Algemene Subsidieverordening gemeente Baarn 2015Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: College: college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Baarn; Raad: gemeenteraad van de gemeente Baarn; Rechtspersoon: een rechtspersoon naar burgerlijk recht met volledige rechtsbevoegdheid, die zich volgens statuten de behartiging van door het College erkende belangen van ideële en/of materiële aard ten doel stelt en geen winst beoogt op de gesubsidieerde activiteit(en). Incidentele subsidie: subsidie voor incidentele projecten of activiteiten waarvoor het college voor een vooraf bepaalde tijd, voor maximaal drie jaar, subsidie wil verstrekken; Waarderingssubsidie: een jaarlijkse subsidie om het verenigingsleven in de gemeente Baarn te stimuleren en te behouden; Budgetsubsidie: een structurele subsidie die per boekjaar wordt verleend op basis van vooraf met de rechtspersoon afgesproken activiteiten, waarvan de beoogde resultaten aantoonbaar worden gemaakt in kwantitatieve en/of kwalitatieve zin, bestede tijd en/of ingezette middelen; Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb, te weten een bedrag dat gedurende een begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar wordt gesteld voor vormen van subsidie die op basis van deze verordening en de geldende nadere regels wordt verstrekt. Egalisatiereserve: een algemene reserve bedoeld om een negatief saldo tussen werkelijke kosten en vastgestelde subsidie op te vangen. Een positief saldo wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. Bestemmingsreserve: reserve ter dekking van een vooraf vastgestelde bestemming, passend binnen de doelstelling van de instelling. Artikel 1.2 Reikwijdte algemene subsidieverordening 2015 Subsidies kunnen verstrekt worden voor de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, Awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is): algemeen bestuur; openbare orde en veiligheid; verkeer, vervoer en waterstaat; economische zaken; onderwijs; cultuur, recreatie, toerisme en sport; sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening; volksgezondheid en milieu ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven. Voor subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. Artikel 1.3 Bevoegdheid College Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van opgenomen financiële middelen in de gemeentebegroting of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, - onder de voorwaarde dat voldoende financiële middelen in de begroting ter beschikking worden gesteld. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening of –vaststelling te verbinden. Artikel 1.4 Rechtspersoonlijkheid subsidieontvanger Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen. Artikel 1.5 Indexering subsidies Subsidies kunnen jaarlijks geïndexeerd worden met het indexcijfer dat door de raad wordt vastgesteld bij de perspectiefnota. Artikel 1.6 Bevoorschotting subsidies Subsidies worden betaalbaar gesteld in het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Waarderingssubsidies worden in één termijn betaalbaar gesteld. Budgetsubsidies tot € 100.000 worden in vier termijnen betaalbaar gesteld. Budgetsubsidies hoger dan € 100.000 worden in zes termijnen betaalbaar gesteld. Incidentele subsidies worden in één termijn betaalbaar gesteld na verlening danwel vaststelling van de subsidie. Artikel 1.7 Vermogensvorming en vergoeding In de gevallen genoemd in artikel 4:41 lid 2 van de Awb is de instelling het college een vergoeding verschuldigd. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige, aan te wijzen door het college. Het college kan de vergoeding besteden aan een in overleg met de instelling gekozen bestemming. Artikel 1.8 Egalisatiereserve De instelling kan een egalisatiereserve vormen. Het college kan bij de subsidieverlening bepalen dat de instelling verplicht is een egalisatiereserve te vormen. De egalisatiereserve bedraagt maximaal 20% van de laatst verleende subsidie. De hoogte van de egalisatiereserve aan het einde van het subsidiejaar wordt vermeld in de jaarrekening van de instelling. Artikel 1.9 Bestemmingsreserve Een instelling behoeft toestemming van het college voor: de vorming van een bestemmingsreserve; de wijziging van de bestemming van een bestemmingsreserve. De hoogte van de bestemmingsreserve aan het einde van het subsidiejaar wordt vermeld in de jaarrekening van de instelling. Hoofdstuk2Subsidieplafond en Begrotingsvoorbehoud Artikel 2.1 Subsidieplafond Het college kan jaarlijks 13 weken vóór de uiterste aanvraagtermijn van subsidies besluiten tot het instellen van subsidieplafond(s). In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie; Het college kan een subsidieplafond verlagen: als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging; Artikel 2.2 Begrotingsvoorbehoud Een subsidie ten laste van de gemeentebegroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende financiële middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. De voorwaarde wordt opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling. Hoofdstuk3Aanvraag van de subsidie Artikel 3.1 Aanvraagtermijn Een aanvraag voor een incidentele subsidie wordt gedaan minimaal 13 weken voorafgaand aan het project waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. Een aanvraag voor een budgetsubsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Een aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld. Artikel 3.2 Aan te leveren documenten bij aanvraag subsidie De aanvraag voor een subsidie wordt digitaal ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Bij de aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: de doelstellingen en resultaten die worden nagestreefd; een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en hoe de activiteiten aan de doelstellingen bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk zijn. Artikel 3.3 Kostprijsberekening Indien bij de bepaling van subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, moeten deze tarieven door de subsidieaanvrager berekend zijn met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven standaardberekeningswijze. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde definities. Artikel 3.4 Beslistermijn Op aanvraag van een incidentele subsidie wordt binnen 8 weken ná aanvraagdatum een besluit genomen. Op aanvraag van een waarderingssubsidie of budgetsubsidie wordt binnen 13 weken ná aanvraagdatum een besluit genomen. Indien de aanvraag tot subsidieverlening niet vóór het in art 3.1, leden 2 en 3 genoemd tijdstip is ontvangen, wordt éénmaal een rappel verstuurd. Na het verlopen van het éénmalig rappel wordt geacht geen aanvraag te zijn ingediend en kan geen subsidie worden verleend. Hoofdstuk4Weigeringsgronden van de subsidie Artikel 4.1 Algemene weigeringsgrond Naast het bepaalde in art 4:25 Awb leden 2 en 3 en art 4:35 Awb kan het college een aanvraag voor subsidie weigeren indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet zijn gericht op de belangen van de burgers van Baarn of niet aanwijsbaar passen binnen het geformuleerde beleid van de gemeente Baarn; Het met de subsidie beoogde doel in voldoende mate op andere wijze dan wel door een vergelijkbare activiteit wordt nagestreefd en kan worden bereikt; De activiteiten naar het oordeel van het college niet of onvoldoende bijdragen aan de realisering van het met de subsidie beoogde doel; De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd al uitgevoerd worden door andere organisaties; Het naar het oordeel van het college wenselijk is dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd bij een andere organisatie worden ondergebracht; De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd of de doelstellingen in welk kader deze worden ondernomen in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de volksgezondheid, de veiligheid, of de openbare orde; De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden aan het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; De aanvrager ook zonder subsidieverstrekking door de gemeente Baarn over voldoende financiële middelen beschikt om de kosten van de activiteiten te dekken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden; De aanvrager met de activiteiten winst beoogt te maken; De aanvrager gelieerd is aan een commerciële instelling die dezelfde of een vergelijkbare activiteit verzorgt; Naar het oordeel van het college geen behoefte is aan de te subsidiëren activiteit. Artikel 4.2 Weigering op grond van de Wet Bibob Het college kan de aangevraagde subsidie weigeren of de verleende subsidie intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. Hoofdstuk5Verlening van de subsidie Artikel 5.1 Verstrekking waarderingssubsidies De verstrekking van waarderingssubsidies wordt direct, zonder verlening vooraf, vastgesteld tenzij in de subsidieregeling anders wordt bepaald. Artikel 5.2 Verstrekking budgetsubsidies De verstrekking van budgetsubsidies wordt verleend voor het tijdvak waarvoor subsidie is aangevraagd. Naast het bepaalde in de artikelen 4:30, 4:31 en 4:32 Awb vermeld de beschikking tot subsidieverlening ook het kasritme waarin de subsidie betaalbaar wordt gesteld. Indien vaste activa, verkregen met (gedeeltelijke) budgetsubsidie wordt vervreemd, wordt naar rato van de boekwaarde een vergoeding gegeven aan de gemeente. Artikel 5.3 Verstrekking incidentele subsidies Incidentele subsidies die lager zijn dan € 5.000 worden direct, zonder verlening vooraf, vastgesteld. Incidentele subsidies worden verleend voor de activiteiten en het tijdvak waarvoor subsidie is aangevraagd. Indien vaste activa, verkregen met (gedeeltelijke) incidentele subsidie wordt vervreemd, wordt naar rato van de boekwaarde een vergoeding gegeven aan de gemeente. Hoofdstuk6Verplichting van de subsidieontvanger Artikel 6.1 Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger De beschikking tot subsidieverlening kan bepalen welke verplichtingen ex art 4:37 en 4:38 Awb aan de subsidieontvanger worden opgelegd. Artikel 6.2 Tussentijdse rapportage door de subsidieontvanger Bij subsidies, hoger dan € 50.000, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd. Artikel 6.3 Meldingsplicht De subsidieontvanger doet direct melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. Artikel 6.4 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht. Indien de subsidieontvanger ook buiten de gemeentegrens van Baarn activiteiten verricht en de subsidie meer dan € 10.000,- per jaar bedraagt, is deze verplicht om dit zowel cijfermatig als ook in woord d.m.v. een toelichting aantoonbaar te maken in de jaarrekening waar het ontvangen geld binnen Baarn aan besteed is, of anderzijds op welke manier het geld ten gunste van Baarn is besteed. Hoofdstuk7Vaststelling van de subsidie en verantwoording Artikel 7.1 Aanvraag tot vaststelling van de subsidie De aanvraag voor de subsidievaststelling wordt digitaal ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. De aanvraag tot vaststelling van waarderings- en budgetsubsidies wordt digitaal ingediend vóór 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend. De aanvraag tot vaststelling van incidentele subsidies wordt digitaal ingediend uiterlijk 6 weken nadat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt afgerond zijn. Het college kan voor het indienen van een aanvraag andere termijnen stellen voor daarbij aan te wijzen subsidies. Artikel 7.2 Aan te leveren documenten bij aanvraag subsidievaststelling De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van: Inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn uitgevoerd conform de verleningsbeschikking of, indien gesloten, de uitvoeringsovereenkomst; Een overzicht van baten en lasten met toelichting daarop; Een balans met toelichting daarop; Voor subsidies tussen € 50.000 en € 250.000 een samenstellingsverklaring van een accountant; Voor subsidie hoger dan € 250.000 een goedkeurende accountantsverklaring. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd. Dit wordt in de beschikking tot subsidieverlening bepaald. Artikel 7.3 Beslistermijn Het college stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. En noemt daarbij een termijn waarbinnen de beschikking alsnog wordt gegeven. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in art 7.1 leden 1 en 2 genoemd tijdstippen is ontvangen, gaat het college zes weken na een éénmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling. Het éénmalig rappel wordt daags ná verlopen van het in art 7.1 eerste lid genoemd tijdstip verzonden. Hoofdstuk8Overige bepalingen Artikel 8.1 Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1.1, 1.2, 1.3 en 3.4 voor zover toepassing van de artikelen voor de subsidie-aanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken artikelen te dienen doelen Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad. Artikel 8.2 Intrekking ASV 2011 De Algemene subsidieverordening Baarn 2011 wordt ingetrokken. Artikel 8.3 Overgangsbepalingen Aanvragen voor subsidie die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening 2015 worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Baarn
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.