Verordening Tegenprestatie Participatiewet Zaanstad 2015De raad van de gemeente Zaanstad gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014, nr. 2014/219130; gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet; overwegende dat de gemeenteraad op grond van artikel 8a, lid 1 onderdeel b van de Participatiewet bij verordening regels stelt met betrekking tot het opdragen van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, lid1, onderdeel c van de Participatiewet; BESLUIT vast te stellen de hierna volgende “Verordening Tegenprestatie Participatiewet Zaanstad 2015 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: 1.belanghebbenden: personen die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet. 2.mantelzorg: zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Hoofdstuk2De tegenprestatie naar vermogen Artikel2.Inhoud van een tegenprestatie 1.Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument; worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en niet leiden tot verdringing. 2.Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. Artikel3.Het opdragen van een tegenprestatie Het college kan aan belanghebbenden een tegenprestatie opdragen. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende; de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende; de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende; het feit dat een belanghebbende al maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk verricht; het feit dat belanghebbende al re-integratieactiviteiten verricht; In afwijking van het eerste lid draagt het college geen tegenprestatie op aan de belanghebbende die: aantoonbaar re-integratie activiteiten verricht en de afspraken vastgelegd in het plan van aanpak nakomt. aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar aard en omvang vergelijkbaar is met een tegenprestatie als bedoeld in deze verordening. mantelzorg verricht voor zover het verrichten van die mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is. Een indicatie heeft voor groepsgewijze begeleiding op grond van de Algemene wet bijzondere ziektekosten, dan wel een beschikking voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo waarbij in het arrangement een element van dagbesteding is opgenomen. een indicatie heeft voor beschut werk. Het college kan bij dringende redenen in individuele gevallen een tijdelijke ontheffing verlenen van de verplichting om een opgedragen tegenprestatie te verrichten. Artikel4.Duur en omvang van een tegenprestatie 1.De tegenprestatie heeft in beginsel een omvang van minimaal 8 uren per week. 2.De tegenprestatie heeft een omvang van maximaal 16 uur per week en maximaal 208 uur. 3.De duur van de tegenprestatie is maximaal zes maanden. 4.De tegenprestatie kan binnen een periode van 12 maanden eenmaal worden opgedragen. Artikel5.Geen werkzaamheden voorhanden 1.Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. 2.Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat geen werkzaamheden voorhanden zijn, beoordeelt het college binnen 6 maanden of op dat moment wel werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel6.Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid. Artikel7.Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie Participatiewet Zaanstad 2015. Algemenetoelichting VerordeningtegenprestatieParticipatiewetZaanstad 2015 Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. Een belanghebbende van achttien jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag van melding gehouden naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit is vastgelegd in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Tegenprestatie als sluitstuk Omdat we de prioriteit leggen bij re-integratie naar de reguliere arbeidsmarkt én omdat we uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van iedereen, zetten we het wettelijk instrument tegenprestatie in Zaanstad alleen in als een sluitstuk. We beginnen met afspraken over re-integratie met de mensen die naar de arbeidsmarkt kunnen terugkeren. Of met afspraken over maatschappelijke participatie met mensen voor wie dat (nog) niet aan de orde is. Het wettelijke instrument ‘tegenprestatie’ wordt pas ingezet als mensen niet uit zichzelf , naar vermogen, op een of andere wijze participeren en daarmee iets terug doen voor hun uitkering. De kandidaat heeft zelf invloed op de inhoud en de vorm van re-integreren en participeren. Hiermee willen wij de eigen verantwoordelijkheid en eigen initiatief stimuleren: wat doe ík terug voor mijn uitkering? En het is de beste manier om aan te sluiten bij wat iemand kan en wil. De omvang van de activiteiten hangen af van iemands vermogen. Als er een goed plan ligt en de kandidaat komt zijn/haar afspraken na, dan hoeven we het wettelijke instrument ‘tegenprestatie’ niet in te zetten. Individuele omstandigheden Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen. Als het college een tegenprestatie vraagt van belang-hebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht wordt (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649, CLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). Geentegenprestatie Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet). Afstemmen Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van de tegenprestatie dat de bijstand kan worden verlaagd overeenkomstig de gemeentelijke maatregelverordening. Bevoegdheidopdragen tegenprestatie De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29). Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot doel de re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 49-50). De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratie-instrument. Voorts mag een tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van re-Integratie inspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt geldt werk boven uitkering. Verordeningsplicht De Wet maatregelen WWB legt de gemeenteraad de verplichting op om bij verordening regels vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie aan mensen met een bijstands-uitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordenings- opdracht is neergelegd in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet. Het is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie te regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Ontwikkelen beleiddoor college Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. Artikelsgewijze toelichting Verordening tegenprestatie Artikel1.Begrippen Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. Mantelzorg In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van mantelzorg. Deze begripsbepaling is gebaseerd op het begrip zoals dat wordt gehanteerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (zie artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning). Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Het begrip 'mantelzorg' is van belang omdat artikel 3 van deze verordening bepaalt dat het college geen tegenprestatie opdraagt indien een belanghebbende mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is. Uit kamerstukken met betrekking tot het begrip 'mantelzorg' zoals neergelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning volgt dat de vier belangrijkste kenmerken van mantelzorg zijn: er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvrager en de zorgverlener; mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd verband het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze; het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar. Deze kenmerken zijn ontleend aan diverse kamerstukken zoals TK 2004-2005, 30 169, nr. 1 (Notitie "De mantelzorger in beeld") en TK 2005-2006, 30 131, nr. C. Voor mantelzorg is vereist dat de verleende zorg de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning hanteren gemeenten veelal het protocol Gebruikelijke Zorg van het Centrum Indicatiestelling Zorg om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke zorg. Voor de uitleg van wat onder gebruikelijke zorg kan worden aangesloten bij de definitie van gebruikelijke zorg in het protocol Gebruikelijke Zorg. Gebruikelijke zorg wordt in dat Protocol als volgt omschreven: de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Artikel2.Inhoud van een tegenprestatie Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen. Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem wordt verwacht (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). Additioneleonbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden In artikel 2, eerste lid, van deze verordening is bepaald dat de tegenprestatie onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden betreffen die additioneel van aard zijn. De maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie dienen zich te onderscheiden van werkzaamheden die door de reguliere arbeidsmarkt verricht worden. Het onderscheid tussen betaalde en onbetaalde werkzaamheden is afhankelijk van onder meer economische factoren en van keuzes die mede op basis daarvan door het bedrijfsleven en/of de overheid worden gemaakt (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 30). Werkzaamheden diekunnen worden ingezet Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden voldoen aan de in artikel 2, eerste lid, van deze verordening genoemde voorwaarden. Dit betekent dat de als tegenprestatie in te zetten werkzaamheid:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.