nr 04.07 Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2009 Verordening toeristenbelasting 2009 De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2008, nr. 08-099; gelet op de artikelen 224 en 255 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2009 Artikel 1 – Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.groepsgebouwen: gebouwen, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden voor groepen van meer dan 10 personen; b.vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde groepsgebouwen, mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; c.mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; d.niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; e.vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. Artikel 2 – Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, groepsgebouwen, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam “toeristenbelasting” een directe belasting geheven. Artikel 3 – Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel 4 – Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; b.verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd; 2.van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5 – Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel 6 – Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.Met betrekking tot vakantie-onderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten en mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen wordt voor de vaststelling van de heffingsgrondslag een forfaitaire berekeningswijze toegepast, gebaseerd op het hierna in de leden 2 en 3 bepaalde. Het aantal personen dat heeft overnacht wordt met betrekking tot lid 1 bepaald op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.