Klachtenregeling Schermer 2000 Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - het college: burgemeester en wethouders van Schermer; - klacht: een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een bestuursorgaan of een ambtenaar van de gemeente in de uitoefening van zijn functie zich jegens een klager heeft gedragen; - klager: de natuurlijke of rechtspersoon die zich met een klacht tot de gemeente wendt; - bestuursorgaan: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester; - ambtenaar: een ieder die door of vanwege de gemeente Schermer is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn, alsmede degene met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan, inclusief leden van de vrijwillige gemeentelijke brandweer en ambtenaren van de burgerlijke stand, met uitzondering van het onderwijspersoneel; - commissie: de in artikel 7 bedoelde commissie; - wet: Algemene wet bestuursrecht. Artikel2.Algemene bepalingen klachtenprocedure 1.Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan. 2.Een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan. 3.Het bestuursorgaan draagt zorg voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten. 4.Er is een commissie ex artikel 9:14 van de wet ter voorbereiding van de beslissing op ingekomen klaagschriften. Artikel3.Mondelinge afhandeling Mondelinge klachten worden zo mogelijk aanstonds na kennisname, in eerste instantie door degene op wie de klacht betrekking heeft, mondeling afgedaan. In tweede instantie wordt de mondelinge klacht voorgelegd aan de hoofd van de sector, waar degene op wie de klacht betrekking heeft, werkzaam is. Wordt de klacht niet naar tevredenheid van de klager afgedaan, dan wordt de klager op de mogelijkheid gewezen van schriftelijke klachtindiening. Artikel4.Schriftelijke indiening 1.Een klacht wordt schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. 2.Het klaagschrift dient bij voorkeur zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden, te worden ingediend. 3.Het klaagschrift wordt ondertekend en bevat tenminste: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de gedraging (met datum en tijdstip) waartegen de klacht is gericht, mededeling wie zich aldus heeft gedragen jegens wie de gedraging heeft plaatsgevonden en de reden waarom de klager meent bezwaar te moeten maken tegen de gedraging. Artikel5.Vervallen verplichting behandeling klacht Zodra naar tevredenheid van de klager aan diens klacht is tegemoet gekomen, vervalt de verplichting tot het verder behandelen van de klacht. Bij een schriftelijke klacht wordt dit schriftelijk aan klager en aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft bevestigd. Artikel6.Niet-ontvankelijkheid van een klacht 1.Het bestuursorgaan is niet verplicht de klacht te behandelen indien zij betrekking heeft op een gedraging: die reeds eerder met inachtneming van artikel 2 is behandeld; die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden; waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden; waartegen door de klager beroep kan of kon worden ingesteld; die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijk instantie dan de administratieve rechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest, of zolang terzake daarvan een opsporingsbevoegdheid op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing van ene strafbaar feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is. 2.Het bestuursorgaan is niet verplicht de klacht te behandelen indien het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is. 3.Van het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift in kennis gesteld. Artikel7.Adviescommissie Burgemeester en wethouders benoemen de commissie bezwaar- en beroepschriften gemeente Schermer tot de commissie die belast zal zijn met de behandeling van en de advisering over klachten. Artikel8.Secretariaat 1.Het secretariaat van de commissie wordt bekleed door de secretaris c.q. diens vervanger, aangewezen door burgemeester en wethouders, van de commissie bezwaar- en beroepschriften gemeente Schermer; 2.De secretaris draagt zorg voor de (vertrouwelijke) registratie van de door de gemeente ontvangen klachten. Artikel9.Ontvangstbevestiging 1.Op het ingediende klaagschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2.Het college stelt het klaagschrift met de daarbij overgelegde stukken zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen twee weken, in handen van de commissie. 3.De voorzitter bevestigt, namens het college, de klager zo spoedig mogelijk schriftelijk de ontvangst van het klaagschrift en vermeldt tevens dat de commissie het college over de klacht zal adviseren. 4.Degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, ontvangt een afschrift van het klaagschrift (met bijlagen) en heeft voorts het recht zijn/haar oordeel over de klacht mondeling en/of schriftelijk te geven. Artikel10.Vooronderzoek 1.De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het klaagschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. 2.De voorzitter kan eigener beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en deze zo nodig uitnodigen op de hoorzitting, bedoeld in artikel 13 te verschijnen. Artikel11.Werkwijze en taken 1.De voorzitter stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden gehoord. 2.De voorzitter kan van horen afzien, indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om te worden gehoord. 3.Van het horen wordt een verslag gemaakt. Artikel12.Uitnodiging hoorzitting 1.De voorzitter deelt de klager en het bestuursorgaan ten minste drie weken voor de zitting mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen op de hoorzitting. 2.Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling, kan de klager of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. 3.De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk aan de klager en het bestuursorgaan medegedeeld, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de hoorzitting. 4.De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in de leden 1 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.