Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp RijnmondHOOFDSTUK 1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: ‘de regeling’: de Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond; ‘het lichaam’: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 2; ‘de gemeente’: een aan deze regeling deelnemende gemeente; ‘subregio’: cluster van twee of meer gemeenten; ‘colleges’: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; ‘bovenlokale taken’: gemeentelijke taken in het kader van de Jeugdwet waarvan de deelnemende colleges hebben vastgesteld dat deze in gezamenlijkheid worden uitgevoerd; ‘de uitvoerende gemeente’: de door het algemeen bestuur aangewezen gemeente die in opdracht van en namens het algemeen of dagelijks bestuur belast is met de uitvoering van bovenlokale taken. Artikel2Het openbaar lichaam 1.Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Het is gevestigd te Rotterdam. 2.Het rechtsgebied van het lichaam omvat het grondgebied van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne. Met dien verstande dat met ingang van 1 januari 2015 de gemeenten Bernisse en Spijkenisse samengaan in de gemeente Nissewaard. HOOFDSTUKIIDOELSTELLING EN TAKEN Artikel3 Doelstelling Het lichaam heeft tot doel te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken, met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet. Artikel4Taken In het kader van de doelstelling heeft het lichaam de volgende taken: het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; de jeugdhulp omvat de uitvoering van gesloten jeugdhulp, crisiszorg, pleegzorg, residentiële, intramurale zorg en/of specialistische zorg voor jeugdigen; de taken worden uitgevoerd met inachtneming van de afspraken die hierover op bovenregionaal of landelijk niveau zijn of worden gemaakt; het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. HOOFDSTUKIIIHET ALGEMEEN BESTUUR Artikel5Samenstelling 1.Elk deelnemend college wijst uit zijn midden één lid en één plaatsvervangend lid aan voor het algemeen bestuur. 2.Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden het dagelijks bestuur aan. Artikel6 De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van het college. Bij de aanvang van elke zittingsperiode vindt de aanwijzing plaats in een van de eerste vergaderingen van de nieuwe benoemde colleges. De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuw gekozen leden van het algemeen bestuur in functie treden. De leden van het algemeen bestuur treden af op het moment van verlies van het wethouderschap of van het voorzitterschap van het college. Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede de voorzitter van het college dat hen heeft aangewezen, schriftelijk op de hoogte. Onverminderd het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, behouden leden van het algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen, hun lidmaatschap totdat onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. Artikel7Werkwijze Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste drie leden van het algemeen bestuur dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoeken. In het laatste geval vindt de vergadering plaats binnen twee weken. Artikel8 1.Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. 2.Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur wordt te allen tijde gestreefd naar consensus. Indien het op hoofdelijke stemming aankomt, brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die een gemeente vertegenwoordigen waarbij het aantal inwoners van onder de 18 jaar meer is dan 10.000. Zij brengen voor elk volgend 10.000-tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van dertien stemmen per gemeente. 3.Voor de toepassing van het tweede lid gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 j anuari van het voorgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers aangehouden. 4.In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet beraadslaagd worden noch een besluit worden genomen over: ) de vaststelling en wijziging van de begroting; ) de vaststelling van de rekening; ) het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of opheffen van de regeling; ) het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan; ) benoeming en ontslag van leden van het dagelijks bestuur. 5.In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan geen besluit worden genomen over het doen van een uitgave voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgave is geraamd, is goedgekeurd. Artikel9 Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, alsmede een wijziging hiervan, wordt ter kennisneming aan de gemeenten toegezonden. Artikel10 Bevoegdheden Het algemeen bestuur wijst de uitvoerende gemeente aan, besluit over de omvang van de inzet door de uitvoerende gemeente en de wijze waarop de hiermee gemoeide kosten worden doorberekend aan de gemeenten (de verrekeningssystematiek) voor de vaststelling van hun financiële bijdrage. Het algemeen bestuur besluit met unanimiteit van stemmen over de verrekeningssystematiek voor de vaststelling van de financiële bijdragen. Het algemeen bestuur neemt een apart besluit met unanimiteit van stemmen over de omvang van de inzet door de uitvoerende gemeente (inclusief de inzet van de secretaris). Op basis hiervan wordt een overeenkomst met de uitvoerende gemeente aangegaan en worden bijbehorende mandaten en machtigingen verleend. Bij dit besluit heeft het lid dat namens de uitvoerende gemeente in het bestuur zit geen stemrecht. Verder behoren alle andere bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen, aan het algemeen bestuur. Artikel11Inlichtingen en verantwoording 1.Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de raad van de gemeente op de in die gemeente gebruikelijke wijze alle inlichtingen die door de raad, of een of meer leden daarvan, worden verlangd. Op gelijke wijze dient het lid aan het college van de desbetreffende gemeente inlichtingen te verschaffen. 2.Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad van de gemeente op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor de wijze waarop het lid de gemeente in dat bestuur heeft vertegenwoordigd. Artikel12 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden en de colleges van de gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden en de colleges van de gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden of colleges worden verlangd. 3.Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de twee vorige leden bepaalde. HOOFDSTUKIVHET DAGELIJKS BESTUUR Artikel13Samenstelling Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en maximaal vier leden, door en uit het algemeen bestuur aangewezen, met dien verstande dat het lid van het algemeen bestuur dat door het college van de gemeente Rotterdam is aangewezen in ieder geval deel uitmaakt van het dagelijks bestuur en dat het dagelijks bestuur voor het overige een afspiegeling vormt van de verschillende subregio’s in het rechtsgebied van het openbaar lichaam. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, vierde lid, vindt het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen, die door ontslag, overlijden of anderszins openvallen, plaats uiterlijk één maand na dat openvallen. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. Artikel14Werkwijze Het dagelijks bestuur vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of ten minste één lid van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt. In het laatste geval vindt de vergadering plaats binnen twee weken. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Dit reglement, alsmede een wijziging hiervan, wordt aan het algemeen bestuur ter kennisneming overgelegd. Artikel15Bevoegdheden Het dagelijks bestuur is belast met: een voortdurend toezicht op al wat het lichaam aangaat; het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd; het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; het voorstaan van de belangen van het lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het lichaam van belang is; het beheer van inkomsten en uitgaven van het lichaam; de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit. de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, overeenkomstig de in het kader van artikel 40 van de Archiefwet 1995 geldende regeling (Archiefverordening) van de uitvoerende gemeente; de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het bestuur van de regeling gedelegeerde taken. Artikel16 Het dagelijks bestuur oefent, voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit en naar door dat bestuur te stellen regels, de aan het algemeen bestuur wettelijk toegekende of krachtens de regeling hem toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering van: het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de rekening; het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig hoofdstuk XI van deze regeling; het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan. Van besluiten van het algemeen bestuur als bedoeld in het eerste lid doet het dagelijks bestuur onverwijld mededeling aan de gemeenten. Artikel17Inlichtingen en verantwoording 1.De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2.Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur alle inlichtingen, die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet. 3.Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet. 4.Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de leden een, twee en drie bepaalde. HOOFDSTUKVDE VOORZITTER Artikel18 Door en uit het algemeen bestuur wordt een voorzitter aangewezen. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de voorzitter. Artikel19Bevoegdheden 1.De voorzitter is belast met het bevorderen van een goede behartiging van de zaken van het gemeenschappelijk openbaar lichaam. 2.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en van het dagelijks bestuur. 3.Hij tekent alle stukken die van het algemeen of van het dagelijks bestuur uitgaan. 4.Voorts is hij, naast het leiden van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur, belast met: het terstond ter tafel brengen van alle tot het algemeen en/of het dagelijks bestuur gerichte brieven en andere stukken in de vergadering van het orgaan tot welks bevoegdheid het nemen van een beslissing omtrent de daarin behandelde zaak behoort; het daadwerkelijk doen uitvoeren van de besluiten van het dagelijks bestuur; het zo nodig instellen van een onderzoek, voordat bepaalde zaken ter overweging en beslissing worden voorgelegd aan het algemeen en/of het dagelijks bestuur. Artikel20 1.De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte. 2.Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een rechtsgeding waarbij het lichaam is betrokken, wordt het lichaam door een ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dit bestuur, vertegenwoordigd. HOOFDSTUKVIAMBTELIJKE ONDERSTEUNING Artikel21De secretaris 1.Het algemeen bestuur beslist op voordracht van het dagelijks bestuur en na afstemming met de uitvoerende gemeente omtrent de benoeming, de schorsing en het ontslag van de secretaris. Het dagelijks bestuur oefent de overige bevoegdheden uit ten aanzien van de secretaris. De secretaris is tevens werkzaam bij de uitvoerende gemeente. De secretaris treft met instemming van het dagelijks bestuur een regeling voor zijn vervanging bij zijn verhindering of ontstentenis. 2.De secretaris is secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur. Hij is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur aanwezig, tenzij het algemeen of het dagelijks bestuur anders beslist. 3.De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede ondertekend. 4.De secretaris wordt in zijn taakuitoefening ondersteund door ambtenaren van de uitvoerende gemeente. 6.Ten behoeve van de voorbereiding van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur en eventueel ingestelde commissies, vindt onder leiding van de secretaris een ambtelijk overleg plaats waaraan wordt deelgenomen vanuit alle gemeenten. Een gemeente kan besluiten dat zij zich hiervoor laat vertegenwoordigen door een ambtenaar van een andere gemeente binnen een subregio. Artikel22 1.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de uitvoerende gemeente. 2.De archivaris van de uitvoerende gemeente is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. HOOFDSTUKVIIEXTERN KLACHTRECHT Artikel23 De ombudsman van de gemeente Rotterdam is bevoegd tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. HOOFDSTUKVIIICOMMISSIES Artikel24 1.Het algemeen bestuur kan commissies van advies aan het algemeen bestuur instellen ten behoeve van de in artikel 4 genoemde taken. 2.Een lid van het dagelijks bestuur fungeert als voorzitter van de commissie. 3.De secretaris fungeert als secretaris van de commissie. 4.De leden van commissies van advies die geen burgemeester of wethouder zijn, kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. HOOFDSTUKIXFINANCIELE BEPALINGEN Artikel25Begroting van het lichaam Het algemeen bestuur stelt één keer per vier jaar ten behoeve van de uitvoering van detaken als bedoeld in artikel 4, sub a, een meerjarenbegroting en -uitvoeringsplan vast, waarbij het eerste jaar samenvalt met het jaar dat volgt het op het jaar waarin de gemeenteverkiezingen worden gehouden.Voor dit besluit is ten minste een tweederde meerderheid van het aantal uit te brengen stemmen vereist. Bij deze begroting wordt dezelfde procedure gevolgd als bij de jaarlijkse in te dienen ontwerpbegrotingen. Uit de meerjarenbegroting blijkt welke systematiek ten grondslag ligt aan de jaarlijkse doorberekening van de kosten die verband houden met de inkoop van jeugdhulp per gemeente. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting en een toelichting van baten en lasten op voor het volgende kalenderjaar. De begroting is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten verband houden met de uitvoering van de bovenlokale taken en de ondersteuning vanuit de uitvoerende gemeente en welk deel daarvan vervolgens aan elke gemeente wordt doorberekend. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, doch uiterlijk vóór 1 mei, toe aan de raden van de gemeenten. Indien het dagelijks bestuur een groei in het benodigd budget voorziet ten gevolge van veranderd beleid, dan wordt dit door het dagelijks bestuur in een separaat voorstel toegelicht. Het dagelijks bestuur legt dit separaat voorstel acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, voor aan de gemeenteraden. Voor de groei in het budget als bedoeld in het vierde lid is een unaniem besluit nodig van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor zij dient. Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de begrotingswijzigingen binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, aan gedeputeerde staten. Het dagelijks bestuur zendt begrotingswijzigingen acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten. Artikel26Rekening van het lichaam 1.Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de rekening met een bijbehorend verslag van het voorgaande jaar op, waarbij per gemeente inzichtelijk wordt gemaakt welke jeugdhulp is geleverd en wat daarvan de kosten waren. 2.Het algemeen bestuur stelt de rekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft. 3.Het dagelijks bestuur zendt de rekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten. HOOFDSTUKX GESCHILLEN Artikel27 In geval van geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zullen partijen trachten deze in eerste instantie op te lossen met behulp van mediation. HOOFDSTUKXITOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel28 Toetreding Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding. Aan toetreding kunnen door het algemeen bestuur bepaalde voorwaarden worden verbonden. Alle colleges van de gemeenten dienen in te stemmen met een besluit tot toetreding en de eventuele voorwaarden die hieraan worden verbonden. Onverminderd het bepaalde in artikel 30, derde lid, gaat toetreding in op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop alle colleges van de gemeenten hebben ingestemd met het besluit tot toetreding, tenzij het algemeen bestuur met instemming van de gemeenten anders bepaalt. Artikel29Uittreding Te allen tijde kan een gemeente besluiten uit deze regeling te treden. Uittreding dient te geschieden bij besluit van het college. De uittreding treedt in werking aan het eind van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het uittredingsbesluit ter kennis is gebracht van het algemeen bestuur of eventueel op een later tijdstip indien een geschil over de uittreding aan de orde is. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de berekeningswijze van de aan een uittredende gemeente toe te rekenen kosten bij uittreding en de wijze waarop deze door de uittredende gemeente worden betaald. Deze toe te rekenen kosten dienen te worden vastgesteld op basis van een advies van een externe accountant en bevatten in ieder geval de volgende elementen: eventueel nog te verrekenen bedragen, uitgaande van de bestaande systematiek voor berekening van financiële bijdrage per gemeente; kosten van de uitvoerende gemeente die redelijkerwijs zijn toe te rekenen aan de uittreding; kosten in verband met mogelijk doorlopende verplichtingen ten aanzien van aanbieders van jeugdhulp tot levering aan de uittredende gemeente; overige frictiekosten die redelijkerwijs zijn toe te rekenen aan de uittreding. Het algemeen bestuur stelt in overleg met de uittredende gemeente en in overeenstemming met de regels genoemd in het tweede lid van dit artikel, ten minste zes maanden voor het tijdstip van uittreding een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de uittreding. Daarbij kan overeen gekomen worden dat de uittredende gemeente bepaalde verplichtingen ten opzichte van derden overneemt, ten einde de kosten van uittreding als bedoeld in het tweede lid te beperken. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, geacht te bestaan. Artikel30Wijziging Een voorstel aan de gemeenten tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door ten minste drie gemeenten. Alle colleges van de gemeenten dienen in te stemmen met een besluit tot wijziging van deze regeling. De wijziging van de regeling treedt niet eerder in werking dan nadat deze door de gemeenten bekend is gemaakt op de in iedere gemeente gebruikelijke wijze. Artikel31Opheffing 1.De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van alle gemeenten. 2.Het algemeen bestuur stelt, de raden van de gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast en regelt de vereffening van het vermogen. 3.De organen van het lichaam blijven, zo nodig, na het tijdstip van de beëindiging in functie totdat de liquidatie is beëindigd. HOOFDSTUKXIIOVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel32Overgangsbepaling Indien en voor zover dit noodzakelijk is met het oog op de invoering van de Jeugdwet en de uitvoering van de bovenlokale taken, heeft het algemeen bestuur de bevoegdheid om namens de gemeenten hiervoor voorbereidende besluiten te nemen. Artikel33Inwerkingtreding Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd en treedt in werking op 1 mei 2014. Het college van de uitvoerende gemeente zorgt voor verzending van de regeling aan gedeputeerde staten. Artikel34Slotbepalingen Twee jaar na de inwerkingtreding van deze regeling, wordt de uitvoering hiervan door het algemeen bestuur geëvalueerd en worden op basis hiervan zo nodig wijzigingen doorgevoerd. Het algemeen bestuur bepaalt welke punten in het bijzonder bij de evaluatie zullen worden betrokken. In ieder geval zal die evaluatie betrekking hebben op de ervaringen met de verrekeningssystematiek en de vereisten die in de regeling zijn opgenomen voor bestuurlijke besluitvorming. Artikel35 De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Memorie van Toelichting bij de Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond Algemene toelichting De Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond, hierna te noemen: de regeling, regelt de samenwerking tussen de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne inzake de uitvoering van een aantal collegetaken waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn in het kader van de Jeugdwet. Met ingang van 1 januari 2015 gaan de gemeenten Spijkenisse en Bernisse samen in de gemeente Nissewaard. De regeling is congruent met twee andere regelingen, te weten de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (uitvoering van de taken in het kader van de Wet veiligheidsregio’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.