Beleidsregels verhaal Participatiewet 2015Het college van burgemeester en wethouders van Epe; gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders, nr. 2015-24411 d.d. 7 juli 2015; gelet op de artikelen 61, 62 en 62f van de Participatiewet en de artikelen 4.81 en 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); BESLUIT vast te stellen de navolgende: Beleidsregels verhaal Participatiewet 2015 Hoofdstuk1Algemeen Artikel1Verhaal van bijstand Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van bijstand: tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarige kind niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt; op degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien; op de nalatenschap van de persoon indien: aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend indien sprake is van een situatie als beschreven in de Beleidsregels terugvordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 onder artikel 6 “Ten onrechte verleende bijstand” en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden; bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht. Hoofdstuk2.Beperking Artikel2Geen verhaal Buiten de gevallen aangegeven in artikel 1 vindt geen verhaal plaats. Artikel3Verjaring Behoudens in de gevallen als bedoeld in artikel 1 onderdeel 4b, worden kosten van bijstand die meer dan vijf jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot verhaal zijn gemaakt, niet verhaalt. Hoofdstuk3Geheel of gedeeltelijk afzien van het nemen van een verhaalsbesluit Artikel4Afzien van verhaal Burgemeester en wethouders zien af van het nemen van een verhaalsbesluit indien: het op te leggen verhaalsbedrag lager of gelijk is aan het in de Tremanormen vastgestelde minimale alimentatiebedrag voor twee kinderen; daarvoor gelet op de omstandigheden van degene op wie verhaal wordt gezocht of degene die de bijstand ontvangt of heeft ontvangen, dringende redenen aanwezig zijn. Hoofdstuk4Kwijtschelding Artikel5Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek In afwijking van artikel 1 kunnen burgemeester en wethouders, op verzoek van degene op wie verhaald wordt, besluiten gedeeltelijk af te zien van verhaal van kosten van bijstand voor zover het betreft verschuldigde verhaalsbedragen die op het moment van het besluit opeisbaar zijn, indien: redelijkerwijs te voorzien is dat degene op wie wordt verhaald niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en de vordering van de gemeente wegens verhaal van bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. Artikel6Inwerkingtreding besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal treedt niet in werking voordat een schuldregeling als bedoeld in artikel 5 onder 2 tot stand is gekomen. Artikel7Intrekking besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal wordt ingetrokken of ten nadelen van de belanghebbende gewijzigd indien: niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in de in artikel 5 genoemde voorwaarden; de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Artikel8Kwijtschelding bijzonder In afwijking van artikel 1 kunnen burgemeester en wethouders besluiten van het toepassen van verhaal of van verder verhaal af te zien, indien de onderhoudsplichtige: gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten, of; gedurende 2 jaar al dan niet betalingen heeft verricht en de nog openstaande vordering minder bedraagt dan 113 euro. Hoofdstuk5Beoordeling van mate onderhoudsplicht Artikel9Beoordeling onderhoudsplicht Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht als bedoeld in artikel 1 onder 1 en 2 en de omvang van het te verhalen bedrag, wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of en, zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zou moeten worden toegekend. Hoofdstuk6Rechterlijke uitspraak Artikel10Verhaal op grond van een rechterlijke uitspraak 1.Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak. 2.Het besluit tot verhaal wordt in dat geval bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen. 3.Degene op wie wordt verhaald, kan binnen de termijn waarbinnen betaling moet plaatsvinden tegen het besluit tot verhaal in verzet komen door tijdig een verzoekschrift aan de rechtbank te richten. Het verzet kan niet gegrond zijn op de bewering dat de uitkering tot onderhoud ten onrechte is opgelegd of onjuist is vastgesteld. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt de invordering pas voortgezet zodra het verzet is ingetrokken of ongegrond verklaard. 4.Indien de degene op wie wordt verhaald niet bereid blijkt de door de gemeente en/of de rechter vastgestelde onderhoudsbijdrage te voldoen dan wordt die uitspraak tenuitvoergelegd door middel van het afgeven van een dwangbevel conform artikel 62i Participatiewet. De bekendmaking van het dwangbevel geschiedt door middel van toezending per post. 5.Indien moet worden overgegaan tot beslaglegging als bedoeld in voorgaand lid, dan wordt de vordering verhoogd met incassokosten en de wettelijke rente. Voor de berekening van de hoogte van deze kosten wordt gebruik gemaakt van het Besluit houdende nadere regels inzake buitengerechtelijke kosten bij tenuitvoerlegging van dwangbevelen (Besluit buitengerechtelijke kosten). Artikel11Wijziging van de door de rechter vastgestelde onderhoudsbijdrage De gemeente verzoekt de rechter het verhaalsbedrag in afwijking van een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vast te stellen, indien de rechter: deze uitspraak zou kunnen wijzigen op de gronden genoemd in de artikelen 157 en 401 van dat boek; geen rekening heeft kunnen houden met alle voor de betrokken beslissing in aanmerking komende gegevens en omstandigheden betreffende beide partijen. Hoofdstuk7Het verhaalsbesluit Artikel12Het verhaalsbesluit 1.Een besluit tot verhaal op grond van artikel 1 wordt door burgemeester en wethouders aan degene op wie verhaal wordt gezocht medegedeeld. 2.Het besluit vermeldt het bedrag of de bedragen waarvan, evenals de termijn of termijnen waarbinnen, betaling wordt verlangd. 3.Bij verhaal op de nalatenschap kan de mededeling worden gericht tot de langstlevende echtgenoot of een der erfgenamen die geacht kan worden bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken. Hoofdstuk8Verhaal in rechte Artikel13Verhaal in rechte 1.Indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde gelden aan de gemeente te betalen dan wel niet of niet tijdig tot betaling daarvan overgaat, besluiten burgemeester en wethouders tot verhaal in rechte. 2.Burgemeester en wethouders zien af van verhaal in rechte indien: naar verwachting het in totaal te verhalen bedrag een bedrag van € 600,- niet te boven gaat; naar verwachting het te verhalen bedrag de door de rechtbank te maken kosten ingevolge de procedure die geldt voor personen “verdwenen onbekend waarheen” (VOW) niet te boven gaat. Hoofdstuk9Heronderzoek Artikel14Onderzoek naar draagkracht 1.Tenminste één keer per 3 jaar verrichten burgemeester en wethouders onderzoek naar de draagkracht voor het voldoen van een verhaalsbijdrage. 2.Indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven wordt als gevolg van dit onderzoek de verhaalsbijdrage gewijzigd vastgesteld. 3.Er wordt niet overgegaan tot het gewijzigd vaststellen van een verhaalsbijdrage indien eerder een bijdrage is vastgesteld conform wettelijke maatstaven en de onderhoudsplichtige deze periodieke verplichting nakomt, tenzij de onderhoudsplichtige door de aflossing van schulden een hogere verhaalsbijdrage kan worden opgelegd. Hoofdstuk10Beslag Artikel15Beslaglegging 1.Indien degene aan wie de verhaalsbijdrage is opgelegd zijn betalingsverplichting(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.