:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Van activiteiten genoemd in artikel 2:2:1, eerste lid, komen voor subsidie in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn aan voorbereiding, coördinatie, uitvoering, evaluatie en kwaliteitsverhoging van de activiteiten. Artikel2:3:2Hoogte subsidie Een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2:2:1, eerste lid, onder a, bedraagt maximaal € 11.000,00 voor een traject van 1 dagdeel per week en € 22.000,00 voor een traject van 2 dagdelen per week, gedurende minimaal 30 weken per jaar, voor minimaal 15 deelnemers per groep. Hoofdstuk3Extra en intensieve leertijd op vve-scholen §1Algemeen Artikel3:1:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: extra leertijd: het aanbod van extra lessen of activiteiten buiten de reguliere schooltijden; intensieve leertijd: intensievere of specifieke begeleiding die leerlingen tijdens reguliere schooltijden krijgen met een specifiek doel; leerkansenprofiel: 6 uur onderwijstijdverlenging per week, verplicht voor alle leerlingen van de school (van de leerjaren die meedoen aan het leerkansenprofiel); nieuwkomers: kinderen in de leeftijd van ongeveer 6 tot en met 12 jaar, afkomstig uit het buitenland, die minder dan één jaar Nederlandstalig onderwijs hebben genoten en die de einddoelen van opvanggroepen voor nieuwkomers nog niet hebben behaald; onderwijstijdverlenging: uitbreiding van de wettelijk verplichte onderwijstijd die de school dient te verzorgen; opvanggroepen voor nieuwkomers: aparte groepen op een beperkt aantal Haagse basisscholen, waarin nieuwkomers één tot anderhalf jaar gericht onderwijs krijgen en waarbij de volgende vier vaardigheden centraal staan: mondelinge taalvaardigheid (luisteren en spreken); woordenschatuitbreiding (waaronder kennis van rekenbegrippen); lezen; schriftelijke taalverwerving (stellen en spellen); schakelklas: een vorm van intensieve of extra leertijd, bestemd voor leerlingen op basisscholen die aantoonbaar onder hun cognitieve niveau presteren omdat ze een grote achterstand in de Nederlandse taal hebben, waarbij deze leerlingen in een aparte en kleinere groep gedurende één volledig schooljaar intensief taalonderwijs wordt aangeboden, zodat zij (een groot deel van) hun achterstand inlopen; Taalfabriek: een stedelijk ontwikkeld programma voor Haagse zomerscholen, waarin het stimuleren van de taalontwikkeling van leerlingen centraal staat; weekendschool: extra leertijd voor basisschoolleerlingen in het weekend, specifiek gericht op het verbeteren van de cognitieve leerprestaties; zomerschool: extra leertijd voor basisschoolleerlingen gedurende één of meerdere weken in de zomervakantie waarbij de taalontwikkeling van de leerlingen centraal staat. Artikel3:1:2Toepassingsbereik Het bepaalde in dit hoofdstuk is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3:2:1, eerste en tweede lid, bedoelde activiteiten. §2De activiteiten en de doelgroep Artikel3:2:1Activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor: het aanbieden van leerkansenprofiel; het aanbieden van vormen van extra leertijd en intensieve leertijd, gericht op: 1° het inlopen van een achterstand in de basisvakken taal of rekenen door leerlingendie een dergelijke achterstand hebben; 2° het ontdekken en ontwikkelen van diverse talenten door leerlingen; 3° het opdoen van nieuwe, bredere of verdiepende kennis of ervaring door leerlingen; 4° versterking van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen; 5° versterking van studievaardigheden van leerlingen. 2.Subsidie voor activiteiten genoemd in het vorige lid onder b, kan onder meer worden verstrekt voor: b1) een schakelklas; b2) een opvanggroep voor nieuwkomers; b3) een weekendschool; b4) een zomerschool.
:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Van activiteiten genoemd in artikel 3:2:1, eerste lid, komen voor subsidie in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn aan voorbereiding, coördinatie, uitvoering, evaluatie en kwaliteitsverhoging van de geboden activiteiten. Artikel3:3:2Hoogte subsidie De subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 3:2:1, eerste lid onder a wordt berekend aan de hand van de in bijlage vermelde rekenformule. De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:2:1, eerste lid onder b bedraagt bij groepen van maximaal 16 leerlingen ten hoogste € 8,00 per leerling per uur programma (exclusief pauze). Indien de groep uit meer dan 16 leerlingen bestaat, wordt het bedrag naar rato verlaagd. De subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 3:2:1, tweede lid onder b1 en b2 bedraagt ten hoogste: € 44.000,00 voor een voltijdse schakelklas/opvanggroep, waarin de leerlingen minimaal 880 uur per schooljaar les in de schakelklas/opvanggroep krijgen; € 22.000,00 voor een deeltijd schakelklas/opvanggroep, waarin de leerlingen minimaal 440 uur per schooljaar en minimaal 4 dagdelen per week les in de schakelklas/opvanggroep krijgen; € 22.000,00 voor een groepjes-schakelklas/opvanggroep, waarin de school in totaal minimaal 440 uur per schooljaar – voor kleine groepjes leerlingen en volgens een vast rooster - les in de schakelklas/opvanggroep verzorgt; € 15.500,00 voor een schakelklas, waarin de school na schooltijd in totaal minimaal 120 uur per schooljaar intensief taalonderwijs verzorgt. De subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 3:2:1, tweede lid onder b3 bedraagt bij groepen van maximaal 16 leerlingen ten hoogste: € 11,00 per leerling per uur programma (exclusief pauze) voor de eerste 30 leerlingen; € 8,50 per leerling per uur programma (exclusief pauze) voor de 31e en elke volgende leerling. Indien de groep uit meer dan 16 leerlingen bestaat, wordt het bedrag naar rato verlaagd. De subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 3:2:1, tweede lid onder b4 bedraagt ten hoogste: € 11,00 per leerling per uur programma (exclusief pauze) voor de eerste 60 leerlingen; € 8,50 per leerling per uur programma (exclusief pauze) voor de 61e en elke volgende leerling. Er wordt voor maximaal 50 uur subsidie verleend. Hoofdstuk4Brede buurtschool activiteiten op scholen zonder vve §1Algemeen Artikel4:1:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder brede buurtschool activiteiten: activiteiten die extra of verrijkend zijn ten opzichte van het reguliere onderwijsaanbod, in de vorm van: een educatief, cursorisch naschools aanbod, dat gericht is op bepaalde vak- of vormingsgebieden; of een verrijkt onderwijsaanbod onder schooltijd, waarbij samengewerkt wordt met één of meerdere scholen en/of brede buurtschoolpartners. Artikel4:1:2Toepassingsbereik Het bepaalde in dit hoofdstuk is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 4:2:1 bedoelde activiteiten. § 2 De activiteiten en de doelgroep Artikel4:2:1Activiteiten Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden voor brede buurtschool activiteiten, gericht op: het ontdekken en ontwikkelen van diverse talenten door leerlingen; het opdoen van nieuwe, bredere of verdiepende kennis of ervaring door leerlingen; versterking van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen; versterking van studievaardigheden van leerlingen. Artikel4:2:2Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan: een bestuur van een niet-vve-school; een bestuur van vooraf door burgemeester en wethouders aangewezen scholen voor speciaal onderwijs met een groot aantal leerlingen met kenmerken van de doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid; de Stichting brede buurtschool Den Haag. §
:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Voor subsidie komen in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn aan voorbereiding, coördinatie, uitvoering, kwaliteitsverbetering en evaluatie van de brede buurtschool activiteiten. Hoofdstuk5Ontwikkeling brede buurtscholen 0-12 (IKC pilots) §1Algemeen Artikel5:1:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -brede buurtschool 0-12 / IKC (=Integraal Kindcentrum): een integrale voorziening voor kinderen van 0 tot 12 jaar, waarin een school voor basisonderwijs, dagopvang, buitenschoolse opvang en eventuele peuterspeelzaal als één organisatie werken of opgaan in een nieuwe organisatie; -buitenschoolse opvang: buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1, onder c van het Besluitkwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen - peuterspeelzaalwerk: peuterspeelzaalwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Artikel5:1:2Toepassingsbereik Het bepaalde in dit hoofdstuk is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 5:2:1, eerste lid, bedoelde activiteiten. §2De activiteiten en de doelgroep Artikel5:2:1Activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van brede buurtscholen 0-12 of het verbeteren van de inhoudelijke aansluiting tussen kinderopvang, onderwijs en peuterspeelzaalwerk, met één of meerdere van onderstaande resultaten: de samenwerkende partners werken volgens een gezamenlijke pedagogische en educatieve visie; het personeel van de verschillende partners werkt – vanuit één aansturing – als één team en maakt optimaal gebruik van elkaars expertise; de samenwerkende partners stemmen inhoudelijk en organisatorisch programma’s en activiteiten op elkaar af zodat doorgaande leer- en ontwikkelingslijnen ontstaan en zij dagarrangementen realiseren voor ouders en leerlingen die dit wensen; de samenwerkende partners realiseren een gezamenlijke zorgstructuur en een gezamenlijk ouderbeleid. 2.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt, indien de aanvraag wordt ingediend namens alle betrokken partners en de aanvraag vóór indiening met deze partners is afgestemd, zowel op de locatie als op bestuurlijk niveau. Artikel5:2:2Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan: een schoolbestuur; een houder van een voorziening voor dagopvang, buitenschoolse opvang of peuterspeelzaal; de Stichting brede buurtschool Den Haag. §
:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Voor subsidie komen in aanmerking de volgende kosten die zijn verbonden aan de in artikel 5:2:1, eerste lid, genoemde activiteiten: tijdelijke extra personele inzet op de locatie; tijdelijke inhuur van specifieke externe deskundigheid. Artikel5:3:2Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal € 40.000,00 per locatie. Hoofdstuk6Sport, bewegen en gezondheid in de brede buurtschool §1Algemeen Artikel6:1:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: jeugdsportcoördinator: gediplomeerde trainer van een sportvereniging, die: in dienst is bij de stichting Werkgever Sportclubs Den Haag (WSDH); en zich deels bezig houdt met het versterken van de jeugdafdeling van de sportvereniging; leerkansenprofiel (LKP): het leerkansenprofiel als bedoeld in artikel 3:1:1 van deze regeling; schoolsportclub s(b)o: voorziening op een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs waardoor leerlingen die niet kunnen deelnemen aan het reguliere sportaanbod, wekelijks via school kunnen sporten en bewegen in clubverband en leren hoe een (sport)vereniging werkt; schoolsportcoördinator: vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding die naast het verzorgen van bewegingsonderwijs verantwoordelijk is voor de coördinatie en deels uitvoering van programma’s op het gebied van sport, bewegen en gezondheid. Dit doet hij samen met (sport)partners uit de buurt; schoolsportvereniging: een samenwerkingsverband tussen verschillende scholen, sportverenigingen en andere organisaties uit de wijk gericht op het organiseren van een gevarieerd programma voor sport, bewegen en gezondheid en alternatieve vormen van lidmaatschap. Artikel6:1:2Toepassingsbereik Het bepaalde in dit hoofdstuk is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 6:2:1, eerste lid, genoemde activiteiten. §2De activiteiten en de doelgroep Artikel6:2:1Activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor: een schoolsportcoördinator; een schoolsportvereniging; een schoolsportclub s(b)o. 2. Subsidie voor de activiteit genoemd in het eerste lid onder a, wordt uitsluitend verstrekt indien: de taken van de schoolsportcoördinator worden uitgevoerd door een vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding, tenzij burgemeester en wethouders toestemming hebben gegeven hiervan af te wijken; het beleid van de school erop gericht is dat de groepen 3 tot en met 8 minimaal twee keer in de week bewegingsonderwijs krijgen van een vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding; de school naast de aanvraag in het onderwijsloket een sportschema invult op www.schoolsportcoördinator.nl de extra uren van de schoolsportcoördinator leiden tot hetzelfde aantal extra uren sport en bewegen; gebruik wordt gemaakt van het aanbod van jeugdsportcoördinatoren, tenzij burgemeester en wethouders toestemming hebben gegeven hiervan af te wijken; en een school met leerkansenprofiel de uren schoolsportcoördinator inzet om: onder schooltijd een derde uur sport- of bewegingsonderwijs door een vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding te realiseren; of een naschools sport- en bewegingsprogramma te organiseren. 3.Subsidie voor de activiteit, genoemd in het eerste lid onder b, wordt uitsluitend verstrekt indien: sprake is van samenwerking tussen schoolbesturen, sportverenigingen en andere organisaties uit een wijk, gericht op het organiseren van een gevarieerd programma voor sport, bewegen en gezondheid en op het bieden van een alternatief voor lidmaatschap van reguliere sportverenigingen; en jaarlijks een sportplan met begroting wordt opgesteld, waarin beschreven staat hoe de schoolsportvereniging wordt georganiseerd, welke activiteiten er plaatsvinden, welke scholen en sportverenigingen worden bereikt en hoeveel leerlingen extra bereikt worden. Ook wordt de relatie met de inzet van de schoolsportcoördinator in het plan weergegeven. 4.Subsidie voor de activiteit, genoemd in het eerste lid onder c, wordt uitsluitend verstrekt indien: leerlingen die niet kunnen deelnemen aan het reguliere sportaanbod, via de schoolsportclub s(b)o structureel kunnen sporten en bewegen; het sporten plaatsvindt direct na schooltijd; er een aanbod is van diverse sportmogelijkheden; de lessen worden gegeven door een gediplomeerde vakleerkracht lichamelijke opvoeding; het sporten plaatsvindt in de eigen sportaccommodatie van de school of een accommodatie in de buurt van de school; en jaarlijks een sportplan met begroting wordt opgesteld, waarin beschreven staat hoe de schoolsportclub s(b)o wordt georganiseerd, welke activiteiten er plaatsvinden, welke scholen en sportverenigingen worden bereikt en hoeveel leerlingen extra bereikt worden. Artikel6:2:2Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een schoolbestuur. §
:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Van de activiteit, genoemd in artikel 6:2:1, eerste lid, onder a, komen voor subsidie in aanmerking de kosten van de inzet van de vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding voor zijn taken als schoolsportcoördinator. 2.Van de activiteit, genoemd in artikel 6:2:1, eerste lid, onder b, komen voor subsidie in aanmerking : de kosten voor de extra inzet van de vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding; de kosten voor inhuur van externe trainers met een maximum van € 36,05 per uur; de kosten voor huur van extra accommodatie; de kosten voor materialen; de kosten voor PR-activiteiten.
:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn aan de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 7:2:1. Artikel7:3:2Hoogte subsidie De subsidie bedraagt maximaal € 10.763,00 per Samenspelgroep. Hoofdstuk 8 Voor- en vroegschoolse educatie §1Algemene bepalingen Artikel8:1:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: doelgroepkind vve: een kind dat tussen de 2,5 en 6 jaar oud is en minimaal aan één van de volgende criteria voldoet: het kind heeft op basis van de gewichtenregeling geldend op 1 oktober 2008 een leerlinggewicht(en daarmee een verhoogd risico op een taalachterstand); de ouders van het kind zijn inburgeraars, als gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, sub b van de Wet Inburgering; er is een (taal-)ontwikkelingsachterstand, of een risico hierop, vastgesteld en deze achterstand is niet te wijten aan in het kind gelegen factoren; het kind kan door het consultatiebureau, mede op basis van het Balansmodel van Bakker, aangemerkt worden als doelgroepkind, omdat het om (een) andere reden(
:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn aan de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 8:2:1, eerste lid. Artikel8:3:2Hoogte subsidie 1.Een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 8:2:1, eerste lid onder a, bedraagt maximaal de normbedragen als opgenomen in het onderwijsloket. Deze zijn gebaseerd op de in het onderwijsloket opgenomen richtlijn ‘Normering vve-subsidie, toelichting en opbouw model’
:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn aan de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 9:2:1, eerste lid. Artikel9:3:2Hoogte van de subsidie 1.Een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 9:2:1, eerste lid onder a, bedraagt maximaal € 1.750,00 per persoon voor individuele leerkrachten of schoolleiders of maximaal € 7.000,00 voor het opstarten van een professionele leergemeenschap. 2.Een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 9:2:1, eerste lid onder b, bedraagt maximaal € 15.000,00 per school. Hoofdstuk10Internationalisering §1Algemeen Artikel10:1:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: internationaliseringsprojecten: activiteiten die bijdragen aan de internationalisering van het onderwijs en in het teken staan van vrede en mensenrechten, intercultureel leren en/of wereldburgerschap; pilot TPO (tweetalig primair onderwijs): de pilot tweetalig primair onderwijs, als beschreven in de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, d.d. 10 juli 2013, referentie 523470; vvto (vroeg vreemdetalenonderwijs): extra uren vreemde talenonderwijs die scholen aan hun leerlingen aanbieden, meestal al vanaf groep 1. Het gaat daarbij om Engels, Duits of Frans. Artikel10:1:2Toepassingsbereik Het bepaalde in dit hoofdstuk is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 10:2:1, eerste lid, bedoelde activiteiten. §2De activiteiten en de doelgroep Artikel10:2:1Activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan een of meer van de volgende doelen: de (verdere) ontwikkeling van tweetalig onderwijs binnen het primair onderwijs; samenwerking tussen reguliere en internationale scholen in Den Haag leerlingen komen in aanraking met de internationale dimensies van Den Haag als stad van Vrede en Recht. 2.Subsidie voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt uitsluitend verstrekt indien de activiteiten bijdragen aan de start of uitbreiding van vvto of aan succesvolle deelname aan de pilot TPO. 3.Subsidie voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder b en c wordt uitsluitend verstrekt indien: de activiteit een internationaal aspect bevat en bijdraagt aan internationalisering van het primaire onderwijs; de activiteit aantoonbaar gebruik maakt van het internationaal klimaat dat Den Haag kenmerkt; en de aanvrager zelf een deel van de kosten van de activiteiten voor zijn rekening neemt. Artikel10:2:2Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een schoolbestuur. §
:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Voor activiteiten genoemd in artikel 10:2:1, eerste lid, onder a, komen voor subsidie in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn aan de voorbereiding, coördinatie, uitvoering, evaluatie en deskundigheidsbevordering. 2.Van activiteiten genoemd in artikel 10:2:1, eerste lid, onder b en c, komen voor subsidie in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn aan uitvoering van de activiteiten. Artikel10:3:2Hoogte van de subsidie Een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 10:2:1, eerste lid, onder b en c, bedraagt maximaal € 10.000,00 per school. Hoofdstuk11Veiligheid op school §1Algemeen Artikel11:1:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder schoolveiligheid: een veilige omgeving in en om de school voor scholieren en onderwijspersoneel waardoor op school een prettige sfeer heerst en incidenten worden voorkomen. Artikel11:1:2Toepassingsbereik Het bepaalde in dit hoofdstuk is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 11:2:1, eerste lid, bedoelde activiteiten. §2De activiteiten en de doelgroep Artikel11:2:1Activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor: activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelen en ambities op het thema schoolveiligheid uit het Actieplan Veilige School 2015-2018; .professionalisering van scholen op het gebied van schoolveiligheid. 2.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien: de school een visie heeft op schoolveiligheid en hier actief beleid op voert; uit het integrale plan blijkt hoe het resultaat van de activiteit wordt geborgd; en de rolverdeling tussen samenwerkende partners duidelijk is, indien de aanvraag wordt ingediend door samenwerkende partners. Artikel11:2:2Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een schoolbestuur. §
:3:1Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Voor subsidie komen in aanmerking de redelijk gemaakte incidentele kosten die zijn verbonden aan scholing en materiaal. Artikel11:3:2Hoogte van de subsidie De subsidie bedrag maximaal € 5.000,00 per locatie. Hoofdstuk12Slotbepalingen Artikel12:1Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in de artikelen 2:2:1, tweede en derde lid, artikel 3:2:1, derde tot en met zevende lid, artikel 6:2:1, tweede tot en met vierde lid, artikel 7:2:1, tweede lid, artikel 8:2:1, tweede en derde lid en artikel 9:2:1, tweede lid, voor zover toepassing ervan gelet op het belang van realisatie van de ambities uit de Haagse Educatieve Agenda 2014-2018 “Kwaliteit als kompas” leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel12:2Slotbepalingen 1.Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 15 september 2015. 2.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling integrale plannen primair onderwijs en voorscholen Den Haag 2015. Bijlage Rekenformule voor LKP op grond van art. 3:3:2, eerste lid Berekening subsidiebedrag LKPDit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: L = E + F + G + H, waarbij E = Vast bedrag van €55.000 voor o.a. coördinatie, (inhoudelijke) aansturing en afstemming F = Uitvoering LKP : bedrag per leerling, dat als volgt is bepaald: 0,25 fte per groep van 16 leerlingen (alleen voor SBO wordt 13,5 leerling per groep gerekend), waarbij gerekend wordt met de gemiddelde personeelslast voor een leerkracht. G = Kosten activiteiten en materiaal: 20 euro per leerling H = Kosten voor materiële instandhouding: volgens onderstaande formule H = A x B x D, C waarbij: A = de bruto vloeroppervlakte (bvo) als genoemd in tabel 1 van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015, welke gerelateerd is aan het aantal groepen leerlingen, waarop aanspraak bestaat op basis van het aantal leerlingen op de laatste wettelijke teldatum voorafgaand aan het betreffende bekostigingsjaar; B = 7,6%, zijnde het percentage van de opslag ter bepaling van de omvang in m², waarvoor bekostiging wordt verstrekt; C = de deelfactor (115m²) ter bepaling van het aantal ruimten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Het verkregen getal na het uitvoeren van de berekening A x B wordt rekenkundig afgerond. C D = het bedrag per ruimte (€ 6.100,00) ter bekostiging van de (extra) exploitatiekosten (M.I.) in verband met LKP. Het aantal leerlingen waarmee voor de subsidieaanvraag LKP voor jaar x wordt gerekend is het aantal leerlingen op 1 oktober van de school in het kalenderjaar x-2 (volgens cijfers DUO). Als de school voor leerjaren 1 tot en met 8 LKP verzorgt, wordt het aantal leerlingen op 1 oktober vermenigvuldigd met 8,5/8 (i.v.m. nieuwe instroom leerjaar 1 in de loop van het schooljaar). Als de school voor een deel van de school LKP verzorgt, wordt naar rato van het aantal deelnemend leerjaren het aantal leerlingen op 1 oktober meegeteld (bijvoorbeeld 5 van de 8 leerjaren, dan aantal 1 oktober x 5/8e). Als de school opvanggroepen voor nieuwkomers heeft, worden er 5 leerlingen per opvanggroep bij het aantal LKP deelnemers opgeteld (vanwege instroom nieuwkomers gedurende het schooljaar). Toelichting op Subsidieregeling integrale plannen primair onderwijs en voorscholen den haag 2015 AlgemeenIn de Haagse Educatieve Agenda 2014-2018 “Kwaliteit als kompas” (hierna: HEA) staat het voornemen van het college om zoveel mogelijk over te gaan op een werkwijze waarbij integrale plannen van scholen en voorscholen als basis dienen voor subsidieverstrekking. Met een integraal plan bedoelen we een vierjarig beleids- en activiteitenplan van een school en/of een voorschool, waarbij de ambities uit de HEA centraal staan. Het voordeel is dat aanvragers dan geen separate plannen voor afzonderlijke subsidies hoeven op te stellen. De administratieve last van de scholen en andere subsidie-aanvragers wordt daarmee verlaagd. Er is voor gekozen dit allereerst in het primair onderwijs en voor voorscholen toe te passen, door vaststelling van deze “Subsidieregeling integrale plannen primair onderwijs en voorscholen Den Haag 2015”. De volgende principes staan centraal bij de werkwijze met ‘integrale plannen’: de locatie van de school en de voorschool staat centraal: zo kunnen beleid en activiteiten optimaal aansluiten bij de populatie, visie en organisatie van de betreffende (voor)school; een samenwerkende school en voorschool dienen hetzelfde integrale plan in, waarbij minimaal de onderdelen ‘analyse populatie en omgeving van de (voor)school’, ‘voor- en vroegschoolse educatie’, ‘toeleiding naar voor- en vroegschoolse educatie’ en ‘ouderbetrokkenheid’ gezamenlijk zijn uitgewerkt. Dit doet recht aan het Haagse vve-beleid om een doorgaande lijn voor 2,5- tot 12-jarigen te creëren. Subsidieverstrekking wordt minder direct aan specifieke activiteiten gekoppeld, maar eerder aan de bredere doelstellingen uit de integrale plannen (en de HEA). Dit leidt tot meer flexibiliteit in de keuze van activiteiten die passen bij de doelen en bij de (voor)schoolpopulatie, -visie en –organisatie. Besturen van scholen en andere instellingen hebben de behoefte geuit om subsidies meer ontkokerd te kunnen inzetten. In deze regeling is het principe vastgelegd dat het college subsidie verstrekt voor uitvoering van een integraal plan op een bepaalde locatie, waarbij het voor schoolbesturen is toegestaan om met subsidiegelden tussen de activiteiten op die ene locatie te schuiven, mits het plan wordt gerealiseerd. Voor niet-schoolbesturen geldt, dat zij de subsidiegelden niet tussen de activiteiten of kostensoorten mogen schuiven, maar wel tussen de verschillende locaties. Onder de werking van deze subsidieregeling vallen subsidies die worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van: ouderbetrokkenheid; extra en intensieve leertijd op scholen die vroegschoolse educatie aanbieden, de zogenaamde “vve-scholen”; brede buurtschool activiteiten op scholen zonder vroegschool; de ontwikkeling van brede buurtscholen 0-12 (pilots integrale kindcentra); sport in de brede buurtschool; toeleiding van kinderen naar voor- en vroegschoolse educatie (vve) via Samenspel; voor- en vroegschoolse educatie; professionele ontwikkeling; internationalisering(sprojecten); schoolveiligheid. Al deze thema’s maken in beginsel deel uit van het integrale plan. JuridischPer 1 juli 2014 is de Algemene Subsidieverordening Den Haag 2014 (hierna: ASV) van kracht. Alle subsidieverstrekking , behalve die aan schoolbesturen, valt sindsdien onder de werking van de ASV. Op grond van de ASV heeft het college op 25 november 2014 de Subsidieregeling Onderwijsbeleid Den Haag 2014 vastgesteld, die in werking is getreden op 1 december 2014. Deze regeling geldt voor alle subsidieverstrekking ten behoeve van activiteiten die bijdragen aan het bereiken van ambities uit de HEA, tenzij het college een specifieke regeling heeft vastgesteld. Voor subsidieverstrekking aan schoolbesturen geldt de Verordening personele en materiële voorzieningen onderwijs gemeente Den Haag 2014 (hierna: PersMat). Het feit dat voor enerzijds schoolbesturen en anderzijds overige organisaties verschillende regelgeving geldt, heeft te maken met onderwijswetgeving die voorschrijft dat de gemeenteraad bij verordening regels moet vaststellen indien de gemeente zelf geen openbare scholen in stand houdt maar wel uitgaven wil doen voor het onderwijs aan scholen, welke uitgaven niet door het Rijk worden bekostigd. Zonder een daartoe vastgestelde specifieke verordening is het dus niet toegestaan subsidies aan scholen te verstrekken. De “Subsidieregeling integrale plannen primair onderwijs en voorscholen Den Haag 2015” geldt zowel voor schoolbesturen als besturen van overige instellingen. Daarom is de juridische basis te vinden in de ASV en in PersMat. Hoofdstuk 1 AlgemeenDe bepalingen die in dit algemene hoofdstuk staan, gelden voor alle subsidies die in de daarna volgende hoofdstukken worden vermeld. In diverse artikelen worden bepalingen uit PersMat eveneens van toepassing verklaard op subsidieverstrekking aan niet-schoolbesturen. Artikel 1:1:1 BegripsomschrijvingenEr is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij wettelijke begrippen. Basisschool:In artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO) wordt basisschool omschreven als: een school waar basisonderwijs word gegeven, niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs. Dagopvang:In artikel 1 onder d van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen wordt dagopvang omschreven als: kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen. Houder:In artikel 1.1. van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna: Wko), wordt houder omschreven als: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum of een gastouderbureau exploiteert; de gastouder die een voorziening voor gastouderopvang exploiteert. Overigens kunnen gastouders en gastouderbureaus geen subsidie aanvragen op grond van deze regeling. Dat volgt uit de specifieke eisen van de afzonderlijke hoofdstukken. Kinderopvang: In artikel 1.1 van de Wko, wordt kinderopvang omschreven als: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. Locatie:Hier hebben we gekozen voor de eenheid die een integraal plan indient. In het geval dat een school een structurele samenwerking heeft met één of meerdere voorscholen, werken zij het plan (in ieder geval op een aantal onderdelen) gezamenlijk uit en dienen zij hetzelfde integrale plan in als onderlegger bij de subsidieaanvraag. Voor een school zonder vroegschoolse educatie, is de opsteller van het integrale plan alleen de school. Er zijn ook enkele dagverblijven, die wel voorschoolse educatie aanbieden, maar geen structurele samenwerking hebben met een school. Deze voorscholen stellen zelfstandig een integraal plan op. Niet-schoolbestuur:In het kader van deze regeling kunnen niet-schoolbesturen zijn: de houders van centra voor dagopvang, buitenschoolse opvang of peuterspeelzaalwerk en de Stichting brede buurtschool Den Haag. Onderwijsloket:In artikel 1, sub e van PersMat wordt het onderwijsloket omschreven als: de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen of aan te wijzen en verplicht te gebruiken elektronische weg of systeem voor gegevensverwerking, zoals bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, via welke elektronisch berichten tussen het bevoegde gezag en burgemeester en wethouders kunnen worden gezonden ter zake de gehele of gedeeltelijke toepassing van deze verordening, zoals het indienen van aanvragen en het verschaffen van gegevens en bescheiden als bedoeld in onder meer artikel 6 van deze verordening. Indien een bericht, anders dan door technische storingen, niet via het onderwijsloket kan worden verstuurd, hebben burgemeester en wethouders daarmee aangegeven dat de elektronische weg, voor wat betreft het aan dat bericht ten grondslag liggende gedeelte van deze verordening, niet is geopend zoals bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, er voor de verzending van dat bericht geen gebruik van het onderwijsloket kan, noch mag, worden gemaakt en dat het bericht schriftelijk dient te worden verzonden. Onverminderd het voorgaande, kunnen burgemeester en wethouders in het onderwijsloket aangeven, dat ter nadere toelichting of aanvulling op het elektronische bericht, naast of in plaats van uitsluitend elektronische verzending, een schriftelijk bericht is toegestaan of is verplicht.Ouders:In artikel 1 van de WPO en in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra (hierna: WEC) wordt ouders omschreven als: ouders, voogden of verzorgers. Peuterspeelzaal:In artikel 2.1 van de Wko wordt peuterspeelzaal omschreven als: voorziening waar peuterspeelzaalwerk platsvindt, anders dan gastouderopvang of kinderopvang in een kindercentrum. Primair onderwijs:Dit is de overkoepelende term voor onderwijs aan kinderen in de leeftijd van ongeveer vier jaar tot ongeveer twaalf jaar. School:In artikel 1 WPO wordt school omschreven als: een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs. In artikel 1 WEC wordt school omschreven als: een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder f, h, j, k, m of n, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, tenzij het tegendeel blijkt. Speciale school voor basisonderwijs: In artikel 1 van de WPO wordt speciale school voor basisonderwijs omschreven als: een school waar basisonderwijs wordt gegeven aan kinderen voor wie vaststaat dat overwegend een zodanig orthopedagogische en orthodidactische benadering aangewezen is, dat zij althans gedurende enige tijd op een speciale school voor basisonderwijs moeten worden opgevangen. Voorschoolse educatie:In de artikelen 1.1 en 2.1 van de Wko wordt voorschoolse educatie omschreven als: uitvoering van een door het college gesubsidieerd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten. Vroegschoolse educatie: In artikel 1 van de WPO wordt vroegschoolse educatie omschreven als: uitvoering van een programma, gericht op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes doorstromen in het basisonderwijs, dat wordt verzorgd in groep 1 en 2 van een basisschool als vervolg op de voorschoolse educatie, bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Artikel 1:2:1In dit artikel wordt expliciet de link gelegd met het beleid als neergelegd in de Haagse Educatieve Agenda 2014-2018 “Kwaliteit als kompas” en verder uitgewerkt in diverse beleidsnota’s, protocollen, convenanten en bestuursafspraken. Een aantal beleidsnota’s zijn op dit moment nog in ontwikkeling en worden naar verwachting in de loop van 2015 vastgesteld, bijvoorbeeld de Actieagenda Professionele Ontwikkeling 2015-2018, het Actieplan Veilige School 2015-2018 en het Beleidskader Samenspel gemeente Den Haag. Te zijner tijd zal de regeling hierop worden aangepast. Artikel 1:3:5In dit artikel is het principe neergelegd dat burgemeester en wethouders subsidie verlenen voor realisatie van het integrale plan. Daarbij wordt aan de schoolbesturen de vrijheid gegeven om subsidie die verleend is voor een bepaalde activiteit uit het integrale plan, te besteden aan andere activiteiten uit het plan. Dit komt tegemoet enerzijds tegemoet aan de wens van schoolbesturen om de gemeentelijke subsidiegelden flexibeler in te kunnen zetten en anderzijds aan het belang dat het college hecht aan realisatie van het totale plan. Voorwaarde voor het schuiven met gelden is dus wel dat het totale plan wordt gerealiseerd. Voor subsidie die voor sportactiviteiten wordt verleend (hoofdstuk 6) wordt een uitzondering gemaakt. De reden hiervoor is dat deze gelden apart naar het rijk verantwoord moeten worden. Artikel 1:3:6In tegenstelling tot schoolbesturen, is het niet-schoolbesturen juist wel toegestaan om - per activiteit - met subsidiegelden tussen de locaties te schuiven. De reden hiervoor is dat niet-schoolbesturen deze activiteiten veelal als kernactiviteit van de organisatie uitvoeren. Het verantwoorden per locatie zou het schaalvoordeel van de organisatie als geheel schaden. Volledigheidshalve merken wij op dat het voor niet-schoolbesturen op grond van artikel 17 van de ASV niet is toegestaan om, als exploitatiesubsidie wordt verleend, de subsidie van de ene naar de andere kostensoort over te hevelen Artikel 1:3:7Op basis van deze regeling wordt onder meer subsidie verstrekt uit gelden die de gemeente van het rijk ontvangt in het kader van onderwijsachterstandenbeleid. Dit geldt met name voor subsidies zoals beschreven in de hoofdstukken 2, 3, 7 en 8. Daarom zullen burgemeester en wethouders bij de subsidieverlening altijd rekening houden met het bereik van de doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid. Indicatoren die daarbij een rol spelen zijn: het aanbieden van voor- en vroegschoolse educatie; het percentage leerlingen van de school met een ‘leerlinggewicht’(zie artikel 27 besluit bekostiging WPO); het aantal groepen op de voorschool; het aantal doelgroepkinderen vve (zie hoofdstuk 7 en 8). Een (voor)school die bezocht wordt door meer leerlingen uit de doelgroep, kan daarom in beginsel aanspraak maken op meer subsidie dan eenzelfde (voor)school die minder leerlingen uit de doelgroep bedient. Artikel 1:3:8Het eerste lid is de bepaling uit de model-subsidieregeling. In het tweede lid is expliciet aangegeven dat subsidieaanvragen van een samenwerkende school en voorschool alleen gehonoreerd kunnen worden als er sprake is van een (op onderdelen) gezamenlijk uitgewerkt integraal plan inclusief begroting. Artikel 1:4:1Op grond van artikel 2.27 van de Wko kunnen geen bestuurlijke boetes worden opgelegd aan gesubsidieerde peuterspeelzalen. Uit de toelichting op dit artikel blijkt dat de wetgever voor ogen stond dat bij gesubsidieerde peuterspeelzalen wordt ingegrepen in de subsidiesfeer. Artikel 1:4:1, sub a van de regeling biedt hiervoor de juridische basis. Artikel 1:4:2Een schoolbestuur heeft niet alleen te maken met kosten die op de locatie zelf worden gemaakt voor de uitvoering van het integrale plan, maar ook met kosten die wel toegerekend kunnen worden aan de uitvoering van integrale plannen, maar die bovenschools worden gemaakt. Daarbij kan gedacht worden aan kosten van administratieve afhandeling en de kosten van het personeel dat tot de centrale staf van het schoolbestuur behoort. In het eerste lid is bepaald dat dergelijke kosten bij de aanvraag tot subsidievaststelling ook verantwoord kunnen worden als kosten voor de uitvoering van integrale plannen op de locatie(s). Het tweede lid geeft schoolbesturen de mogelijkheid om overschotten op de ene locatie tot een maximum van 5% van het verleende bedrag voor die locatie bij de verantwoording van de subsidies te gebruiken voor het dekken van tekorten t.b.v. de uitvoering van het integrale plan op (een) andere locatie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.