Verordening minimafonds gemeente DongenDe raad van de gemeente Dongen; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders 6 november 2014, met overneming van de daarin vermelde motieven; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; B E S L U I T : Vast te stellen: de Verordening minimafonds gemeente Dongen. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begrippen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Participatiewet het college: het college van burgemeester en wethouders van Dongen. de raad: de gemeenteraad van Dongen. rechthebbende: de inwoner van Dongen van 18 jaar en ouder, niet zijnde een student, die op moment van aanvraag een inkomen heeft dat gelijk is aan of minder dan 110 % van de voor hem geldende bijstandsnorm aanvrager: degene, die in aanmerking wenst te komen voor een financiële tegemoetkoming ingevolge deze verordening voor deelname aan maatschappelijke activiteiten; partner: degene, met wie de aanvrager gehuwd is of anderszins een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet; kind: het in Dongen woonachtige eigen kind of stiefkind, voor wie de ouder aanspraak kan maken op kinderbijslag; gezin: alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder c Participatiewet; student: studerende van 18 jaar en ouder die recht heeft dan wel aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de WSF/WTOS; sociaal-culturele, educatieve of sportieve activiteit: een maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken. Artikel2.Doelstelling Deze verordening beoogt, door middel van het toekennen van een financiële tegemoetkoming, te voorkomen of te doorbreken dat personen vanwege hun financiële positie in een situatie van maatschappelijk isolement dreigen te geraken. De financiële tegemoetkoming wordt verleend in de kosten van sociaal-culturele, educatieve of sportieve activiteit. Hoofdstuk2Voorzieningen Artikel3.Tegemoetkoming 1.Voor een financiële tegemoetkoming komen in aanmerking de kosten die door rechthebbende worden gemaakt voor: lidmaatschap van sport- en ontspanningsverenigingen, ouderenorganisatie en dergelijke; muziekonderwijs; dagtrips (b.v. bioscoop, concert, schouwburg, musea en pretpark); deelname aan cursussen in groeps- of klassenverband, die niet behoren tot het van rijkswege op grond van wettelijke regelingen bekostigde (reguliere) onderwijs; het abonnement van de openbare bibliotheek en zwembad; vakantiekamp; een abonnement op krant, telefoon, tijdschrift en internet; de aanschaf van een NS-kortingskaart, museumjaarkaart, cultureel jongerenpaspoort. 2.Het college verstrekt geen financiële tegemoetkoming indien de aanvrager op een andere wijze in de kosten van de gevraagde voorziening kan of is voorzien. Artikel4.Criteria 1.Om voor een financiële tegemoetkoming krachtens deze verordening in aanmerking te komen moet de aanvrager op de datum van aanvraag achtereenvolgens: in de leeftijd van 18 jaar of ouder zijn; volgens de Basisregistratie personen (BRP) inwoner van Dongen zijn en rechtmatig in Nederland verblijven; een inkomen ontvangen dat gelijk is aan of minder dan 110% van de voor hen van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in paragraaf 3.2 van de wet; over een vermogen beschikken dat lager is dan de voor hen van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet. 2.Niet tot het inkomen worden gerekend de middelen als bedoeld in artikel Artikel 31 lid 2 van de wet. 3.De aanvrager kan een financiële tegemoetkoming voor maatschappelijke participatie aanvragen ten behoeve van activiteiten van zichzelf en/ of zijn partner en/of zijn kind(eren). Artikel5.Uitsluitingen Geen recht op een financiële tegemoetkoming krachtens deze verordening heeft degene die: student is; een uitkering ontvangt op grond van de Regeling verstrekkingen Asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (RvA 2005). Artikel6.Aanvraag 1.Het recht op een financiële tegemoetkoming krachtens deze verordening wordt op aanvraag toegekend. 2.Een aanvraag kan gedurende het gehele kalenderjaar worden ingediend. Artikel7.Maximale vergoeding 1.De maximale vergoeding of waarde van de vergoeding bedraagt per kalenderjaar: € 100,- voor een alleenstaande ouder of gezin per kind van 4 tot en met 11 jaar ten behoeve waarvoor een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt op grond van deze verordening; € 200,- voor een alleenstaande ouder of gezin per kind van 12 tot en met 17 jaar ten behoeve waarvoor een financiële tegemoetkoming wordt verstrekte op grond van deze verordening; €175,- per persoon voor de aanvrager/partner van 18 jaar en ouder 2.De bedragen genoemd in het eerste lid kunnen jaarlijks worden geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden op hele euro’s naar boven afgerond. Artikel8.Periode van toekenning De tegemoetkoming wordt eenmaal per kalenderjaar op aanvraag toegekend tot maximaal het bedrag dat is genoemd in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.