Begripsbepalingen De regeling betreft een gemeentelijke regeling en staat derhalve alleen open voor belanghebbenden die hun domicilie hebben in de gemeente Apeldoorn. Het domicilie kan worden bepaald op grond van artikel 10 en 11 van het Burgerlijk Wetboek (boek 1). Voor het bepalen van de hoogte van het inkomen en het recht op tegemoetkomingen, wordt gekeken naar het inkomen in de peilmaand. Wanneer mensen zich aanmelden voor de CAZ, geldt die maand als peilmaand. Wanneer iemand al langer deelneemt aan CAZ en er een nieuw verzekeringsjaar aanbreekt, wordt voor het recht op voortzetting van deelname aan CAZ en het ontvangen van tegemoetkomingen, gekeken naar het inkomen in de maand november voorafgaand aan dat verzekeringsjaar. Hier is voor gekozen omdat vanaf deze maand de zorgpremies bekend worden en mensen zich kunnen oriënteren op de verschillende zorgverzekeraars voor het komende verzekeringsjaar. Artikel 2 Aanvraag deelname Belanghebbende dient de aanvraag in te dienen via een formulier dat door het college is vastgesteld. Dit kan ook een digitaal formulier zijn. Op dit formulier dient belanghebbende de juiste gegevens over onder andere de inkomsten en de gezinssituatie aan te geven. Op basis daarvan worden eventuele tegemoetkomingen verstrekt. Achteraf wordt aan de hand van steekproeven nagegaan of de gegevens naar waarheid zijn ingevuld en er recht bestaat op de deelname aan de CAZ en de ontvangen tegemoetkomingen. Als dit niet het geval is, kan het college de tegemoetkomingen terugvorderen. Artikel 3 Voorwaarden deelname In dit artikel staan de voorwaarden die gesteld zijn om aan de CAZ deel te kunnen nemen. Allereerst bestaat de CAZ uit het basispakket en daarnaast een aanvullende verzekering plus een tandverzekering. Als iemand geen aanvullende en tandverzekering wenst af te sluiten, dan voldoet deze persoon niet aan de voorwaarden voor deelname aan de CAZ en het ontvangen van tegemoetkomingen hiervoor. Daarnaast dient de aanvrager in Apeldoorn ingeschreven te staan, ouder te zijn dan 18 en dient het (gezins)inkomen in de peilmaand tot 150% van de toepasselijke bijstandsnorm te bedragen. Voor de hoogte van het inkomen wordt gekeken naar het (gezins)inkomen. Dit is ook het geval in een huishouden van twee samenwonende personen, waarbij bijvoorbeeld één persoon gebruik wil maken van de CAZ en de partner niet. In deze situatie wordt voor de beoordeling van het recht op deelname en tegemoetkomingen, het inkomen van beide partners bij elkaar opgeteld. Als dit boven de gestelde normen is, dan bestaat er geen recht op deelname aan CAZ en het ontvangen van tegemoetkomingen. Indien het inkomen van het gezin gelijk is of meer bedraagt dan 150 % van de geldende bijstandsnorm voor de belanghebbende dan wordt de aanvrager geacht de kosten uit het inkomen te kunnen voldoen. Als belanghebbende in de peilmaand aan de inkomensgrens voldoet, maar gedurende het verzekeringsjaar boven de inkomensgrens komt, blijft deelname aan de CAZ en het ontvangen van de tegemoetkomingen mogelijk. Op deze manier wordt voorkomen dat mensen gedurende het verzekeringsjaar geconfronteerd worden met hoge zorgpremies, doordat het inkomen boven de hier gestelde grenzen stijgt en zij geen tegemoetkoming meer zouden ontvangen. Als zij wel aan de overige voorwaarden blijven voldoen, behouden deze mensen hun recht gedurende het verzekeringsjaar waarin het inkomen de grenzen te boven is gegaan. Stel iemand heeft in november 2014 een inkomen van 105 % van de toepasselijke bijstandsnorm en gaat daarom per 1 januari 2015 deelnemen aan de CAZ en ontvangt de tegemoetkomingen waar zij volgens deze beleidsregels recht op heeft. Per februari 2015 stijgt het inkomen naar 155% van de toepasselijke bijstandsnorm. Belanghebbende blijft dan – mits aan overige voorwaarden voldaan - tot en met 31 december 2015 de tegemoetkomingen ontvangen en deelnemen aan de CAZ zoals het geval zou zijn als het inkomen op 105% was gebleven. Er geldt geen vermogenstoets voor deelname aan CAZ en het ontvangen van tegemoetkomingen. Artikel 4 Hoogte tegemoetkoming Dit artikel regelt de hoogte van de tegemoetkomingen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen verschillende inkomensgrenzen en afgesloten verzekeringspakketten. De gemeente verstrekt tegemoetkomingen in de premie, in de vorm van premiekortingen en een tegemoetkoming in het wettelijk eigen risico. Voor de tegemoetkoming in het wettelijk eigen risico is mede bepalend voor welke aanvullende zorgverzekering belanghebbende heeft gekozen. In de pakketten Garantverzorgd 2 en 3 is het eigen risico verzekerd en daarmee verdisconteerd in een hogere premie. De gemeente biedt in de genoemde gevallen een premiekorting zodat op die manier een bijdrage wordt verstrekt in het wettelijk eigen risico. Een belanghebbende met – in de peilmaand – een (gezins)inkomen tot 110% en een CAZ pakket met GarantVerzorgd 2 en een tandverzekering krijgt maandelijks twee tegemoetkomingen / premiekortingen. Allereerst een korting van € 15,- in de premie omdat het inkomen lager is dan 110% van de bijstandsnorm. Daarnaast krijgt deze persoon een premiekorting van 75% van het wettelijk eigen risico omdat betrokkene een inkomen heeft tot 110% van de bijstandsnorm en verzekerd is voor GarantVerzorgd
De regeling betreft een gemeentelijke regeling en staat derhalve alleen open voor belanghebbenden die hun domicilie hebben in de gemeente Apeldoorn. Het domicilie kan worden bepaald op grond van artikel 10 en 11 van het Burgerlijk wetboek (boek 1). Het inkomen waaraan wordt getoetst is de toepasselijke bijstandsnorm. Hieronder wordt ook begrepen de norm voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Artikel 2 AanvraagVoor het totstandkomen van een aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van het door het college vastgestelde aanvraagformulier. Dit kan ook een digitaal formulier zijn. Een persoon kan maximaal één strippenkaart per jaar ontvangen. Het jaar waarin de strippen verzilverd kunnen worden loopt van maart tot maart van het volgende jaar. Artikel 3 VoorwaardenIn dit artikel wordt bepaald dat het inkomen lager dient te zijn dan 120% van de bijstandsnorm. Vanaf 120% van de bijstandsnorm bestaat er geen recht meer op een strippenkaart. Belanghebbenden van 18 jaar en ouder die studeren of schoolgaand zijn, uitgezonderd alleenstaande ouders, vallen niet onder de doelgroep van deze regeling. De Wet studiefinanciering 2000 voorziet in een sluitend systeem van financiële ondersteuning voor deze groep. Ook personen zonder geldige verblijfsstatus zijn uitgesloten voor het recht op de strippenkaart. Het vermogen wordt buiten beschouwing gelaten en kan geen afwijzingsgrond opleveren. Artikel 4 Hoogte van de strippenkaartDit artikel bepaalt wie recht heeft op welke strippenkaart. Voor de volwassenen binnen het gezinsverband wordt voor de hoogte van de te ontvangen strippenkaart, gekeken naar de hoogte van het (gezins)inkomen. De kinderen binnen deze gezinsverbanden ontvangen een strippenkaart ter waarde van € 69,-. Voor hen geldt geen onderscheid in de hoogte van de verschillende strippenkaarten in relatie tot het (gezins)inkomen. De kidskaart bestaat uit waardebonnen die besteed kunnen worden voor producten voor de kinderen. Deze kaart is niet op aanvraag beschikbaar, maar wordt automatisch verstrekt in de maand november. Dit artikel regelt wanneer en onder welke voorwaarden een kidskaart wordt verstrekt. De kidskaart is alleen beschikbaar voor kinderen die in de gemeente Apeldoorn wonen. Voor de verstrekking van de kidskaart wordt in november gekeken bij welke volwassenen die in dat jaar een strippenkaart hebben ontvangen, op dit moment een minderjarig kind inwonend is. Een voorwaarde voor de kidskaart is dan ook dat het kind ten tijde van de verstrekking van de kidskaart, bij een volwassene inwoont die een strippenkaart heeft ontvangen. Is dit niet (meer) het geval, dan ontvangt het kind geen kidskaart. De kidskaart is bedoeld voor minderjarige kinderen. Indien een kind in december van dat jaar nog 18 jaar wordt, bestaat er geen recht op de kidskaart. Er wordt een kidskaart verstrekt per kind die hiervoor in aanmerking komt. Artikel 5 HardheidsclausuleDeze bepaling biedt de mogelijkheid aan het college om in uitzonderlijke gevallen maatwerk te leveren. Het moet dan gaan om gevallen waarin het toepassen van de regels uit deze beleidsregels tot onbillijkheden van overwegende aard zouden leiden. Artikel 6 Onvoorziene omstandighedenAls zich situaties voordoen waarvoor deze beleidsregels geen oplossing bieden, dan beslist het college over de afhandeling hiervan. Artikel 7 InwerkingtredingDit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 8 CiteertitelDit artikel behoeft geen nadere toelichting. Beleidsregels bijdrage zwemdiploma A Artikel1Begripsbepalingen
Het gaat om kosten die op de draagkracht van de belanghebbende (ouder en/of wettelijke vertegenwoordiger van het kind) moet drukken. Vandaar dat is bepaald dat het moet gaan om een kind waarvoor kinderbijslag wordt ontvangen. Door het begrip “belanghebbende’ op deze wijze te definiëren is het mogelijk de bijdrage toe te kennen aan degene op wiens inkomen de kosten drukken. Voor wat betreft de definities is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de bepalingen in de Participatiewet. Artikel 2 AanvraagVoor het aanvragen van de bijdrage, dient gebruik te worden gemaakt van het door het college vastgestelde aanvraagformulier. Dit kan ook een digitaal formulier zijn. Een bijdrage voor de kosten zoals genoemd in deze regeling kan slechts eenmaal per kind worden verstrekt. Gelet op de hoogte van de kosten en de mate waarin de kosten zich manifesteren kan niet worden verlangd dat de belanghebbende deze kosten volledig voorschiet. Vandaar dat de mogelijkheid bestaat vooraf de aanvraag in te dienen waarna een toekenning kan plaatsvinden. De betaling vindt op declaratiebasis plaats. Hierdoor wordt bevorderd dat de bijstand daadwerkelijk wordt besteed voor zwemlessen. De bijdrage ingevolge deze regeling kan worden verstrekt voor kosten die binnen een jaar voor de aanvraagdatum zijn gemaakt. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de algemene bepalingen voor de verstrekking van de bijzondere bijstand. Ambtshalve verstrekking van de bijdrage behoort niet tot de mogelijkheden omdat de kosten per gezin verschillen en het geen gegeven is dat alle gezinnen met deze specifieke kosten geconfronteerd worden. Artikel 3 VoorwaardenDit artkel bepaalt wanneer men wel en niet voor de bijdrage in aanmerking komt. Indien het (gezins)inkomen van belanghebbende gelijk is of meer bedraagt dan 120% van de bijstandsnorm dan wordt de belanghebbende geacht de kosten zelf uit het inkomen te kunnen voldoen. Waar gesproken wordt over het ontvangen van een vergoeding op grond van een andere voorziening, kan gedacht worden aan een vergoeding via Stichting Leergeld. Het vermogen wordt buiten beschouwing gelaten en kan geen afwijzingsgrond opleveren. Artikel 4 Hoogte van de bijdrageDit artikel bepaalt de (maximale) hoogte van de bijdrage die de gemeente verstrekt. Daarbij is onderscheid gemaakt voor belanghebbenden met een (gezins)inkomen tot 110% van de bijstandsnorm en belanghebbenden met een (gezins)inkomen tussen 110% en 120% van de bijstandsnorm. Deze laatste groep heeft recht op de helft van de vergoedingen zoals die voor de eerste groep gelden. Artikel 5 HardheidsclausuleDeze bepaling biedt de mogelijkheid aan het college om in uitzonderlijke gevallen maatwerk te leveren. Het moet dan gaan om gevallen waarin het toepassen van de regels uit deze beleidsregels tot onbillijkheden van overwegende aard zouden leiden. Artikel 6 Onvoorziene omstandighedenAls zich situaties voordoen waarvoor deze beleidsregels geen oplossing bieden, dan beslist het college over de afhandeling hiervan. Artikel 7 InwerkingtredingDit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 8 CiteertitelDit artikel behoeft geen nadere toelichting.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.