Vermoeden misstandVermoeden misstand Regeling melding vermoeden misstand InhoudsopgaveParagraaf 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Bescherming van de melder Artikel 3 De vertrouwenspersoon Artikel 4 Het externe meldpunt Paragraaf 2 Interne meldingsprocedure Artikel 5 Melding Artikel 6 Melding door een ex-ambtenaar Artikel 7 Informeren van het bevoegd gezag Artikel 8 Ontvangstbevestiging door het bevoegd gezag Artikel 9 Onderzoek door het bevoegd gezag Artikel 10 Standpunt en kennisgeving door het bevoegd gezag Paragraaf 3 Externe meldingsprocedure Artikel 11 Melden bij het externe meldpunt Artikel 12 Ontvangstbevestiging Artikel 13 Niet ontvankelijkheid Artikel 14 Onderzoek door het externe meldpunt Artikel 15 Advies en kennisgeving door het externe meldpunt Artikel 16 Standpunt bevoegd gezag naar aanleiding van het advies van het externe meldpunt Artikel 17 Jaarverslag Paragraaf 4 Slotbepalingen Artikel 18 Intrekking en inwerkingtreding Bijlage A Contact Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO) Paragraaf 1 Algemeen Artikel 1 BegripsbepalingenLid 1In deze regeling wordt verstaan onder: ambtenaar: een ieder die werkzaam is of is geweest bij de gemeente Scherpenzeel op grond van een aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. bevoegd gezag: het College van Burgemeester en Wethouders, de Gemeenteraad; vermoeden van een misstand: een vermoeden van schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels; een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu; een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst; melder: de ambtenaar die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze regeling. melding: de melding van een vermoeden van een misstand door de melder; vertrouwenspersoon: de functionaris als zodanig benoemd door het bevoegd gezag; extern meldpunt: de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO). Lid 2Voor de toepassing van deze regeling wordt degene die anders dan op basis van een ambtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is binnen de gemeente Scherpenzeel gelijkgesteld met een ambtenaar als bedoeld in het eerste lid, onder a. Artikel 2 Bescherming van de melderLid 1Een ieder die betrokken is bij de behandeling van een melding maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder zijn instemming, dat zijn in ieder geval de leidinggevende, de vertrouwenspersoon en het externe meldpunt. Lid 2De ambtenaar zal als gevolg van de melding van een vermoeden van een misstand geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn rechtspositie. Onder nadelige gevolgen worden in ieder geval verstaan: het verlenen van ongevraagd ontslag; het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd; het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een vaste aanstelling; de opgelegde benoeming in een andere functie; het treffen van disciplinaire maatregelen; het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of toekenning van vergoedingen; het onthouden van promotiekansen; het afwijzen van een verlofaanvraag, voor zover dit redelijkerwijs verband houdt met de door de melder gedane melding van een vermoeden van een misstand. Lid 3Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de melder ook anderszins bij de uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen van de melding ondervindt. Lid 4Het bepaalde in lid 2 en 3 van dit artikel geldt ook voor de ambtenaar die te goeder trouw een vermoeden van een misstand in een andere organisatie dan die van de gemeente Scherpenzeel, volgens de in die organisatie geldende regels, bij die organisatie heeft gemeld. De bescherming geldt alleen als de ambtenaar: uit hoofde van zijn functie met die andere organisatie samenwerkt of heeft samengewerkt; uit hoofde van zijn functie kennis heeft verkregen van de vermoede misstand; het vermoeden van de misstand tijdig bij zijn leidinggevende heeft gemeld; zich heeft gehouden aan de afspraken die ter zake van deze melding met hem of haar zijn gemaakt door het bevoegd gezag. Lid 5De ambtenaar heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van het te goede trouw melden van een vermoeden van een misstand nadelige gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie, tijdens en/of na het volgen van deze regeling. Deze juridische bijstand wordt gefinancierd door de gemeente Scherpenzeel. Artikel 3 De vertrouwenspersoonLid 1Het bevoegd gezag wijst een of meer vertrouwenspersonen aan. Lid 2De vertrouwenspersoon heeft tot taak de melder te adviseren. Lid 3De vertrouwenspersoon maakt jaarlijks een geanonimiseerd verslag van de aard en de omvang van het aantal interne meldingen. Dit verslag wordt aan het bevoegd gezag en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt. Lid 4De vertrouwenspersoon geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met het vijfde lid, tegen benadeling van zijn rechtspositie als gevolg van de hem bij deze regeling toebedeelde taken. Artikel 4 Het externe meldpuntLid 1Het bevoegd gezag wijst als extern meldpunt aan de Onderzoeksraad Integriteit Overheid. Lid 2De Onderzoeksraad Integriteit Overheid heeft tot taak een door de melder gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en het bevoegd gezag daarover te adviseren. Paragraaf 2 Interne meldingsprocedureArtikel 5 MeldingLid 1De ambtenaar doet een melding bij zijn leidinggevende, bij de vertrouwenspersoon of, indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij het externe meldpunt. Lid 2Een melding laat de wettelijke verplichting tot het doen van aangifte van een strafbaar feit onverlet. Artikel 6 Melding door een ex-ambtenaarDe ex-ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden doet dit binnen een periode van twaalf maanden na zijn ontslag of beëindiging van zijn werkzaamheden voor de gemeente Scherpenzeel bij een vertrouwenspersoon. Hij kan alleen een melding van een vermoeden van een misstand doen als hij in de hoedanigheid van ambtenaar kennis heeft gekregen van het vermoeden. Artikel 7 Informeren van het bevoegd gezagDe leidinggevende of de vertrouwenspersoon bij wie een melding is gedaan draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag onverwijld op de hoogte wordt gesteld van de melding en van de datum waarop de melding ontvangen is. Artikel 8 Ontvangstbevestiging door het bevoegd gezagLid 1Het bevoegd gezag zendt aan de melder of de vertrouwenspersoon bij wie het vermoeden van een misstand is gemeld een ontvangstbevestiging. In het laatste geval stuurt de vertrouwenspersoon de ontvangstbevestiging door aan de melder. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en de datum waarop de melder het vermoeden heeft gemeld. Lid 2Het bevoegd gezag informeert de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad. Lid 3Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de identiteit van de melder die overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 of 6 een melding heeft gedaan, niet verder bekend wordt dan noodzakelijk is voor de behandeling van de melding. Artikel 9 Onderzoek door het bevoegd gezagLid 1Het bevoegd gezag stelt na ontvangst van de melding onverwijld een onderzoek in. Lid 2Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand. Lid 3Het bevoegd gezag kan een deskundige raadplegen. Artikel 10 Standpunt en kennisgeving door het bevoegd gezagLid 1Het bevoegd gezag stelt de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan binnen tien weken na ontvangst van de melding schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. Lid 2Indien niet binnen tien weken een standpunt kan worden gegeven worden de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan voordat deze termijn is verstreken daarvan door middel van een kennisgeving schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Het bevoegd gezag kan het advies met ten hoogste vier weken verdagen. Paragraaf 3 Externe meldingsprocedureArtikel 11 Melden bij het externe meldpuntLid 1De melder kan zijn vermoeden van een misstand binnen redelijke termijn melden bij het externe meldpunt, indien: hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 10; hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijnen bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.