Gedoog- en handhavingsarrangement artikel 13b Opiumwet Gedoog- en handhavingsarrangement artikel 13b Opiumwet Gemeente Deventer Inleiding In dit document zijn de gedoogcriteria en het handhavingsarragement van de gemeente Deventer neergelegd met betrekking tot coffeeshops. Bij de totstandkoming hiervan zijn de doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het Deventer coffeeshopbeleid, zoals geëvalueerd in 2008, blijvend gehanteerd: De bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde door normering, regulering, controle en spreiding; Een doelmatige en doeltreffende aanpak van overlast in en rondom coffeeshops, via een samenstel van bestuurlijke en strafrechtelijke instrumenten en een adequate handhaving; Het ontmoedigen van het gebruik van softdrugs als riskant genotsmiddel, onder meer door voorlichting; Indien men softdrugs gebruikt, het beperken van gezondheidsrisico’s door een gerichte preventie en zorg bij de gebruikers. Naar aanleiding van de aanpassing van de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie, wordt het gemeentelijk coffeeshopbeleid op de volgende punten aangescherpt: · Toevoeging van het “I-criterium” : geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland; Daarnaast zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het oude beleid: Duidelijkere beschrijving van de gedoogcriteria en de handhavingsmaatregelen, waardoor minder ruimte is voor interpretatieverschillen; Naast een exploitatievergunning wordt tevens een gedoogverklaring afgegeven; Drugsbeleid in Nederland De Opiumwet is in de loop der jaren gewijzigd, vooral met betrekking tot de verboden handel en productie. Zo is in 1999 de strafbaarstelling geïntroduceerd van het “beroeps- of bedrijfsmatig handelen in strijd met een van de in artikel 3, eerste lid onder B van de Opiumwet (OW) gegeven verboden”, en is in die verboden het bestanddeel “telen” toegevoegd. In juni 2006 zijn de maximumstraffen voor enkele Opiumwetdelicten verhoogd en zijn bestanddelen als “opzettelijk handelen” en “grote hoeveelheid” in de artikelen 10 en 11 OW opgenomen. Tevens is artikel 11aOW toegevoegd dat betrekking heeft op het plegen van Opiumwetdelicten in georganiseerd verband. Ten slotte is aan artikel 2 OW, analoog aan artikel 3 OW, het bestanddeel “telen” toegevoegd. In november 2008 is in lijst II van de Opiumwet een groot aantal paddenstoelen die een hallucinerende werking hebben, opgenomen en is het zogeheten paddoverbod in werking getreden. Op 12 mei 2012 is GHB van lijst II naar lijst I gegaan en daarmee een harddrug geworden. Per 1 januari 2013 is het gedoogbeleid voor coffeeshops aangescherpt door de toegang tot coffeeshops te beperken tot ingezetenen van Nederland. In de Aanwijzing Opiumwet is opgenomen dat het lokale bestuur het coffeeshopbeleid vaststelt en de regie voert. De lokale driehoek vult het beleid concreet in en stelt prioriteiten bij de dagelijkse handhaving. Een handhavingsarrangement is daarbij onontbeerlijk en vormt de basis voor de inzet van het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumentarium. Wettelijk en beleidsmatig kader Landelijke g edoogcriteria Het gebruik van drugs op zich is niet strafbaar gesteld. Wel strafbaar is het om drugs binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen, drugs te bereiden, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken, te vervoeren, aanwezig te hebben of te vervaardigen (artikelen 2 en 3 Opiumwet). De handhaving van de Opiumwet verloopt langs twee wegen: de strafrechtelijke weg, uitgevoerd door het Openbaar Ministerie en de bestuursrechtelijke weg, uitgevoerd door de burgemeester. Het College van Procureurs-generaal heeft in de Aanwijzing Opiumwet aangegeven hoe met de strafrechtelijke vervolging van overtredingen van de Opiumwet om wordt gegaan. De kern van de aanwijzing, voor zover het coffeeshops betreft, is dat onder strikte voorwaarden verkoop van softdrugs in coffeeshops wordt gedoogd. Deze strikte voorwaarden worden aangeduid met de term ´AHOJGI-plus-criteria´. In de laatste aanwijzing is het ingezetenencriterium (I-criterium) toegevoegd. Er is en komt in de aanwijzing geen criterium (meer) die ziet op een minimale afstand tussen coffeeshops en scholen voor middelbaar beroeps- en voortgezet onderwijs. Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit niet via landelijke regels zal worden opgelegd maar onderdeel is van lokaal maatwerk om middelengebruik van minderjarigen tegen te gaan. De coffeeshops in Deventer voldoen aan een afstand van 350 meter. De AHOJGIcriteria luiden als volgt: A: geen Affichering: dit betekent geen enkele vorm van reclame, anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; H: geen Harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden; O: geen Overlast: onder overlast kan onder andere worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; J: geen verkoop aan Jeugdigen en geen toegang van jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder G: geen verkoop van Grote hoeveelheden: coffeeshops mogen niet meer dan 5 gram cannabis per transactie verkopen en niet meer dan 500 gram cannabis in voorraad hebben; I: geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland; plus: geen verkoop in combinatie met alcohol; coffeeshops mogen geen alcoholische dranken schenken (het zogenaamde ‘pluscriterium’). Indien door een gedoogde coffeeshop één van de AHOJGI-pluscriteria wordt overtreden, dan wordt opgetreden langs strafrechtelijke weg (bijvoorbeeld leidend tot gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf, geldboete, e uitspraak) en/of langs bestuurlijke weg (bijvoorbeeld sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet). Bevoegdheden en verantwoordelijkheden op lokaal niveau Lokale driehoek Volgens de richtlijnen van het Openbaar Ministerie moet de lokale driehoek (afstemmingsoverleg tussen Burgemeester, Officier van Justitie, Districtschef van politie) het coffeeshopbeleid bespreken. Het OM werkt bij de totstandkoming en handhaving van lokaal coffeeshopbeleid samen met de lokale autoriteiten. In het kader van een in de lokale driehoek gezamenlijk uit te werken integraal beleid ten aanzien van coffeeshops, dient tot een evenwichtige inzet van de verschillende beheersingsinstrumenten te worden gekomen. De in de lokale driehoek vertegenwoordigde partijen dragen elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid bij aan een samenhangend en effectief beleid. In dit beleid worden de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bevoegdheden op elkaar afgestemd. Elk van de partijen zorgt voor een deel van de handhaving: de officier van justitie kan vervolgen, maar kan een coffeeshop niet sluiten. De burgemeester kan wel sluiten, maar niet strafrechtelijk vervolgen. De politie kan pas effectief optreden als duidelijkheid bestaat over de capaciteit die vereist is voor de bestuursrechtelijke handhaving en de opsporing van strafbare feiten. Vaststelling beleid door de gemeente De lokale driehoek is de plaats waar afspraken over het lokale coffeeshopbeleid worden gemaakt. Dit is echter een overleg, geen bevoegd gezag. De driehoek vervolgt niet, sluit niet, verstrekt geen exploitatievergunningen of gedoogverklaringen. Het afgesproken beleid moet worden vertaald tot gemeentelijk beleid. In de gemeente wordt bepaald welke nadere voorwaarden, in aanvulling op de AHOJGI-plus-criteria, worden gesteld. Bevoegdheden van de burgemeester In algemene zin geldt dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Op basis van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op openbare gebouwen en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. Coffeeshops zijn "voor het publiek openstaande gebouwen" zoals bedoeld in artikel 174 Gemeentewet. Sinds de invoering van artikel 13b Opiumwet (april 1999) moet het lokale coffeeshopbeleid (mede) worden gebaseerd op dit artikel. Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt: Artikel 13b Opiumwet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.