Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2007De raad van de gemeente Dinkelland; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 december 2006; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2007 Artikel1.Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. precariobelasting: een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven grond van de gemeente voor de openbare dienst bestemd; b. heffingsambtenaar: de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet; c. jaar: een kalenderjaar; d. seizoen: de periode in een kalenderjaar gelegen tussen 1 maart en 1 november van dat jaar; e. terras: een buiten de gesloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt; f. vast terras: een terras als bedoeld onder de letter d. van dit artikel, waarbij de exploitant op basis van een daartoe strekkende vergunning toestemming heeft om horeca-activiteiten uit te voeren gedurende het gehele jaar; g. tijdelijk terras: een terras als bedoeld onder de letter d. van dit artikel, waarbij de exploitant op basis van een daartoe strekkende vergunning toestemming heeft om horeca-activiteiten op één of meerdere dagen van de week als bedoeld in artikel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel; h. binnenstad: het gedeelte van Ootmarsum, gelegen binnen de Oostwal en de Westwal; i. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon, een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. Artikel2.Belastbaar feit De precariobelasting wordt geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel3.Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene, die één of meer voorwerpen op basis van een daartoe strekkende vergunning heeft onder, op of boven grond van de gemeente, voor de openbare dienst bestemd, dan wel van degene, die zonder een daartoe strekkende vergunning, te wiens behoeve voorwerpen onder, op of boven de grond van de gemeente voor de openbare dienst bestemd, worden aangetroffen. 2.De precariobelasting wordt geheven van de feitelijke gebruiker van de onroerende zaak waaronder, waarop of waarboven de voorwerpen zijn aangetroffen. Artikel4.Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a. voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; b. voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; c. voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; d. voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een cultureel, politiek, godsdienstig, sociaal of algemeen belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doeleinden. Artikel5.Heffingsmaatstaf en tarief De precariobelasting wordt geheven aan de hand naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6.Berekening van precariobelasting 1.Onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 en 10 worden gedeelten van de in de tabel genoemde eenheden van hoeveelheid of afmeting voor een geheel gerekend. 2.Ingeval de belasting wordt geheven naar de oppervlakte van een voorwerp geldt als maatstaf de oppervlakte van de projectie in een horizontaal vlak, tenzij anders is bepaald. 3.De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. Artikel7.Belastingtijdvak 1.Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen. 2.Indien het belastbare feit zich heeft voorgedaan gedurende een gedeelte van het seizoen is, in afwijking van het eerste lid, het belastingtijdvak gelijk aan dat gedeelte. 3.Indien met toepassing van het tweede lid in één seizoen meer dan één tijdvak voorkomt, worden deze tijdvakken voor de toepassing van deze verordening aangemerkt als één tijdvak. Artikel8.Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven bij wijze van aanslag. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.