamheden kunnen verrichten. Pauze: Een periode van een onafgebroken aantal minuten waarop geen arbeid wordt verricht. Werkgever: Het Dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Werkrooster: De wijze waarop de formele arbeidsduur van de medewerker wordt verdeeld over de beschikbare werkdagen in een bepaald tijdvak. Werktijd: De periode tussen vastgestelde tijdstippen waarbinnen door de medewerker arbeid moet worden verricht. Artikel2Toepassing Lid 1De werktijdenregeling is van toepassing op alle medewerkers. De regeling bestaat uit een standaard- en een bijzondere regeling. Lid 2 De standaardregeling geldt voor de medewerkers die zelf regelruimte hebben bij het bepalen van hun werktijden. Lid 3 De bijzondere regeling is van toepassing op medewerkers waarvoor de individuele werktijden eenzijdig door de werkgever worden vastgesteld. Het Dagelijks Bestuur bepaalt welke functiegroep(

  1. en)onder de bijzondere regeling vallen. Deze functiegroep(
  2. en)en functies zijn opgenomen in Bijlage 1 van deze regeling. Artikel3Arbeidsduur Lid 1De formele arbeidsduur bedraagt bij een voltijd dienstverband gemiddeld 36 uur per week en 1816,5 uur per jaar, met inachtneming van artikel 1:1:0:1 van de RAVMWB. Lid 2 Bij een deeltijd dienstverband is de formele arbeidsduur per week het aantal uren dat in de aanstelling is vermeld. De formele arbeidsduur per jaar wordt naar rato berekend. Lid 3 De feitelijke arbeidsduur kan afwijken van de formele arbeidsduur, met inachtneming van de artikelen uit hoofdstuk 4 van de CAR-UWO. Artikel4Werktijden Lid 1De werktijd bedraagt per dag maximaal 11 uur. De feitelijke arbeidsduur bedraagt ten hoogste 50 uur per week. Lid 2 De medewerker die tussen de 5 ½ uur en 10 uur per dag werkt, dient ten minste een half uur pauze te nemen. De pauzetijd kan ineens of in 2 gelijke delen worden opgenomen. Lid 3 Wanneer een medewerker meer dan 10 uur per dag werkt, dient ten minste 45 minuten pauze te nemen. De pauzetijd kan ineens of in maximaal 3 gelijke delen worden opgenomen. Lid 4 Overhevelen van uren naar de opvolgende week kan slechts in overleg met de leidinggevende en met inachtneming van een maximum van 10 uur per week. Artikel5Openingstijden De openingstijd volgt de openstellingstijden van de verschillende bedrijfsgebouwen binnen de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Artikel6Doktersbezoek Lid 1Doktersbezoek, tandartsbezoek, ziekenhuisbezoek, e.d. dienen buiten werktijd plaats te vinden. Lid 2 In bijzondere situaties kan met toestemming van de leidinggevende afgeweken worden van het bepaalde in lid 1 van dit artikel. Paragraaf2De standaardregeling Artikel7Dagvenster Medewerkers kunnen werkzaamheden verrichten binnen het dagvenster van maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 uur en 22.00 uur. Artikel8Bezetting, werkafspraken en werkrooster Lid 1De leidinggevende is verantwoordelijk voor de bezetting van de afdeling. Lid 2 Eenmaal per jaar worden basisafspraken gemaakt tussen de leidinggevende en de medewerker over de wijze waarop de formele arbeidsduur van de medewerker wordt verdeeld over de beschikbare werkdagen in een bepaald tijdvak, het zogenaamde werkrooster. Lid 3 Uitgangspunt bij het maken van de basisafspraken over werktijden is een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering, een goede procesgang van de werkzaamheden op de afdeling, bereikbaarheid voor interne en externe relaties en een optimale samenwerking op en tussen de afdelingen. Lid 4 Bijstelling van het werkrooster kan in overleg plaatsvinden. In ieder geval worden tweemaal per jaar de basisafspraken over werktijden, verlof en werkplanning geëvalueerd. Lid 5 Het samenstellen van het werkrooster geschiedt met inachtneming van de volgende uitgangspunten: Er wordt maximaal 9 uur per dag ingeroosterd; Er wordt maximaal 1 dag per week maximaal 11 uur per dag ingeroosterd; Per week wordt maximaal 45 uur ingeroosterd (bij deeltijdaanstellingen wordt dit aantal naar rato berekend). Lid 6Wanneer de medewerker binnen het dagvenster werkzaamheden moet verrichten buiten de afgesproken werktijden, worden de extra gewerkte uren op een ander moment gecompenseerd. De leidinggevende en de medewerker maken samen afspraken om de uren op korte termijn te compenseren. Deze uren kunnen niet opgespaard worden of worden omgezet in verlofuren. Artikel9Thuiswerken De medewerker kan de leidinggevende verzoeken om deels thuis te mogen werken. Een dergelijk verzoek zal worden bekeken in het licht van de mogelijkheden van de door de medewerker vervulde functie c.q. uit te voeren werkzaamheden. De medewerker is zelf verantwoordelijk voor een gedegen inrichting van de thuiswerkplek. Artikel10Buitendagvenstervergoeding Lid 1Indien de medewerker buiten het dagvenster werkzaamheden moet verrichten, komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8 CAR-UWO. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt hierover vooraf afspraken met zijn leidinggevende. Lid 2De medewerker die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11 of hoger verbonden is heeft conform artikel 3:8 CAR-UWO geen recht op een buitendagvenstervergoeding. Artikel11Beschikbaarheidsdiensten Lid 1De medewerker die is aangewezen voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten als bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid, onderdeel C kan recht hebben op een vergoeding zoals opgenomen in artikel 5 van de ‘Regeling Vergoedingen’ CAR-UWO. Lid 2Indien de medewerker opgeroepen wordt tijdens zijn beschikbaarheidsdienst en werkzaamheden verricht buiten zijn vastgestelde werktijd, maar binnen het dagvenster, heeft de medewerker recht op compensatie in tijd in overleg met zijn leidinggevende. Lid 3Indien de medewerker opgeroepen wordt tijdens zijn beschikbaarheidsdienst en werkzaamheden verricht buiten het dagvenster, komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8 CAR-UWO. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende. Lid 4Indien naar het oordeel van de leidinggevende het dienstbelang zich verzet tegen het compenseren in tijd van de in lid 2 en lid 3 bedoelde werkzaamheden kan deze compensatie op grond van artikel 4:2 lid 7 CAR-UWO vervangen worden door een vergoeding in geld. Lid 5 Het gestelde onder de leden 2, 3 en 4 is eveneens van toepassing voor de medewerker die op grond van hoofdstuk 20 CAR-UWO is aangewezen om piketdiensten voor de brandweer te vervullen.Bij toepassing van dit lid wordt de werktijd van maandag tot en met vrijdag standaard vastgesteld van 9.00 tot 16.12 uur ( =7,2 uur per werkdag). Paragraaf3De bijzondere regeling Artikel12Bijzondere regeling Lid 1De bijzondere regeling is van toepassing op de in bijlage 1 opgenomen functiegroep(
  3. en)en functies. Lid 2 De leidinggevende stelt voor deze groep eenzijdig de individuele werktijden vast conform artikel 4:4 CAR-UWO. Lid 3Het Dagelijks Bestuur kan de in de bijlage 1 genoemde functies/functiegroep(
  4. en)wijzigen. Paragraaf4Slotbepalingen Artikel13Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen. Artikel14Citeertitel en inwerkingtreding Deze regeling kan worden aangehaald als de “Werktijdenregeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant” en treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf de inwerkingtredingdatum van deze regeling vervalt de regeling “variabele werktijden” zoals opgenomen in artikel 4:2:2:1 van het RAVMWB. Bijlage1bij de Werktijdenregeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Voor het bepalen of een functie onder standaardregeling of de bijzondere regeling voor werktijden valt, geldt als uitgangspunt dat de standaardregeling de norm is en de bijzondere regeling de uitzondering. Het Dagelijks Bestuur heeft op grond van artikel 2 lid 3 van deze regeling bepaald dat onder de bijzondere regeling vallen: Centralisten GMK Alle medewerkers met een aanstelling in 24-uursdienst vallen op grond van artikel 4:8 van CAR UWO (landelijke regelgeving) eveneens onder de bijzondere regeling. Werktijdenregeling Inhoudsopgave Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepaling Artikel 2 Toepassing Artikel 3 Arbeidsduur Artikel 4 Werktijden Artikel 5 Openingstijden Artikel 6 Doktersbezoek Paragraaf 2 De standaardregeling Artikel 7 Dagvenster Artikel 8 Bezetting, werkafspraken en werkrooster Artikel 9 Thuiswerken Artikel 10 Buitendagvenstervergoeding Artikel 11 Beschikbaarheidsdiensten Paragraaf 3 De bijzondere regeling Artikel 12 Bijzondere regeling Paragraaf 4 Slotbepalingen Artikel 13 Onvoorziene gevallen Artikel 14 Citeertitel en inwerkingtreding Bijlage 1 bij de Werktijdenregeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.