← Nederland

Verordening tegemoetkoming wet kinderopvang gemeente Halderberge (Halderberge)

Verordening tegemoetkoming wet kinderopvang gemeente HalderbergeDe raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 september 2004; gelet op de Wet kinderopvang en artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming door de gemeente in de kosten van kinderopvang bij verordening te regelen; B E S L U I T :

  1. geen gemeentelijke extra doelgroepen aan te wijzen;
  2. vast te stellen de “Verordening tegemoetkoming Wet kinderopvang gemeente Halderberge". Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van Halderberge; de wet: de Wet kinderopvang; kinderopvang: de opvang zoals omschreven in artikel 1 lid 1 sub b van de wet; gastouderopvang: de opvang zoals omschreven in artikel 1 lid 1 sub c van de wet; kindercentrum: een voorziening zoals omschreven in artikel 1 lid 1 sub d van de wet; gastouderbureau: een organisatie zoals omschreven in artikel 1 lid 1 sub e van de wet; ouder: een persoon zoals omschreven in artikel 1 lid 1 sub i van de wet; partner: een persoon zoals omschreven in artikel 2 van de wet; tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang door de gemeente, zoals omschreven in artikel 1 lid 1 sub j van de wet; sociaal medische indicatie: een indicatie zoals bedoeld in artikel 23 van de wet. Hoofdstuk2Aanvraag van de tegemoetkoming Artikel2.1Te verstrekken gegevens bij de aanvraag
  3. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, voor personen bedoeld in artikel 6 lid 1 sub c t/m g of j of artikel 22 lid 2 van de wet bevat: naam, adres en (zo mogelijk) sofi-nummer van de ouder; Als dit van toepassing is: naam en (zo mogelijk) sofi-nummer van de partner en, als dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; naam, geboortedatum en (zo mogelijk) sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; (zo mogelijk) een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per week, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.
  4. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, voor personen bedoeld in artikel 6 lid 1 sub k en/of l van de wet bevat de gegevens zoals aangegeven in het vorige lid onder a,b,c,e en f. 3.Voordat het college een besluit neemt op de aanvraag zoals bedoeld onder lid 2 wint zij advies in bij een onafhankelijke organisatie die over voldoende deskundigheid beschikt. 4.Het college kan bepalen dat voor de aanvraag gebruik gemaakt wordt van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier; 5.Als de aanvrager een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. Hoofdstuk3Verlening van de tegemoetkoming Artikel3.1Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming
  5. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.
  6. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het informeert de aanvrager hierover schriftelijk. Artikel3.2Weigeringsgrond Het college weigert de tegemoetkoming indien de aanvrager niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 of 2.1 lid
  7. Artikel3.3Ingangsdatum De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop deze is aangevraagd maar nooit eerder dan de datum waarop de kinderopvang van start gaat. Artikel3.4De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend 1.De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een kalenderjaar. 2.In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een kortere periode verlenen. Artikel3.5Beperking van de aanspraak op de tegemoetkoming Het college verstrekt de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang per week dat naar het oordeel van het college voor de ouder redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. Artikel3.6Inhoud van de beschikking Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: de vaststelling dat de ouder tot een van de gemeentelijke doelgroepen behoort; de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; de periode en de omvang van de kinderopvang per week waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; het maximaal toegekende bedrag per kalenderjaar of andere periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; de verplichtingen van de ouder. Als de aanvraag betrekking heeft op een persoon bedoeld in art. 23 bevat het besluit tevens: of er al dan niet sprake is van een indicatie; wat de geldigheidsduur van de indicatie is; wie de geïndiceerde persoon is. Artikel3.7De bevoorschotting van de tegemoetkoming 1.De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald. 2.Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting. Hoofdstuk4Vaststelling van de tegemoetkoming Artikel4.1Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming 1.De ouder verstrekt binnen zes weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode. 2.Het college stelt de tegemoetkoming binnen dertien weken na ontvangst van het overzicht van de kosten vast. Artikel4.2Verrekening met de voorschotten 1.De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten; 2.Teveel betaalde voorschotten worden zo mogelijk verrekend met lopende voorschotten dan wel teruggevorderd op grond van het bepaalde in de wet. Hoofdstuk5Verplichtingen van de ouder Artikel5.1Inlichtingsplicht 1.De ouder of de partner informeert het college onmiddellijk, uit eigen beweging, gebruik makend van een daarvoor ter beschikking gesteld formulier, over gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming. 2.De ouder of partner informeert desgevraagd het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, over alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. Artikel5.2Bewaarplicht De ouder bewaart alle bewijsstukken die aan de verstrekking van de tegemoetkoming ten grondslag liggen ten minste gedurende vijf jaar na de vaststelling en stelt deze op verzoek ter beschikking aan het college voor controledoeleinden. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel6.1De sanctionering Het college zorgt voor sanctionering zoals bedoeld in hoofdstuk 5 paragraaf 2 van de wet. Artikel6.2Beleidsregels Het college kan beleidsregels formuleren waarin nadere invulling gegeven wordt aan het bepaalde in de artikelen 2.1 lid 1 sub d en f, 2.1 lid 4., 3.1 lid 2, 3.4 lid 2, 3.
  8. en hoofdstuk 6 van deze verordening, Artikel6.3Afwijking van bepalingen; hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouder afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de verorde­ning tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel6.4Gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel6.5Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking, behoudens de bepalingen betrekking hebbende op sociaal medisch geïndiceerde kinderopvang zoals bedoeld in artikel 23 van de wet, op 1 december
  9. De bepalingen betrekking hebbende op sociaal medisch geïndiceerde kinderopvang zoals bedoeld in artikel 23 van de wet zijn pas van kracht na een daartoe strekkend besluit tot in- werkingtreding van artikel 23 van de wet. Artikel6.6Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening tegemoetkoming Wet kinderopvang gemeente Halderberge. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raadvan de gemeente Halderberge d.d. 30 september 2004, de griffier, de voorzitter, mr. M.P. van Dort A.F.W. Osterloh

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.