Reïntegratieverordening Wet werk en bijstandDe raad van de gemeente Schermer; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 juni 2004, nr. 16, inzake de reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand; Gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7, 8 en 10 tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; B E S L U I T : Vast te stellen de navolgende: REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND PARAGRAAF1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: De wet: de Wet werk en bijstand (Wwb); IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de Wwb, de IOAW of de IOAZ. Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI). Awb: de Algemene wet bestuursrecht; Nugger: de persoon die als werkzoekende is geregistreerd bij de CWI en die geen uitkeringsgerechtigde is. Jongeren: uitkeringsgerechtigden en nuggers jonger dan 23 jaar. Voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de wet, deze verordening en het beleidsplan als bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze Verordening. Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schermer. De raad: de gemeenteraad van de gemeente Schermer; Arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a van de wet; Algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, zonder beperkende voorwaarden qua aard en omvang van het werk en aansluiting op opleiding en ervaring, met uitzondering van illegale arbeid en arbeid tegen een lager loon dan het wettelijk minimum en rekening houdend met gewetensbezwaren zodanig dat deze strikt persoonlijke omstandigheden zwaarwegend zijn en een onvermijdelijk conflict opleveren met het te verrichten werk. Gesubsidieerde arbeid: werk, waarbij de werknemer over het algemeen wel in staat is om productieve arbeid te verrichten, maar waarbij een verschil bestaat tussen de loonkosten van de werkgever en de mate waarin een gemiddelde werknemer deze productieve arbeid verricht. Werknemers in gesubsidieerde arbeid: werknemers als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet. PARAGRAAF2BELEID EN FINANCIEN Artikel2Opdracht aan het college Lid 1Het college biedt aan bijstandsgerechtigden tot 65 jaar, personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering, niet-uitkeringsgerechtigden, alsmede aan personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, 1e lid van de wet is van overeenkomstige toepassing. Lid 2Bij de keuze voor de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. Lid 3 Het college draagt zorg voor voldoende aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. Artikel3Beleidsplan Lid 1De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening jaarlijks een beleidsplan vast, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van financiering. Lid 2Dit plan omvat in elk geval: een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende doelgroepen en de prioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als uitgangspunt wordt genomen; de wijze waarop de aanbesteding wordt vorm gegeven; de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de arbeidsverplichting, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de combinatie van arbeid en zorg; het flankerend beleid ten aanzien van zorg en hulpverlening. Lid 3Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag wordt vorm gegeven conform het verslag als bedoeld in artikel 77 van de wet. Lid 4Het beleidsplan als bedoeld in het eerste lid, alsmede het verslag als bedoeld in het derde lid bevat het oordeel van de cliëntenraad. Artikel4Aanspraak op ondersteuning Lid 1Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nuggers, alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Lid 2Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening en het in artikel 3 lid 1 genoemde beleidsplan. Artikel5Verplichtingen van de cliënt Lid 1Een uitkeringsgerechtigde die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. Lid 2De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (Wet SUWI), alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. Lid 3Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college een maatregel opleggen conform hetgeen hierover is bepaald in de afstemmingsverordening. Lid 4Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van die voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Artikel6Sluitende aanpak Lid 1Elke uitkeringsgerechtigde van 23 jaar of ouder krijgt zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen 12 maanden na de dag waarop het recht op de uitkering is ontstaan, zoals bedoeld in artikel 44 lid 1 van de wet, een aanbod voor een voorziening gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid. Lid 2Een uitkeringsgerechtigde jonger dan 23 jaar krijgt zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen 6 maanden na de dag waarop het recht op de uitkering is ontstaan, zoals bedoeld in artikel 44 lid 1 van de wet, een aanbod voor een voorziening gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid. Lid 3Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien het college heeft bepaald dat voor deze persoon een volledige ontheffing van de arbeidsverplichting geldt. PARAGRAAF3VOORZIENINGEN Artikel7Algemene bepalingen over voorzieningen Lid 1In het beleidsplan, als bedoeld in artikel 3, wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden, alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. Lid 2Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, aan de voorziening nadere verplichtingen verbinden. Lid 3Om voor de hieronder omschreven en opgesomde ondersteuning en voorziening in aanmerking te komen, dient de persoon te behoren tot de in artikel 2 lid 1 van deze verordening opgenomen en beschreven doelgroepen en als werkloos werkzoekende geregistreerd te zijn bij de CWI. Lid 4Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 15 nadere regels opnemen in het beleidsplan. Deze regels kunnen betrekking hebben op : De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden. De weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen. De intrekking of wijziging van de subsidieverlening of –vaststelling. De aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en premies. De betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten. Het vragen van een eigen bijdrage. Overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. Lid 5Het college kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze verordening niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. PARAGRAAF4INSTRUMENTEN VOOR REÏNTEGRATIE Artikel8Werk boven uitkering Lid 1Het college kan via tussenkomst van derden aan uitkeringsgerechtigden een tijdelijke baan aanbieden in plaats van een uitkering. Lid 2Het college kan aan uitkeringsgerechtigden tijdelijk werk aanbieden met behoud van uitkering. Lid 3Het college stelt in het beleidsplan nadere regels hiervoor arbeid vast. Artikel9Gesubsidieerde arbeid Lid 1Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 2 lid 1 ter bevordering van de arbeidsinschakeling gesubsidieerde arbeid aanbieden. Lid 2Het college kan hiervoor een subsidie verstrekken aan werkgevers die met personen als bedoeld in artikel 2 lid 1 een arbeidsovereenkomst sluiten om hen in de gelegenheid te stellen werkervaring op te doen. Lid 3De bemiddeling voor en de realisering van de werkervaringsplaatsen als bedoeld in lid 2 wordt in opdracht van het college verricht door een natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in het arbeidsproces bevordert. Lid 4Voor de bemiddeling en realisering van gesubsidieerde arbeid sluit het college een samenwerkingsovereenkomst en uitvoeringsovereenkomst af. Lid 5Het college stelt vast welke gegevens de werkgever moet verstrekken om in aanmerking te komen voor een loonkostensubsidie. Het college kan hiervoor aanwijzingen geven en modellen voorschrijven. Lid 6Het college stelt voorafgaand aan elk kalenderjaar de taakstelling voor de uitvoering vast. Lid 7De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de subsidieverstrekking als bedoeld in lid 2, staan beschreven in de notitie Visie gesubsidieerde arbeid. Deze notitie maakt deel uit van deze verordening. Lid 8Het college zorgt bij de opdrachtverlening tot het realiseren van werkervaringsplaatsen ervoor dat verdringing van reguliere arbeid en concurrentieverstoring worden tegen gegaan. Lid 9Het verstrekken van de loonkostensubsidie voldoet aan de Europese wet- en regelgeving hieromtrent en geschiedt op basis van de beleidsaanbeveling Loonkostensubsidie en Europese regelgeving van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Artikel10Weigeren loonkostensubsidie De subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 9 kan, naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Awb genoemde gevallen, worden geweigerd indien: de gelden niet of in onvoldoende mate besteed worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar is gesteld; de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente; de werkgever voor de arbeidskosten van de werknemer een andere subsidie ontvangt. Artikel11Vrijwilligerswerk Lid 1Het college kan aan uitkeringsgerechtigden vrijwilligerswerk aanbieden. Lid 2Hieronder wordt verstaan: onbetaalde, onverplichte activiteiten voor minimaal 8 uur en maximaal 20 uur per week bij een non profit organisatie als gevolg waarvan de reïntegratie van de deelnemer wordt bevorderd en gericht is op (gesubsidieerde) arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. Het is een middel voor het opdoen of behouden van werkritme. Lid 3Voor het verrichten van vrijwilligerswerk kan het college een onkostenvergoeding verstrekken tot het wettelijk maximum per jaar. Artikel12Sociale activering Lid 1Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een reintegratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering. Lid 2 Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of het deelnemen aan activiteiten ter voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen van sociaal isolement. Artikel13Scholing Lid 1Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling. Lid 2Het college stelt hiervoor in het beleidsplan nadere regels vast. Artikel14Zorg en hulpverlening Lid 1Het college geeft aan hoe een verantwoorde combinatie van werk en zorg op individueel niveau mogelijk is. Lid 2Het college stelt in het beleidsplan nadere regels hiervoor vast. PARAGRAAF5PREMIES EN TERUGVORDERING Artikel15Uitstroom premies Lid 1Het college kan aan uitkeringsgerechtigden die arbeid in dienstbetrekking aanvaarden dan wel gesubsidieerde arbeid verrichten en voorafgaand aan zijn of haar indiensttreding tenminste 12 maanden ononderbroken uitkering voor levensonderhoud heeft ontvangen op grond van de Wwb, Abw, Ioaw of Ioaz een éénmalige premie verstrekken van € 500,--. Ook indien arbeid wordt aanvaard waarmee niet volledig in de kosten van bestaan kan worden voorzien kan een premie worden verstrekt van max. € 250,--. Lid 2Het college stelt in het beleidsplan nadere regels vast over het gebruik en de hoogte van de hier bedoelde premie. Artikel16Overige vergoedingen Lid 1Het college kan aan een deelnemer van een arbeidsmarktgerichte reïntegratieactiviteit een bijdrage verstrekken in de directe kosten die hiervoor moeten worden gemaakt. Lid 2Het college stelt in het beleidsplan nadere regels vast over het toekennen van de in lid 1 bedoelde vergoedingen. Artikel17Terugvordering Lid 1Als een persoon die deelneemt aan of heeft deelgenomen aan een voorziening, zijn verplichtingen, als bedoeld in artikel 5 niet nakomt of niet is nagekomen, kan het college de door hem in het kader van die voorziening ten behoeve van deze persoon gemaakt kosten terugvorderen Lid 2 Als een bijstandsgerechtigde zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 niet is nagekomen of niet nakomt, kan het college de uitkering verlagen, conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening Wwb. Lid 3Als een persoon die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW of de IOAZ zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 niet nakomt, kan het college de uitkering verlagen, conform hetgeen hierover is bepaald in artikel 20 van de IOAW en de IOAZ. PARAGRAAF6SLOTBEPALINGEN Artikel18Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel19Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel20Citeerwijze en inwerkingtreding Lid 1Deze verordening kan worden aangehaald als “Reintegratieverordening gemeente Schermer”. Lid 2Deze verordening treedt in werking 6 weken na datum bekendmaking Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Schermer op woensdag 7 juli 2004. De voorzitterDe griffier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.