BESLUIT:vast te stellen het volgende Organisatiebesluit gemeente Leiden 2014, tevens omvattende de instructie aan de secretaris/algemeen directeur (Gemeentewet artikel 103 lid 2). Artikel 1 Begripsbepaling In dit besluit wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders zoals bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de Gemeentewet; burgemeester: de burgemeester van Leiden als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte; portefeuillehouder: lid van het college aan wie een nader omschreven beleidsveld is toegewezen waarvoor hij politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt; griffier: ambtenaar, die is benoemd door de gemeenteraad en belast is met de eindverantwoordelijkheid voor de ondersteuning van de gemeenteraad en de leiding van de griffie. Zie ook de Gemeentewet artikelen 107-107e; griffie: ambtelijke organisatie-eenheid voor de ondersteuning van de raad en de door de raad ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taken; secretaris/algemeen directeur: de ambtenaar, die benoemd is door het college en belast is met de zorg voor de ondersteuning van het college en leiding van de ambtelijke organisatie. Zie ook de Gemeentewet artikelen 100, 101,10t/m106; concerncontroller: de ambtenaar die door het college benoemd is en belast is met de interne controle, auditing en onafhankelijke advisering van het college over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het middelenbeleid, het middelenbeheer en de beleidsuitvoering. Zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn geregeld in dit besluit en in de budgethouderregeling; hoofdeenheid van de organisatie: bundeling van organisatieonderdelen met samenhangende taken. De organisatie eenheden staan onder hiërarchische leiding van een leidinggevende en kunnen meer resultaatverantwoordelijke teams omvatten; leidinggevenden van een hoofdeenheid van de organisatie: de leidinggevende die de secretaris/algemeen directeur bijstaat in de uitvoering van diens taken, die verantwoordelijk is voor de aan hem toegewezen begrotingsprestaties, de daarmee gemoeide middelen en de aansturing van de eventueel tot de hoofdeenheid behorende teams en de hem toegewezen programma’s en projecten. Hij heeft hierover een verantwoordingsplicht aan de secretaris/algemeen directeur; resultaatverantwoordelijk team: organisatieonderdeel van een hoofdeenheid waaraan een teamleider leiding geeft. teamleider: de teamleider is als hiërarchisch leidinggevende verantwoordelijk voor het behalen van de aan hem opgedragen resultaten, de aansturing van de aan hem opgedragen projecten en programma’s en voor het beheer en de inzet van de daarmee gemoeide middelen. Hij heeft hierover een verantwoordingsplicht aan de leidinggevende van de hoofdeenheid; resultaatverantwoordelijke unit: bij uitzondering kan een resultaatverantwoordelijk team een of meer taakgerichte units omvatten die belast is/zijn met een uitvoeringsgerichte (deel)taak; unitleider: de unitleider is als hiërarchisch leidinggevende verantwoordelijk voor het behalen van de aan hem opgedragen resultaten, de aansturing van de aan hem opgedragen projecten en voor het beheer en de inzet van de daarmee gemoeide middelen. Hij heeft hierover een verantwoordingsplicht aan de teammanager; instelling/bedrijf /bureau: een organisatie-eenheid die is belast met specifieke taken op daartoe door het college vastgestelde werkterreinen. Deze eenheid werkt op basis van een managementcontract dat afgesloten wordt met de secretaris/algemeen directeur en de leidinggevende van een hoofdeenheid. leidinggevende instelling/bedrijf/bureau: leidinggevende die met het management van een instelling/bedrijf/bureau is belast. Hij heeft een verantwoordingsplicht over de uitvoering van zijn managementcontract aan een hoofd van een organisatieeenheid en legt over zijn functioneren verantwoording af aan de secretaris/algemeen directeur; managementteam: de secretaris/algemeen directeur en de leidinggevenden van de hoofdeenheden van de organisatie vormen het managementteam. De leidinggevenden van gemeentelijke instellingen/bedrijven hebben als adviseur een “standing invitation” voor de vergaderingen van het managementteam. De concerncontroller is adviseur van het managementteam; budgethouder: ambtenaar van de gemeente aan wie de verantwoordelijkheid voor het beheer en de besteding van middelen is toegekend in de vorm van exploitatie- of investeringskredieten. Zijn verantwoordelijkheden en verplichtingen worden geregeld in de Mandaat- en de Budgethoudersregeling. hiërarchische leiding: het op basis van een formele gezagsrelatie leiding geven aan medewerkers, gericht op het realiseren van de resultaten waarvoor de hiërarchisch leidinggevende verantwoordelijk is gesteld; begrotingsprogramma: hoofdstuk uit de programmabegroting dat gericht is op een samenhangende verzameling van (veelal) maatschappelijke doelen en prestaties (bestaande uit activiteiten, maatregelen en projecten). bijzonder programma: een thematische opdracht gericht op een samenhangende verzameling van doelen en inspanningen, bestaande uit activiteiten, maatregelen en projecten, uit te voeren door een opdrachtnemer in opdracht van een bestuurlijk en een ambtelijke opdrachtgever; bijzonder project: een unieke opgave, uit te voeren door een opdrachtnemer in opdracht van een bestuurlijk en een ambtelijke opdrachtgever, die zich richt op tijdige realisatie van een vooraf overeengekomen en afdwingbaar resultaat in een tijdelijk samenwerkingsverband tussen mensen; verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente Leiden een bestuurlijk en een financieel belang heeft. § 1 De ambtelijke organisatie Artikel 2 Hoofd-organisatiestructuur Er is een griffie voor de ondersteuning van de raad en voor de door de raad ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taken. De hoofdstructuur van de ambtelijke organisatie van de gemeente Leiden bestaat, behalve uit de griffie, uit: een secretaris/algemeen directeur, een hoofdeenheid concernstaf, een hoofdeenheid belast met taken met name op het gebied van publieke dienstverlening, handhaving en veiligheid, een hoofdeenheid belast met taken met name op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, economie, verkeer, cultuur en accommodatieontwikkeling, een hoofdeenheid belast met taken op het gebied van zorg & welzijn, participatie, werk en onderwijs, een hoofdeenheid belast met taken op het gebied van stedelijk beheer en het beheer van vastgoed, inclusief sport accommodaties, een organisatie-eenheid (projectbureau) belast met taken op het gebied van programma’s en projecten; een organisatie-eenheid belast met de taken van de Zijlbedrijven; een organisatie-eenheid belast met de taken op het gebied van Erfgoed Leiden; een organisatie-eenheid belast met de taken op het gebied van Museum De Lakenhal. Artikel 3 Hiërarchische verhoudingen en sturing De secretaris/algemeen directeur staat aan het hoofd van de ambtelijke organisatie en geeft uit dien hoofde hiërarchisch leiding aan de leidinggevenden van de organisatieonderdelen B. t/m J. De leidinggevenden van de organisatie-eenheden B. t/m J . geven hiërarchisch leiding aan de leidinggevenden van de binnen deze organisatie-eenheden gevormde resultaatverantwoordelijke teams (voor zover deze bestaan binnen de betreffende eenheid). De leidinggevenden van resultaatverantwoordelijke teams geven hiërarchisch leiding aan hun medewerkers, waaronder unitleiders voor zover daarvan binnen hun team sprake is. Artikel 4 Mandatering Het college en de burgemeester kunnen de uitoefening van bepaalde bevoegdheden mandateren aan de secretaris/algemeen directeur, aan een portefeuillehouder of aan een bestuur of directie van een verbonden partij. Zij stellen daartoe een mandaatregeling met een overzicht van de verleende mandaten vast (mandaatregister A.). De secretaris/algemeen directeur kan zijn bevoegdheden (door)mandateren aan de leidinggevenden van de organisatie-eenheden B. t/m F, teamleiders, unitleiders, managers van een instelling, bedrijf of bureau , programmamanagers, projectleiders en medewerkers. Hij stelt daartoe het mandaatregister B. vast Het mandaatregister bevat eveneens de mandaten aan de leidinggevenden van de organisatie eenheden B. t/m J. om het personeelsbeleid uit te voeren.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.