Beleidsregels Participatiewet gemeente Losser 2015Burgemeester en wethouders van de gemeente Losser; gelet op de artikelen 22a lid 4 onderdeel b en onderdeel c; artikel 33 lid 4 van de Participatiewet en artikel 41 lid 4 van de Participatiewet: overwegende dat het om redenen van rechtszekerheid en doelmatigheid wenselijk is om beleidsregels vast te stellen inzake onderhuur en kostgangers en ook met betrekking tot de zoekperiode besluiten vast te stellen de Beleidsregels Participatiewet gemeente Losser 2015 Hoofdstuk1:Onderhuur en kostgangers Artikel1.Begripsbepalingen 1.wet: Participatiewet onderhuur: situatie waarin een deel van de eigen- of gehuurde zelf bewoonde woning deels wordt verhuurd ten behoeve van huisvesting van een derde; kostgeverschap: situatie waarbij een deel van de eigen of gehuurde zelf bewoonde woning deels wordt verhuurd ten behoeve van de huisvesting van een derde en waarbij in de huurprijs het gebruik van maaltijden is begrepen; gehuwdennorm: de gehuwdennorm inclusief vakantietoeslag als bedoeld in artikel 21 onderdeel b van de wet. 2.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel2.Voorwaarden voor een commerciële overeenkomst Om te kunnen vaststellen of er sprake is van een commerciële overeenkomst met betrekking tot huur, onderhuur of kostgeverschap als bedoeld in artikel 22a lid 4 onderdeel b en onderdeel c van de wet moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: Er moet sprake zijn van een schriftelijke overeenkomst waarin de wederzijdse rechten en plichten zijn vastgelegd. De begindatum van de overeenkomst als bedoeld onder a. moet in de overeenkomst worden genoemd. De overeenkomst als bedoeld onder a. moet zijn gedateerd en ondertekend door ofwel huurder en verhuurder, ofwel door kostganger en kostgever. De onderhavige woning in de overeenkomst als bedoeld onder a. moet beschikken over een ruimte die zich leent voor afzonderlijke, zelfstandige bewoning. Er moet op verzoek worden aangetoond dat er sprake is van periodieke bancaire betalingen voor de geleverde prestaties via bankafschriften of op digitale wijze. De overeengekomen prijs moet in verhouding staan tot wat in het commerciële verkeer gebruikelijk is, conform de gestelde regels in artikel 3 van deze beleidsregels. Indien het een situatie betreft als bedoeld in artikel 22a lid 4 onder b en c van de wet dient de belanghebbende aan te tonen dat hij een commerciële overeenkomst heeft door het overleggen van de schriftelijke overeenkomst als bedoeld onder a. en van e bewijzen van de bancaire betalingen. Indien het een situatie betreft als bedoeld onder artikel 22a lid 4 onder c van de wet dient de belanghebbende de aanwezigheid van een commerciële overeenkomst bij de andere personen die als (onder)huurder of kostganger in dezelfde woning als de belanghebbende hun hoofdverblijf hebben en die een schriftelijke overeenkomst hebben met dezelfde persoon als met wie de belanghebbende een commerciële overeenkomst heeft, aannemelijk te maken bijv. door het overleggen van een verklaring van de huurbaas. Indien aan één of meerdere van onder a tot en met h genoemde voorwaarden niet is voldaan is er geen sprake van een commerciële overeenkomst. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.