Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015De raad van de gemeente Assen; Gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Verordening op de heffing en invordering parkeerbelastingen 2014 b e s l u i t: vast te stellen de volgende: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015 HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; Zone 01: het gebied Vaart NZ (het gedeelte tussen de Kolk en het Kanaal), Kanaal (het gedeelte tussen Weiersstraat en Vaart NZ), Alteveerstraat ZZ vanaf 29 tot Het Kanaal en Alteveerstraat NZ vanaf 41 tot Het Kanaal, Burgemeester Agterstraat en Weiersstraat (westzijde tussen Alteveerstraat en het Kanaal); Zone 02: het gebied Vaart ZZ (tussen Gymnasiumstraat en Vaart ZZ huisnummer 149), Gymnasiumstraat, Emmastraat, Prinses Irenestraat, Nassaulaan, Hertenkamp, Van der Feltzpark en Beilerstraat (tussen Kerkplein en Hertenkamp); Zone 03: het gebied: Zuidhaege, Oosterhoutstraat, Wilhelminastraat, Prinses Beatrixstraat, Prinses Beatrixhof, Prins Clausplantsoen, Esstraat, Parkstraat, Parkplein, Burgemeester Gratamastraat, Bosstraat, Burgemeester Jollesstraat, Beilerstraat (tussen Port Natalweg en Van der Feltzpark) Plataanweg, Vogelkerslaan, Meidoornlaan, Kastanjelaan, Iepenlaan, Gouverneur Hofstedelaan en Port Natalweg; Zone 04: het gebied: Doevenkamp, Oranjestraat, Julianastraat, Prins Hendrikstraat en Hendrik de Ruiterstraat, Rolderstraat zuidzijde (gedeelte tussen Hendrik de Ruiterstraat en de Javastraat), Stationsstraat noordzijde thv pand Stationsstraat 27-35, Overcingellaan (deel Julianastraat – Stationsstraat);; Zone 05: het gebied: Mr. P.J. Troelstralaan (tussen Vaart NZ en Nobellaan), Het Kanaal (tussen de Vaart NZ en de Nobellaan), Einsteinlaan, Sluisstraat, Vaart NZ (tussen Het Kanaal en Mr. P.J. Troelstralaan), Nobellaan (oneven nummers, tussen Het Kanaal en Mr. P.J. Troelstralaan); Zone 06: het gebied: Het Kanaal (tussen de Nobellaan en Groningerstraat), Mr. P.J. Troelstralaan (tussen Nobellaan en Groningerstraat), Nobellaan (tussen Het Kanaal en Mr. Thorbeckelaan), Mr. P.J. Troelstralaan (tussen Nobellaan en Groningerstraat) Nansenstraat, Venestraat (tussen Het Kanaal en Thorbeckelaan) Dr. Schaepmanstraat, Prins Bernhardstraat, Mr. S. van Houtenstraat, J.H.A. Schaperstraat, Ingenieur J.W. Albardastraat, Doctor A. Kuyperstraat, Doctor H. Colijnstraat, Mr. Groen van Prinstererlaan (tussen Het Kanaal en Thorbeckelaan), Einthovenstraat, Schweitzerstraat, Molenstraat (tussen Het Kanaal en de Thorbeckelaan), Nobellaan (even nummers, tussen Het Kanaal en Thorbeckelaan). Zone 07: het gebied: Het Kanaal (tussen Groningerstraat en Industrieweg), Anne de Vriesstraat, Jacob Catslaan, Huygensstraat, Bilderdijk Plantsoen, Vondellaan, Groningerstraat (tussen Het Kanaal en Fokkerstraat/Thorbeckelaan); zone 8: Paul Krugerstraat tussen de Rolderstraat en de Nijlandstraat, Nijlandstraat tussen Jan Fabriciusstraat en de Paul Krugerstraat, Kloekhorsstraat tussen Jan Fabriciusstraat en de Paul Krugerstraat. Zone Oost: het gebied Assen Oost tussen de spoorlijn-Rolderhoofdweg-Pelikaanstraat; Artikel2Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven: een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op en bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2.Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat 1e als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; 2e als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel4Vrijstelling De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van gehandicapten die parkeren met gebruikmaking van een landelijke gehandicaptenparkeerkaart. Artikel5Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel6Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven door middel van een gedagtekende nota. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3.Indien de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, een jaartarief betreft en de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel volle maanden als er na het ontstaan van de belastingplicht in het jaar overblijven. Eindigt de belastingplicht van een jaartarief in de loop van het belastingjaar dan wordt ontheffing verleend over het aantal volle maanden dat in het jaar resteert na de beëindiging van de belastingplicht. 4.Een ontheffing als bedoeld in lid 3 van minder dan € 10,00 wordt niet verleend. Artikel8Wijze van heffing en termijnen van betaling 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald binnen vier weken na de dagtekening van die nota. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het vorige lid gestelde termijn. 4.Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel9Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit. Artikel10Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 58,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.