Beleidsregels Kostendelersnorm 2015 Het college van de gemeente Uden; Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12, 22a, 27 en 33 lid 4 van de Participatiewet; B e s l u it Vast te stellen de Beleidsregels Kostendelersnorm 2015 Hoofdstuk I Algemeen Artikel1.Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; uitkering: de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ; woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 Participatiewet. Participatiewet: de Participatiewet met inbegrip van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Hoofdstuk II Commerciële relatie en commerciële prijs Artikel2Commerciële relatie en commerciële prijs Commerciële relatie: voor de toepassing van deze beleidsregel wordt aangesloten bij de definitie van de CRvB, namelijk: De belanghebbende kan de zakelijke relatie aantonen met een zakelijke overeenkomst, waarbij de wederzijdse rechten en plichten geregeld zijn en nauwkeurig zijn afgebakend. De belanghebbende kan betalingen aantonen (bankafschriften/ bewijs kasstortingen afgelopen 3 maanden) Uit het contract moeten de periodieke prijsverhogingen blijken. Tevens dient de verhuurder/ onderhuurder of kostgever een commerciële huurprijs of commerciële prijs kostgangerschap te ontvangen, zoals bedoeld in het tweede en derde lid. Commerciële huurprijs: Een bedrag van tenminste € 300,--voor de bewoning van een onzelfstandige woning of onvrije woning waarin water-, energielasten en servicekosten zijn inbegrepen. Van dit bedrag is 60% te beschouwen als het bedrag van de kale huurprijs. Commerciële prijs bij kostgangers: de huurprijs als bedoeld in het tweede lid vermeerderd met een bedrag voor voeding van € 285,- per maand. Het bedrag genoemd in het vorige lid is afgeleid van de Recofa-richtlijn voor maaltijden en wordt jaarlijks bijgesteld, met een afronding naar beneden op € 5,-. Hoofdstuk III Inkomstenkorting bij ontvangst huur of kostgeld Artikel3Inkomsten huur en kostgeld De inkomsten uit verhuur, zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 Participatiewet, worden op de uitkering van belanghebbende in mindering gebracht onder aftrek van € 60,00 per maand. De inkomsten van een kostganger, zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 Participatiewet, worden op de uitkering van belanghebbende in mindering gebracht onder aftrek van € 350,00 per maand. Het vrijlatingsbedrag als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de regels in hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijn, met een afronding naar boven met € 5,- Hoofdstuk IV Verlaging bijstandsnorm Artikel4 Verlaging norm wegens ontbreken woonkosten De verlaging in verband met de woonsituatie zoals bedoeld in artikel 27 Participatiewet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet, indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden. Woonkosten: bij een huurwoning, rekenhuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; bij een eigen woning, de verschuldigde hypotheekrente, de als eigenaar te betalen zakelijke lasten en een vast bedrag voor onderhoud. Onder woonsituatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de situatie waarbij: een woning wordt bewoond waaraan geen woonkosten zijn verbonden; een woning wordt bewoond waarvan de woonkosten door derden worden voldaan; geen woning wordt bewoond. Indien een belanghebbende dakloos is maar wel woonkosten heeft, zoals kosten voor opvang, is het aan de belanghebbende om dit aan te tonen via bewijsstukken. In dat geval kan het college besluiten de verlaging vast te stellen op 10% van de gehuwdennorm als bedoeld in het eerste lid. Dit artikel geldt niet voor belanghebbende met een uitkering op grond van de IOAW en IOAZ. Hoofdstuk V Aanvulling bijzondere bijstand Artikel5Bijzondere bijstand bij noodzakelijk uitwoning De jongere tot 21 jaar die door omstandigheden als bedoeld in artikel 12 Participatiewet, niet kan terugvallen op de onderhoudsplicht van de ouders, komt in aanmerking voor aanvullende bijzondere bijstand voor de algemene bestaanskosten. De in het vorige lid bedoelde aanvulling bedraagt het verschil tussen de toepasselijke norm voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder als bedoeld in artikel 21 Participatiewet en de toepasselijke jongerennorm als bedoeld in artikel 20 Participatiewet. Bij bepaling van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de woonsituatie overeenkomstig de regels van de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a Participatiewet en artikel 4 van deze beleidsregels. Dit artikel geldt niet voor IOAW en IOAZ. Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel6.Gevallen waarin de beleidsregels niet voorzien Inzake de onderwerpen die vallen onder de discretionaire bevoegdheid van het college, waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college. Artikel7.Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2015, behoudens situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor de belanghebbende. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels kostendelersnorm 2015”. Aldus vastgesteld op 12 mei 2015 Het college van de gemeente Uden De Burgemeester De secretaris Toelichting op de beleidsregels kostendelersnorm 2015 Artikel 1. BegripsbepalingenDit artikel bevat de begripsbepalingen die op deze beleidsregels van toepassing zijn. Artikel 2 Commerciële relatie en commerciële prijs De twee begrippen worden in dit artikel uitgebreid beschreven. Dat is nodig in relatie tot de uitvoering van de kostendelersnorm. Die speciale rekenregels gelden namelijk niet voor personen die op een commerciële basis in dezelfde woning wonen. Wanneer is er sprake van een commerciële relatie?Met dit artikel sluiten we aan bij een uitspraak van de CRvB waarin een definitie wordt gegeven van wanneer er sprake is van een commerciële relatie. Dit artikel behoeft geen nadere uitleg en spreekt voor zich. Het is van belang dat daar waar nodig de verklaringen van belanghebbende aan de hand van bewijsstukken getoetst worden. Dat zijn contracten, betalingsbewijzen, kwitanties of bankafschriften. Wanneer is er sprake van een commerciële huurprijs?Het bedrag van de commerciële ‘kale’ huurprijs (dus exclusief gas/water/licht) is het bedrag van de basishuur, zoals omschreven in de wet op de Huurtoeslag. In deze huur zijn begrepen de elementen die voor het bepalen van het recht op huurtoeslag meetellen. De normhuur, die deel uitmaakt van de basishuur, behoort bij het minimum-inkomensijkpunt van lid 1 van artikel 17 van de Wet op de huurtoeslag. In dit artikellid wordt onder het minimum-inkomensijkpunt verstaan de bijstandsnorm voor een alleenstaande (inclusief de maximale toeslag) en de bijstandsnorm voor gehuwden. Uit het feit dat de normhuur in de bijstandsnorm is begrepen, zijnde de norm voor de algemene noodzakelijke bestaanskosten, valt af te leiden dat het om een commerciële huur gaat. De belastingdienst hanteert als bedrag voor commerciële huur een bedrag inclusief kosten van water en energie. 60% van dit bedrag komt overeen met de basishuur. 40% komt overeen met de som van de bedragen die de belastingdienst hanteert voor de waarde die waterverbruik en energieverbruik voor verschillende doeleinden in het economische verkeer vertegenwoordigen. Hieruit blijkt in de eerste plaats eveneens dat de basishuur als ondergrens voor de commerciële huur kan worden gehanteerd. In de tweede plaats blijkt dat een commerciële all-in huur is af te leiden op de wijze zoals in dit artikelonderdeel is aangegeven. Wanneer is er sprake van een commerciële prijs voor kostgangers?Een kostganger is een soort huurder-plus. De prijs zou dus meer moeten bedragen dan de commerciële huurprijs. Er wordt namelijk ook nog een bedrag betaalt voor gebruik van de maaltijden. Bij het berekenen van de commerciële prijs voor kostgangers is aangesloten bij hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijnen. Genoemde richtlijnen zijn ontwikkeld en worden onderhouden door de werkgroep rekenmethode ‘Vrij te laten bedrag’ van Recofa. De Recofa-methode is een methode die is ontwikkeld door een werkgroep van rechters-commissarissen in faillissementen (Recofa). Het doel van de Recofa-methode is dat alle schuldhulpverleners op dezelfde manier het Vrij te laten bedrag berekenen. Volgens genoemde richtlijnen kan €9,45 per dag in rekening worden gebracht voor het gebruik van maaltijden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.