Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente DongenDe raad van de gemeente Dongen; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders 6 november 2014, metoverneming van de daarin vermelde motieven; gelet op de artikelen 8 lid 1 sub b, 8 lid 2 en artikel 36 van de Participatiewet; B E S L U I T : Vast te stellen: de Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Dongen Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begrippen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Participatiewet; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen; de raad: de gemeenteraad van de gemeente Dongen; rechthebbende: een persoon van 21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft, zonder uitzicht op inkomensverbetering; peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt; referteperiode: periode van vijf jaar (60 maanden) voorafgaand aan de peildatum; individuele inkomenstoeslag: toeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de wet; vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet; WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; WSF 2000: Wet Studiefinanciering 2000; Artikel2.Voorwaarden 1.Rechthebbende heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36 van de wet, eerste lid, als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm en niet beschikt over een vermogen dat hoger is dan de voor hem van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet. 2.Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. 3.Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden 4.Voor toepassing van het tweede en derde lid is de situatie op de peildatum bepalend. 5.Rechthebbende heeft inspanningen verricht om inkomensverbetering te realiseren. Artikel3.Hoogte van de toeslag 1.De Individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar op basis van het normbedrag van €520,-: voor gehuwden 100% van de norm voor een alleenstaande ouder 90% van de norm voor een alleenstaande 70% van de norm 2.De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's en worden jaarlijks in januari vastgesteld en gelden voor het gehele kalenderjaar. 3.De bedragen genoemd in het eerste lid kunnen jaarlijks worden geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden op hele euro’s naar boven afgerond. Hoofdstuk2Slotbepalingen Artikel4.Onvoorziene situaties In situaties en omstandigheden waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college. Artikel5.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.