De Raad van de gemeente Alkmaar; gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlage nr. 2015-775; gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder 5, 7, 9 tot en met 14 en 20 van de Huisvestingswet 2014; gelet op het advies van de commissie Ruimte; besluit vast te stellen de Huisvestingsverordening Alkmaar. HOOFDSTUK
(2013)blijkt dat 9% van alle actief woningzoekenden geen woningzoekende van de regio is (mensen met werk maar zonder maatschappelijke binding). Met de nieuwe wettelijke mogelijkheden mag deze groep altijd voor minimaal 50% van alle vrijkomende woningen in aanmerking komen. De bestaande 9% wordt daarmee voor dat deel van de vrijkomende woningen altijd gelijk gesteld aan alle woningzoekenden van de regio. De vraag is of de huidige groep woningzoekenden van buiten de regio zal aangroeien tot boven 50% van het totaal om een extra bindingseis te kunnen verantwoorden. Pas als dat zo is is er sprake van verdringing en is het noodzakelijk gebruik te maken van de mogelijkheid om woningzoekenden van de regio meer rechten te geven. De verwachting is echter dat een verandering van verordening niet zal leiden tot een vervijfvoudiging van de aanvragen van woningzoekenden van elders. Daarbij geldt ook dat het overgangsrecht er voor zorgt dat huidige inschrijftijden gehandhaafd blijven waardoor de groep woningzoekenden van de regio nog een grote voorsprong heeft op nieuwe woningzoekenden als die er al komen. In het licht van deregulering en de wens om alleen dat te regelen wat echt noodzakelijk is wordt in de nieuwe verordening aangesloten bij het uitgangspunt van de wet van vrije vestiging en geen bindingseis meer opgenomen. Alle woningzoekenden zijn gelijk. 3.4 Wmo/keukentafelgesprek en de Huisvestingsindicatie De gemeente dient vast te stellen of een bewoner met voorrang recht heeft op een geschikte specifiek passende woning. Hiervoor kan de gemeente een huisvestingsindicatie afgeven. Met deze indicatie kan de bewoner met voorrang reageren op het aanbod van de corporaties. Om deze indicatie vast te stellen kan het Wmo of Keukentafelgesprek worden gebruikt. De burger die vanwege omstandigheden een beroep wil doen op ondersteuning (bijvoorbeeld aanpassingen aan de woning) kan aan het keukentafelgesprek deelnemen (in iedere gemeente kan dit een andere naam hebben, maar de basis is het gesprek dat de gemeente voert in het kader van ondersteuning). Op die plaats wordt vastgesteld wat iemand zelf kan, wat zijn of haar omgeving kan betekenen en of het nodig is ondersteuning te bieden. In het kader van wonen zijn er dan 4 varianten als uitkomst van het Wmo-gesprek mogelijk: De woning wordt (zelf) aangepast zodat iemand kan blijven wonen. Er is dan geen verdere relatie met de huisvestingsverordening. Iemand moet met spoed een andere woning hebben. Op dat moment wordt doorverwezen naar het urgentietraject dat buiten het Wmo-gesprek plaatsvindt. Na het verkrijgen van urgentie gaat deze woningzoekende voor op alle andere woningzoekenden. De Wmo-ambtenaar (WMO-consulent) stelt vast dat het op basis van een zorgvraag verstandig is op zoek te gaan naar andere huisvesting en geeft een ‘huisvestingsindicatie’ mee. Inhoud zoekprofiel: tredeloos, rollatorvriendelijk, rolstoelvriendelijk, appartement BG/lift, minimaal/maximaal aantal kamers, of verwijzing naar een specifieke woonvorm. Bemiddeling op maat. Er is een specifieke woning beschikbaar met aanpassingen die passend is voor de persoon in kwestie. 4.1 Nultreden en Beschut wonen De huidige regeling van zorgwoningen in de huisvestingsverordening bestaat uit een lijst zorgwoningen ingedeeld in 2 categorieën; woningen met Zorgteam of Beschut wonen, waarvoor mensen met indicatie exclusief of met voorrang in aanmerking komen. Discussies zijn er al vaak geweest waar de grens moet liggen wie er wel en wie niet nog tot de gegadigden hoort. Wat precies de sluitende definitie is van de categorieën. Vaak is de discussie over de juiste leeftijd, want veel zorgbehoevenden hebben een hoge leeftijd maar niet altijd. Ook zijn er ouderen die juist wel of juist niet tussen lotgenoten willen wonen. Ook de indeling van zorgwoningen zelf heeft frequent tot discussies geleid. Zorgteams bestaan steeds minder en het leveren van standaard zorg kan in iedere normale woning worden gedaan. Het gaat hier om ongeveer 1200 woningen op beide lijsten. Toch blijft overeind dat de woningen op deze lijsten van grote waarde zijn en de regio er bij gebaat is ze te bestemmen voor de juiste woningzoekenden. Soms vanwege ligging bij voorzieningen, soms vanwege de huidige homogene populatie, soms vanwege de specifieke kenmerken van de woning. Met name de ligging van deze zelfstandige woningen in de nabijheid van een zorginstelling is cruciaal voor een groep woningzoekenden. Deze woningen worden hier getypeerd als ‘Beschut wonen’. Voorbeelden van deze woningen zijn Westervenne in Langedijk, Het Palet in Heerhugowaard, Muiderwaard en Hof van Luxemburg in Alkmaar. Daarnaast bestaat een groot deel van het woningbezit bij het SVNK inmiddels uit Nultredenwoningen dat geschikt is voor mensen om zorg te ontvangen (ca. 7600 woningen). Met dit woningbestand van Beschut wonen en Nultreden beschikt de regio over een groot aanbod specifieke woningen voor mensen met een woningvraag gerelateerd aan een zorgbehoefte. Om met voorrang een van deze woningen te bemachtigen is een Huisvestingsindicatie nodig. Het verkrijgen hiervan vindt plaats op basis van een Wmo-gesprek in de eigen gemeente. Met de huisvestingsindicatie uit het Wmo-gesprek, waarin is aangegeven dat er sprake is van een zorgvraag en er behoefte is aan een specifieke woning, moet de woningzoekende met voorrang op zoek kunnen naar een woning uit het aanbod van het SVNK. Er zijn dan 2 varianten; een nultredenwoning of een woning uit de lijst Beschut Wonen. Volgorde van toedeling Nultreden: Eerst urgenten met een geschikte indicatie, dan woningzoekenden met een Huisvestingsindicatie, dan alle overige woningzoekenden op basis van inschrijftijd. Beschut wonen: Maatwerk door de corporatie in samenspraak met de gemeente waarbij rekening wordt gehouden met urgentie, indicatie en leeftijd. In het Coalitieakkoord 2015-2018 staat dat de coalitie in overleg treedt met de woningcorporaties om de gelabelde seniorenwoningen weer terug te krijgen. Bij het maken van de voorstellen voor de nieuwe Huisvestingsverordening heeft het College in het regionale overleg van portefeuillehouders Wonen (PORA Wonen) voorgesteld om afspraken over de gelabelde seniorenwoningen vast te leggen in de nieuwe Huisvestingsverordeningen. Hiervoor was echter in regionaal verband geen draagvlak te krijgen. Daarom gaat Het College op korte termijn verder in gesprek met de corporaties in Alkmaar om tot een lokale oplossing voor Almaar te komen. Over de uitkomsten van het gesprek kan de gemeenteraad naar verwachting binnen een halfjaar geïnformeerd worden. 4.2 Inkomensgrens In de huidige verordening geldt regionaal een inkomensgrens van €38.500 (verzamelinkomen). Dit is het maximaal inkomen waarbij men nog in aanmerking komt voor een sociale huurwoning in de regio. Naast deze door de regio zelfgekozen bovengrens zijn corporaties gebonden aan de wettelijke regel dat 90% van de toewijzingen plaatsvindt aan inkomens tot €34.911 (jaarlijks geïndexeerd en gebaseerd op de staatssteunregeling voor woningcorporaties, de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting, art.4, lid 1). Maximaal 10% van de toewijzingen vindt dus plaats aan de ‘middeninkomens’. Bovenstaand principe wordt opnieuw als uitgangspunt genomen waarbij de gemeenten er voor kiezen aan te sluiten bij de principes van de nieuwe Woningwet (de Tweede Kamer stemde 11 december 2014 unaniem in met de novelle op de herziene Woningwet) die dit voorjaar 2015 waarschijnlijk is vastgesteld nog voor de ingangsdatum van de nieuwe Huisvestingsverordening. In deze nieuwe Woningwet zijn door het Ministerie de bedragen aangegeven (jaarlijks geïndexeerd) waaraan de corporaties zich dienen te houden bij de toewijzingen tot de Huurtoeslaggrens. Vanaf 2015 gelden de volgende inkomenseisen en percentages: Minstens 80% aan inkomens tot € 34.
- Maximaal 10% aan inkomens van € 34.911 tot € 38.000 (prijspeil 2012), het bedrag na indexering voor 2015 is €38.950,-. Maximaal 10% vrij toewijzen. Hierbij voorrang geven aan mensen die moeilijk een woning vinden door persoonlijke, sociale of andere omstandigheden zoals fysieke of psychische beperkingen. De gekozen bovengrens door de regio van €38.500 wordt daarmee vervangen door een jaarlijks geïndexeerd bedrag van €38.000 (prijspeil 2012) en minstens 80% van de toewijzingen vindt plaats aan inkomens tot €34.
- Aangezien de Woningwet nu nog niet is vastgesteld verwijzen we in de verordening voorlopig naar de wettelijk vastgelegde grens van €34.911 (Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting, art.4, lid 1) en nemen als bovengrens 10% bovenop dit bedrag aan. Daarmee komt de bovengrens in 2015 op €38.
- Recent heeft minister Blok een voorstel voor de AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur), die hoort bij de nieuwe Woningwet, naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Daarin wordt voorgesteld dat woningcorporaties over drie jaar ten minste 95 procent van de huishoudens met recht op huurtoeslag een woning toewijzen met een huur onder de aftoppingsgrens. Er blijft een marge van 5 procent bestaan voor uitzonderingssituaties en er komt een overgangsregeling tot
- Als deze regels vanaf 1 juli 2015 worden ingevoerd en corporaties zich hieraan moeten houden, betekent dit dat gemeenten en corporaties gezamenlijk beleid moeten formuleren over het beschikbare aanbod voor woningzoekenden die zijn aangewezen op huurtoeslag. 4.3 Prijsgrens Alle woningen onder de Huurtoeslaggrens (jaarlijks van Rijkswege geïndexeerd, het huidig bedrag is €710,68) vallen onder de werking van de Huisvestingsverordening. 4.4 Loting In Alkmaar wordt er voor gekozen uitsluitend toe te wijzen op basis van inschrijftijd. Tijdens de opiniërende bespreking van het voorstel in de commissie Ruimte op 29 april 2015 bleek de meerderheid van de raadsfracties geen voorstander te zijn van het op beperkte schaal (maximaal 5%) toewijzen van woningen door loting zoals voorgesteld in de regionale Huisvestingsverordening. Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar stelt daarom, de commissie Ruimte gehoord hebbende, geen loting voor daar er geen draagvlak voor is en wijkt hiermee dus af van de regionale Huisvestingsverordening. 4.5 Urgentie In de regio is er al jaren een speciale regeling opgenomen in de verordening voor mensen die met spoed een woning nodig hebben. Naast algemene randvoorwaarden waaraan iemand moet voldoen, zijn er beoordelingscriteria waar de urgentieaanvragen op getoetst worden. Er moet namelijk aantoonbaar sprake zijn van een medische of sociale noodzaak of er is sprake van dreigende onvrijwillige dakloosheid door stads- of dorpsvernieuwing. De urgent woningzoekende doet een aanvraag en via een procedure van onderzoek en beoordeling beslist uiteindelijk het College van B&W of iemand wel of niet de status van urgent woningzoekende krijgt. Daarna kan de woningzoekende met voorrang reageren op het aanbod. Dezelfde uitgangspunten die ook nu gelden voor een urgentie zullen ook in de nieuwe verordening worden opgenomen. De uitwerking van de artikelen, zoals nu beschreven in de bijlage van de verordening, worden vastgelegd in beleidsregels. Deze worden zo spoedig mogelijk na vaststelling van de verordening door het College vastgesteld. 4.6 Mantelzorg als nieuwe categorie De wet schrijft voor dat bij een urgentieregeling ook mantelzorgers meegenomen moeten worden als urgente woningzoekende. In de regio Alkmaar kiezen we er voor deze doelgroep via het Wmo of Keukentafelgesprek de mogelijkheid te geven de woonbehoefte aan te geven. De vraag is dan of het nodig is dat er iets aan de huisvestingssituatie verandert om mantelzorg te geven of te ontvangen en in welke vorm is de huisvesting een voorwaarde. Uit dat gesprek blijkt of de mantelzorger urgentie krijgt, of juist de mantelzorg-ontvangende persoon. De Wmo-ambtenaar (WMO-consulent) zal bepalen of er inderdaad sprake moet zijn van een ‘Huisvestingsindicatie’ met bijbehorend zoekprofiel en stelt een pre-advies op voor urgentie. Daarna zal de persoon in kwestie zelf urgentie moeten aanvragen en na toekenning zelf moeten reageren op het SVNK-woningaanbod. Definitie mantelzorg 1.1.1 conform Wmo 2015: Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. 4.7 Bijzondere woonvormen In het kader van deregulering en flexibiliteit worden de categorieën woonwagens (in de huidige verordening hoofdstuk 3), monumenten, woonschepen, beschut wonen, studentenwoonruimte en woonruimte in een complex voor een woongroep als bijzondere woonvorm bestempeld en vallen daarmee buiten het vergunningstelsel. De huidige werkwijze met wachtlijsten en toewijzing wordt door betrokkenen (gemeenten en corporaties) gewoon voortgezet. 4.8 Doorstroming uit instellingen Gemeenschapsgeld wordt niet effectief ingezet als mensen eigenlijk in een zelfstandige woning kunnen wonen zonder begeleiding terwijl ze nu nog wonen in een instelling. Daarnaast is er een groep personen die nog wel begeleiding krijgt van een zorginstelling maar al meer op eigen benen kunnen staan (de 5%-regel van “Onder de Pannen”). Om een woning te kunnen bemachtigen moeten deze groepen voorrang krijgen op reguliere woningzoekenden. Men komt nu nog niet in aanmerking omdat er te weinig inschrijftijd is opgebouwd en daardoor wordt dus een dure opvangplaats ingenomen. Deze groepen kunnen met voorrang aan een woning worden geholpen. Dit wordt door de corporatie gecoördineerd in samenspraak met de betreffende instellingen. Dit geldt ook voor ex-gedetineerden vanuit Exodus. Deze woningzoekenden kunnen via de ‘vrije ruimte’ van 10% bemiddeling als speciale doelgroep worden gehuisvest. 4.9 Toewijzing grote woningen De regiogemeenten vinden het van belang dat schaarse grote woningen naar de juiste huishoudens gaan. Daarvoor is in de bestaande verordening een regeling opgenomen die ook in de nieuwe verordening een plaats krijgt. Woningen met 5 kamers of meer, waarbij de kleinste slaapkamer minimaal 6 m2 is, worden met voorrang toegewezen aan woningzoekende huishoudens van 5 personen of meer. Daarna aan huishoudens met 4 personen. Daarna aan huishoudens met 3 personen. Binnen de groepen gaat het huishouden met de langste inschrijftijd voor en als na toepassing van de volgordebepalingen er gelijkwaardige huishoudens blijken te zijn, wordt de volgorde voor deze huishoudens bepaald door loting. Deze specifieke regeling blijft gehandhaafd omdat het hier gaat om een beperkte groep woningzoekenden (regionaal ca. 280 >5 personen) die alleen aangewezen is op een specifieke categorie woningen die beperkt beschikbaar komt. Kleinere huishoudens hebben de keuze uit meer categorieën woningen. Het loslaten van regionale binding geldt ook voor deze categorie grote woningen. 4.10 Woningruil gehandhaafd Als twee of meer partijen elkaars woning willen ruilen met de bedoeling de woning daadwerkelijk permanent te bewonen dan kan dit ook nog steeds in de nieuwe verordening. 4.11 Behoud inschrijftijd bij moeilijk verhuurbare woningen gehandhaafd Voor woningen die niet makkelijk verhuurbaar zijn hebben de corporaties de mogelijkheid deze aan te bieden met behoud inschrijftijd. Normaal wordt de inschrijftijd geschrapt bij het accepteren van een woning. Bij deze woningen behoud de woningzoekende zijn inschrijftijd waardoor het accepteren van deze woningen aantrekkelijker wordt. Deze mogelijkheid blijft gehandhaafd, de corporaties kunnen bepalen welke woningen het betreft. 4.12 Onderwerpen die vervallen Een aantal onderdelen in de bestaande verordening blijkt niet nodig te zijn om opnieuw op te nemen. Vergunningplicht voor woningonttrekking Er is sprake van woningonttrekking als woonruimte wordt onttrokken aan de woningvoorraad. Onder onttrekken wordt verstaan: Samenvoegen: woonruimte wordt samengevoegd. Omzetten: zelfstandige woonruimte wordt omgezet in onzelfstandige woonruimte. Onttrekken: de woonruimte verliest (gedeeltelijk) haar woonfunctie door sloop of krijgt een andere niet-woonbestemming). Woningvorming: de woonruimte wordt verbouwd tot twee of meer woonruimten. Behouden van het instrument woningonttrekkingsvergunning zal toezicht en handhaving vereisen. Er is nagegaan of de gemeenten ook andere instrumenten hebben om eventuele ongewenste woningonttrekkingen te voorkomen. In bestemmingsplannen is vastgelegd voor welke functies gebouwen en percelen mogen worden gebruikt. In veel gevallen is sprake van het omzetten van woonruimte naar een andere functie in strijd met het bestemmingsplan. In dat geval is voor de functiewijziging een omgevingsvergunning vereist. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor omzetting naar recreatiewoningen. Het kan echter voorkomen dat een pand een gemengde bestemming heeft waar ook andere functies dan een woonfunctie zijn toegestaan. Ruimtelijk gezien worden die functies daar wenselijk geacht. In de bestemmingsplannen zijn regels opgenomen om ongewenste splitsing van woningen en kamergewijze verhuur te voorkomen. Bij vestiging van een bed en breakfast is veelal geregeld dat dit enkel in combinatie met een woonfunctie is toegestaan. Het bestemmingsplan voorziet alleen niet in een beperking op het samenvoegen van twee woningen tot een grotere woning. Het bestemmingsplan biedt voor bijna alle situaties voldoende mogelijkheden om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Bovendien ligt het aantal verzoeken voor woningonttrekking in de regio laag. Het afschaffen van de woningonttrekkingsvergunning zal geen financiële gevolgen hebben voor de gemeenten. Bestuurlijke boete Op het zonder vergunning in gebruik geven en nemen van woonruimte en voor het zonder vergunning aan de voorraad onttrekken van woonruimte, is op dit moment de Bestuurlijke boete in de verordening opgenomen. In de praktijk is echter gebleken dat gemeenten geen gebruik maken van deze mogelijkheid. Met het vervallen van de vergunningplicht voor woningonttrekking zal de noodzaak voor de Bestuurlijke boete verder afnemen. In het kader van afschaffen van overbodig regels wordt de bestuurlijke boete niet opgenomen in de nieuwe verordening. De mogelijkheid van het opleggen van een dwangsom blijft bestaan.
- Inspanningen van de gemeente om de schaarste op te lossen. De verordening geldt voor maximaal 4 jaar en in de tussentijd moet de gemeente aan de slag om de schaarste op te lossen. Dat betekent dat de regiogemeenten de woonruimteverdeling en vraag en aanbod samen met de corporaties nauwlettend zullen gaan monitoren en waar mogelijk tot aanpassingen zullen komen. In dit kader speelt ook het RAP (Regionaal Actie Programma) een rol. Het huidige RAP 2010-2015 zal geactualiseerd worden en hierin zal opgenomen worden wat er nodig is om de huidige schaarste te verminderen. Zoals eerder aangegeven is de woningmarkt sterk afhankelijk van de economische situatie en reageert de huurmarkt ook op de particuliere koopmarkt. Dit maakt duidelijk dat gemeenten daarmee ook afhankelijk zijn van omstandigheden waar beperkt invloed op mogelijk is. Het eerste jaar van de Huisvestingsverordening zullen de gemeenten ieder kwartaal met de corporaties de effecten van de nieuwe Huisvestingsverordening monitoren. Een eerste evaluatie zal na een jaar plaatsvinden zodat eventuele negatieve effecten bijgestuurd kunnen worden. De Raad zal hierover geïnformeerd worden. Juridische aspecten De voorstellen kunnen vastgelegd worden door het vaststellen van de Huisvestingsverordening Alkmaar. Het vaststellen van de verordening is een bevoegdheid van de Gemeenteraad. Door het College worden nog beleidsregels vastgesteld ten behoeve van de Urgentieregeling en het verkrijgen van de Huisvestingsindicatie. De oude Huisvestingsverordening Alkmaar, Huisvestingsverordening Graft-De Rijp en Huisvestingsverordening Schermer worden ingetrokken. Dit staat in artikel 16 van de nieuwe Huisvestingsverordening Alkmaar. Financiële aspecten Geen. Inspraak & participatie derden Het voorstel is op 4 februari 2015 besproken in het PORA Wonen en PORA Zorg & Wmo en voorafgaand daaraan in een gezamenlijke Stuurgroep van gemeenten en leden van het SVNK en het RPW (Regionaal Platform Woonconsumenten) voorbereid. Ook is gesproken met het Cliënten Platform WMO-Alkmaar. Communicatie Het besluit tot vaststelling van de Huisvestingsverordening Alkmaar wordt bekend gemaakt in het Gemeenteblad. De woningzoekenden zullen ook geïnformeerd worden via de website van de SVNK. Burgemeester en wethouders van Alkmaar, P.M. Bruinooge, burgemeester mw. W.J. Pelk MBA, waarnemend secretaris Voetnoot [1] De aftoppingsgrens huurtoeslag voor 1- of 2-persoonshuishoudens is €576,68 en voor 3 of meer persoonshuishoudens €618,
- Boven de aftoppingsgrens krijgt een ontvanger van huurtoeslag geen of slechts 40% huurtoeslag voor dat deel van de huur ; daarmee stijgen de woonlasten sterker. Vanaf een huur van €710,68 is de huur geliberaliseerd en is er sowieso geen recht op huurtoeslag.