Treasurystatuut MGR Rijk van Nijmegen 2015Het algemeen bestuur van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen; gelet op: de Wet financiering decentrale overheden; financiële verordening MGR Rijk van Nijmegen; ministeriele regeling schatkistbankieren decentrale overheden. besluit vast te stellen het: Treasurystatuut MGR Rijk van Nijmegen Inleiding Per 1 januari 2011 is de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) van kracht. In deze wet worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido definieert de treasuryfunctie daarbij als: Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Het Treasurystatuut vormt het kader voor de uitvoering van het treasurybeleid en maakt een objectieve en transparante verantwoording achteraf mogelijk. Het treasurybeleid ondersteunt, als onderdeel van het financieel beleid, de uitvoering van de publieke taken en biedt mede waarborgen voor de financiële continuïteit van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen op korte en lange termijn. Bij de inrichting van het treasuryproces zorgen de vier elementen sturing, uitvoering, verantwoording en toezicht houden voor duidelijkheid en transparantie. Het Treasurystatuut is een nadere uitwerking van de geldende wetgeving. Bij het opstellen van dit statuut is rekening gehouden met het relevante wettelijke kader in o.a.: Wet fido; Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden; Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden; Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. Hoofdstuk1.Begrippenkader Artikel1.Definities In dit statuut wordt verstaan onder: a.Financiering: het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen; b.Geldstromenbeheer: al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren, zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer); c. Intern liquiditeitsrisico: de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen; d. Kasgeldlimiet: een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de MGR bij aanvang van het jaar; e. Kredietrisico: de risico’s van een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit; f.Liquiditeitenbeheer: het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar; g.Liquiditeitenplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid; h.MGR: de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen; i.Renterisico: de omvang van het risico van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten door rentewijzigingen; j. Renterisiconorm: een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar; k. Rentetypische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding; l.Rentevisie: toekomstverwachting over de renteontwikkeling; m.Saldobeheer: het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen; n.Schatkistbankieren: de verplichting voor decentrale overheden om hun middelen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Voor de middelen beneden het drempelbedrag (een percentage van het begrotingstotaal) geldt deze verplichting niet. o.Statuut: dit Treasurystatuut; p.Treasuryfunctie: alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, financiering, kasbeheer en debiteuren-en crediteurenbeheer; q.Uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Hoofdstuk2.Doelstellingen van het treasurybeleid Artikel2.Doel van het statuut 1.Het Treasurystatuut van de MGR heeft tot doel een formeel kader te scheppen waar binnen de financieringsactiviteiten van het openbaar lichaam dienen plaats te vinden. 2.In algemene zin zal het financieel beleid dienen bij te dragen aan en ondersteuning te bieden voor het uitvoeren van taken, horende tot de verantwoordelijkheden van de MGR. Meer specifiek zal de financiële continuïteit van de MGR op korte en lange termijn gewaarborgd dienen te worden. Artikel3.Kaders en doel treasuryfunctie De doelstellingen van het treasurybeleid zijn: Het zorgdragen voor een tijdige beschikbaarheid van middelen door het verkrijgen en handhaven van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het zoveel mogelijk beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut. Hoofdstuk3.Risicobeheer Artikel4.Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: Het beheersen en vermijden van risico’s staat in het treasurybeleid voorop. Het risicomanagement is erop gericht toekomstige risico’s inzichtelijk maken en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden. Het is de MGR niet toegestaan om leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak te verstrekken. De MGR mag middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie, indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit statuut. Het gebruik van derivaten en obligaties is niet toegestaan. Artikel5.Renterisicobeheer 1.De kasgeldlimiet wordt niet overschreden, conform de Wet fido. 2.De renterisiconorm wordt niet overschreden, conform de Wet fido. 3.Nieuwe leningen en/of uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; 4.De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5.Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de MGR naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. 6.De rentevisie van de MGR wordt ieder jaar opgesteld op basis van de rentevisie van de huisbankier, enkele handelsbanken, dagbladen en overige relevante bronnen. Artikel6.Koersrisicobeheer 1.De MGR beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: producten waarbij aan het einde van de looptijd tenminste de hoofdsom gegarandeerd is, uitgezet bij een instelling die voldoet aan artikel 7; vastrentende waarden, uitgegeven door een instelling die voldoet aan artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.