Beleidsregel Onderwijsachterstandenbeleid / Voorschoolse educatie 2016Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bronckhorst, in haar vergadering van 29 juni 2015 BESLUIT de beleidsregel Onderwijsachterstandenbeleid / Voorschoolse educatie 2015 in te trekken per 31 juli 2015 per 1 augustus 2015 vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel Onderwijsachterstandenbeleid / Voorschoolse educatie 2016 Doelstelling/ Maatschappelijk effect Het vroegtijdig signaleren van kinderen met een (taal)achterstand, zodat zo snel mogelijke (taal)ontwikkeling van deze kinderen kan worden gestimuleerd. Voorschoolse educatie is bestemd voor doelgroepkinderen van 2 en 3 jaar en wordt verzorgd op peuterspeelzalen en/of kinderdagverblijven. Subsidie ontvangers Organisaties voor kinderdagopvang en / of peuterspeelzaalwerk waarmee de gemeente afspraken heeft gemaakt over de uitvoering van voorschoolse educatie. Vereisten subsidie ontvangers Alleen op basis van een indicatie kan subsidie worden verstrekt. De leidster van de groep signaleert een (mogelijke) ontwikkelingsachterstand en schakelt de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau in voor een indicatie. Momenteel kent de gemeente Bronckhorst circa 24 doelgroepkinderen. Subsidiabele activiteiten Derde en/of vierde dagdeel VVE met een maximum van 6 uur per week aangeboden aan een doelgroepkind. Subsidie grondslag Grondslag voor de subsidieverstrekking is: De Wet OKE en het daarbij behorend Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2011-2014. De verlenging van het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2011-2014 met één jaar (tot en met 2015). Het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Onder een doelgroepkind wordt verstaan een kind met een (dreiging tot) ontwikkelingsachterstand, waarbij de nadruk wordt gelegd op taalachterstand. De achterstand kan ook betrekking hebben op sociaal-emotionele of psychosociale ontwikkeling. De (mogelijke) ontwikkelingsachterstand of ontlasting van de thuissituatie wordt geïndiceerd door de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. De verwachting is dat kinderen met een VVE indicatie afkomstig zijn van ouders met een lager opleidingsniveau en daarbij behorend lager inkomen. Als deze ouders vanwege de kosten afzien van extra dagdelen schiet de VVE indicatie zijn doel voorbij. Daarom zorgt de gemeente Bronckhorst dat de ouders geen kosten maken voor het 3e en 4e dagdeel peuteropvang. Op basis van de kinderopvangtoeslagtabel en het jaarinkomen van de ouders krijgt de kinderopvangorganisatie een vergoeding per peuter van de ouders. De gemeente vult dit bedrag aan tot 110% van het maximum uurtarief, conform de kinderopvangtoeslagtabel van het Rijk. Dit heeft tot gevolg dat de kinderopvangorganisatie ouders geen kosten voor de VVE gesubsidieerde peuterplaats in rekening brengen, anders dan dat zij ontvangen via de kinderopvangtoeslag. Er is voor 110% van het maximum uurtarief gekozen, omdat de kostprijs van een VVEpeuterplaats aanzienlijk hoger is dan die van een reguliere peuteropvang plaats. Op basis van de meest recente cijfers van de MOgroep
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.