Obsah (5)
Artikel 1Artikel 2Artikel 3Artikel 4Artikel 51 [Toelichting: Provinciale Staten hebben op 8 december 2004 de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ vastgesteld. In de kaderverordening hebben Provinciale Staten aangegeven voor welk
Artikel 1.1.1.
Subsidiabele activiteiten 12 [Toelichting: In artikel 1, lid 1 van de kaderverordening worden onder a, b en c drie soorten subsidiabele activiteiten genoemd. Voor a wordt in artikel 1.1.1 van dit uitvoeringsbesluit uitgediept welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen.] Binnen artikel 1, lid 1, sub a van de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ zijn de volgende activiteiten subsidiabel: a. het opstellen van masterplannen voor een duurzame herstructurering van bedrijventerreinen; b. activiteiten gericht op verduurzaming van bedrijventerreinen, zoals parkmanagement, zorgvuldig ruimtegebruik, veiligheid, energie, hergebruik van afvalstoffen en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen; c. strategische planvorming ten aanzien van bovenregionale bedrijventerreinen; d. strategische planvorming ten aanzien van ontwikkeling van bedrijfsverzamelgebouwen. Artikel 1.1.
- Criteria
- Aanvragen in het kader van artikel 1, lid 1, sub a tot en met c van de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ dienen te voldoen aan de volgende criteria: de activiteit heeft bestuurlijk draagvlak; de activiteit wordt in samenwerkingsprojecten gerealiseerd; de activiteit heeft een voorwaardenscheppend karakter.
- Voorzover het activiteiten betreft die passen binnen de activiteiten genoemd in artikel 1, lid 1, sub c van de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ geldt voorts het volgende criterium: de activiteit richt zich op de provinciale sectoren zorg, technologie en/of voeding, of op regionale speerpunten. Artikel 1.1.
- Grondslag voor de projectsubsidie
- De projectsubsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
- De subsidieontvanger draagt zelf voor minimaal 20% bij in de totale subsidiabele kosten.
- De projectsubsidie bedraagt maximaal € 50.000,--. 1.
- Uitvoering herstructurering van bestaande bedrijventerreinen Artikel 1.2.
- Niet van toepassing zijnde regelgeving 13 [Toelichting: Paragraaf 1.2 specialiseert zich op een bepaald onderwerp binnen Ruimte voor Ondernemen. Voor dit onderwerp zijn specifieke regels gesteld. De regels van paragraaf 1.1 zijn voor dit onderdeel niet van toepassing.] De artikelen in paragraaf 1.1 zijn niet van toepassing op deze paragraaf. Artikel 1.2.
- Criteria Aanvragen in het kader van artikel 1, lid 1, sub d van de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ dienen te voldoen aan de volgende criteria: a. het herstructureringsproject betreft een bedrijventerrein ouder dan tien jaar, gemeten vanaf het moment van vaststelling door de Gemeenteraad van het bestemmingsplan van het betreffende bedrijventerrein, niet zijnde een bedrijventerrein dat door het Ministerie van Economische Zaken is aangewezen als TOP-project; b. het herstructureringsproject moet minstens vijf hectare bruto omvatten; c. het herstructureringsproject levert in elk geval een verbetering op van de inrichting en ruimtegebruik van het bedrijventerrein; d. de financiering van het herstructureringsproject is na de verlening van de subsidie sluitend; e. het door het herstructureringsproject bereikte kwaliteitsniveau van het bedrijventerrein blijft ook na afloop van de subsidieperiode in stand. Artikel 1.2.
- Grondslag voor de projectsubsidie
- De projectsubsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
- De subsidieontvanger draagt zelf voor minimaal 20% bij in de totale subsidiabele kosten.
- De projectsubsidie bedraagt maximaal € 500.000,--. 14[Toelichting: Naast het percentuele maximum in lid 1 van dit artikel is voor dit onderdeel ook nog een absoluut maximum geformuleerd van € 500.000,--. Een subsidie voor een activiteit op basis van deze paragraaf kan nooit meer bedragen dan deze € 500.000,--, ook al bereikt zij daarmee niet de percentuele grens van 50% van de subsidiabele kosten.]
- Innovatie is broodnodig 2.1.
Artikel 2.1.1.
Criteria Aanvragen in het kader van artikel 1, lid 2, sub a en b van de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ dienen te voldoen aan de volgende criteria: a. de activiteit wordt in samenwerkingsprojecten gerealiseerd; b. de activiteit stimuleert innovatie; c. de activiteit heeft een regionaal-stuwend karakter; d. de activiteit is gericht op het midden- en kleinbedrijf; e. de activiteit heeft een voorwaardenscheppend karakter. Artikel 2.1.
- Grondslag voor de projectsubsidie
- De projectsubsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
- Private partijen dragen minimaal 20% bij in de totale subsidiabele kosten. 15[Toelichting: Dit lid verplicht private partijen zelf minimaal 20% bij te dragen in de totale subsidiabele kosten. Door ondernemingen en andere private partijen bij te laten dragen in de kosten wil de provincie Overijssel garanderen dat de activiteit maatschappelijk draagvlak heeft.] 2.
- Programmaplan Kennispark Twente Artikel 2.2.
- Niet van toepassing zijnde regelgeving De artikelen in paragraaf 2.1 en 2.3 zijn niet van toepassing op deze paragraaf. Artikel 2.2.
- Criteria 16 [Toelichting: Of een activiteit subsidiabel is of niet hangt ervan af of de activiteit past binnen het kader van het Programmaplan Kennispark Twente. Dit plan is opvraagbaar bij het Europaloket van de provincie Overijssel.] Aanvragen in het kader van artikel 1, lid 2, sub c van de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ dienen te voldoen aan de criteria die daaraan in het Programmaplan Kennispark Twente worden gesteld. Artikel 2.2.
- Grondslag voor de projectsubsidie
- De projectsubsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
- De projectsubsidie bedraagt minimaal € 10.000,-- en maximaal € 500.000,--. 17[Toelichting: Indien een subsidie op basis van deze paragraaf na beoordeling minder bedraagt dan € 10.000,-- wordt zij niet verstrekt. De provincie Overijssel wil op deze wijze voorkomen dat de beschikbare middelen te veel versnipperen, dit gaat ten koste van de effectiviteit van de inzet van de middelen. Anderzijds geldt dat, indien een subsidie de € 500.000,-- overstijgt zal zij slechts tot € 500.000,-- worden gesubsidieerd, ook als daarmee minder dan 50% subsidie wordt verleend.] 2.
- Actieprogramma Breedband 2005-2007 18[Toelichting: Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel willen het gebruik van breedband voor ondernemers, instellingen en burgers bevorderen. Het actieprogramma is samen met de vijf grote gemeenten en de Stichting Breedband Twente vormgegeven. Ambities Met het actieprogramma wil Overijssel uiterlijk in 2007 de volgende ambities bereiken:
- de stedelijke netwerken Netwerkstad Twente, Stedendriehoek en Zwolle-Kampen zijn onderling door middel van een open glasvezelinfrastructuur ontsloten. Daarmee is een open ‘backbone' glasvezelring in Overijssel gerealiseerd. Hierop worden Triple diensten (Telefonie, RTV, Internet) aangeboden. Er is sprake van kostenreductie. Op die interstedelijke glasvezelring zijn minimaal vijf plattelandskernen aangesloten; provincie maakt zich sterk voor de interstedelijke verbindingen, de grote steden voor de glasvezelinfrastructuur in de stad;
- alle uitvoeringsinstellingen met een provinciale budgetsubsidie, de vijf steden en de provincie hebben op basis van een visie op hun dienstverlening en bedrijfsvoering/exploitatie een besluit genomen over gebruik van en dienstenontwikkeling over breedbandinternet;
- binnen twee jaar vinden diverse experimenten met breedbanddienstenontwikkeling in de zorgsector, de cultuur-/bibliotheeksector, de overheidsdienstverlening en het onderwijs plaats die na afronding zelfstandig exploitabel zijn. Provincie en gemeenten maken zich sterk voor actieve participatie en investeringen van het bedrijfslevenActiesOm deze ambitie te bereiken, is het programma ontwikkeld rondom drie actielijnen.A. VraagbundelingDe realisatie van een open glasvezelring tussen de vijf grote steden in Overijssel in 2007 bereiken we allereerst door vraagbundeling in de grote steden. De vraagbundeling vindt plaats op lokaal niveau. Op deze schaal is er inzicht in de vraag van instellingen en bedrijven naar breedband vereisende toepassingen. Vanuit de bundeling van de vraag ontstaan businesscases die voor partijen in de markt economisch exploitabel zijn. Door van één, open netwerk gebruik te maken kan bespaard worden op telefonie en datacommunicatie en wordt een interessante markt voor nieuwe dienstenaanbieders ontwikkeld. De realisatie van de glasvezelring tussen de steden draagt ook bij aan de ontsluiting van het platteland. B. Elektronische dienstverleningDe vijf grote gemeenten en de provincie investeren in publieke elektronische dienstverlening via internet op basis van een individueel door de Colleges van Burgemeester & Wethouders en Gedeputeerde Staten bepaald ambitieniveau gebaseerd op het programma ‘De andere overheid'. Accenten in de samenwerking worden gelegd bij: 1het raadplegen van tot dusver minimaal ontsloten publieke informatie bijvoorbeeld beeldarchieven; 2het bevorderen van één-loket-initiatieven zodat dienstverlening naar burgers en bedrijven voor het grootste gedeelte elektronisch wordt; 3het gebruikmaken van internet als het gaat om burgerraadplegingen, interactieve beleidsvorming en politieke communicatie met burgers en organisaties. C. Stimuleren breedbanddienstenHet gebruik van breedbandinternet willen wij stimuleren door ontwikkeling en toepassing van breedbanddiensten. In de periode 2005-2007 stimuleren we de ontwikkeling van breedbanddiensten door goede voorbeeldprojecten te ondersteunen. Deze projecten moeten in ieder geval voldoen aan de volgende voorwaarden: 1de dienst vergroot de toegang en het gebruik van het breedbandnetwerk; 2de dienst heeft een demonstratie-effect naar andere instellingen en bedrijven; 3de dienst wordt na opstartfase zelfstandig geëxploiteerd en is dan toepasbaar voor meer partijen dan alleen de projectindieners; 4de dienst draagt bij aan de doelstellingen die binnen diverse beleidsterreinen zijn verwoord in het provinciaal Onderhandelingsakkoord ‘Ruimte voor actie' 2003-2007; 5bij de ontwikkeling en productie van de dienst is actieve participatie van het bedrijfsleven vereist. BeleidskadereEuropeDe Europese raad heeft in Lissabon
(2000)de ambitie uitgesproken dat de Europese Unie zich binnen tien jaar moet ontwikkelen tot ‘de meeste concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld', die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. Het kabinet heeft de ambitie om tot de kopgroep van Europa te behoren. Binnen de algemene Lissabonstrategie is een Europese agenda voor de ontwikkeling van breedband opgesteld. Het Europese breedbandbeleid kent twee duidelijke prioriteiten:
- het verzekeren van de uitrol van breedbandinfrastructuur in de hele Unie;
- het stimuleren van de ontwikkeling en het gebruik van breedbanddiensten.Aan deze prioriteiten zijn binnen het actieplan eEurope 2005 (voorjaar 2002) verschillende doelstellingen gekoppeld. De lidstaten zijn zelf verantwoordelijk deze doelstellingen te realiseren. De breedbandnota van het Ministerie van EZ moet worden beschouwd als de Nederlandse invulling hiervan.Breedbandinternet is een van de landelijke prioriteitendossiers. De minister van Economische Zaken heeft juli jl. de Nationale Breedbandnota uitgebracht. In Overijssel is het beleid vertaald in de breedbandstrategie Overijssel.Nationale BreedbandnotaBreedband is belangrijk voor de groei van de economie en kan substantieel bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. De ambitie is dat Nederland in 2010 op het terrein van breedband in Europa en wereldwijd voorop loopt. Om de ambitie te realiseren wil het kabinet stevige impulsen geven aan:
- de ontwikkeling en toepassing van diensten en kansrijke breedbandtoepassingen in het private en publieke domein;
- de ontwikkeling van (een) hoge capaciteit aansluitnetwerk(en) met een substantiële landelijke dekking in 2010.Op deze wijze kan optimaal geprofiteerd worden van breedbandige diensten, waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de versterking van het groeivermogen en aan het oplossen van maatschappelijke problemen waardoor de welvaart en welzijn in Nederland zullen toenemen. De nota is de invulling van Nederlandse strategie in het kader van de eEurope Lissabondoelstellingen op het terrein van Breedband. In de nota worden die zaken geadresseerd die tot het overheidsdomein behoren. Hierbij gaat het om zaken als marktordening, toegangsregulering en stimulering van dienstontwikkeling in de semi-publieke sfeer.Breedbandstrategie OverijsselDe provincie Overijssel hanteert bij haar activiteiten in het kader van breedband het volgende ambitieniveau en uitgangspunten: 1scheiding van infrastructuur en diensten met als doel kostenefficiënte ontsluiting (meerdere dienstenaanbieders over hetzelfde netwerk en één lijn naar de eindgebruiker); 2gebruikmaken van bestaande infrastructuur. Van belang hierbij zijn afspraken met de eigenaren van de infrastructuur, waarbij een open netwerk filosofie leidend is. Doel is te komen tot een breedbandige en toekomstvaste ontsluiting van de grote steden en plattelandskernen; 3ontwikkelen van business modellen die op korte termijn rendabel zijn. Toezien op het ontstaan van modellen waarbij een totaal regionaal netwerk exploiteerbaar is en niet een individuele lijn op interessante trajecten of bij grote of gemakkelijk te ontsluiten gebruikers. Dit ambitieniveau is de breedbandstrategie Overijssel. In dit kader worden door diverse partijen, waaronder de provincie Overijssel, acties ondernomen. De filosofie die daarbij gehanteerd wordt, is die van een open netwerk. Essentie daarbij is dat de infrastructuur beschikbaar is voor alle aanbieders van diensten. De klant is vrij om te kiezen welke diensten hij van wie af wil nemen.UitvoeringDe uitvoering van het actieprogramma start per 1 januari 2005 en loopt tot en met eind
- De bedoeling is om zo snel mogelijk tot de ontwikkeling van diensten te komen. Een voorwaarde daarvoor is echter wel actielijn A: de realisatie van een open glasvezelnetwerk tussen de vijf grote steden via de vraagbundeling in de vijf grote steden en rondom Steenwijkerland en Hardenberg.Om te komen tot de vraagbundeling op lokaal niveau dienen de gemeenten een plan op te stellen. Het plan geeft aan hoe te komen tot inzet van capaciteit vanuit de gemeenten om te komen tot de vraagbundeling. Mogelijkheden daarvoor zijn bijvoorbeeld: 1vanuit de gemeentelijke organisatie capaciteit vrij te spelen; 2een externe partij hiervoor in de arm te nemen, via Oost NV of een extern bureau. Voor alle mogelijkheden geldt dat de provincie maximaal 50% van de kosten van de capaciteitsinzet subsidieert. Indien er gekozen wordt voor de variant van het inhuren van externen ten aanzien van de vraagbundeling, vindt de provincie het gewenst om de capaciteitsvraag te bundelen en daartoe één bureau in te zetten. ] Artikel 2.3.
- Niet van toepassing zijnde regelgeving Artikel 2.1.1, lid d en 2.1.2, lid 2 uit paragraaf 2.1 en de artikelen in paragraaf 2.2 zijn niet van toepassing op deze paragraaf. Artikel 2.3.
- Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen voor: a. activiteiten gericht op vraagbundeling niet zijnde (haalbaarheids)onderzoek; b. en/of activiteiten gericht op elektronische dienstverlening door overheden en semi-overheden aan burgers en bedrijven; c. en/of activiteiten gericht op het stimuleren van breedbanddiensten. Artikel 2.3.
- Criteria
- Aanvragen die zijn ingediend in het kader van artikel 1, lid 2, sub d van de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ dienen te voldoen aan de volgende criteria: er is sprake van scheiding van infrastructuur en diensten teneinde een open glasvezelinfrastructuur te creëren; er wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van bestaande infrastructuur.
- In aanvulling op lid 1 geldt voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.2 b en c de volgende criteria: de dienst vergroot de toegang en het gebruik van het breedbandnetwerk; de dienst heeft een demonstratie-effect naar andere instellingen en bedrijven; de exploitatie van de dienst moet voor minimaal de komende 3 jaren zijn gewaarborgd en de dienst is toepasbaar voor meer partijen dan alleen de projectindieners; de dienst draagt bij aan de doelstellingen die binnen diverse beleidsterreinen zijn verwoord in het provinciale Onderhandelingsakkoord ‘Ruimte voor actie’ 2003-2007; bij de ontwikkeling en productie van de dienst is actieve participatie van het bedrijfsleven vereist.
- Arbeidsmarkt en onderwijs 3.1.
Artikel 3.1.1.
Criteria Aanvragen in het kader van artikel 1, lid 3 van de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ dienen te voldoen aan de volgende criteria: a. de activiteit wordt bij voorkeur in samenwerkingsprojecten gerealiseerd; b. de activiteit is gericht op het bevorderen van een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van arbeid; c. de activiteit is gericht op het verhogen van de arbeidsparticipatie, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen op de regionale arbeidsmarkt; d. de activiteit heeft een voorwaardenscheppend karakter. Artikel 3.1.2. Grondslag voor de projectsubsidie 1. De projectsubsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten. 2. In het belang van het provinciaal arbeidsmarktbeleid kunnen Gedeputeerde Staten van het in lid 1 vermelde percentage van de subsidiabele kosten afwijken. 4. Kwaliteitsimpuls toerisme 4.1.
Artikel 4.1.1.
Criteria
- Gedeputeerde Staten kunnen projectsubsidies verlenen in de kosten van voorbereiding, uitvoering of beheer en onderhoud van activiteiten ter bevordering van het toerisme en de recreatie in Overijssel die passen binnen de beleidsnota ‘Struinen door de tuin van Nederland’ (juni 2000).
- Van de activiteiten uit lid 1 moet de exploitatie voor minimaal 3 jaren na de realisatie zijn gewaarborgd.
- Met uitzondering van de subsidies voor het beheer en het onderhoud van de recreatieve openbare infrastructuur, geldt dat de activiteiten voor Overijssel nieuw moeten zijn, alsmede bovengemeentelijk gericht. 19[Toelichting: Onder recreatieve openbare infrastructuur wordt verstaan de gerealiseerde dagrecreatieparken het Hulsbeek, het Rutbeek, het Arboretum Poort-Bulten, het Lageveld, de Wythmenerplas en de gerealiseerde recreatieve fietspaden op het provinciale Raamplan fietspaden. Verder de in de begrotingen 2003 van de Regio IJssel-Vecht, de Regio Twente, de Recreatiegemeenschap Salland en het Waterschap Reest en Wieden als zodanig opgenomen gerealiseerde subsidiabele recreatieve infrastuctuur. Dus inclusief de onderhoudskosten van de LAW’s, LF’s en het provinciale paardrijroute- en kanoroutenetwerk.]
- Met betrekking tot de subsidies voor het beheer en het onderhoud van de recreatieve openbare infrastructuur geldt dat deze werken vóór 1 januari 1998 tot stand gebracht moeten zijn. 20[Toelichting: Onder recreatieve openbare infrastructuur wordt verstaan de gerealiseerde dagrecreatieparken het Hulsbeek, het Rutbeek, het Arboretum Poort-Bulten, het Lageveld, de Wythmenerplas en de gerealiseerde recreatieve fietspaden op het provinciale Raamplan fietspaden. Verder de in de begrotingen 2003 van de Regio IJssel-Vecht, de Regio Twente, de Recreatiegemeenschap Salland en het Waterschap Reest en Wieden als zodanig opgenomen gerealiseerde subsidiabele recreatieve infrastuctuur. Dus inclusief de onderhoudskosten van de LAW’s, LF’s en het provinciale paardrijroute- en kanoroutenetwerk.] Artikel 4.1.
- Grondslag voor projectsubsidie
- De projectsubsidie bedraagt ten hoogste 25% van de subsidiabele investeringskosten.
- In afwijking van het eerste lid, geldt met betrekking tot de projectsubsidies voor de realisering en de reconstructie van recreatieve fietspaden, recreatieve routestructuren en recreatieve voorzieningen, alsmede voor het beheer en het onderhoud van de recreatieve openbare infrastructuur, een subsidiepercentage van ten hoogste 50%. 21[Toelichting: Onder routestructuren wordt verstaan de routestructuren t.a.v. fietsen, wandelen, paardrijden en varen. Recreatieve fietspaden zijn die fietspaden die als zodanig zijn opgenomen op het provinciale Raamplan fietspaden. Tevens worden inbegrepen de ondersteunende voorzieningen zoals picknicktafels, bankjes e.d. Voor de realisering en de reconstructie van recreatieve fietspaden, recreatieve routestructuren en recreatieve voorzieningen geldt dat de subsidie is gebaseerd op het principe van 50% provinciale bijdrage in het niet door derden gedekte deel van de subsidiabele investeringskosten. Van de subsidieaanvrager wordt verlangd dat een maximale inspanning wordt verricht om subsidie van derden (bijvoorbeeld Rijk of EU) te verkrijgen. Bij subsidies voor het beheer en het onderhoud van de recreatieve openbare infrastructuur geldt het principe van gedeelde verantwoordelijkheid. Een en ander op basis van de in het verleden gemaakte afspraken tussen de provincie en projectpartners.]
- De subsidiabele investeringskosten bedragen ten minste € 10.000,--. Artikel 4.1.
- Voorwaarden Met uitzondering van de projectsubsidies verleend ten behoeve van het beheer van en het onderhoud aan de recreatieve openbare infrastructuur, geldt dat gedurende 5 jaren na het tijdstip waarop de uit te voeren werken zijn opgeleverd, de begunstigde de onroerende zaak waarop de werken worden uitgevoerd in eigendom of erfpacht heeft, danwel het recht van opstal op deze zaak. Verder geldt dat gedurende deze termijn van 5 jaren aan de onroerende zaak of werken geen andere bestemming mag worden gegeven dan die welke zij hadden ten tijde van de subsidieverlening. Door middel van een voorafgaande schriftelijke toestemming kunnen Gedeputeerde Staten hiervan afwijken.
- Bereikbaarheid 22 [Toelichting: Een groot deel van het thema Bereikbaarheid wordt uitgewerkt binnen het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan. Binnen de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ worden alleen activiteiten ten behoeve van multimodale ontsluiting van bedrijventerreinen subsidiabel gesteld. Het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan wordt medio 2005 in Provinciale Staten behandeld.] 5.1.
Artikel 5.1.1.
Subsidiabele activiteiten Binnen artikel 1, lid 5, sub a van de Kaderverordening ‘In actie voor werk Overijssel 2004’ zijn de volgende activiteiten subsidiabel: a. strategische planvorming met betrekking tot multimodaal goederen- en personenvervoer. Artikel 5.1.
- Criteria Aanvragen dienen te passen binnen de provinciale beleidsplannen (zoals het PVVP) en te voldoen aan de volgende criteria: a. de activiteit heeft bestuurlijk draagvlak; b. de activiteit wordt in samenwerkingsprojecten gerealiseerd; c. de activiteit heeft een voorwaardenscheppend karakter. Artikel 5.1.
- Grondslag voor de projectsubsidie
- De projectsubsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
- De begunstigde draagt zelf voor minimaal 20% bij in de totale subsidiabele kosten.
- De projectsubsidie bedraagt maximaal € 30.000,--.